Navolging van Christus (1)
Wens en werkelijkheid
'Ik wens te zijn als Jezus, zo ned'rig en zo goed; Zijn woorden waren vriend'lijk. Zijn stem was altijd zoet.' Met die romantische beelden schildert het oude kinderversje het ideaal voor ieder, die de Heere in het geloof wil dienen. Maar al direkt daarna volgt de werkelijkheid, die haaks op deze wens staat: 'Helaas, 'k ben niet als Jezus, dat ziet een elk aan mij'. Daarom eindigt het lied met een gebed: 'O Jezus, wil mij helpen en maken zoals Gij'.
Eigenlijk is in enkele regels van dit oude versje veel van de problematiek rond de navolging van Christus samengevat. Altijd weer blijkt het, dat wens en werkelijkheid niet overeenstemmen. Christus roept ons tot een leven in Zijn dienst. Wie in het geloof leeft, weet van een 'jagen naar de heiligmaking zonder welke niemand de Heere zien zal'. Als de liefde van Christus ons dringt, geeft Zijn roeping ons leven richting. Maar de dagelijkse werkelijkheid stelt ons telkens teleur. We brengen er zo weinig van terecht. De Heere is het waard om door ons gediend te worden, maar wij blijven voortdurend achter bij wat Hij van ons vraagt. De drie doodsvijanden van het geloof, de wereld, de duivel en ons eigen vlees, houden niet op de gelovigen aan te vechten en elke dag vallen we in duizend zonden. De Heidelbergse Catechismus zegt: 'De allerheiligsten hebben, zolang als zij in dit leven zijn, nog maar een klein beginsel van deze nieuwe gehoorzaamheid' (antw. 114). Toch blijft de roeping gelden: 'Weest heilig, want Ik ben heilig'. Waar de Heilige Geest in ons hart werkt, wordt dat merkbaar in een verlangen om naar Gods wil te leven. Daarom spreekt de Catechismus wel van een klein beginsel, maar wordt er direkt aan toegevoegd: 'doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen, niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods beginnen te leven'. Wie zich bezighoudt met de vraag naar de navolging van Christus, komt telkens voor het verschil te staan tussen wens en werkelijkheid. Dat heeft van het eerste begin het denken over dit onderwerp beïnvloed. Door alle eeuwen heen heeft men daarmee geworsteld en er verschillende antwoorden op gezocht, waarbij men soms de werkelijkheid probeerde te ontvluchten, om de wens na te jagen.
De navolging van Christus is één van de centrale begrippen uit de Bijbel, waaraan in de theologie voortdurend aandacht is geschonken. Sommigen hebben er een bijzonder zwaar accent op gelegd, om duidelijk te maken, dat wie zalig wil worden, Christus moet volgen. Daarbij kreeg die noodzaak zoveel nadruk, dat men gevaar liep, tekort te doen aan het enige offer van Christus. De verdienstelijkheid van de navolging, die in de Rooms-katholieke theologie geleerd wordt, is met name door Luther terecht aan de kaak gesteld. Wie meent zelfde zaligheid te kunnen bewerken door het werk van Christus na te doen, is het spoor van Gods Woord bijster. Anderzijds heeft men echter, uit angst voor werkheiligheid en het jagen naar eigen gerechtigheid, de navolging van Christus onderbelicht. Wie alle nadruk legt op de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof in de Heere Jezus Christus, kan het gevaar lopen de heiligmaking te verwaarlozen. De gevolgen daarvan worden zichtbaar in verstarring en dorheid van het geestelijk leven. Kuyper heeft gelijk, als hij zegt: 'het was toch slechts tot schade van het gemeenteleven, als uit weerzin tegen het misbruik, het kostbaar bestanddeel, dat aan het gelovig hart ook in de navolging van Christus geboden is, vergeten werd en teloor ging'.
Imitatie
Navolging is iets menselijks; veel dingen leren wij door anderen te imiteren. Een kind leert de eerste woorden spreken doordat moeder ze voorzegt; we leren schrijven door na te doen wat de onderwijzer voor doet. In onze wereld is het voorbeeld van sommigen normerend voor een grote groep. Op school en in de maatschappij geldt: elke groep heeft een eigen taalgebruik, een bepaalde wijze van kleding etc. Terwijl ieder spreekt over individualiteit, imiteert men elkaar voortdurend, bewust of onbewust. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat aan sommige predikanten merkbaar is, wie vroeger door zijn prediking of ambtelijk werk veel invloed op hen gehad heeft. Ze dragen er nog steeds iets van mee, soms in de manier waarop zij preken, dan weer in de aanpak van hun werk. We vinden dat ook terug in het Oude Testament. Koning David geeft zijn zoon Salomo vlak voor zijn dood instructies om Israël als koning te regeren. Van vrome koningen wordt vermeld: 'Hij deed wat recht was in de ogen des Heeren, gelijk zijn vader David'. Ook profeten dragen soms het stempel van hun meester. Eliza is de leerling van Elia. Hij is hem niet alleen gevolgd, maar heeft hem ook gediend. We lezen immers van Eliza: 'Hij goot water over de handen van Elia'. Na diens wegneming neemt hij de mantel van Elia op en treedt in zijn spoor als een daad-profeet, bij wie Woord en daad nauw samengaan. De woorden van de wijzen in Spreuken en Prediker veronderstellen een leerling, 'mijn zoon', die luistert naar wat zijn leermeester hem te zeggen heeft en deze woorden ter harte neemt, om ze in een leven naar Gods wet in praktijk te brengen. Herhaaldelijk wordt in het Oude Testament ook in negatieve zin over navolging gesproken. Van diverse koningen van Israël lezen we: 'Hij wandelde in de weg van Jerobeam en in zijn zonde, waarmede hij Israël had doen zondigen'. Hier wordt de navolging verbonden met het dienen van de Heere of van de afgoden. Jozua had daar al van gesproken, toen hij Israël in Sichem bijeenbracht en bij zijn afscheid het volk liet kiezen tussen de dienst van de Heere en die van de afgoden. Die oproep wordt met kracht herhaald door de profeet Elia, wanneer hij het volk van Israël op Karmel opnieuw voor de keuze stelt: 'Zo de Heere God is, volgt Hem na en zo het Baäl is, volgt hem na'.
De echte navolging van de Heere is in het Oude Testament altijd een zaak van het hart. Ontrouw aan Zijn dienst wordt dan ook als hoererij gekenschetst. De Heere wil gediend worden met een ongedeeld hart, in alle verbanden van het leven. Juist die persoonlijke liefdeband van het geloof raakte in de loop der tijd al verder op de achtergrond. De navolging kreeg in het latere Jodendom meer het karakter van wets-vroomheid, waarbij de Thora, de wet van God, centraal stond. Om die te kunnen houden' was onderwijs nodig. 'De schare, die de wet niet kende' kon de Heere eigenlijk niet echt navolgen. De kennis van de Thora en de praktische toepassing van Gods wet werden geleerd in de Talmoedscholen, waar rabbijnen hun leerlingen in dagelijkse gesprekken met vraag en antwoord oefenden in de uitleg van het Woord. Daarbij ging het niet om louter theoretische kennis; de praktijk was volop aan de orde. Zoals we van Eliza lazen, dat hij Elia diende, zo dienden de leerlingen van de rabbijnen hun meesters en leerden intussen van hen allerlei praktische consequenties van Gods wet. Door hun rabbi te volgen en dichtbij hem te blijven, zagen ze, hoe hij zijn leer in de praktijk bracht. Paulus, die aan de voeten van Gamaliel zat, is daar een voorbeeld van. Sommigen namen minitieus alles in zich op, wat hun meester deed. De Talmoed geeft daarvan de meest extreme voorbeelden. Het doel van dit alles was, dat de leerling straks zelf bekwaam zou zijn om anderen als rabbi te leren. Dan kon hij zeggen: Ik heb mijn rabbi dit horen zeggen en dat zien doen. Zo ontstond de Halacha, de mondelinge overlevering van de Thora-uitleg, die in de Talmoed en de rabbijnse literatuur behandeld wordt, 'de weg', die gewezen wordt om God te dienen.
Andere navolging
In het rabbijnse Jodendom heeft de navolging echter duidelijk een ander karakter gekregen dan in het Oude Testament. Daar ging het om de keuze van het hart, men werd dringend geroepen de afgoden vaarwel te zeggen en de Heere met alle kracht te dienen. Telkens horen we de profeten klagen, dat het volk de afgoden nawandelt. De Heere roept het met kracht tot bekering: 'dit is de weg, wandelt in dezelve'. Terwijl het volk afdwaalt en in de duisternis wandelt, worstelt God in de prediking van de profeten om het hart van Israël. Die bewogenheid missen we in de rabbijnenscholen. Hoezeer men ook verbonden is aan de wet van God, Zijn dienst is veel minder een hartezaak geworden. De navolging is geformaliseerd tot een wettische godsdienst, waarin de verdienste voorop staat.
Er is nog een onderscheid. Tot nu toe was de navolging een daad, waartoe men geroepen werd. Dat gold zowel voor de algemene oproep tot de dienst van de Heere, die de profeten doorgaven, als voor de bijzondere roeping tot het ambt. Elia wierp Eliza op Gods bevel de profetenmantel om, toen hij hem op de akker achter de ploeg vond en eiste hem daarmee op voor de dienst van de Heere. De leerlingen van de rabbijnen kozen echter zelf hun meester, om door hem bekwaamd te worden. Zij waren 'vrijwilligers', die zich richtten op het overleveren van de traditie en de praktische uitwerking daarvan in hun leven. Een nieuw geluid werd bij hen niet gehoord. Hun werk was erop gericht de zaligheid te verdienen door het nauwgezet houden van de wet. Daarbij bleef men altijd in het onzekere. Een bekende rabbi was op zijn sterfbed nog in twijfel over zijn eeuwige bestemming. Zouden zijn goede werken wel opwegen tegen zijn zonden? Wie het Woord werkelijk ernstig nam, had een moeilijk leven. Hoeveel men ook deed, altijd kwelde de twijfel het hart: zou het wel genoeg zijn? Daarom was het optreden van de Heere Jezus Christus zo radicaal anders. In Zijn prediking stond de traditie niet centraal, maar de nieuwe boodschap van het evangelie, dat met goddelijke kracht en volmacht gebracht werd. 'Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is, maar Ik zeg u.' In diezelfde volmacht riep Hij mensen om Hem na te volgen en beloofde Hij hun het eeuwige leven. Daarmee verschilde navolging waartoe Jezus opriep, duidelijk van wat de leerlingen van de rabbijnen leerden. Ze werd op Hem gericht. Die als de overste Leidsman en Voleinder van het geloof de Zijnen voorgaat en hen leidt naar Gods grote toekomst.
A.W. van der Plas, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's