De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vasten en bidden (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vasten en bidden (1)

4 minuten leestijd

Inleiding
Groenman heeft in zijn proefschrift over het vasten in het Oude Testament de stelling verdedigd dat vasten in het Oude en volgens hem ook in het Nieuwe Testament dient als een onderstreping van het gebed. Het gebed wordt versterkt door de praktijk van het vasten. Het vasten heeft in zichzelf geen waarde, maar in verhouding tot het gebed.
Nu de lijdenstijd weer ingaat, willen we aandacht schenken aan dit verband tussen vasten en bidden, natuurlijk niet alleen omdat het zo'n interessant terrein van onderzoek is, maar ook vanwege de brandende vraag wat er van dit tweetal, vasten en gebed, in de kerkelijke praktijk is overgebleven.

Bijbelse gegevens
Oudtestamentische teksten
In Richteren 20 : 26 wordt er een vasten van een volle dag vermeld als onderstreping van het zoeken van de wil van God door offers en gebed, of Israël tegen Benjamin ten strijde trekken zal. Evenals in 2 Sam. 1 : 12 waar het om een vasten van rouw gaat over het sterven van Saul en Jonathan, is in dit vasten een diepe verootmoediging en een oprecht verdriet aanwezig, omdat Israël en Benjamin kennelijk tot geen vergelijk kunnen komen dan via oorlog. Het vasten is een onderstreping van gebed en tegelijk een uiting van verootmoediging en droefheid. Die drie kunnen kennelijk niet van elkaar gescheiden worden, zoals blijkt uit teksten als 2 Sam. 12 : 16, 1 Kon. 21 : 27, Neh. 1 : 4 en vele andere. Uit de Oudtestamentische gegevens leren wij dat vasten, verootmoediging en gebed (soms met offers gepaard, soms niet) op één lijn staan.

Nieuwtestamentische teksten
In het Nieuwe Testament is het allereerst Jezus Die vast in Mat. 4 : 2. Het is duidelijk een voorbereiding voor de strijd met de duivel gedurende de verzoekingen in de woestijn, zoals Hij ook in het overigens wat de tekstoverlevering betreft omstreden woord Mat. 17 : 21 zegt: Dit geslacht (de duivel, vs. 18) vaart niet uit dan door bidden en vasten. In de parallelle tekst in Markus 9 : 29 wordt het vasten in de belangrijkste handschriften zelfs weggelaten. Opvallend is dat Jezus in Mat. 6 : 16 alle uiterlijk vertoon bij het vasten, zoals ook bij het gebed, afwijst. Het is immers de bedoeling dat de Vader Die in het verborgene is en ziet, dat vasten opmerkt en het in het openbaar vergeldt, Mat. 6 : 18. Het wordt voor God gedaan en hiermee is reeds gegeven, dat het vasten samengaat met het gebed.
Die ontraditionele houding ten opzichte van het vasten komt ook uit in Mat. 9 : 14, waar de discipelen van Johannes Jezus vragen waarom zij en de farizeeërs veel vasten en Jezus' discipelen vasten niet. Het gaat kennelijk om het in acht nemen van voorgeschreven vastendagen, zie Lukas 18 : 12 – ik vast tweemaal per week. Jezus antwoordt dat bruiloftskinderen niet kunnen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is. Wanneer Hij zal zijn weggenomen, dan zullen zij vasten. Opvallend is dat Jezus vasten en treuren met elkaar verbindt en tegelijk dit treurende vasten voorschrijft als praktijk van Zijn discipelen (bruiloftskinderen), wanneer de Bruidegom van hen zal zijn weggenomen. Zowel de uitdrukking 'de dagen komen' als het werkwoord 'wegnemen' duidt op een historische gebeurtenis, namelijk op Hemelvaart. Zowel Mattheüs als Markus als Lukas leveren ons dit woord op precies dezelfde manier en met precies dezelfde woorden over. Na Hemelvaart zijn de discipelen eendrachtig bijeen in bidden en smeken en ter onderstreping van dat smeekgebed dient nu ook het vasten. Hoe sterker het gebed, des te duidelijker ook het vasten als aanduiding van de nood die in het gebed wordt neergelegd.


Er zijn verscheidene teksten in het Nieuwe Testament, die het vasten omschrijven alseen regelmatig weerkerende gebeurtenis. Echter, in al die teksten heeft het vasten een konkreet doel, een gerichtheid op de toekomst, op het komen van de Messias, op het Koninkrijk van God. Te denken valt aan Lukas 2 : 37 waar van Anna gezegd wordt dat ze niet week uit de tempel, met vasten en bidden. God dienende nacht en dag. Dat zij, vers 38, van de Messias en van de Heere, Die zij belijdt, spreekt tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachten, betekent dat zij om die verlossing met vasten al die dagen en nachten gebeden heeft. Cornelius vast met gebed en bidt met vasten op vaste uren. Hand. 10 : 30-31, opdat God zijn gebed zal verhoren. Degenen die Hand. 13 : 2 en 3 te Antiochie vasten en bidden, krijgen als antwoord de openbaring van de Heilige Geest om Barnabas en Saulus voor het zendingswerk af te zonderen. Het vasten en bidden van 1 Kor. 7 : 5 is kennelijk een concentratie om de wil van God te kennen, waarbij geslachtsgemeenschap tussen gehuwden wordt nagelaten. Zowel in Hand. 27 : 9 als in 2 Kor. 6 : 5 en 11 : 27 is niet duidelijk of hier van een vrijwillig vasten of van een tijdsaanduiding wordt gesproken. Verder komt het vasten in het Nieuwe Testament niet weer ter sprake.

C.A. Tukker, Epe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vasten en bidden (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's