Boekbespreking
L.M. Vreugdenhil, Ik beloof je trouw! Bouwstenen voor een gelukkig huwelijk. Boekencentrum – Zoetermeer, 1992, 166 blz., ƒ 23,50.
Er blijven boeken verschijnen over huwelijkssluiting, huwelijkstrouw, huwelijksgeluk en huwelijksherstel. In deze recensie zal ik niet ophalen wat er zoal uit orthodoxe kring over dit onderwerp is geschreven. De meeste van die boeken kan men in de literatuurlijst van het nu te bespreken boek vermeld vinden.
Waarom dan toch weer een nieuw boek? Die vraag heeft mij ook beziggehouden. Staat er in dit boek veel nieuws? Dat kan ik niet zeggen. Wat in bovenbedoelde boeken is geschreven, vindt men hier ook.
Al is de inhoud niet nieuw, ze is wel waardevol. Wie eens iets anders wil, kan hier goed terecht. Ik waardeer het dat de schrijver begint met een hoofdstuk over 'Het huwelijk: een inzetting van God'. Vervolgens bespreekt hij het huwelijk onder het gezichtspunt van liefde en trouw.
Op een frisse manier wordt gesproken over de eigen plaats van man en vrouw. Een apart hoofdstuk wordt gevormd door het thema: Spelregels voor communicatie. Ik zet ze op een rijtje zonder ze uit te werken: Zeggen wat je bedoelt; Geen tegenstrijdige boodschappen; De kunst van het luisteren; eerlijk ruzie maken (dat is mijns inziens nogal wat); Onderhandelen, en tenslotte: Positief. Elk van deze onderwerpen wordt nog weer in onderdelen gesplitst. De laatste subparagraaf heeft als titel: Vergeet niet dat liefde vooral blijkt in kleinigheden – een zin die ik in gevarieerde versie vaak neerschrijf als ik een bruidspaar schriftelijk feliciteer. Over seksualiteit en gezinsvorming in bijbels licht wordt duidelijk geschreven. Beide onderwerpen komen ook met het oog op de praktijk aan de orde, al wordt op het laatste onderwerp niet diep ingegaan.
'Een christelijk gezin' is een apart hoofdstuk. Hier treft men thema's aan als gastvrijheid, een veilig nest, een werkplaats voor het leven, een heiligdom en een vluchthaven. Ik miste een beetje de huis-godsdienstoefening, al wordt er vanuit het ontvangen van de huisbijbel wel iets over gezegd.
'Op het stadhuis en in de kerk' is de titel van hoofdstuk 10. In het volgende hoofdstuk wordt de proeve van een vernieuwd huwelijksformulier voorgelegd en tenslotte wordt over huwelijksvoorbereiding in de gemeente geschreven. Deze beide onderwerpen zijn door de schrijver al behandeld in Kontekstueel.
Men ziet: er wordt in dit boek een breed veld besproken. Het gebeurt praktisch. De schrijver beschikt over tal van voorbeelden en weet ze op het goede moment te gebruiken.
Het boek geeft stof tot nadenken en gesprek. Ook op punten waar de lezer zelf nog wat meer wil zeggen of gezegd hebben.
Waarom dit boek, terwijl er al zo veel zijn? Het is door de schrijver opgedragen aan zijn vrouw. Wilde hij vanuit een gelukkig huwelijk anderen helpen met wat de schrijver en zijn vrouw van elkaar leerden? Er zijn minder edele motieven om een boek over een veelbesproken onderwerp te schrijven!
W.H. Velema
Joke Forceville-van Rossum, Rokus van Oosten, Leven en dood. Partners op afstand. Hulp voor rouwenden en hun helpers, Ambo – Baarn (z.j.), 252 blz., ƒ 35,–.
In een zwart omslag met witte letter en paarse streep is dit boek over rouwverwerking verschenen.
Het onderwerp is veelbesproken. Men vindt in de uitvoerige literatuurlijst (per hoofdstuk opgezet), veel bekend en ook minder bekend of helemaal onbekend materiaal.
De schrijfster heeft enkele 'best-sellers' over rouwverwerking gepubliceerd. Waarom dan dit boek nog? Er zit veel materiaal in dat algemeen bekend is, ook door verwijzingen naar vorige publicaties.
Toch is dit boek niet enkel compilatie of herhaling van wat elders eerder is verschenen. Ik wijs op drie punten: Er wordt veel geciteerd uit brieven die beide schrijvers hebben ontvangen. De citaten zijn trefzeker en goede illustraties. Bovendien worden vragen weergegeven en beantwoord die gesteld zijn op cursussen of gespreksgroepen over dit onderwerp.
Vervolgens: vrijwel alle aspecten van wat een weduwe/weduwnaar te verwerken heeft, komen ter sprake. Ik noem enkele thema's, die in aparte hoofdstukken worden besproken: Zoals ik het als vrouw heb beleefd. Zoals ik het als man heb beleefd. Wat sociale ondersteuning kan betekenen. De rouw van een jong kind. De rouw van een volwassen kind. Rouw om het verlies van een kind. Rouw om een niet-natuurlijke dood. De rouw na scheiding. Over symbolen en rituelen. Leren omgaan met verlies en verdriet, treffend genoemd: De havo van ons leven. Een nieuwe reiatie voor een vrouw – meer oefening dan herhaling. Een nieuwe relatie voor 'de' man – de korporaal opnieuw in het geweer.
Dan ben ik nog niet eens volledig geweest.
Ten derde: schrijfster en schrijver hebben beiden hun eerste partner verloren en vormen nu een echtpaar.
Ze zijn soms met elkaar in gesprek op papier. Ik vind dat ze dit beter voor de huiskamer hadden kunnen bewaren.
Voor het boek heb ik waardering. De toonzetting is praktisch, invoelend en dienend door advies.
Soms vind ik het betoog wat lang. 't Had ook korter gezegd kunnen worden. Dan zou het boek een sterker indruk maken. Nu is de toon van het gesprek gecombineerd met wijze lessen van mensen die zelf ervaring hebben; niet het minst in het helpen van anderen.
Geloof komt wel ter sprake, meestal marginaal. Ik heb de indruk dat de sfeer van het geloofsleven rooms-katholiek getint is.
Een boek dat een aparte plaats inneemt. Men kan veel andere hier genoemde boeken laten staan, als men zich de inhoud van dit boek eigen maakt. Er is dan wel aanvulling nodig ter zake van geloofsvragen en zelfs meer dan een aanvulling.
W.H. Velema
Drs. H.A. Schreuder, Zin in het leven, uitgave Meinema, Zoetermeer, prijs ƒ 12,50.
In de serie 'Ter Sprake' verscheen dit boekje; de ondertitel is: Over zingeving bij het ouder worden. Ter inleiding wordt gezegd dat meer mensen ouder worden dan vroeger en dat hun wereld verschilt van die van hun jeugd. Vroeger werden godsdienstige antwoorden als vanzelfsprekend aangereikt. Zo moet ieder nu zelf op zoek naar het antwoord op de vraag naar de zin van het eigen leven.
Verhelderend wordt gesproken van de pluriforme samenleving van nu. Naast hen, die zonder levensbeschouwing leven, volgt de aanduiding van degenen die deze wel hebben; met weer het verschil tussen een niet- en wel godsdienstige zienswijze. Zeer goede dingen worden daarvan naar voren gebracht. Evenals de verschillende wijzen, waarop mensen ouder worden.
Voorzichtig benadert men het probleem: 'Mijns inziens dient in elk geval een wezenlijk deel van een christelijk antwoord op de zingevingscrisis gevormd moeten worden door het idee van zin geven zelf onder kritiek te stellen' (pag. 21). Dit leidt tot een uiterst voorzichtig, bijna zou ik zeggen eerbiedig benaderen van de zaak. Maar deze voorzichtigheid biedt m.i. te weinig zicht op vooruit in het licht van de Heilige Schrift. Soms wordt dit wel aangeduid, we voelen dat dit de achtergrond is van het denken van de schrijvers, maar het komt te weinig uit de verf. Het zoekplaatje, waarvan gesproken wordt, is stellig aanwezig als ook het 'vindplaatje', maar ik zou meer helderheid en daardoor troost hebben willen aantreffen door klaarder te spreken, dat dit in het Woord van God te vinden is. En dan de blijde ontdekking, dat we vinden, omdat we gevonden zijn.
Overigens is het waar, 'dat hier vragen worden aangesneden van belang voor hen, die ouder zijn en voor hen, die met hen in aanraking komen en daarbij stilstaan bij het eigen ouder worden'.
C.A. Korevaar, Rotterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's