De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De eerste Institutie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eerste Institutie

10 minuten leestijd

Reeds eeuwenlang heeft alles wat reformatorisch wil heten in de Institutie van Calvijn een centrale bron en een actueel handboek van gereformeerd geloofsgetuigenis en leven gevonden. Het is bijzonder hoe één titel zoveel betekenis heeft gehouden. Meer dan vierhonderd jaar na het overlijden van de schrijver blijft het boek gelezen en geprezen. En dat niet alleen door historici of geschoolde theologen, maar ook door vele eenvoudige gereformeerde christenen, die er de herkenning van hun hart in vonden en vinden in de zaken en de vragen van geloof en kerk. De bekende drie delen van de Sizoo-editie, die in mijn boekenkast staan, zijn nog afkomstig van mijn grootvader, die kruidenier in een plattelandsgemeente was. Het waren boeken die hij niet zomaar in zijn kast had staan!
De bekendste editie, die van 1559, is de rijpe vrucht van een leven van werkzaamheid, in de laatste fase van Calvijns leven, waarin de oogst steeds meer in zicht kwam. Er is echter ook een aantal voorgangers geweest. De eerste keer dat Calvijn een Institutie het licht deed zien was aan het begin van zijn reformatorische activiteit. Wat de omvang, de vormgeving en de rangschikking van de stof betreft, lijkt het 'handboekje' (zo noemde hij het zelf) van het begin niet op de uiteindelijke uitgebreide editie van vier boeken met in totaal 80 hoofdstukken. Naar de inhoud gezien mogen wij ons verwonderen over de consistentie van het geloofsdenken van Calvijn, die in alle uitbouw en verdieping van de opeenvolgende edities, met de tijd meegaande, toch zichzelf is gebleven. We kunnen dit constateren als we de recente vertaling, die ervan de eerste editie van de Institutie gemaakt is door dr. W. van 't Spijker, met de kennis van de definitieve editie in ons achterhoofd aandachtig doorlezen. Het geeft ons de indruk van de verrassende levendigheid en de hartstochtelijke gloed van de jonge Calvijn, die na zijn eerstelingsgeschrift – een humanistisch commentaar op Seneca's De Clementia (de titel De Senectute), die de vertaler in zijn voorwoord noemt is een wat wonderlijke vergissing, die de correctie kennelijk is ontsnapt), nu een handboek van christelijke religie bood. Van 't Spijker noemt het: 'Een catechismus, een theologisch handboek in wording, een apologie in de sfeer van de kerk en de staat'.

Opdracht aan de koning
In het Voorwoord van zijn commentaar op de Psalmen vertelt Calvijn zelf wat de aanleiding is geweest om zijn Institutie het licht te doen zien. Toen hij als jonge geleerde rustig en nog onbekend in Bazel woonde, uit Frankrijk uitgeweken, rookten in zijn geboorteland de brandstapels. In Duitsland kwam veel verzet tegen de wrede vervolging. Uit politieke motieven probeerden de Fransen de Duitsers gerust te stellen door te suggereren dat het alleen wederdopers en opstandelingen waren die zo behandeld werden, omdat ze de burgerlijke orde omver wilden stoten. Het was deze valse vertekening van het reformatorisch geloof, die Calvijn ertoe bracht zijn pen te scherpen: 'Het scheen mij toe dat tenzij ik mij daar krachtig tegen stelde, zoveel in mijn vermogen was, ik mij niet verontschuldigen kon, dat als ik zweeg ik laf en trouweloos bevonden zou worden. En dit was de reden die mij aandreef om mijn Onderwijzing in de Christelijke Godsdienst in het licht te geven; allereerst om te antwoorden op die goddeloze blaam die de anderen zaaiden, en er mijn broeders van te zuiveren, wier dood kostbaar was voor het aangezicht des Heeren; vervolgens opdat aangezien spoedig daarna dezelfde wreedheden uitgeoefend konden worden tegen vele arme personen, de vreemde volken tenminste geroerd zouden worden door enig medelijden en bezorgdheid voor deze. Want ik zond het boek toen niet in het licht zo omvangrijk en veel arbeid vergende als het nu is, maar het was slechts een klein boekje dat in het kort de voornaamste zaken behandelde, en met geen andere bedoeling, dan dat men ervan verwittigd werd welk geloof zij beleden die ik zag dat deze goddeloze en trouweloze vleiers gemeen en ellendig belasterden.'
Calvijn heeft aan zijn eerste uitgaven van de Institutie een opdracht meegegeven, die bij alle volgende edities gebleven is. Het is een ontroerende apologie, een oprecht en dringend beroep aan het adres van koning Frans I om zijn onderdanen, die niets anders dan naar het Woord Gods begeerden te leven, een eerlijke beoordeling te geven in het licht van de valse verdachtmakingen van de tegenstanders. Het is geen nieuwlichterij, het geloof der reformatie, dat zal Calvijn op overtuigende wijze duidelijk maken. Het is God verschrikkelijk onrecht doen door dat te suggereren. Het gaat om het geloof der Schriften en ook der Vaderen. Er is geen sprake van dat de kinderen Gods een gevaar zouden zijn voor de publieke orde. Calvijn wijst erop dat de verdrevenen en vervolgden zelfs niet ophouden voor de koning in alle ernst te bidden. In het voorwoord geeft Calvijn al te zien wat de kracht van zijn boek en van zijn verdere werk zal zijn. In een rustige doch krachtige verdediging toont hij aan dat hij geen ander geloof belijdt dan dat der Schriften. Het schriftberoep, zonder allerlei kronkels en allegorie, is het sterke, en daarbij schroomt Calvijn er ook niet voor met de stukken aan te tonen dat de kerkvaders veel meer aan zijn kant staan, dan aan die van zijn bestrijders: 'Indien de strijd beslist moest worden met het gezag van deze Vaders, dan zou de overwinning grotendeels ons toekomen.'

Catechetische rangschikking
Vervolgens wordt in een zestal hoofdstukken de inhoud van het geloof naar de Schriften uiteengezet. De rangschikking van de stof is nog voornamelijk naar de voorbeelden van de catechismi van de Reformatie. Eerst komt de uitleg van de wet, de Tien Geboden, aan de orde. De geboden worden kort uitgelegd, waarna de onmogelijkheid van een gerechtigheid uit de werken der wet wordt aangetoond en de noodzaak van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Vanuit de genade Gods alleen krijgt de wet in de 'recrutendienst' waarin Christus Zijn discipelen inwijdt de plaats tot heiliging des levens. Het tweede hoofdstuk bevat de uitleg van het Geloof Calvijn legt uit wat geloof is, dat het Woord van God tot voorwerp en doel heeft. Het ware christelijke geloof is 'niet anders dan een krachtige overtuiging van het hart, waardoor wij bij onszelf vaststellen dat de waarheid van God zo zeker is, dat het onmogelijk is dat Hij niet zou uitvoeren wat Hij in Zijn heilig Woord op zich genomen heeft (Rom. 10 : 11)'. Na een korte schets van de Godsleer, volgt dan een uiteenzetting van de Twaalf Artikelen, in een levendige en aansprekende zin. Voortdurend blijkt de praktische eenvoud van Calvijns geloofsverdediging. Vooral de belijdenis van de Verkiezing in het artikel van de Kerk heeft mij bijzonder aangesproken. Van hieruit is Calvijn de Verkiezing gaan belijden en is hij m.i. die ook blijven belijden: 'Zij echter, die zich niet tevreden stellen met Christus en zich inspannen om hoger door te dringen, roepen de toorn van God over zich af. En omdat zij zich aanmatigen om in de afgrond van Zijn majesteit binnen te breken, kunnen zij niet anders verwachten dan door zijn heerlijkheid vernietigd te worden (Spr. 25 : 7). Want omdat Christus onze Heere is, in wie de Vader van eeuwigheid heeft uitverkoren degenen, die Hij als de zijnen wilde beschouwen, en die Hij in zijn kudde samengebracht wilde zien, hebben wij een getuigenis dat voldoende duidelijk is, dat wij tot de uitverkorenen van God behoren en ook werkelijk leden van zijn kerk zijn, wanneer wij gemeenschap met Christus hebben.' Hoofdstuk drie legt het Onze Vader uit en spreekt diep uit het hart over de ootmoed van het ware gebed dat een beroep doet op Gods 'onuitsprekelijke goedheid'.

Sacramenten en kerk
Hoofdstuk vier behandelt de sacramenten in het algemeen en die van Doop en Avondmaal, de enige sacramenten waarvan de Heere gewild heeft dat ze in Zijn kerk zouden zijn. Vooral bij het Avondmaal en de afwijzing van de mis zien we het geding met Rome. Dat wordt in het vijfde hoofdstuk voortgezet, waarin wordt aangetoond dat de andere vijf sacramenten van de kerk van Rome ten onrechte zo worden genoemd. Bij de behandeling van het sacrament van de boete vindt Calvijn de gelegenheid om uiteen te zetten wat de ware christelijke boetvaardigheid is. Nadrukkelijk wordt gewezen op de noodzaak van de ellendekennis. De boetvaardigheid opent de toegang tot de kennis van Christus, maar deze is in geen geval een voorwaarde van 's mensen kant om vergeving van zonden te ontvangen. Calvijn leert duidelijk een evangelische boetvaardigheid tegenover een wettische, die tot wanhoop leidt.
In een laatste hoofdstuk wordt een drietal onderwerpen besproken: 'de christelijke vrijheid, de kerkelijke macht en de burgerlijke regering'. Deze drie zullen in het latere werk, veel meer uitgediept, telkens weer te vinden zijn, omdat ze Calvijn na aan het hart lagen. Bij de christelijke vrijheid gaat het om het leven uit de genade in heiliging van hart en leven. De christelijke vrijheid is een geestelijke zaak, onze vreesachtige gewetens worden voor Gods aangezicht tot rust gebracht. Het is geenszins een aanleiding tot wetteloosheid, omdat het verre is van de vrijheid van het vlees. Hierbij onderscheidt Calvijn ook de twee regimenten, het geestelijke en het burgerlijke. Met nadruk wijst Calvijn erop dat het in het geding om het ware geloof gaat om een geestelijke strijd, die met geestelijke wapenen moet worden gevoerd en die geen bedreiging betekent van de burgerlijke orde. Het gaat om de zuiverheid van de kerk als het Koninkrijk van Christus. De 'tirannie' van menselijke tradities mag de regering van Christus door Zijn Woord en Geest niet onmogelijk maken. Calvijn maakt in dit hoofdstuk enkele boeiende concretiseringen van de orde en regel in het kerkelijk leven, en het omgaan met de spanning van verplichting en vrijheid in het leven der gemeente. Er zijn gebruiken in de kerk, die geen permanente wet hoeven te zijn en blijven. In het slot spreekt Calvijn over het onderscheid van de twee rijken. Het is 'een joodse ijdelheid' om het rijk van Christus onder de elementen van deze wereld te zoeken. Het is een geestelijk rijk. Het burgerlijke rijk verdient echter geenszins de minachting van christenen. Het is een zeer nuttige en zegenrijke instelling van God, waar God in Zijn Woord ook de grondregels voor heeft willen aangeven. De slotsom blijft echter wel dat men Gode meer gehoorzamen moet dan aardse vorsten.
Tot zover enkele flitsen uit deze eerste Institutie van Calvijn. De vertaler is erin geslaagd om een wetenschappelijk verantwoorde en tegelijk voor een breed publiek toegankelijke vertaling te bieden. Wij zijn hem daar dankbaar voor. De drie dikke delen van de editie van 1559 laten zich niet zo makkelijk in één keer lezen, maar deze eerste uitgave juist wel. Dit boek biedt een uitstekende inleiding tot het werk en tot het hart van de reformator, die door de tijden heen zo verrassend actueel gebleven is, juist omdat hij in zijn uiteenzetting zo dicht bij de Schrift en het hart van geloof, kerk en wereld is gebleven. Het geeft ons een verrassend beeld van de hele Calvijn. De prachtige en degelijke uitvoering waarin het is uitgegeven is de inhoud waardig: het is een boek dat blijft.
Institutie 1536. Onderwijs in de christelijke religie door Johannes Calvijn, vertaling dr. W. van 't Spijker, De Groot Goudriaan, Kampen, 320 pag., ƒ 62,50.

M.A. van den Berg, Groot Ammers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eerste Institutie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's