Diasporagemeente in grote wereld
Gemeenten in de diaspora, in de verstrooiing, dat is een voor Nederlandse begrippen nieuwe aanduiding. Ze was van ds. F.S.J. van der Sar, die tijdens de extra vergadering van de synode hardop peinsde over de roeping van de diasporagemeente in deze wereld. Daarmee gaf hij allereerst te kennen hoe de toestand van bepaalde gemeenten in ons land ook is geworden. Bij alle rumoer over Samen op Weg mogen we niet vergeten, dat voor heel wat gemeenten het samengaan met andere gemeenten een kwestie van overleven is geworden. Toen ik dezer dagen ergens in een provincie sprak over de ontwikkelingen in het Samen op Weg-proces, zei de aanwezige scriba van de Provinciale Kerkvergadering, dat het in de betreffende provincie her en der aan de orde is hoe gesmaldeelde gemeenten in een geseculariseerde omgeving nog het hoofd boven water kunnen houden. Verder is het zo, dat met name de Evangelisch Lutherse Kerk een plaats heeft gekregen in het proces vanwege het bedreigde bestaan. Voor deze nood der tijd zullen we oog moeten hebben, 'deernis om het gruis van Sion'. Daar zullen we niet lichtvaardig mee om kunnen gaan, vanuit posities in gemeenten waar het zover (nog) niet is. De vraag is wel of men dan een hele nieuwe kerkelijke koepel over de gemeenten moet zetten vanwege deze diasporagemeenten of de restgemeenten, zoals deze bijvoorbeeld in de grote steden wel worden genoemd.
Roeping
Evenwel bleef bij mij hangen de overpeinzing van ds. Van der Sar inzake de roeping van de diasporagemeente in de wereld. Hóé dan ook is de gemeente geroepen tot het geven van getuigenis naar buiten. 'Gij zult mijn getuigen zijn, tot aan de einden der aarde', zei Jezus vlak voor Zijn hemelvaart tot Zijn discipelen (Hand. 1 : 8). Dat is niet alléén een kwestie van zending over de grenzen of van (uitbestede) inwendige zending, maar dat heeft te maken met de gestalte van de gemeente op zich. Hoe wervend, uitstralend is de gemeente naar buiten toe?
Die vraag heeft, dunkt me, alles te maken met de vraag hoe de gemeente is naar binnen toe. Is ze een geestelijke gemeenschap? Is ze kenbaar aan liefde tot elkaar, vanuit de liefde Gods? Is ze weerbaar of weerbaar genóég tegen de tijdgeest? Is ze gericht op en wordt ze gevoed uit de Schriften? Is ze kenbaar aan het 'gij geheel anders' of is ze gelijkgeschakeld met de schema's van de wereld?
Ik wil nog een spade dieper afsteken. Kent de gemeente, of ze nu wel of niet diasporagemeente moet heten, nog het kruisdragen, het lijden om Christus' wil? Het mag ons door de ziel snijden als we zien hoe gesmaldeeld de gemeente hier en daar, her en der is geworden. Het mag ons met name doen huiveren als we bedenken hoe de wereld – in de diepste zin van het woord – juist een bedreiging is voor het bestaan van de gemeente. Het mag ons doen huiveren als we zien hoe de wereld het gezag van Christus verwerpt en zich verslingert aan godevijandige machten, die het ook op de gemeente als zodanig hebben gemunt.
De gestalte van de gemeente is als zodanig gekenmerkt door kruisdragen, lijden om de Naam van Christus. En daarin is de gestalte van de gemeente vandaag niet een vreemde. De kerk, de gemeente van Christus is de eeuwen door meer kerk onder het kruis dan (gevaarlijk!) kerk in glorie geweest.
In de landen van het Midden Oosten is de gang van het Evangelie in deze wereld ooit begonnen. 'Nu hebben ze de Turken', zei Luther (uiteraard godsdienstig bedoeld).
In de landen van Noord Afrika heeft de gang van het Evangelie zich voortgezet en doorgezet. Nu hebben ze er de islam.
In de landen van Oost Europa heeft het communisme de gemeente van Christus tijdenlang bedreigd. Daar werd de gemeente vaak ook echt diasporagemeente. De pastor had en heeft een uitgestrekt werkterrein met verspreid wonende gemeenteleden.
Kudde
Maar juist voor de gesmaldeelde, de verstrooide, maar nochtans getrouwe gemeente geldt het vertroostende woord van Christus uit Lucas 12 : 32: 'Vreest niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen, u het Koninkrijk te geven'. Dat is een niet geringe bemoediging. 'Ziet Ik zend u als schapen temidden van de wolven', zegt Christus ook (Mattheus 10 : 16). 'Weest dan voorzichtig gelijk de slangen en oprecht gelijk de duiven.' Uit zulke woorden van Jezus blijkt toch het 'gans andere' van de gemeente van Christus in haar bedreigde bestaan. Zulke woorden brengen we ons vandaag allereerst te binnen als het gaat om de roeping van de kerk en van de gemeente in de wereld. De kleine kudde wordt belaagd. Maar de gemeente zal allereerst en telkens weer moeten leren, inleven kudde te zijn, en dan ook nog een keer kleine kudde.
Alle spreken over kerk buiten de kerk of het met de wereld op één hoop geworpen zijn knagen aan de waakzaamheid tegen bedreiging door de Gode vijandige wereld. We hebben nodig, juist als we als kerk in een diasporatoestand komen, een nieuwe inleving van de kleine-kudde-gestalte, die voor de gemeente ten diepste altijd kenmerkend is, maar die in onze tijd meer en meer echte realiteit wordt. Maar dan mag de kleine kudde zich ook getroost weten met de belofte, dat Christus de wereld overwon en dat Hij Zijn gemeente bewaart in de wereld. 'Vreest niet. Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.'
De vraag mag echter wel zijn of een gemeente, waaraan niet zichtbaar en kenbaar is, dat ze aan de wereld lijdt, nog wel een echte boodschap voor de wereld heeft, een getuigenis, waaraan de wereld ook inderdaad een boodschap hebben, zal. En naarmate de gemeente kleiner wordt, zal haar getuigenis pregnanter zijn, haaks op de grote wereld buiten.
Open deur
Doorslaggevend voor de diasporagemeente is of ze het Woord Gods bewáárt. Van een gemeente, die kleine kracht heeft maar het Woord bewaart en die de Naam niet verloochent, geldt, naar de belofte in het boek Openbaring, dat ze nochtans een open deur heeft. Hier ligt toch het criterium voor de positie van een diasporagemeente in deze grote wereld. Bewaart ze het Woord en verloochent ze de Naam niet?
De Open Deur is dan eigenlijk een prachtig beeld met een machtig perspectief. Wie is ten diepste die deur anders dan Christus Zelf? Kennelijk is er dan de belofte dat mensen binnenkomen zullen, door de deur naar binnen zùllen gaan. Zou hier dan niet het geheimenis liggen van de aantrekkingskracht, die de gemeente naar de wereld toe. God geve, ook in deze tijden hebben kan? Zal niet op beslissende momenten blijken, dat dan de gemeente nog werfkracht heeft? Omdat ze dan brood heeft voor een hongerig hart, water voor een dorstige ziel en hoop voor een hopeloze wereld?
Het is gebleken in de kerken achter het ijzeren gordijn. De gemeente was soms, wat het zichtbare betreft, teruggebracht tot enkele ouden van dagen. Maar ze hebben het Woord bewaard. En op de van God gegeven tijd gingen deuren open, zelfs deuren open naar bevrijding uit de greep van knechtende machten.
Met fanfaregeschal op de pleinen en de straten en met nieuwe apostolaire programs zullen de vloedgolven niet worden gekeerd. De gemeente loopt dan het gevaar zichzelf te overschreeuwen. Alleen trouw aan het Woord Gods zal betekenis hebben in deze wereld.
Soms zien we ook vandaag gebeuren dat mensen gaan vragen welk geheimenis er toch achter dit vreemdelingschap steekt van christenen. Als 'vreemdelingen' nooit meer eens door het bijbelse vreemdelingschap worden aangetrokken, mogen we ons afvragen of de gemeente in haar bijbelse gestalte nog wel herkenbaar is. Hoe zit het dan met de open deur, die God belooft bij het bewaren van het Woord?
Concreet
Her en der is vandaag de gemeente in de wereld inderdaad als een kleine kudde. Het zijn niet vele wijzen en niet vele edelen. Wedijveren met de middelen, die in de wereld een naam hebben, betekent altijd bij voorbaat het onderspit delven. Maar op beslissende momenten gaan nochtans deuren open als de wereld 'geen raad weet'. Als dan de overmacht van het Woord mensen te sterk wordt, hetzij doordat ze een vermoeden krijgen van de schrik des Heeren, hetzij doordat ze gelokt worden door de barmhartigheid Gods, die de gemeente in dienstbetoon mag uitstralen. Als onze woorden stil vallen bij het zien van zo'n grote overmacht in de wereld of bij het zien van zulke grote machten in de wereld, kan alleen het Woord openvallen als bron van heü voor de mens van vandaag.
Ik zou niet weten hoe vandaag een gemeente in de diaspora beter getuigenis kan geven in de wereld dan door het Woord te bewaren. Om zo het Woord er ook uit te werpen als er de gelegen tijd is. De gemeente bewaren bij het Woord Gods is geen naar binnen gekeerd zijn, maar juist naar buiten gericht: open deuren.
Vaak overpeinst een mens de grote noden, die er in de wereld vandaag zijn. Is er nog hoop? Men overpeinst dan soms ook of er nog kracht mag uitgaan van het getuigenis der kerken in ontredderde situaties, zoals in Somalië, Joegoslavië, Soedan maar ook in de sloppen en stegen van de wereldsteden.
Niet door de gemeente krachtiger te maken – samen sterk, samen overleven – maar door haar innerlijk te verdiepen in het Woord is er de belofte van de open deur op Gods tijd.
Het lijkt een gemeenplaats als we tenslotte zeggen 'God moet het doen'. Maar Hij alleen opent en niemand sluit. Dat is de belofte voor een machteloze en krachteloze gemeente in een grote wereld.
Vreest niet, gij klein kuddeke. Het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven. En daar zijn alle gaven van het Koninkrijk bij ingesloten. De gemeente is toch de Koning te rijk. En het geloof is wereldoverwinnend.
Aan de belofte voor de kleine kudde gaat echter de vermaning voor het zoeken van het Koninkrijk vooraf. Wie het Koninkrijk zoekt (vs. 1), wordt het ook gegeven (vs. 32). Dat is de machtige belofte voor de diasporagemeente, voor de kleine kudde in de grote wereld. Maar 'het rijk Gods in gerechtigheid' bestaat wel 'in geestelijke vernieuwing des levens', zegt Calvijn. Dat mag ook de wereld horen.
Zo peinsde ik wat verder op de overpeinzingen van ds. Van der Sar. Omdat in de uitdrukking diasporagemeente diepe nood schuilgaat. Dat willen we vandaag in alle kerkelijke rumoer niet vergeten. Maar de bemoediging van Lucas 12 is er ook. Want de Heilige Geest, zegt vers 12, zal op het beslissende moment leren hoe te spreken.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's