'Wié Mijn moeder en broeder is'
En de schare zat rondom Hem en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U.Want zo wie de wil van God doet, die is Mijn broeder, en zuster en moeder.Marcus 3 : 32 en 35
De volgende keer dat wij Maria tegenkomen is bij één van Jezus' openbare predikingen. We zien:
1. Jezus temidden van Zijn aards gezin.
Hoe begrijpelijk wat de moeder des Heeren en Zijn broeders doen. Want de Farizeeën hebben besloten Hem te gaan doden en beschuldigingen te gaan zoeken. Ze loeren op Hem. Maria's moederhart geeft haar in om Jezus te vragen om Zich terug te trekken. Zich te beschermen. Maar: Hij doet dat niet. Hij luistert niet naar Zijn moeder, omdat… de wil van Zijn Vader voorgaat. Zijn wil om overal het Koninkrijk Gods te prediken. Die wil is ook Zijn roeping.
En ineens staat Maria daar tussenin. Zou ze Hem van Zijn hemelse roeping afhouden. Dat kan als ouders: in plaats van onze kinderen naar de Heere toe te trekken middellijkerwijs, ze van Hem afhouden. Juist in te zeggen: 'Je moeder, je vader heeft het zo graag'. Laten we als ouders maar telkens bidden: 'Heere, doorgrond mijn wensen; wil ik het omdat wij het graag zo zien, of omdat U het vraagt?'
Dat klemt temeer omdat de weg en wil Gods lijden met zich meebrengt. Zoals het doop formulier bidt: '…en dat zij hun kruis. Hem navolgende, vrolijk dragen mogen'. Aan het eind van de 20e eeuw is dat zeker zo: wat kunnen kinderen, jonge mensen erom uitgelachen worden. We weten toch uit eigen ondervinding hoeveel pijn dat doet…? En dan vragen ze: 'Mogen we mee? Ze gaan allemaal.' En dan 'nee' moeten zeggen. Met pijn in het ouderhart, maar met vrede omdat het Gods weg en wil is. Zijn wil heeft voorrang.
Jezus laat Zich door niemand van de wil Zijns Vaders afhouden. Niet door de duivel, niet door Petrus, niet door Zijn moeder. Hij doet de wil Zijns Vaders. Hoeveel er ook aan Hem trekt. Wat een schril contrast met ons: hoe weinig hoeft er maar aan ons te trekken en we buigen af van Gods weg en wil. Is dat onze smart? Zagen we daarin hoezeer we innerlijk geneigd zijn tot afkeer van God? En juist tegen degenen aan wie je door natuurlijke liefde verbonden bent, is het zo moeilijk om 'nee' te zeggen: je verkering, je man, je vrouw, je kinderen. En toch: Jezus zegt het: 'Wie hen liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig'.
Dan blijft er één vraag over: Wie kan dan zalig worden? Hoe kan ik ooit in Gods wegen wandelen? Ook uw, jouw vraag? Toch kan dat, want we zien:
2. Jezus temidden van Zijn hemelse gezin. Hij spreekt van andere banden, niet van vlees en bloed, maar geestelijke banden. Hij spreekt van een geestelijk huisgezin, waarvan Hij Zelfde oudste Broeder is. Een huisgezin, door Hem gekocht met Zijn bloed. Door Hem wedergeboren door Zijn Geest. Door Hem beweldadigd met een hemelse erfenis. Door Hem straks thuisgebracht in het Vaderhuis.
Wie behoren tot dat huisgezin?
Alleen en al degenen 'die de wil van God doen'. Dus niet allen die 'Heere, Heere' zeggen, niet allen die in Zijn Naam profeteren of krachten doen, niet allen die in het ambt staan, niet allen die gedoopt zijn, niet alle doopouders. Met al die gaven kunnen we toch nog verloren gaan. Kunt u het zich voorstellen, persoonlijk?
Wie de wil van God doet, die is van Jezus' huisgezin. Dat leert ook de Heilige Doop. Dat er geen rechte lijn loopt van ons naar de hemel. Integendeel: wij doen de wil des vleses en der gedachten. We trekken ons terug in ons bastion waar de Heere af moet blijven. Tenzij wij van nieuws geboren worden kunnen wij het rijk Gods niet ingaan. De weg naar de hemel is de weg van de strijd met eigen ik, van de kruisiging van eigen vlees, van de doding van de oude mens. Wandelen wij die weg?
Maar: de Heilige Doop verzegelt ook dat de Heüige Geest door Jezus Christus is verworven. Doordat Hij de wil van God gedaan heeft, zelfs in Gethsemané bad Hij nog: 'Uw wil geschiede'. Omdat Hij Gods wil volbracht heeft, heeft Hij de Geest ontvangen. De Heilige Geest, Die de familietrek van dit huisgezin deelachtig maakt. En deze Geest is ons in de Heilige Doop toegezegd. Met volledige vergunning om Hem af te smeken, om tot Hem te vluchten. Op Christus' kosten. En Hij maakt aan Jezus' beeld gelijkvormig. Opgenomen in het geestelijk huisgezin waarvan God de Vader is en Jezus de oudste Broeder. Dan is het doen van de wil van God de lust in ons leven. Niet als een computer die een programma uitvoert, maar van harte. Biddend: 'Heere, leer Mij Uw wil steeds weer'. Lezend en overdenkend het Woord van God. Verlangend steeds meer en dieper Zijn wil te verstaan en te volbrengen.
Hoe erg dit heil van de Doop te versmaden! Hoe heerlijk het te leren omhelzen! Dat kan ook scheiding geven. Verdeeldheid in huwelijken, in gezinnen, families. 'Iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn'. Maar: het geeft ook nieuwe banden. Hecht en geestelijk. Eén van hart en zin. Straks, in Handelingen 1 zullen ook Jezus' moeder en Zijn broeders erbij horen. En in het Vaderhuis zal het allemaal volkomen zijn.
D. Breure, Wilnis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's