De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lucas 2: 49b

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lucas 2: 49b

5 minuten leestijd

'Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?'

In het leven van de Heere Jezus op aarde, zoals de Evangeliën ons dat beschrijven, komt 4 maal na Lucas 1 Zijn moeder, Maria, voor. Vier momenten uit haar leerschool, waarin ze in haar Kind haar Koning mocht zien en waarin haar geleerd werd, naast Zijn moeder vooral Zijn dienstmaagd te zijn. Het eerste moment ligt nu voor ons.

1. Het menen van Maria
Als de 12-jarige Jezus in de tempel komt, dan komt Hij in huis van Zijn Vader. Dan is Hij als het ware weer terug bij Hem in Wiens schoot Hij eeuwig geweest is. Hij ziet er de offers van de lammeren, terwijl Hij het Lam Gods is. Hij hoort de uitleg van de wet Gods, die Hij vervullen zal. Hij ziet in de tempel Zijn roeping en Zijn zending voor Zich uitgebeeld. Zeven dagen lang.
Aan het eind van die 7 dagen blijkt er een tegenstelling te zijn tussen wat Jezus doet en wat Maria meent. Maria meent dat haar Zoon wel mee terug zal gaan. Maar haar gedachten blijken niet beantwoord te worden door Jezus' daden. Net zoals later Johannes de Doper zou menen dat Zijn Meester hem wel uit de gevangenis zou komen halen. Net zoals weer later de Emmaüsgangers meenden dat Hij het was die Israël verlossen zou. Maar: Jezus' weg was telkens anders.
Misschien herkennen we dat: wij meenden dat Jezus het zó en zó zou doen. In ons leven, in ons gezin, of op andere terreinen. Maar: Zijn weg en daden waren anders. Laat ons dat altijd weten: ook al mogen we nog zo dicht bij de HEERE leven en zijn, al hebben wij door genade het goede voor Zijn Koninkrijk op het oog, dan nòg kunnen wij Hem nooit voorrekenen. Dan nòg kunnen wij er geheel naast zitten in wat wij menen en denken. Terwijl wij menen dat dit of dat juist bevorderlijk is voor Zijn koninkrijk. Maar: Jezus' weg is tòch totaal anders. Dat vindt zijn diepste oorzaak in het volgende:

2. Het moeten van de Vader
Van dat moeten spreekt Jezus: … Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders. Dat is het moeten van de Vader. Dit moeten is de stuwkracht achter heel Jezus' levensgang. Telkens komt dat voor. En uiteindelijk moet Hij gevangen genomen en gedood worden. Aan dat moeten van Zijn Vader is Jezus gehoorzaam.
Het moeten van Zijn Vader gaat Hem boven het menen en wensen van Zijn moeder. Ook al doet dat Maria pijn en brengt haar dat in angst en onrust als moeder zijnde. En dat spoor volgt Jezus nog steeds: het moeten van Zijn Vader gaat Hem boven alles. Ook al betekent dat dat onze verlangens en wensen dan ledig tot ons terugkeren. Ook al betekent dat: oudersmart, onvervuld huwelijksverlangen, eenzaamheid, pijn, verdriet.
Dat betekent voor ons: voorzichtigheid in het gebed. Niet onze wensen, maar 's Vaders wil gaat voor. Al wat wij van Jezus Christus vragen, daar komt achter: Uws Vaders wil geschiede. Is dat de tere hartslagader van ons gebedsleven?
Jezus is gekomen om de wil Zijns Vaders te doen. En die wil omvat Zijn lijden en sterven tot verzoening van schuld, tot dragen van eeuwige straf. Zalig hij die daarin zijn eeuwige vrede vond. Verankerd in een Jezus Die Zijns Vaders wil deed! Zulk een God kan geen kwaad meer doen bij ons. Niet, dat wij alles begrijpen. Maar: Maria bewaart al deze dingen in haar hart. Wat we niet begrijpen: bewaren, wachtend op meer licht van Boven op Zijn tijd. Of: is onze vrede gefundeerd op en afhankelijk van de mate waarin God op onze wensen ingaat. Een 'vrede', broos en vergankelijk.

3. Het mogen van Jezus
Deze weg van het moeten van de Vader was voor Jezus een mogen, was de lust van Zijn leven. Het moeten is een mogen voor Hem. Geheel anders dan voor ons. In verband met de dienst des HEEREN heeft moeten nogal eens een negatieve klank: we moeten naar de kerk, we moeten naar catechisatie, we moeten… enz.
Dáár vinden wij in terug wat zonde is! Zonde is het, dat ons hart niet naar de HEERE trekt. Dat wij ons ertoe moeten zetten om dit of dat te doen. Vijf minuten in gebed met God verkeren valt al zo zwaar menigmaal: we dwalen af, we hebben geen zin. Waar de Geest doorlicht, zien we het als symptomen van onze geestelijke dood. Erger kan het toch niet: niets te voelen voor de HEERE? Weet u ervan daar levenslang tegen te strijden?
Daar is Hij gekomen: Jezus Christus. Niets en niemand kon Hem van de wil Zijns Vaders afhouden. Zozeer droeg Hij die in 't binnenst ingewand. Plaatsvervangend. Gode-verzoenend. En dat stempel drukt Hij door Zijn Geest in ieder die van Hem is. Dan is ons gebed: HEERE, laat niets en niemand mij van U afhouden, ook niet mijn moeder, vrouw, of kinderen. Ook niet alles wat moet in onze tijd. Onze agenda staat vol, er 'moet' zoveel.
Wie alzo niet ten achter stelt man, vrouw, ouders, kinderen, die kan Zijn discipel niet zijn. Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, die die het verliezen zal om Zijnentwil, die zal het behouden.

D. Breure, Wilnis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Lucas 2: 49b

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's