Navolging van Christus (2)
Het woord navolgen heeft een opvallende plaats in de evangeliën. Telkens lezen we, dat grote scharen Christus navolgden. De mensen uit de steden en dorpen van Galilea en Judea trokken Hem overal na en gunden Hem soms niet eens tijd om te eten. Voortdurend achtervolgden ze Hem met hun zieken en zochten ze Hem om Zijn tekenen te zien. Toen Hij de schare door een wonder voedde met brood en vis, waren de mensen bereid Hem tot koning te maken. Ze wilden Hem volgen en hun enthousiasme kende geen grenzen. Maar Jezus wist wat er in de mensen leefde en ontweek hen. Hij doorzag de emotie die zich van hen meester had gemaakt en wist, dat die al spoedig zou omslaan in bittere spot en verwerping. Het volgen van de schare was niet meer dan een achternalopen. Zodra zich een ander meldde, die meer beloofde en hen meer aansprak, zouden de mensen Christus verlaten om achter hem aan te gaan.
In onze dagen van hernieuwd religieus besef lijkt zich hetzelfde verschijnsel voor te doen. Er is belangstelling voor alles wat met godsdienst te maken heeft. In sommige landen van Oost-Europa weten rondtrekkende evangelisten grote massa's mensen samen te brengen, van wie velen als in een impuls voor Jezus kiezen. In de praktijk blijkt een groot deel van hen later toch weer af te haken. Ze waren even bewogen, maar het Woord werkte niet echt bij hen door. Christus trok hen voor een tijd aan, maar hun hart werd niet aan Hem verbonden. Daarom kwam het in hun leven nooit tot een echte overgave aan de Heere, waarin ze Hem leerden kennen als de Zaligmaker, Die Zich Borg stelde voor hun schuld en in Wiens bloed zij verzoening voor hun zonden vonden. Na een korte periode van sterke emotie is Christus dan weer snel vergeten. Er is immers zoveel, wat onze aandacht trekt. De mensen slaan andere wegen in, maar laten Christus' weg voor wat die is.
Vrijwilligers
Anderen zijn krachtiger geraakt. Er is zelfs sprake van een zeker enthousiasme, wanneer iemand tot Jezus komt en zegt: 'Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat'. Maar Christus wijst hem op de consequenties van de navolging: 'De vossen hebben holen, de vogels des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd neerlegge'. Het is alsof de Heiland zeggen wil: bezint eer ge begint. Mij navolgen vraagt offers, het eist je helemaal op. Christus dempt het enthousiamse van de aanstaande volgeling, want het is niet genoeg om Hem in een opwelling te volgen. Daarvoor zijn de gevolgen te groot. Alleen wie van harte achter Hem aan komt, zal op de weg achter Christus volharden. Daarom neemt Hij ook geen genoegen met een halve toezegging van iemand die eerst zijn dode wil begraven of afscheid wil nemen van zijn familie. Wie zijn hand aan de ploeg slaat en ziet naar wat achter is, is niet bekwaam tot het Koninkrijk Gods. J.H. Bavinck schrijft: 'Deze man kan een vroom mens wezen, maar de gedachte, dat hij discipel zou kunnen zijn, moet hij maar liever uit zijn hoofd zetten. Daartoe heeft God hem klaarblijkelijk niet geroepen en dan is het maar beter, dat hij daar ook afblijft.'
Alles wijst erop, dat deze mensen, die zichzelf aanboden om Jezus te volgen, geen besef hadden van wat dit werkelijk inhield. Ze dachten in de lijn van de leerlingen, die zich een rabbi zochten om van hem alle dingen te leren. Maar het gaat in Gods Koninkrijk juist andersom. Wij bieden ons niet aan om Jezus te volgen; Hij roept ons daartoe. Dat blijkt het duidelijkst uit de roeping van de discipelen bij het Meer van Galilea, een gedeelte, dat wel is genoemd: 'een klassiek voorbeeld van wat de roeping tot het discipelschap betekent'. Alles gaat van Christus uit. Hij is de Meester, Die Zijn dienstknechten roept; de Koning, Die Zijn soldaten in dienst stelt. Zijn Woord is radicaal, het breekt door alle dagelijkse dingen heen en doorbreekt ook de grenzen, die mensen trekken. Het roept vissers weg van hun netten, maar ook een tollenaar uit zijn tolhuis. Zijn roeping is genade. Hij ziet de Zijnen, kent hen en kiest hen uit. Zo voltrekt zich Gods welbehagen; de geheimen van het Koninkrijk blijven voor de wijzen en verstandigen verborgen, maar worden aan de kinderkens geopenbaard. Niet degenen, die meenden ervoor in aanmerking te komen of zich ervoor aanmeldden, worden geroepen, maar mensen die er van zichzelf totaal buiten vielen en als een kind alles moesten ontvangen.
Men moet ook wel als een kind zijn, getroffen door de volmacht van het Woord van Christus, om alles op te geven en Hem na te volgen. Dat kan alleen, wanneer wij Christus liefkregen en al ons vertrouwen op Hem leerden stellen. Wie met zijn verstand te rade gaat, zal die keus nooit maken. We leren het door de kracht van de Heilige Geest, waarmee het Woord van Christus ons hart raakt. Hij wekt een kinderlijk vertrouwen in ons hart, zodat wij ons aan Zijn Woord gaan overgeven en Christus volgen zonder vragen. Dat laatste is opvallend. Allen, die Christus roept, volgen Hem zonder met allerlei voor de hand liggende vragen of tegenwerpingen te komen. Hij roept en zij gehoorzamen. 'Doch zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen' (Dordtse Leerr.). Gods belofte wordt vervuld: 'Uw volk zal zeer gewillig zijn ten dage van Uw heerkracht'. Waar het Woord van de Koning is, daar is heerschappij. Het doorbreekt allerlei mensengedachten en laat de hoofdzaak het zwaarste wegen: De Meester roept. In Hem ligt de grond voor de navolging. Dat maakt Zijn roeping ook tot een genadige verkiezing. Zijn discipelen worden onderscheiden van de schare, ze worden geheiligd, apart gezet voor Zijn dienst.
Offers
De navolging van Christus vraagt offers. Wie geroepen wordt, moet alles opgeven. Dat is geen voorwaarde vooraf, als zou de Heiland zeggen: Indien u bereid bent alles op te geven, zal Ik u roepen. Zo zou de navolging een verdienste worden. De discipelen laten alles achter als gevolg van Zijn roeping, het één komt uit het ander voort. Nergens anders dan bij Christus is een beter leven te vinden. Hem navolgen eist zelfverloochening. Maar wie de stem van Christus heeft vernomen, kán niet anders meer en wil ook niet anders. Petrus antwoordt op de vraag van de Heere Jezus, of de discipelen ook niet willen weggaan: 'Heere tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' Met die belijdenis zijn de de discipelen achter Christus aan gekomen en hebben ze zich helemaal aan Hem overgegeven. Alle aardse zekerheden werden opgeofferd, omdat ze in Christus een veel groter houvast hadden gevonden. Zoals de koopman van schone parels al zijn bezit verkocht om de parel van grote waarde te verkrijgen, zo volgt het geloof Christus na, wat het ook mag kosten. Hij is immers alles voor ieder, die Hem liefheeft.
Zijn discipelen blijven dan ook aan Christus gebonden. In de school van de rabbijnen werden leerlingen tenslotte zelf ook leermeester. Maar wie Christus volgt, blijft altijd discipel. Daarom hebben de apostelen anderen, die door hun prediking tot geloof kwamen, niet tot hun discipelen gemaakt, maar hen heen gewezen naar hun Zaligmaker, de Heere Jezus Christus, aan Wie ze ook zelf toebehoorden. Ze waren in alle opzichten voorgangers van de gemeente. Aan hen werd zichtbaar, wat een volgeling van Christus op Zijn weg verwachten kan. De dienstknecht is niet meer dan zijn Meester. Wie Hem volgt, moet het kruis dagelijks opnemen. Hij gaat de Zijnen voor op de weg van het lijden. De wereld heeft Hem gehaat, ze zal ook Zijn discipelen haten. Maar in dat alles zal Hij hen bewaren. Al moeten de Zijnen in deze wereld verdrukkingen lijden, ze behoeven niet te vrezen. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde en Hij heeft de wereld overwonnen. Dat maakt de navolging van Christus ook tot een zegen.
Levend van die zegen, kan de apostel Paulus schrijven: Weest mijn navolgers. Hij is Christus nagevolgd en roept anderen op, datzelfde spoor te gaan. Wie meent, dat Paulus zichzelf tot norm stelt voor anderen en een voorbeeld wil zijn ter navolging, vergist zich. Het gaat niet om de apostel, maar om Zijn Heere. Hij verkondigt niet zichzelf, maar Christus, om Wiens wil hij een dienaar is. Christus is de Levensvorst, die zondaren opwekt tot dit nieuwe leven. Hij roept hen en maakt hen levend door Zijn Woord en Geest. Daarom is Hij geen voorbeeld, dat wij volgen in eigen kracht, maar Degene, Die ons leert om Hem na te volgen en daartoe de kracht en leiding geeft, geen object, maar subject. Hij is in alles de Eerste, de Eerstgeborene onder vele broeders, naar Wiens evenbeeld de gelovigen vernieuwd worden door de Heilige Geest.
Navolging is dus geen grond voor de vergeving der zonden, geen methode om tot het heil te komen en te delen in de genade. De echte navolging is het leven van de dankbaarheid, waarin wij de Heere danken voor de verkregen verlossing. Ze leidt niet tot de verzoening van de schuld, maar vindt daarin juist de bron voor de navolging. 'Gij waart als dwalende schapen, maar gij zijt nu bekeerd tot de Herder en Opziener uwer zielen', schrijft de apostel Petrus. 'Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.' In dat kader kan de apostel de gemeente de weg van de navolging wijzen: 'Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen.' Wie op dat spoor gaat, weet, dat het volgen van de voetstappen van Jezus 'niet een wandelen is op een weg, die tenslotte leidt tot de gemeenschap met Christus, maar een gaan op een pad, dat vanuit deze gemeenschap voor ons open ligt.'
A.W. van der Plas, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's