De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (2)

9 minuten leestijd

Tucht
Wanneer we voor een hervormde gemeente het woord volkskerk gebruiken, wordt daarmee bedoeld dat een hervormde gemeente niet alleen een meelevende kern heeft, maar ook een groep randkerkelijken daar omheen en vervolgens nog een hele groep, die kerkelijk niet tot nauwelijks meeleeft. Onder de meelevenden zijn er dan nog allerlei verschillen in opvatting. Dit laatste speelt overigens meer in dorpsgemeenten dan in stadsgemeenten. Daar wordt de meelevende kern veelal uitsluitend of vrijwel uitsluitend gevormd door mensen met min of meer hetzelfde gevoelen. Ieder gaat naar de gemeente, waar hij zich thuis voelt.
Hoe gaan we met het feit van de volkskerk om? We moeten nooit vergeten, dat de norm is, dat de kerk aan Christus gelijkvormig is. We moeten van de nood van de volkskerk geen deugd maken. Dat laatste gebeurt meer dan eens. In de praktijk blijkt, dat er geen ernst wordt gemaakt met het hanteren van de tucht, terwijl dit laatste toch ook een kenmerk van de ware kerk is. Predikanten en ouderlingen beloven bij hun bevestiging onder andere de tucht te zullen handhaven. Ik heb in contact met collega's meer dan eens moeten constateren, dat zij de tucht vrijwel beperken tot Woordtucht. Dat is niet in de lijn van de belijdenis. Ook de huidige kerkorde biedt mogelijkheden tot tucht rond doop, huwelijk, belijdenis en avondmaal; mogelijkheden die vaak onbenut worden gelaten. Naar mijn vaste overtuiging is het absolute minimum van hen, die hun kinderen ten doop wensen te houden, dat zij de diensten van het Woord getrouw bijwonen. Waar dat niet het geval is, is tucht op zijn plaats. Van degenen, die hun huwelijk kerkelijk in willen laten zegenen of belijdenis begeren te doen, mag verwacht worden, dat zij een bijbelse levensstijl aan de dag leggen. Daarom verwonder ik mij als jongelui belijdenis des geloofs mogen afleggen terwijl zij slechts eenmaal per zondag naar de kerk gaan. Helemaal onbegrijpelijk wordt het als vervolgens na de belijdenisdienst in een stukje in de kerkbode grote blijdschap over de keuze van de betreffende jongelui uitgesproken wordt. Dan ontbreekt zelfs de Woordtucht. Tucht moet wel medisch gehanteerd worden. De kerk is geen vereniging, die leden schrapt als zij in gebreke gebleven zijn. Doel van de tucht is, dat de kerk Christus' beeld vertoont en dwalende leden terecht gebracht worden. Het is niet zo, dat wij van tucht moeten afzien als mensen gaan dreigen met afhaken. De gelijkenis van de verloren zoon wordt, om zo'n houding te rechtvaardigen, weleens aangehaald, maar dat is niet terecht. De verloren zoon keerde immers wel met schuldbelijdenis naar zijn vaderlijk huis terug.
Overigens moeten we nooit vergeten, dat de tucht allereerst speelt rond de sacramenten en vervolgens overal waar mensen in één of andere vorm een belijdenis uitspreken. Tenslotte merk ik nog op, dat tucht niet het eerste maar derde kenmerk van de ware kerk is. Alleen door uitoefening van de tucht komt de kerk niet tot bloei. Dat geschiedt als God door Zijn Geest de verkondiging van het Woord zegent.

Perforatie van de gemeentegrenzen
Gezien de toestand in de kerk, gaan velen niet naar de kerk in de gemeente, waar zij geografisch gezien thuishoren. Naar mijn overtuiging moet dat het laatste zijn, waar je toe besluit. Als de prediking in eigen gemeente mager is, is het niet de weg om zondags weg te lopen. Laten mensen dan doordeweeks samenkomsten of diensten in een andere gemeente bezoeken, waar zij meer voedsel voor hun ziel krijgen. Dat laatste kan trouwens hoe dan ook niet veel kwaad. Het heeft mij altijd verwonderd dat mensen, die zondags in een andere gemeente kerken, doordeweeks geen tijd zeggen te hebben naar de kerk te gaan. Is de verontrusting over de zuivere of magere prediking en de honger naar het Brood des Levens dan werkelijk zo groot?
Inmiddels is het mogelijk zich volledig naar een andere gemeente te laten overschrijven. Ik ben niet onverdeeld gelukkig met die mogelijkheid en heb er tot dusver niemand toe aangemoedigd. Mijn grote bezwaar is, dat zo de pijn over het kerkelijk en geestelijk verval in de gemeente waar je woont, minder schrijnend wordt gemaakt. Van de noodoplossing elders te kerken, wordt een regel gemaakt. Dat ik destijds op de classis met een aantal kanttekeningen toch vóór deze maatregel heb gestemd, komt voort uit het motief, dat het heel moeilijk blijkt te zijn, mensen uit eigen gemeente, die elders kerken onder een totaal onbijbelse prediking, een consent te weigeren voor bijvoorbeeld de doop. Door de perforatie van de gemeentegrenzen kan gewetensnood, die daardoor veroorzaakt wordt, althans voor een deel worden weggenomen.

Voorgaan in doordeweekse samenkomsten
Ik weet mij gesteld in de Hervormde kerk en zie mijn eerste taak in de gemeente, waar ik bevestigd ben. Een aantal malen per kwartaal spreek ik buiten eigen gemeente. Daar vallen dan spreekbeurten voor mannen- en vrouwen- en jeugdverenigingen onder, tijdredes en doordeweekse preekbeurten. Bij zulke gelegenheden spreek ik vaak voor een interkerkelijk gezelschap.
Ook heb ik wel het woord gevoerd op verenigingsavonden en evangelisatie-avonden van afgescheiden kerken (veelal christelijk gereformeerd). Eén keer verzorgde ik zelfs een catechisatieles in een Gereformeerde Kerk, om daar mijn prediking en mijn staan in de Hervormde kerk toe te lichten. Ik heb bemerkt, dat al deze zaken bij de meesten geen problemen opleveren. Voor sommigen gaat echter ineens het licht op rood staan en bij een enkeling springen zelfs de stoppen door als blijkt, dat je doordeweeks wel eens voorgaat in een afgescheiden gemeente van oud-gereformeerde signatuur. Er zijn overigens ook collega's met wie ik me zeer verbonden voel, die dat principieel niet willen en daar open en eerlijk over spreken zonder dat dit verwijdering geeft. Juist in deze dingen moet er ruimte zijn.
Zelf wil ik in dit artikel graag naar voren brengen, waarom ik de mogelijkheid om doordeweeks in een afgescheiden gemeente voor te gaan, niet per definitie van de hand wijs. Het gaat om groeperingen, waarmee verbondenheid is op basis van onze belijdenisgeschriften. Soms merk je ook een duidelijke heimwee naar de vaderlandse kerk. Zelf voel ik grotere geestelijke verbondenheid juist met die christenen uit de afgescheiden kerken, die zuchten onder het verval der kerk en mede door ontwikkelingen in eigen kerken van kerkelijke zelfgenoegzaamheid verlost zijn. In hervormd-gereformeerde kring is door meerderen (en ik volg hen daarin) kanselruil met christelijke gereformeerden bepleit. Het is er tot dusver niet van gekomen. Maar waarom zijn er dan ineens zoveel problemen als doordeweeks in oud-gereformeerde kringen blijkt te kunnen, wat met christelijk-gereformeerden nog niet mogelijk is? Nu kan men mij tegenwerpen dat mensen, die je voor doordeweekse samenkomsten uitnodigen, allerlei onzuivere motieven kunnen hebben. Ik heb dat concreet eerlijk gezegd nooit gemerkt, maar misschien ben ik te naïef. Maar laten we dan toch nooit vergeten, dat allereerst de vraag is wat verkondigd wordt en niet waar het verkondigd wordt. Laten we er eens van uitgaan, dat mensen, door je te vragen in een dienst voor te gaan, onzuivere motieven hebben. Is het dan zo erg, dat aan mensen met onzuivere kerkelijke bedoelingen het Evangelie verkondigd wordt, dat God enkel en alleen goddelozen rechtvaardigt?!

Staan in de kerk
Ir. Van der Graaf is destijds nogal gevallen over mijn opmerking in 'Koers', dat ik aan de rand van de kerk sta. Hij heeft daaruit geconcludeerd, dat ik welbewust de rand van de Hervormde Kerk zoek.
Dat heb ik zo echter niet bedoeld. Ik voel mij verbonden met de kerk der eeuwen, met Augustinus, Bernard van Clairveaux, de Hervormers, de Nadere Reformatoren, de Puriteinen, Pascal, Kohlbrugge, Wulfert Floor, Spurgeon en Philpot, om niet nog meer namen te noemen. Al deze mannen wisten van de dood in Adam en het leven in Christus. Juist daarom voel ik me in de praktijk van het kerkelijk leven in de Hervormde Kerk zo aan de rand staan en ook binnen het hervormd-gereformeerde deel ervan vind ik dan niet altijd die overeenstemming des geestes waar ik naar verlang. Ik laat nu liturgische zaken als het gebruik van de Statenvertaling en het alleen zingen van de Psalmen in de eredienst nog helemaal liggen. Maar alleen al op grond daarvan komt het wel heel vreemd over, wanneer ik zou beweren midden in de kerk te staan. Deze laatste uitdrukking wordt nogal eens gebruikt, maar is feitelijk een sociologische en geen theologische constatering. Wie zegt midden in de kerk te staan, heeft inhoudelijk nog niets verteld. Want met het verschuiven van kerkelijke posities wisselt dan ook onze houding. En dat laatste heb ik die elf jaar, dat ik predikant ben, al menigmaal zien gebeuren. De uitdrukking 'midden in de kerk staan' kan een verhullende verpakking zijn voor een kleurloze, kerkpolitiek bepaalde houding, waarbij alles aanwezig is, behalve de bereidheid om Christus' wil te lijden. Wat ik wel begeer is, dat er standvastigheid is in hoofdzaken en ruimte in bijzaken. Met de streng calvinistische Schotse theoloog John Duncan wens ik te zeggen: 'Ik ben allereerst een christen, daarna katholiek, dan calvinist, vervolgens een voorstander van de kinderdoop en tenslotte een aanhanger van de presbyteriaanse kerkregering. Ik kan deze volgorde niet omkeren.


Ik zou graag nog meer over de kerk en het staan in de kerk willen schrijven, maar door de redactie van 'de Waarheidsvriend' is mij ten aanzien van de lengte van mijn bijdrage al een zeer grote lankmoedigheid betoond. Mijn vurige bede is, dat de Hervormde Kerk, die uiteindelijk niet van ons is maar van God, uit haar diep verval wordt opgeheven. Dat over kerkmuren heen geloofsgemeenschap beoefend wordt met christenen uit de afgescheiden kerken, in het verlangen dat zij weerkeren tot de kerk der vaderen.
De Heere geve dat wij door de werking van Zijn Geest medelijden hebben met het gruis van de stenen van Jeruzalem en dat wij in getrouwheid de Naam des Heeren vertellen te Sion en Zijn lof te Jeruzalem.

ds. P. de Vries, Opheusden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's