De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

13 minuten leestijd

Criminaliteit en overheid
Eind 1992 hield de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (de WRR) een congres over Eigentijds Burgerschap. Opmerkelijk is dat het nog niet zolang geleden in onze samenleving onmogelijk was over normen en waarden te spreken die je anderen voorhield. Dat was niet te doen gebruikelijk. De laatste jaren zien we een verschuiving optreden. De criminaliteit o.a. neemt zulke vormen aan, dat onze overheid onder leiding van haar minister van Justitie Hirsch Ballin in toenemende mate burgers aanspreekt op besef voor normen en waarden. Immers, met dat burgerschap is het niet zo best gesteld. Op genoemd congres van de WRR liet Hirsch Ballin zich ook niet onbetuigd en sprak o.a. over de moraal als een ruggesteun voor vrijheid en: gebrek aan moraal geeft verlies aan gemeenschapszin. Ik ontleen deze gegevens aan een verslag van het congres in het Weekblad HP De Tijd van 8 januari 1993. Tegelijkertijd las ik in In de Waagschaal tot tweemaal toe een hartekreet van dr. A.A. Spijkerboer over de gruwelen van de z.g. 'kleine criminaliteit' die hij tegenkomt in het gebied waar hij sinds jaren predikant is: Amsterdam Zuid-Oost. Hij schrijft boven zijn commentaar: Daar roept iemand!

'Ze is al een eindje in de zeventig. Ze was 's middags naar 'de therapie' geweest en ze ging, toen het nog allemaal licht was, om een uur of vier naar huis.
Ze vertelt: 'Ik ging naar binnen, waar ik altijd naar binnen ga, waar de containers staan. Plotseling voelde ik een duw in mijn rug en ik viel voorover. Mijn hele gezicht bloedde. Als ik mijn hoed niet op had gehad was het nog erger geweest. Ik zag ze in de verte nog wegrennen. Het waren jonge jongens. Hindoes, denk ik, ze hadden van die plakharen.' Ik vraag wie haar toen gevonden heeft. Ze antwoordt: 'De huismeester, die heeft de politie gebeld en de ambulance. Ze hebben me naar het ziekenhuis gebracht en daar hebben de dokters mijn duim gezet, er zitten twee metalen pinnen in. Bij de politie is aangifte gedaan, het was de zestiende overval waarvan die dag aangifte werd gedaan. Mijn tas ben ik kwijt.'
Wat ik zeg wanneer ik op huisbezoek zo'n verhaal hoor? Dan zeg ik dat we door 'een stelletje zakken' geregeerd worden. (Niet helemaal met deze woorden, maar het komt er wel op neer.) Want in sommige delen van onze grote steden gebeuren dergelijke dingen al jaren aan de lopende band, en ik heb nog nooit gemerkt dat er effectief tegen opgetreden werd.
Ik weet wel wat allerlei hooggestemde zielen over deze dingen zeggen: 'we' hebben gekozen voor een pluriforme samenleving, 'we' moeten ons geen angst aan laten praten, 'we' willen geen politiestaat. – Wie zijn die 'we' eigenlijk? Ik zou het 'we' van harte gunnen minstens eenmaal per jaar een mes op de keel te krijgen met het verzoek hun geld af te geven. Kunnen 'we' ook eens meemaken wat gewone, oudere mensen telkens weer mee moeten maken.
Al die mooie verhalen van die hooggestemde zielen vormen een rookgordijn waarachter verborgen wordt dat onze overheid te beroerd is om haar plicht tegenover mensen te doen die op haar bescherming zijn aangewezen: een vrouw van boven de zeventig kan zich niet verweren tegen een paar vlegels van een jaar of zestien.
Die hooggestemde zielen zijn wel bereid te praten over 'slachtofferhulp' en daar willen ze nog wel geld voor geven ook. – Wie heeft er ooit eens gezegd dat het zaak is te voorkomen dat er slachtoffers vallen?
Waarom ik dit opschrijf? Omdat ik stem wil geven aan mensen die geen stem hebben: weerloze mensen die zijn overgeleverd aan de willekeur van criminelen.'

Het kon niet uitblijven. In een volgend nummer van In de Waagschaal (16 januari 1993) staat een reactie te lezen van een der medewerkers aan genoemd blad ds. N. van Oosterzee. Hij zet boven zijn bijdrage: Daar roept iemand wat op.

'Spijkerboer draait er nooit omheen. Veel mensen houden daarvan. Geen gewichtige woorden, geen enerzijds-anderzijds, maar recht op de man af. Zo ook in IdW van 19 december '92 (Daar roept iemand!). Hij vertelt het verhaal van een slachtoffer, omdat hij een stem wil geven aan mensen die geen stem hebben. De vrouw vertelt hoe ze is aangevallen: '…het waren jonge jongens, Hindoes denk ik, ze hadden van die plakharen…' Spijkerboers reactie: 'dat we door een stelletje zakken worden geregeerd…' '…hooggestemde zielen trekken een rookgordijn op waarachter verborgen wordt dat onze overheid te beroerd is om haar plicht te doen…'
Goed, dat is nu allemaal gezegd, en ik hoop maar dat het hem heeft opgelucht. Dan is er misschien ruimte voor enige reflectie. Ik draag daarvoor een enkel punt aan. Allereerst dit: het slachtoffer valt niets te verwijten. Zij heeft recht op haar verhaal, dat ook gehoord moet worden. Degene die het verder vertelt en opschrijft heeft een andere verantwoordelijkheid.
Allereerst dient hij zich er rekenschap van te geven of en hoe hij de vermoedelijke daders beschrijft: Hindoes denk ik, ze hadden van die plakharen. In andere tijden en in andere bladen dan IdW had er misschien gestaan Joden, denk ik, ze hadden van die… Dat hadden we niet voor onze rekening willen nemen, zeker Arie Spijkerboer niet! Maar dan ook nu niet. Jeugdcriminaliteit is een te ernstig verschijnsel om het maar even snel bij een minderheidsgroep te localiseren. Voorts moet de schrijver maar eens uitleggen – met de duidelijkheid die we van hem gewend zijn – wie nu precies 'dat stelletje zakken' is dat ons regeert: Lubbers, Dales, Hirsch Ballin, Kosto, Ed van Thijn? En beargumenteerd graag, want wat er nu staat kan moeilijk anders gelezen worden dan als een roep om een sterke man.
Ik neem maar aan dat het zo allemaal niet is bedoeld, maar dan moet het ook niet geschreven en ook niet geplaatst worden. Spijkerboer is voor veel mensen een opinionleader. Als zo iemand wat roept, roept hij ook wat op en dat is niet zonder risico. Zo ver weg ligt Rostock nu ook weer niet.'

Dat liegt er niet om of, zoals het redactioneel van In de Waagschaal zegt: het fikt hevig. Dr. Spijkerboer neemt er echter geen woord van terug in zijn Naschrift.

1. Wanneer ik zeg dat we door 'een stelletje zakken' geregeerd worden denk ik in de eerste plaats aan de minister-president en de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken.
2. In de herfst van 1992 was er sprake van dat twee boeven samen in één cel gestopt zouden worden. Daartegen werd bezwaar gemaakt, en daartegen zijn natuurlijk ook goed gefundeerde bezwaren aan te voeren. Dus bleef het bij één boef in één cel. Maar – er is een cellentekort, en dat betekent dat criminelen die gearresteerd worden binnen de kortste keren weer op vrije voeten zijn en lachend door kunnen gaan met roven. Gesteld voor de keuze: de belangen van mensen die graag over straat gaan zonder beroofd te worden òf de belangen van criminelen kiest de regering voor de belangen van de laatsten. Dat rechtvaardigt de onder punt 1 gegeven kwalificatie.
3. Wie, na beroofd te zijn, op het politiebureau het boek met foto's van de politie voor zijn neus krijgt met de vraag de dader te identificeren, ziet foto's van mensen die voor een zeer hoog percentage niet uit Europa afkomstig zijn. Het spijt, me voor Van Oosterzee, maar dat feit ligt er.
4. Als jongens met keppeltjes op hier overvallen liepen te plegen, zou ik er niet de minste moeite mee hebben dat in de krant te zetten. Maar het geval wil dat jongens met keppeltjes hier géén overvallen plegen – Ik denk dat ze zitten te 'lernen'.
5. Iemand die zolang de Bijlmermeer staat haar beste krachten aan het onderwijs hier heeft gegeven en klassen met veel verschillende nationaliteiten les heeft gegeven komt vorig jaar september op een zaterdagmiddag thuis. De lift doet het niet, dus gaat ze het trappenhuis achter de lift in. Daar wordt ze overvallen, beroofd en van de trap afgesmeten, zodat ze met haar hoofd tegen het beton slaat. Hoe lang vindt Van Oosterzee dat dergelijke dingen door moeten kunnen gaan?
6. Als ik een 'opinion-leader' zou zijn zou ik dat betreuren. Ik hoop altijd dat iedereen zijn eigen verstand gebruikt, zoals ik poog het mijne te gebruiken. Misschien kan Van Oosterzee dan zijn gedachten eens laten gaan over de vraag hoe verhinderd kan worden dat weerloze mensen in delen van onze grote steden slachtoffer blijven van criminelen.'

De gedrevenheid van dr. Spijkerboer is te begrijpen en m.i. geheel terecht. Wie in Zeist woont (volgens het Jaarboek van de NHK 1992 de woonplaats van ds. N. van Oosterzee) of zoals ondergetekende in een Veluws dorp, kent (gelukkig) weinig van de hier gesignaleerde en gewraakte criminaliteit. Maar voor wie sinds 1980 pastor is van een gemeente in een grote-stadsdeel moet het inderdaad een 'crime' zijn je eigen gemeenteleden dit soort verhalen te horen vertellen. Alle nobele uitspraken en verhalen van politici ten spijt, die een machteloze indruk maken. In 'Woord en Dienst' van 29 januari jl. geeft ds. Spijkerboer in een verhaal over 'Vliegramp, televisie, kerk' nog weer eens aan dat deze uitingen van criminaliteit àl teveel over het hoofd worden gezien. Voor de vliegramp in de Bijlmer bestond zelfs internationale aandacht en veel mensen staan dan klaar om te helpen.

En ik citeer nog eens ds. Spijkerboer: 'Stilletjes dacht ik toen en zeg ik nu hardop: denkt er ook iemand aan de duizenden die ieder jaar in het verkeer voor het leven verminkt worden en meer in het bijzonder: denkt er ook iemand aan de vele honderden wier leven door de zogenaamde 'kleine criminaliteit' hier ontredderd is? De dingen die ik noem staan niet in het brandpunt van de aandacht van de televisie, maar ze gebeuren wèl. Er zijn echt ook nog andere slachtoffers dan slachtoffers van de vliegramp.

Bespreekbaarheid
In het al genoemde Weekblad HP De Tijd van 8 januari stond een gesprek te lezen tussen een vijftal intellectuelen over 'het intellectuele debat in Nederland'. Gespreksvoerders: H.L. Wesseling (historicus), Elsbeth Etty (NRC), Jaap van Heerden (filosoof), Oostlander (CDA) en Vuijsje (socioloog).
Vandaag mogen in onze maatschappij dingen gezegd worden, zoals in het bovenstaande ds. Spijkerboer doet, die enkele jaren terug niet mochten wilde je tenminste niet voor reactionair en rechts versleten worden. In ds. Van Oosterzees reactie op ds. Spijkerboer valt die verontwaardiging nog te proeven. Ik citeer uit het gesprek één fragment waarin dat verwoord wordt.

'De vraag luidt dus: is er sprake van een cultuuromslag? Kenmerken de jaren negentig zich door een grotere bespreekbaarheid dan voorheen? Is het aantal maatschappelijke taboes aan het afnemen?
"Ik geloof van wel", zegt Elsbeth Etty, tot begin jaren tachtig adjunct-hoofdredactrice van De Waarheid. "Als ik denk aan de kwestie van de kruisraketten begin jaren tachtig – daar was je voor of daar was je tegen, daar werd niet over gedebatteerd."
"We hebben de afgelopen jaren gezucht onder de taboes", valt Herman Vuijsje bij, die in de jaren dat hij journalist was bij de HP al 'terreur van de zachte sector' aankaartte. "Privacy, vreemdelingen, criminaliteit, dat waren zaken waarover niet werd gepraat. Misschien in de marge, maar in het hart van het intellectuele debat sprak men niet over moraal of fatsoen. Over ingrijpen als vlak voor je neus iemand werd bedreigd."
"Misschien was daar toen minder reden voor", werpt Etty tegen. Vuijsje: "Daar is al vele jaren reden voor, maar kennelijk drong dat niet door tot de intellectuele inner circle. Oude vrouwtjes in de tram wisten al tien jaar lang dat er af en toe een zakkenroller op ze afkwam."'

Of al dat praten op zich helpt, blijft voorlopig nog onmerkbaar. Intussen las ik in het RD van 29 januari een verslag van een congres over Jeugd, Geweld en Media in Utrecht gehouden. Het aanbod van geweld op de TV neemt schrikbarend toe. De Utrechtse mediadeskundige prof. dr. Jo Groebel gaf aan dat steeds meer onderzoeken aantonen dat agressie op TV van invloed is op het klimaat in de samenleving.

Risico: vreemdelingenhaat
Om het debat over zaken als criminaliteit, vreemdelingen enz. zuiver te houden, dienen wel de verhoudingen goed bewaakt te worden. Wie één keer en tegelijk voor de laatste keer een uitzending hoort van de Centrum Democraten, schrikt zich een ongeluk.
Drs. H. Algra laat daar iets van zien in een verhaal 'De schaamte voorbij' in het blad Opbouw van 15 januari jl. Al gaat het hier over Duitse toestanden, Duitsland is niet zo ver weg.

'Een vroege ochtend in de herfst van 1992. De wachtruimte van het vliegveld Köln-Bonn. Naast mij beginnen 6 keurig geklede heren een diskussie over 'buitenlanders'. Iedereen kan toch zien dat ze hier niet thuis horen en dat de criminaliteit toeneemt als er buitenlanders in de wijk wonen. Eén heer vertelt over de kostbare alarminstallatie die hij aan heeft moeten leggen. De anderen vallen hem bij. Als het zo dorp gaat heeft straks iedereen zo'n alarminstallatie nodig. Een ander veronderstelt dat de fabrikant van alarminstallaties buitenlanders importeert. Dat leidt tot meer criminaliteit en vervolgens kan de produktie weer op worden gevoerd. Even later belt een 'allochtone' schoonmaakster op vanuit een telefooncel in de hal. De heren hebben hun kommentaar al weer klaar. "Zie je wel, dat bedoel ik nou, in werktijd opbellen naar huis of het goed gaat met de kinderen die ze thuis alleen heeft gelaten. Dat doet ze iedere dag om deze tijd." "Sie können nichts anders als lügen und betrügen!" Ze kunnen niets anders dan liegen en bedriegen… Na de ervaring in Hamburg merk ik ook nu weer dat er weinig rek zit in de tolerantie van een aantal Duitsers ten opzichte van buitenlanders op is. De rassenhaat ligt hier soms op straat.
De EO-televisie, een avond in december. De haat tegen gehandicapten wordt in Duitsland steeds openlijker. Twee dove jongens worden afgeranseld door rechtsradicale jongeren. Een vrouw wordt uit haar rolstoel gegooid en beroofd. Een zwakbegaafde man wordt 5 dagen opgesloten en mishandeld in een schuur. Een ernstig spastische vrouw wordt de weg versperd, ze krijgt te horen dat ze in Nazi-Duitsland zou zijn vergast. Ze vertelde dat het meest beangstigende was dat veel mensen toe keken en dat niemand haar hielp. Een gehandicapte man wordt voor de voeten gegooid dat Hitler wel zou weten wat er met hem had moeten gebeuren en dat hij de samenleving alleen maar geld kost. Hij kan deze konfrontatie niet verwerken en pleegt een paar maanden later zelfmoord.
Ook in Nederland hoor je deze uitspraken. Toch heb ik nog de indruk dat de meeste mensen zich (nog?) schamen voor hun standpunt. Een gesprek wordt dan begonnen met een zin als "Ik heb niets tegen buitenlanders, maar…" In Duitsland wordt in alledaagse gesprekken openlijk blijk gegeven van afwijzing van mensen die 'anders' zijn. De schaamte voorbij. Dat is verontrustend, zelfs als het alleen nog 'maar' incidenten zouden zijn…'

De samenleving gaat er niet op vooruit. Hoe zou het ook kunnen? Voor wie wet en getuigenis loslaten, geldt nog altijd: ze zullen geen dageraad hebben (Jes. 8 : 20); Jesaja sprak een zesvoudig wee uit over het volk van zijn dagen. Onder andere dit wee: Wee hen die het kwade goed heten en het goede kwaad; die duisternis tot licht stellen en het licht tot duisternis; die het bittere tot zoet stellen en het zoete tot bitterheid (Jes. 5 : 20).

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's