De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tot hoever moeten we gaan?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot hoever moeten we gaan?

Knelpunten rondom het levenseinde

8 minuten leestijd

Regelmatig worden predikanten geconfronteerd met vragen van verontruste gemeenteleden over het medisch beleid van ziekenhuizen of verpleeghuizen. Veelal is het vertrouwen in de artsen verdwenen en heeft het plaats gemaakt voor wantrouwen. Want, willen ze euthanasie toepassen? Willen ze stoppen met het geven van sondevoeding? Willen ze…? Allemaal twijfels. Daar het gesprek met de artsen soms geen helderheid verschaft, zoekt de familie steun bij de kerkeraad.
Wat nu te doen?

Het probleem
In verpleeghuizen en ziekenhuizen zien we veel leed. Het leven brokkelt af door ernstige ziekten, het verzwakt door veroudering en ontluistert door dementering. Soms is het niet meer mogelijk om nog kontakt met de patiënt te krijgen. Coma, dementie of een ernstige beroerte zijn daar de oorzaken van.
En juist bij deze groep van patiënten ontstaan de problemen. Want wat moeten we doen als die (jonge) comateuze mevrouw een longontsteking krijgt? En wat moet er gebeuren als die demente meneer niet meer wil eten? Of, wat moet er gedaan worden met die mevrouw van 86 jaar die aan darmkanker blijkt te lijden?
Kortom: tot hoever moeten we gaan met behandelen van problemen bij die patiënten-groep die al ernstig hulpbehoevend is? Anders gezegd: is het nog wel zinvol om die mensen een adequate therapie te geven? Is het wel de moeite waard?

Onjuiste probleemstelling?
Nu kunt u mij direct tegenwerpen dat we deze vragen niet mogen stellen. Het is immers niet geoorloofd om te oordelen over de zin van het leven van een ernstige demente meneer of comateuze mevrouw.
Toch is deze tegenwerping niet juist. En wel om de volgende redenen.
In de eerste plaats doe ik geen uitspraak over de zin van het leven, maar over het wel of niet zinvol-zijn van de behandeling. Is deze behandeling zinvol voor die patiënt?
In de tweede plaats zullen we, in de dagelijkse praktijk, bovengenoemde vragen wel moeten beantwoorden. We moeten wel keuzes maken! Het is inherent aan het medische beroep om een beleid uit te zetten. Ook bij die ernstige demente bejaarde of bij die verlamde mevrouw!
Deze beslissingen zullen dus genomen moeten worden, ongeacht welke ethische uitgangspunten de medicus hanteert. Er moet gekozen worden.
Het zal – naar ik hoop – duidelijk zijn dat de keus 'altijd behandelen, ongeacht de conditie van de patiënt' niet te verdedigen is. We mogen immers, zoals prof. Douma ergens schrijft, onze medische handen terugtrekken om de patiënt in alle rust te laten overlijden.
Kortom: de vraag blijft dus bestaan: tot hoever moeten en mogen we gaan? Wanneer moeten we stoppen met behandelen?

Grensgebied
U begrijpt dat we de grenzen naderen van het verantwoord c.q. onverantwoord medisch handelen. Nu is het altijd moeilijk om grensgebieden precies aan te geven. De grenzen zijn soms vaag. Het wordt nog moeilijker wanneer we concrete voorbeelden gaan noemen. De praktijk heeft me geleerd dat mensen met eenzelfde levensovertuiging in dit grensgebied toch verschillende kanten opgingen. Zo besliste de ene (christen)arts dat de behandeling niet zou plaatsvinden, terwijl de andere (chisten)arts het tegendeel beweerde. Wie heeft er dan, moreel gezien gelijk? Of hebben beide gelijk?
Ondanks deze vaagheid van het grensgebied is het echter wel mogelijk om enkele kenmerken van deze grens aan te geven. Of anders geformuleerd: we willen enkele criteria geven, waaraan een behandeling moet voldoen om in ethisch opzicht een juiste handeling te zijn.

Eerbied voor het leven
Het antwoord op de vraag of de longontsteking bij die comateuze patiënt behandeld moet worden, zullen we – met eerbied gesproken – niet in de Schrift kunnen vinden. De Bijbel zwijgt over de konkrete gevallen waar we in de dagelijkse praktijk mee in aanraking komen. Toch is een handeling pas moreel juist wanneer ze in overeenstemming is met de geboden van God. Gods wil is immers norm voor het goede! Dit betekent dat we enkele bijbelse notities zullen moeten konkretiseren.
Een zeer essentiële notitie vanuit de Schrift is: eerbied voor het leven.
Dit uitgangspunt zal ik niet verder bewijzen. De Bijbel staat er vol van. Denk aan het gebod om niet te doden.
Dit betekent echter niet dat we het leven ten koste van alles in stand moeten houden. Er zijn grenzen! De Bijbel heeft het leven van een mens wel zeer hoog staan, maar het is niet het allerhoogste! (Dr. Hoek maakt in zijn boekje 'Leven en dood in Hoger hand' het duidelijke onderscheid tussen eerbied en absolute eerbied voor het leven).
Wanneer we dit vertalen naar de dagelijkse medische praktijk dan betekent dit dat we het leven niet ten koste van alles mogen rekken door alsmaar te blijven behandelen. Want ook hier zijn er grenzen.

Het leven beogen
'Eerbied voor het leven is echter een zeer algemeen gebod. Want betekent dit, als we die darmafsluiting van meneer X niet gaan behandelen, we geen eerbied voor zijn leven hebben?
Om deze vraag beter te kunnen beantwoorden moeten we ons uitgangspunt 'eerbied voor het leven' nader specificeren.
'Eerbied voor het leven' betekent dat de geneeskunde dienstbaar moet zijn aan het leven (en aan het welzijn) van de patiënt. De arts moet altijd het goede (in de zin van het bijbelse goede) voorhebben met zijn patiënt. Ook voor die patiënten die verkeren in een staat van ernstige ontluistering en verzwakking. Christus is immers Zelf dienstbaar geweest aan de verlamde en hulpbehoevende.
We kunnen het ook op een andere manier – meer juridisch – verwoorden: eerbied voor het leven betekent dat we met al onze handelingen het leven (en welzijn) van de patiënt moeten beogen. Zodra we dat niet meer doen, doen we aan dit principe tekort, en zijn we moreel onjuist bezig.
Ik zal dit illustreren aan de hand van een 2 voorbeelden.
a. Mevrouw Pietersen leed aan een ernstige bloedziekte. De frequentie waarin ze bloedtransfusies kreeg nam toe. Deze therapie werd na verloop van tijd dermate belastend dat de arts besloot (in overleg met mevrouw zelf) hiermee te stoppen. De nadelen van de therapie gingen zwaarden wegen dan de voordelen. Mevrouw kon de therapie niet meer aan. Enkele dagen na dit besluit kwam mevrouw te overlijden.
b. Meneer Janssen, ernstig dement, kreeg van zijn arts geen antibiotica kuur in verband met zijn luchtweginfectie. De arts vond dit niet zinvol, daar meneer er toch niets van begreep. Twee weken later overleed meneer.
Samenvattend: de arts bij mevrouw Pietersen beoogde het lijden te verlichten door af te zien van een therapie, waarvan de nadelen zwaarder gingen wegen dan de voordelen. Ook al overleed mevrouw Pietersen, wat te verwachten was, toch was dat niet het oogmerk van deze behandeling.
Bij meneer Janssen lag dat anders. Hier liet de arts, toen meneer die infectie kreeg, een behandeling na omdat hij, in zekere zin, de dood beoogde.
Uit deze, wat versimpelde voorbeelden (waarin beide patiënten kwamen te overlijden als gevolg van de behandeling), blijkt dat we vraagtekens mogen zetten achter de morele integriteit van de arts van meneer Janssen. Zijn oogmerk was duidelijk anders dan van de arts van mevrouw Pietersen.
Nogmaals: we begeven ons op het grensgebied van de geneeskunde, en derhalve blijft voorzichtigheid geboden.

Wat is leven en welzijn?
Het bijbelse uitgangspunt is: eerbied voor het leven. Maar wat is leven? Wat is welzijn? Noemen we dat vegatatieve bestaan van die comateuze mevrouw ook nog leven? Hoe kunnen we bij zo'n mevrouw haar welzijn beogen?
In alle bescheidenheid moeten we zeggen dat ook dat leven menselijk leven is! Ondanks al die gebreken, ondanks de afwezigheid van communicatie, ligt daar een mens – ernstig geschonden – als beelddrager van God.
Ik ga hier voorbij aan de (zinvolle!) medische criteria van het leven. Ik wil alleen opmerken dat geschonden en ontluisterd leven nog steeds menselijk leven is. En dat het daarom ook beschermwaardig is!

Mensbeeld
We noemden reeds de mens, met al zijn gebreken, beelddrager van God. Derhalve zullen we ons, als artsen, telkens moeten blijven realiseren dat we patiënten (en niet alleen ziekten) behandelen. We behandelen geen pneumonie, maar een mens die een longontsteking heeft. We behandelen geen bulbair-syndroom, maar een mevrouw die niet meer kan slikken. En dat is zeer essentieel.
Dit betekent dat we de ziekte altijd in het licht moeten zien van de patiënt zelf. En dan kan het soms zo zijn dat een ziekte – an sich – nog te behandelen is, maar dat de patiënt er slechter van wordt (omdat het bijvoorbeeld een zeer zware operatie is, of omdat de medicijnen zware bijwerkingen hebben). En in die gevallen is het beter om niet te behandelen! Wanneer we in zo'n situatie zouden doorgaan met zware ingrepen of agressieve therapieën zijn we moreel onjuist bezig. We hebben dan geen eerbied voor het leven van de patiënt in zijn totaliteit!
In de ethische literatuur wordt dit het proportionaliteitsprincipe genoemd. Dat wil zeggen dat de nadelen en bijwerkingen van een behandeling in verhouding moet staan met de voordelen van de behandelingen.
Wanneer dat niet het geval is noemen we zo'n therapie dysproportioneel.
In concreto: het reanimeren van een comapatiënt is dysproportioneel.
We moeten toegeven dat dit niet direct een bijbels principe is (eerder een intuïtief principe), maar dat ze indirect wel is af te leiden uit de bijbelse mensvisie en de eerbied voor het leven!
Ik hoop dat we, ondanks alle zorgen om de ontwikkelingen in de medische wetenschap, niet te snel zullen zijn in onze veroordeling van artsen en behandelingen in ziekenhuizen en verpleeghuizen. Want het is soms beter om niet te behandelen, dan om ten koste van alles het leven in stand te houden. Het eerste is soms meer in overeenstemming met het bijbelse principe, dan het tweede.

A.A. Teeuw, Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tot hoever moeten we gaan?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's