De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tegenstrijdigheden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tegenstrijdigheden

De Leuenberger Konkordie (3)

8 minuten leestijd

Naast vaagheid en onduidelijkheid bevat de Konkordie ook tegenstrijdigheden, dat wil zeggen, uitspraken die strijden met het gereformeerde belijden van onze Drie Formulieren van Enigheid.
In sommige gevallen is vaagheid en onduidelijkheid in de bewoordingen daar (mede) de oorzaak van. In andere gevallen wordt het ronduit gezegd.
En dan gaat het hierbij om de drie grote verschilpunten die er sinds de reformatietijd altijd hebben bestaan tussen luthersen en gereformeerden nl. de leer van het Heilig Avondmaal, de leer van (de naturen van) Christus en de leer van verkiezing en verwerping.

Tegenstrijdigheden betreffende de leer van het Heilig Avondmaal
Ten aanzien van de leer van het Heilig Avondmaal liggen er de volgende problemen. Het grote verschil ten tijde van de reformatie was de wijze van aanwezigheid van Christus in het Avondmaal. Grof gezegd ging het er om dat Luther bleef vasthouden aan een bepaalde lichamelijke aanwezigheid van Christus, terwijl Calvijn het hield op enkel aanwezigheid door de Heilige Geest. Echter, al is in de Konkordie de tendens van de woordkeus duidelijk in de richting van Calvijn omgebogen, toch wordt helaas nergens met zoveel woorden elke lichamelijke aanwezigheid van Christus in het Heilig Avondmaal afgewezen.
Eén keer wordt weliswaar gesproken over de aanwezigheid van Christus door de Heilige Geest. Doch dat gebeurt niet in het gedeelte dat over het Avondmaal zelf gaat, maar in het stuk dat handelt over verkondiging, Doop en Avondmaal tezamen. In het stuk over het Avondmaal zelf wordt gezegd dat de opgestane Jezus Christus Zich in het Avondmaal schenkt in Zijn voor allen overgegeven lichaam en bloed door het woord van Zijn belofte met brood en wijn. Nog afgezien van de kwestie of in de uitdrukking 'voor allen' niet een ongeoorloofde universalistische tendens zit, blijft de vraag open waarom hier niet uitdrukkelijk gesproken wordt over de aanwezigheid van Christus door de Heilige Geest? En waarom wordt de wel zeer lutherse uitdrukking 'met brood en wijn' gebezigd?
Verder wordt ten aanzien van het Heilig Avondmaal gezegd dat Jezus Zichzelf daarin zonder reserve geeft aan allen die brood en wijn ontvangen. Weliswaar wordt dan voorts gesteld dat het geloof het Avondmaal ten heil ontvangt, het ongeloof ten gerichte. Doch open blijft de vraag of hier niet afgestapt is van de gereformeerde opvatting dat de ongelovige niets ontvangt dan enkel het teken, terwijl de betekenende zaak (n.l. Christus Zelf) hem onthouden wordt en hij zo zichzelf een oordeel eet en drinkt. En dat temeer, omdat naar de lutherse opvatting de ongelovige het lichaam en bloed van Christus wel degelijk ontvangt, al is het tot zijn oordeel.
Samenvattend moeten we stellen dat de Konkordie op zijn minst de verdenking op zich laadt de tegenstrijdigheden ten aanzien van het belijden rond het Heilig Avondmaal niet echt uit de weg te hebben geruimd.

Tegenstrijdigheden betreffende de leer over Christus
Ten aanzien van de leer van (de naturen van) Christus moet allereerst opgemerkt worden dat Luther leerde, dat de eigenschappen van de Goddelijke natuur van Christus ook meegedeeld werden aan zijn menselijke natuur. Hiermee zou de menselijke natuur van Christus ook almachtig, alomtegenwoordig enz. zijn. Er treedt een zekere vergoddelijking van de menselijke natuur op.
Calvijn en in navolging van Hem de gereformeerden, spraken enkel van mededeling van eigenschappen der naturen aan de Persoon van Christus, niet aan de onderlinge naturen zelf.
In de Konkordie wordt heel deze kwestie echter niet aan de orde gesteld. Enkel wordt gezegd dat in Jezus Christus, waarachtig mens, de eeuwige Zoon en daarmee God Zelf, Zich tot heil in de verloren mensheid begeven heeft. En dit is op zich een goede formulering, doch is hiermee niet teveel opengelaten voor mogelijke toekomstige gesprekken? Je kunt toch geen volgende stap doen wanneer de voorgaande nog niet geheel gerealiseerd is?
De Konkordie suggereert m elk geval dat de lutherse leer van de lichamelijke alomtegenwoordigheid van Christus rechtovereind is blijven staan. Bovendien wordt er over het God-zijn van Jezus wel erg dun gesproken, temeer als we bedenken dat de Konkordie in haar inleiding spreekt over 'de god-menselijkheid van Jezus'. Waarom niet duidelijk gesteld dat de eeuwige Zoon van God, God de Zoon Zelf is, Die mens is geworden? Ook hier laadt de Konkordie dus op zijn minst de verdenking op zich dat tegenstrijdigheden in het belijden zijn blijven bestaan.

Tegenstrijdigheden betreffende de leer van de verwerping
Ten aanzien van de leer van de verkiezing en verwerping ten slotte, komen de tegenstrijdigheden wel het sterkst tot uitdrukking. De verwerping van eeuwigheid, zowel door onze Nederlandse Geloofs Belijdenis als door de Dordtse Leerregels duidelijk geleerd, wordt al helemaal verworpen. Letterlijk wordt gezegd: het getuigenis der Schrift aangaande Christus maakt het ons onmogelijk een eeuwig raadsbesluit Gods tot uiteindelijke verwerping van bepaalde personen van een volk te aanvaarden.
Dat is nogal wat. Hier wordt dus beroep gedaan op de Schrift tegen de belijdenis in. Op zich is dat mogelijk, want de Schrift heeft het laatste woord en het blijft denkbaar dat een belijdenis in strijd met de Schrift zou zijn. Doch dan mag wel verwacht worden dat dat Schriftberoep met bijbelplaatsen onderbouwd wordt. Echter, daar lezen we niets over in de Konkordie. Niets over b.v. Spreuken 16 : 4, Mattheüs 13 : 11, Romeinen 9 : 11, 16, 18, 21 en 22, 1 Thessalonicenzen 5 : 9, 1 Petrus 2 : 8, Judas 4, Openbaring 17 : 8. Niets ook over b.v. de verkiezing van Israël in het Oude Testament, terwijl de volken het heil moesten missen.
Bovendien, wanneer de Konkordie, hoewel geen bijbelplaatsen genoemd worden, zich toch onder beroep op de Schrift tegen een duidelijk gegeven van onze belijdenisgeschriften opstelt, wil deze Konkordie dan eigenlijk niet verstaan worden als een gravamen? En moet het dan ook niet de weg gaan van een gravamen, zoals door onze kerkorde aangegeven?
Met dit alles zal ook samenhangen dat de Konkordie zegt dat het geloof weliswaar de ervaring opdoet dat de heilsboodschap niet door allen wordt aanvaard, maar dat het daarin echter het geheimenis van handelen Gods herkent. Geen schriftplaatsen dus, maar beroep op ervaring.
Bovendien wordt gezegd dat het getuigenis der Schrift aangaande Christus het onmogelijk maakt de leer der verwerping te aanvaarden. Wat wordt precies bedoeld met 'het getuigenis der Schrift aangaande Christus'? Wordt dat mogelijk zo universeel opgevat dat we bij al(gemene) verzoening uitkomen? Ligt zo de uiteindelijke beslissing van het al of niet zaligworden dan toch in mensenhanden, waardoor God van mensen afhankelijk wordt gemaakt? En dat temeer omdat de Konkordie spreekt over de ernst van de menselijke beslissingen, alsook over de realiteit van de ernst van de universele heilswil van God.
Weliswaar is het zo dat de Schrift centraal over Christus getuigt, doch dat schriftgetuigenis is ook breder. Rond het Christusgetuigenis cirkelen ook een heleboel andere Goddelijke waarheden. Hoe belangrijk Christus moge zijn, Christus-monisme doet geen recht aan de Schrift en kan zeker geen reden zijn om de leer der verwerping af te wijzen.
Overigens kan de vraag gesteld worden of er niet andere, buitenbijbelse vooronderstelling meespelen wanneer de leer der verwerping wordt afgewezen. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de leer der verwerping het onmogelijk maakt de geschiedenis der mensen te zien als één grote ontwikkeling naar een grandioze synthese.
Of moeten we één en ander meer zoeken in het begrip eeuwigheid, dat in wezen ons denkvermogen te boven gaat. Geeft helderheid over het begrip eeuwigheid soms ook (meer) eenduidigheid over de leer der verwerping van eeuwigheid?
Bij dit alles is het zeer de vraag of de verkiezing wel ooit echt beleden kan worden zonder de verwerping als tegenhanger ervan. Verkiezing wil toch zeggen dat God onderscheid maakt waar geen onderscheid is? Uiteraard gaat het hier om zeer diepe en gevoelige zaken, waar heel teer en in voorzichtigheid van de vreze des Heeren mee omgegaan moet worden. Doch het gaat niet aan om één waarheid van de Schrift, welke dan ook, te verwijderen. Dat er in de loop der kerkgeschiedenis ongelukken mee gebeurd zijn zal waar wezen, maar dat is niet te wijten aan de leer zelf, maar aan hen die er mee omgingen. Mensen als Augustinus en Calvijn hebben toch ook niet zomaar deze leer in de Schrift gelezen. En Barth roept in zijn benadering van de kwestie toch eerder meer problemen op dan dat hij ze oplost, wanneer hij de verkiezing en de verwerping eigenlijk laat opgaan in Christus als de Verkorene en Verworpene. Overigens zijn er ook met andere bijbelse leerstukken ongelukken gebeurd omdat mensen er onbijbels mee omgingen. Bovendien, wie menen zou dat de bijbelgegevens die de leer van de verwerping kunnen onderbouwen heel schaars zijn, mag wel bedenken dat het gebeuren kan dat zeer bijbelse zaken soms zozeer in de gehele structuur van de Schrift hecht verankerd kunnen zijn, dat onderbouwing met bepaalde concrete bijbelteksten niet zo centraal hoeft te staan.
Natuurlijk, bij de leer van de verwerping ligt niet de spits. De spits ligt duidelijk bij de leer van de verkiezing. Het gaat om het zuiver houden van de leer der verkiezing. Doch om die zuiver te houden kan de leer der verwerping niet gemist worden.

R.H. Kieskamp, Leerdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tegenstrijdigheden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's