De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (1)

Bekijk het origineel

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (1)

10 minuten leestijd

Bijgaand treffen de lezers het eerste van twee artikelen aan van de hand van drs. P. de Vries, hervormd predikant te Opheusden over 'De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk'. Aanleiding voor één en ander vormen enkele opmerkingen van ondergetekende in De Waarheidsvriend d.d. 17 september 1992 over vermeende congregationalistische tendensen in het kerkbegrip bij ds. P. de Vries, met consequenties voor 'perforatie gemeentegrenzen'. Over één en ander hebben ds. De Vries en ondergetekende een breedvoerig en diepgaand gesprek gehad. Wat heeft geleid tot deze artikelen, waarin ds. De Vries zich nader verklaart.J. van der Graaf

Inleiding
Vorig jaar september stond er in 'Koers' een dubbelinterview met ds. H. de Leede en ondergetekende. Een maand later verbond ir. Van de Graaf, in verband met de perforatie van de gemeentegrenzen, aan opmerkingen, die ik in het bewuste interview gedaan had, een aantal conclusies over mijn kijk op de kerk en staan in de kerk; conclusies waarin ik mijzelf geenszins herkende. Ik ben daarom blij, dat ik de gelegenheid krijg één en ander te verduidelijken. Gezien de aanleiding ervan heeft dit artikel over de kerk en het staan in de kerk hier en daar een persoonlijke kleur.

Waar is de kerk?
Ik begin bij de kijk op de kerk. Met artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijd ik dat de kerk is 'de heilige vergadering der ware Christgelovigen, al hun zaligheid verwachtend in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heiligen Geest'. Dat is en blijft altijd het eerste. Wanneer de opdracht, dat men zich bij de ware kerk moet voegen, direct en zonder enige reserve op de kerk naar haar zichtbare zijde (en wel in het bijzonder een bepaald kerkgenootschap) betrokken wordt, pleeg ik altijd naar dit artikel te verwijzen. Wanneer we niet door het geloof met Christus verenigd zijn, zijn we op zijn best in de kerk, maar niet van de kerk. Nu krijgt de kerk ook zichtbaar gestalte. In artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden in dit verband een drietal kenmerken genoemd, namelijk de zuivere verkondiging van het Evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten en de kerkelijke tucht. Genoemde kenmerken maken al duidelijk, dat we, wanneer we het over de ware kerk naar zichtbare zijde hebben, bij de plaatselijke gemeente moeten beginnen. Het is dan ook goed gereformeerd te stellen, dat de kerk naar haar zichtbare zijde allereerst plaatselijk gestalte krijgt. Dat is bijvoorbeeld duidelijk aangetoond in de studie van dr. C. Graafland over Calvijns visie op de kerk met de titel 'Kinderen van één moeder'.

Het functioneren van de kenmerken van de ware kerk
De kenmerken van de ware kerk leren ons, dat het niet om het even is waar wij naar de kerk gaan. Wij moeten daar naar de kerk gaan waar wij horen van Adam en ons aller verdorvenheid tengevolge van de zondeval en van Jezus Christus en de gelukzaligheid van allen, die Hem door een waarachtig geloof zijn ingeplant. De kenmerken, die de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt, dienen ons tot gebed aan te sporen of deze kenmerken ook metterdaad in de gemeenten functioneren mogen en wel in het bijzonder in de gemeente, waartoe we behoren. Het waarachtig kerk-zijn is namelijk geen statisch bezit. In hoofdstuk 25 van de Geloofsbelijdenis van Westminster wordt betuigd, dat ook de meest zuivere kerken op aarde niet vrij zijn van onzuiverheden en dwalingen en ook kunnen veranderen in synagoges van de satan. Wanneer wij met verwijzing naar eigen kerk of eigen gemeente gesteld wordt: 'Des Heeren tempel zijn deze' is dat al het begin van het verval. Daar wordt namelijk de reine bediening van het Evangelie als eigen bezit in plaats van een gave van God aangemerkt.


Wij zijn geroepen na te gaan of kerken en gemeenten voldoen aan de kenmerken van de ware kerk. Laten wij dat na dan leidt dat er toe, dat de kerk als instituut boven Christus, de Koning der kerk, wordt gesteld. In feite hebben we dan ook geen weerwoord tegen Rome, waar de zichtbare kerk als instituut het eerste is. Met diepe droefheid moet geconstateerd worden, dat grote delen van de Hervormde Kerk volledig ontzonken zijn aan de in de Nederlandse Geloofsbelijdenis genoemde kenmerken van de ware kerk. Concreet komt dan de vraag naar voren of het mogelijk is daar kerkelijk mee te leven. J.C. Ryle heeft eens opgemerkt dat er een verschil is tussen een gebrekkige en een puur misleidende prediking. Onder een gebrekkige prediking behoeven we niet weg te gaan. Hij merkt echter ook op, dat hij nergens in het Nieuwe Testament kan vinden, dat wij onder een dwaalleer mogen opgaan. Ryle was zelf bisschop in de Anglicaanse kerk. Hij maakte deze opmerking tegen de achtergrond van de opvatting, dat het bijwonen van de erediensten, anders dan in de plaatselijke paroche van de kerk van Engeland, per definitie onjuist is. Ryle kon zich in een dergelijk enghartig hoogkerkelijk standpunt niet vinden en ik kan me dat evenmin, hoe lief wij de kerk der vaderen en de plaatselijke gestalte daarvan in onze woonplaats ook hebben. Boven de kerk staat het Evangelie van Gods genade in Christus.

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk
Ik kom terug op de opmerking, dat we bij de zichtbare gestalte van de ware kerk allereerst aan de plaatselijke gemeente hebben te denken. Voor mij weegt dit daarom zo zwaar, omdat alleen zo recht gedaan kan worden aan het feit, dat het kerkvergaderend werk van Christus niet tot de kerkelijke structuren, waarbinnen wij ons bewegen, beperkt is. De kenmerken van de ware kerk geven ons een norm, waaraan wij het kerkvergaderend werk van Christus kunnen herkennen. Ik wil dat concreet maken naar de kerkelijke situatie in ons vaderland, zoals die sinds de vorige eeuw is. Het zal niemand verwonderen, dat ik nòch de Afscheiding nòch de Doleantie kerkelijk gezien als een werk Gods kan erkennen. Anderzijds vervult het mij met grote vreugde als ik bemerk dat, wáár dan óók, het Woord naar de zin en mening van Gods Geest wordt verkondigd en het geestelijk leven gevonden wordt. Dan staat het al dan niet hervormd zijn voor mij op de tweede plaats. Overal, waar het Woord recht bediend wordt, zie ik iets van Christus' kerkvergaderend werk. God werkt soms niet waar wij het graag zagen en werkt wel waar het voor ons gevoel niet hoort. Ook daarin betoont Hij, dat Hij de Soevereine is. Wie bij de kerk allereerst aan de landelijke kerk denkt en alle nadruk legt op de kerk als instituut, moet feitelijk aan allen, die de Hervormde Kerk verlaten hebben, de naam 'kerk' ontzeggen en dat gaat mij te ver. Dan voel ik mij één met Groen van Prinsterer, die de uitdrukking 'gereformeerde gezindte' gebruikte om de verbondenheid in belijdenis en geloof tussen gereformeerde christenen binnen en buiten de Hervormde Kerk tot uiting te brengen. Ik heb een diepe innerlijke afkeer van kerkelijke enghartigheid en bekrompenheid. In hervormd-gereformeerde richting zie ik zo menigmaal een grote inhoudelijke vaagheid gepaard gaande met kerkelijke bekrompenheid. Laten we inhoudelijk vast omlijnd zijn, maar als het gaat om kerken en groepen binnen de kerk geen partijzucht maar onbekrompenheid aan de dag leggen. Die partijzucht is overigens voor mij één van de redenen, die ik mij tot dusver bij geen enkele modaliteit of groepering aangesloten heb. Ik meen dat de hervormd-gereformeerde richting nog veel van Kohlbrugge kan leren met zijn uitspraak: 'Werp het Woord erin en gij zult wonderen zien'. Dat maakt alle kerkelijke partijen betrekkelijk. Dat we bij de kerk naar haar zichtbare gestalte allereerst aan de plaatselijke kerk moeten denken is in het verleden altijd gemeengoed geweest in hervormd-gereformeerde richting. Drs. Exalto brengt dat duidelijk naar voren in zijn bijdrage in de bundel 'Beproefde Trouw' uitgegeven naar aanleiding van het vijfenzeventigjarig bestaan van de Gereformeerde Bond. Eén van de bezwaren die vanuit confessionele hoek keer op keer tegen de hervormd-gereformeerde richting is ingebracht is dat zij geen recht doet aan de gedachte van de volkskerk. Het op de voorgrond stellen van de gedachte van de volkskerk heeft ertoe geleid, dat in confessionele kring de trouw aan de belijdenis ondergeschikt is aan vasthouden van het gehele volk. Ik kan me onmogelijk aan de indruk onttrekken dat we deze lijn, die vanouds door de confessionele vereniging werd voorgestaan, nu in een niet onbelangrijk deel van de Gereformeerde Bond vinden. In het licht van de Schrift en onze belijdenisgeschriften moet onze norm en ons ideaal trouwens niet een volkskerk, maar een nationaal gereformeerde kerk zijn. Dan is wel het uitgangspunt Gods verbondstrouw aan de kerk. Die trouw overstijgt ver de plaatselijke gemeente. Zicht op de kerk begint met zicht op het verbond. Daarin kunnen we nog het één en ander van Hoedemaker leren. De overlevering vermeldt, dat Kuyper ten tijde van de Doleantie tegen Hoedemaker gezegd heeft: 'Gods volk gaat met mij mee en gij blijft met Jan Rap en zijn maat achter'. Hierop moet Hoedemaker geantwoord hebben: 'Maar God is bij machte uit deze stenen kinderen van Abraham te verwekken'. Ds. I. Kievit beleed aan het einde van zijn leven, dat hij ten aanzien van dit aspect van het verbond zich steeds meer met Hoedemaker verbonden was gaan voelen.

De kerk meer dan de plaatselijk gemeente
Ir. Van der Graaf heeft naar aanleidingvan mijn opmerkingen over de voorrang van de plaatselijke gemeente gemeend bij mij congregationalisme te signaleren. Voor een congregationalist is de kerk niet alleen allereerst, maar ook uitsluitend de plaatselijke gemeente. Die kant wil ik zelf beslist niet op. Het congregationalisme gaat niet uit van Christus, Die aan Zijn kerk de zuivere bediening van het Woord schenkt, maar van wedergeboren mensen, die samen God wensen te dienen. Voor zover het congregationalisme een gereformeerd karakter draagt, betekent dit, dat mensen tezamen de zuivere bediening van het Woord begeren. Hoe groot het ook is als dit verlangen er is, dat mag nooit het eerste en het meest wezenlijke zijn wat we van de kerk belijden. De kerk blijft bestaan, omdat God mensen roept en niet omdat mensen naar Hem roepen. Trouwens de kerk is meer dan alleen de plaatselijke gemeente. We mogen de plaatselijke gemeenten niet zo maar lospellen uit de landelijk gevormde kerk. Dit is één van de punten waar de Doleantie ontspoorde. Wij zijn ver van onze plaats als we ons niet betrokken weten bij de landelijke kerk en het verval van de kerk als gehéél ons niet wezenlijk ter harte gaat. Onze vurige bede moet zijn, dat het Woord alom recht gepredikt wordt. De enige pleitgrond daarin is Gods onwankelbare trouw. God kan begeerte naar een zuivere prediking werken, waar die begeerte er niet meer was. God kan na vele jaren van dorheid weer een zuivere Evangeliebediening aan een gemeente schenken. Daarvan levert de geschiedenis van de Hervormde Kerk tal van sprekende voorbeelden. Het is opmerkelijk dat, als de zuivere bediening van het Woord uit een afgescheiden gemeente weggenomen wordt, dit definitief pleegt te zijn, terwijl dit voor een Hervormde Gemeente niet het geval is. Onder andere daarin zie ik Gods trouw betoond in de vaderlandse kerk. Het heeft mij ook versterkt in de overtuiging, dat afscheiding hooguit als noodmaatregel van tijdelijke aard is te waarderen. Dat de kerk meer is dan de plaatselijke gemeente betekent voor mij ook, dat de meerdere ambtelijke vergaderingen trouw bezocht dienen te worden. Niet om daar als een vertegenwoordiger van een belangengroepering op te treden en zich tot kerkpolitiek te laten verleiden, maar om elke ambtelijke vergadering in haar geheel aan te spreken op de gereformeerde belijdenis van onze kerk.

P. de Vries, Opheusden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's