De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beoordelende afweging van de Kokordie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beoordelende afweging van de Kokordie

De Leuenberger Konkordie (2)

7 minuten leestijd

Bij een beoordelende afweging kunnen we niet uitputtend te werk gaan, doch beperken we ons tot een aantal hoofdlijnen.
Uiteraard is het op zichzelf een goede zaak wanneer in de vorm van gesprekken kerkelijke eenheid gezocht wordt. Het is zelfs een geboden zaak. Alleen, er dient wel voor gewaakt te worden dat het niet enkel een zaak wordt van theologische deskundigen, ten koste van ambtelijke vergaderingen; met onder andere als risico dat het te ver af komt te staan van de doorsnee gelovige. En met name wel dient er voor gewaakt te worden dat, zeker wat fundamentele zaken betreft, de waarheid van Gods Woord geen geweld wordt aangedaan.
De beoordelende afweging willen we onderverdelen in tweeën. Ten eerste willen we het hebben over de vaagheid/onduidelijkheid (tweeslachtigheid) van de Konkordie, vervolgens over haar tegenstrijdigheden met het gereformeerde belijden.

Vaag en onduidelijk (tweeslachtig)
Ten aanzien van de Konkordie dient gezegd te worden dat er meerdere goede dingen in staan, doch dat over het geheel gesproken er nogal vaagheid is. De taal van de Konkordie draagt in veel opzichten de kleur van het compromis, wat ten koste gaat van de duidelijkheid. Men kan tegenwerpen dat dat ook moeilijk anders kan, gelet op de aard van de gesprekken. Men wilde immers tegenstellingen overbruggen! Toch blijft de vraag of men op deze wijze wel echt verder komt.
Met deze vaagheid in verwoordingen hangt ook samen een wat tweeslachtig spreken hier en daar, d.w.z. voor tweeërlei uitleg vatbaar. Omdat bepaalde markeringen niet genoemd worden zijn de zaken weinig toegespitst.
We noemen enkele voorbeelden. Waarom wordt bij het vermelden van de kenmerken van het ware kerk-zijn, naast de zuivere leer van het evangelie en de rechte bediening van de sacramenten, de tucht als derde kenmerk verzwegen? Op zijn minst had toch gezegd kunnen worden dat tucht ingesloten is bij de zuivere leer van het evangelie.
Van de reformatie wordt gezegd dat men toen uitging van een nieuwe evangelische ervaring die bevrijding en zekerheid schonk. En natuurlijk zit hier een waarheidselement in, doch waarom niet duidelijk gesteld dat deze ervaring voortkwam enkel en alleen uit het feit dat men leerde terugvallen op het woord alleen uit het feit dat men leerde terugvallen op het woord alleen en daarin op genade alleen, waardoor de Heilige Geest de volle ruimte kreeg om te getuigen van het kindschap Gods?
En ging het de reformatoren enkel om oppositie tegen kerkelijke overleveringen van die tijd, zoals gesteld wordt? Ging het hen niet in de eerste plaats om de waarheid Gods en om de eer van Christus als honderd procent Zaligmaker?
Van de Heilige Doop wordt gezegd dat Jezus Christus daarin de mens, die aan zonde en dood vervallen is, onherroepelijk in de gemeenschap van zijn heil opneemt, opdat hij een nieuw schepsel zij. Doch wordt hierin de Doop niet overschat? Hoe moeten we de 'gemeenschap van Zijn heil' verstaan? Enkel als het krachtenveld van Gods beloften, of zonder meer als de werkelijkheid van Gods genade zelf?
Heel mooi wordt in de Konkordie gezegd dat de reformatoren getuigenis hebben afgelegd van de vrije en onvoorwaardelijke genade Gods in het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus, voor ieder die in deze belofte gelooft. En even later wordt van de leer der rechtvaardiging gezegd dat in deze boodschap Jezus Christus wordt betuigd als Degene die mens geworden is, in Wie God Zich met de mens verbonden heeft als de Gekruisigde en Opgestane, Die het gericht Gods op Zich heeft genomen en daarin de liefde tot de zondaar betoond heeft. Doch waarom horen we niet over de weg waarin mensen tot geloof komen en gerechtvaardigd worden? Al is de genade volstrekt onvoorwaardelijk, ze realiseert zich wel heilsordelijk. Waar blijft hier het werk van de Heilige Geest die ons tot op onze botten toe ontdekt aan onze verdorvenheid, zodat we als een goddeloze (en niet als een godsdienstige) gerechtvaardigd worden? Of wordt stil-weg de totale verdorvenheid door onze zonde verzwegen en is de discussie tussen Luther en Erasmus over de vrije wil niet meer actueel? Wanneer Jezus Christus als Heiland en Verlosser duidelijk beleden wordt – en dat wordt naar mijn gevoelen in de Konkordie gedaan – dan heeft dat als tegenhanger onmiskenbaar een door de zonde totaal reddeloze zondaar, die niets met enige vorm van zelfverlossing kan beginnen. Waarom dan dit laatste verzwegen? En als dit laatste verzwegen wordt, wordt dan de belijdenis van het eerste (nl. Jezus Christus als volkomen Verlosser) in wezen niet krachteloos gemaakt?
Vaag en onduidelijk is de Konkordie ook over de heiligheid van God en daarmee over zijn toorn tegen onze zonde. Weliswaar wordt gesproken over het gericht Gods, doch waarom wordt dat niet enigszins uitgediept? Is het uit de mode om de donkere achtergrond waartegen zich het stralende licht van het evangelie afspeelt, te noemen? De Bijbel, in elk geval, doet niet mee aan deze mode. En de kerk- en dogmengeschiedenis leren ons dat verzwijgen hier verstrekkende gevolgen kan hebben. Laten we het gevleugelde woord van een oud-theoloog, waarin deze waarschuwt de ernst en het gewicht van de zonde niet onderschatten, scherp in ons geheugen en in ons hart vasthouden.
Verder wordt ook gesproken over Jezus Christus als de Komende Die als Rechter en Redder de wereld tot voltooiing leidt. Doch waarom verzwegen dat deze voltooiing door het gericht van de jongste dag heengaat waarin de elementen brandende zullen vergaan? Zoals het er nu staat, wordt in elk geval de mogelijkheid van een op-evolutionistische-wijze-voortgaan van de wereldgeschiedenis opengelaten. Is dit spijkers op laag water zoeken? Dat kan zo lijken, maar de geschiedenis in de kerken heeft wel bewezen dat bij belijdend spreken alle vaagheid vermeden moet worden. Zou deze vaagheid in spreken soms samenhangen met het feit dat het beroep op de Schrift zelf vrijwel nihil is en dat de basis van de Konkordie gevormd wordt door de theologische confrontatie met de vraagstelling van de nieuwe tijd, de ontwikkeling van het onderzoek der Schrift, de kerkelijke vernieuwingsbewegingen en de opnieuw ontdekte oecumenische horizon? Gaat het in de Konkordie niet meer om nieuwe vormen van denken en leven waardoor men geleerd heeft het fundamentele getuigenis van de belijdenissen der reformatoren te onderscheiden van hun denkvormen die historisch bepaald zijn, dan om het getuigenis der Schrift? In ieder geval mag als overbekend worden verondersteld dat wie denkvormen en inhoud van de belijdenissen uit elkaar wil halen, wel van heel goede huize mag zijn in theologisch opzicht, want voor men het beseft, heeft men met het badwater het kind (het Kind) ook weggegooid.
Vaag en onduidelijk is ook de plaats en functie van de Konkordie zelf. Aan de ene kant wordt gezegd dat de Konkordie niet verstaan wil worden als een nieuwe belijdenis. Zij laat de verbindende kracht van de belijdenissen in de deelnemende kerken bestaan. Er wordt gesproken over de inachtneming van de binding aan de belijdenissen die bij de deelnemende kerken gelden. Aan de andere kant worden uitspraken gedaan waarin gezegd wordt dat de veroordelingen inzake de leer zoals deze in de belijdenisgeschriften zijn uitgesproken, de huidige stand van de leer in de kerken die met de Konkordie instemmen, niet meer raken. De Konkordie, die geen belijdenisgeschrift wil zijn, stelt ondertussen wel bepaalde zaken van belijdenisgeschriften buiten werking. Ze veroordeelt oude veroordelingen, doch komt ondertussen zelf met nieuwe veroordelingen. En de huidige stand van de leer is daarbij norm. Een toch wel hoogst merkwaardige zaak. Vaag en onduidelijk is tenslotte ook de uitspraak dat bij organisatorische consequenties van de Konkordie, geen afbreuk mag worden gedaan aan de vrijheid tot beslissing van minderheidskerken. Wat wordt daar precies mee bedoeld? Kunnen er minderheidskerken zijn die toch organisatorisch meedoen, maar ondertussen geen enkele binding aan de Konkordie hebben? En geeft dat mogelijk ook ruimte voor minderheden in een kerk?

R.H. Kieskamp, Leerdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Beoordelende afweging van de Kokordie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's