Globaal bekeken
In Blauwdruk (uitgave Stichting Red Uw Kameraad te Antwerpen) troffen we liet volgende over 'de wereldreligies en de alcohol' (overgenomen uit 'Nuchter bekeken'). Wat over de bruiloft te Kana wordt gezegd heeft overigens niet onze instemming.
'Als we de geschriften van de diverse godsdiensten lezen dan valt op dat er niet altijd positief over alcohol gedacht wordt. Hoewel het drinken in Afrika gewoon is, vertellen de oude verhalen ook dat alcohol gevaarlijk spul is. Een oud Afrikaans verhaal vertelt over de godheid Ogun. Als hij palmwijn gedronken had dan was hij onverslaanbaar. Maar tijdens de godsdienstoefeningen is het de aanhangers van Ogun verboden om palmwijn te drinken.
Van Obatala, de god van de zuivere ziel, wordt verhaald dat hij, toen hij bezig was met de wereld te scheppen, zich teveel palmwijn veroorloofde. Het resultaat was dat hij kreupelen en blinden schiep. Daarom heeft Obatala zijn volgelingen dan ook uitdrukkelijk verboden om palmwijn te drinken.
Het jodendom kent geen verbod op het drinken van alcohol. Het jodendom heeft een symbool van Gods druiventros en bij de sabbatsviering is het drinken van een beker wijn een verplicht ritueel. Hoewel volgens rabbijns voorschrift deze voor de helft met water gevuld dient te zijn. Men kende de gevaren van alcoholgebruik. Nazireërs, die een gelofte hadden afgelegd, moesten als teken hiervan hun hoofdhaar laten groeien en mochten geen wijn of andere bedwelmende dranken drinken.
In de Tenach, wat in de christelijke wereld het Oude Testament genoemd wordt, komen we waarschuwingen tegen. In het eerste deel van de Tenach, de thora, de aanwijzingen ten leven, komen we het verhaal over Noach tegen. Noach plant, na de grote vloed, een wijngaard en bedrinkt zich. Dit heeft tot gevolg dat de volkeren verdeeld raken. Een priester mocht, wanneer hij het heilige van de tempel binnenging om zijn dienst te doen, geen alcohol gebruikt hebben.
Binnen het moderne jodendom heerst dan ook een voorzichtigheid om alcohol te gebruiken. Een onderzoek heeft aangetoond dat joden, die nog praktizeren, minder alcoholisten onder hen hebben dan zij die niet meer praktizeren.
Het christendom is voortgekomen uit het jodendom. In de evangeliën komt het onderscheid naar voren tussen Christus, die wel wijn dronk en Johannes, de doper, die geheelonthouder was. Een cruciaal verhaal is dat van de bruiloft te Kana, waar water in wijn veranderd wordt. Vrij zeker is dit verhaal beïnvloed door een Grieks verhaal over Dionysos, de god van de schepping en de wijn. In dit verhaal wordt verteld dat toen Dionysos, de wijn geschapen had er op een gegeven ogenblik, toen de wijn op was, water in wijn veranderde. De vroeg-christelijke kerk heeft aan dit verhaal een diepere betekenis gegeven. In de latere kerk is dit verhaal gebruikt om de Avondmaalstheologie mee op de bouwen. Dit mondde uit in de leer van de transsubstantiatie. Deze leert dat de miswijn veranderd wordt in het bloed van Christus.
Voor de Rooms-Katholieke – en dit geldt ook voor de Orthodoxe Kerk – is het daarom niet mogelijk om wijn en het gebruik daarvan te veroordelen. Deze kerken kennen de geheelonthouding echter wel. Het wordt gezien als een vorm van toewijding, verzoening en vernieuwing.
Voor protestanten is geheelonthouding een andere zaak. Er zijn kerken, die geheelonthouding aan hun leden voorschrijven, zoals de baptisten, het Leger des Hells, mormonen en de zevendedags adventisten. Voor de meeste protestanten is geheelonthouding een zaak van eigen overtuiging. Ze baseren zich hierbij op bijbelse notities. Voor de meesten is het een zaak van liefhebben van de naaste. De vraag is dan: "Wat doe ik om naaste, het begrip reikt verder dan de naaste omgeving, met mijn liefde te beschermen?"
Ook laat men zich leiden door een paar opmerkingen van de apostel Paulus. Hij schrijft aan de gemeente van Corinthe dat het lichaam een tempel van de Heilige Geest is. De vraag is dan: Mag een christen deze tempel schenden door een vergiftigde drank in te nemen. Een ander aspect dat meetelt is een opmerking in de brief aan de gemeente van Rome, waar de apostel zegt als hij schrijft over het geen aanstoot geven: "Het is goed geen wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot."
Het hoofddoel van het hindoeïsme is het streven naar volmaaktheid. De term, die hindoes voor hun godsdienst gebruiken is: de weg ten leven. Deze omvat alle vormen, zoals het begrip, de emoties, de idealen en het streven naar. Voor de hoogste kaste de Brahmanen, die zich toeleggen op de uitleg van de Veda's, de gewijde schriften, is het gebruik van alcohol verboden. Voor de krijgslieden geldt dit niet, behalve als ze bidden. Voor Gandhi was dit de reden om te pleiten voor een algehele drooglegging.
Voor de boedhisten geldt het leven vanuit 5 principes: Niet doden, niet stelen, niet liegen, geen overspel plegen en het niet gebruiken van giftige dranken. Boedhisten dienen zich persoonlijk niet alleen van deze dingen te onthouden, maar zullen ook anderen aansporen om zich hiervan te onthouden en hen hierdoor in beslag te laten nemen. Het boedhisme noemt als gevolgen van het betrokken raken bij het drinken van vergiftigde drank: het verlies van welvaart, het bij ruzies betrokken raken, het vatbaar zijn voor ziekten, het krijgen van een slechte reputatie, het geneigd zijn tot onzedelijk gedrag en een verzwakking van het verstand. Het is aan boedhisten niet toegestaan om alcohol te verkopen. Het lijkt erop dat in de laatste tijd de boedhisten geneigd zijn om vriendelijker te staan tegenover alcohol.
De islam is de enige wereldgodsdienst die geheelonthouding en drooglegging leert. Het is een moslim zelfs verboden om alcoholische dranken te maken. Ze te dragen, ze te serveren of te kopen.
De koran is het heilige boek van de islam. Het bevat de openbaringen van Allah aan Mohammed. De koran is niet alleen een religieus geschrift, maar tevens een wetboek en een regel voor het sociale leven. Dit heeft met het ontstaan te maken. Toen Mohammed zijn geboortestad Mekka moest verlaten, vestigde hij zich in 622 in Medina. De Arabieren hadden een slechte naam in het Midden-Oosten. Ze stonden bekend als drinkebroers en gokkers. Medina had zelfs een heel slechte naam. Toen Mohammed steeds meer aanhang kreeg, moest hij wel wat aan de bestrijding van het drinken en gokken doen. Mohammed heeft dit op een voorzichtige wijze aangepakt. Zijn doel was drooglegging, maar gezien zijn slechte ervaringen in Mekka, besloot hij het kalm aan te doen. De oudste soera's klinken dan ook gematigd. Zo langzamerhand werd er ingezien dat de drooglegging gunstig voor het leefklimaat was. "Wij geven u de vruchten van de palm en van de wijnstok, waaruit voortkomen vergiften en heilzaam voedsel. Zeker, hierin is een teken voor mensen met begrip." Dit was het begin van een verbod op wijn. De tweede openbaring werd feller. Er was meer aan de orde. "Ze vragen over drinken en gokken en zeggen: "In beide zit een groot kwaad, ofschoon ze ook een groot voordeel voor de mensen in zich hebben, maar hun kwaad is zeer groter dan hun voordeel."
Het schijnt zo gegaan te zijn dat de meerderheid bleef drinken, sommigen kunnen hun drinken verminderd hebben: anderen werden misschien geheelonthouder.
De derde openbaring kwam nadat een imam, tijdens het gebedsuur zo dronken was dat hij de koran niet juist kon reciteren. Na dit incident stelde Mohammed in dat iemand, die naar alcohol rook, de moskee niet mocht betreden. Er zijn 5 gebedstijden per dag, dus er was weinig tijd om te drinken.
"Gelovigen, ga niet naar de moskee om uw gebed te doen, als u dronken bent, maar wacht tot u de betekenis van de woorden kunt begrijpen". Deze openbaring had een goed effect en bracht veranderingen voort. Zij maakte de mensen er klaar voor dat ze de vierde openbaring konden aanvaarden die opriep tot totale geheelonthouding. Ze luidt: "Gelovigen, wijn en kansspelen, afgoden en waarzeggende pijlen zijn gruwels, die door satan ontworpen zijn. Ontwijk hen opdat u voorspoed mag hebben. Satan tracht vijandschap en haat onder u op te wekken door middel van wijn en gokken en door u weg te houden van de herinnering aan Allah en u te weerhouden uw gebeden te zeggen. Zou u zich daarom daarvan niet onthouden?" "De islam", woord betekent vrede (door onderwerping), zoekt een wereld te bereiken, die moreel gezond is en geestelijk zich verheft. Het doel is om gezonde, evenwichtige mensen te scheppen en een sociale omgeving, die leidt tot een ontwikkeling van de innerlijke krachten van de mensheid. Het stelt de mensen een ideaal voor ogen en begiftigt het menselijk leven met een gevoel van richting en doel", aldus dr. M.A.M. Shukri, directeur van het Naleemiah Instituut voor Islamitische Studies te Beruwela.'
Uit hetzelfde blad ook nog wat verzamelde 'losse uitspraken':
'Ook slijk glinstert, wanneer de zon erop schijnt.
Wie veel praat, verneemt weinig.
Tijd genoeg komt te laat.
Wie het genot van de rust wil leren kennen, moet eerst leren werken.
Alles wat hol en leeg is kan worden opgeblazen.
Een parelduiker vreest de modder niet.
Uit het jaarverslag 1991-1992 van De Nederlandse Gideons (bijbels in hotels!) de volgende overzichten: 'Overzicht aanwezige bijbels per 31 december 1991
<tabel 1>
Verdwenen bijbels
In elk jaarverslag wordt de nadruk gelegd op de noodzaak van de controle van de geplaatste bijbels, in verband met de grote aantallen welke bij de controle blijken niet meer aanwezig te zijn, of, wegens hun slechte staat moeten worden ingenomen.
Over 1986-1991 is hiervan het volgende overzicht te geven:
<tabel 2>
In het blad 'Samen', uitgave van de hervormde gemeente en de gereformeerde kerk te Eindhoven, troffen we onder het kopje 'Studentenpennestreken' een stukje aan van de studentenpredikant W. de Leeuw, dat we overnemen zonder elke zin daarvan – met name inzake de 'tuchtzaken' – voor onze rekening te nemen maar wel omdat hij enkele houtsnijdende dingen zegt.
'Bizar is toch altijd weer die ongebreidelde belangstelling voor Kuitert. Al zijn boeken vliegen als warme broodjes over de toonbank. Hij voorziet kennelijk in een grote behoefte. Maar ja, dat doen prostitutie en oorlog ook. Maandagavond 18 januari moet de Adventskerk weer vol gezeten hebben. Immers daar was Kuitert zelf om te spreken over zijn eigen Algemeen betwijfeld christelijk geloof.
Ikzelf zat deugdzaam met de kerkvoogden en zo te vergaderen, dus ik was er niet. Maar ik wil best wedden, dat het aantal aanwezige jongeren te verwaarlozen zal zijn geweest. Vanuit mijn werkhoek, de studenten, interesseert het geen hond. Het raakt kennelijk alleen ouderen. En ik kan nog wel nader specificeren: oudere gereformeerden. Voor hen die streng gereglementeerd in de gereformeerde kerken zijn grootgebracht (of klein gehouden?!), voor die zal het boek een bevrijding zijn. Denk aan die onzin rond Assen 1926: heeft de slang uit Genesis 3 gesproken of niet waaraan de hervormden nog een heel aantal goede theologen over hebben gehouden: o.a. Buskes, Kroon, Terschegget. Tuchtzaken zijn steeds ongelukkig geweest ook die van Wiersinga en… Kuitert. Heeft men dit specifieke gereformeerde verleden niet, dan is het boek al stukken minder interessant. Mijzelf zegt het weinig. Waar bij mij de Schrift voorop gaat is het verbijsterend om in dit 300 pagina's dikke boek zegge en schrijve 10 (tien!) bladzijden aan de Bijbel gewijd te zien: het laatste hoofdstuk(je). Kuitert argumentatie inzake overtuigt mij niet.
Ik heb door theologen als Kuitert (geref.) en ook Schillebeeckx (r.k.) regelmatig het gevoel, dat de gereformeerden en de rooms-katholieken aan het overdoen (mutatis mutandis natuurlijk) zijn, wat in de hervormde kerk in de vorige eeuw speelde, namelijk het conflict tussen vrijzinnigheid en orthodoxie. Dat wat J.M. de Jong noemde "De dronken man op de ezel", hij valt dan eens naar deze, dan weer naar die kant hij blijft intussen wel dezelfde, orthodox, danwel vrijzinnig en zijn inzichten blijven beneveld.
Bij zulke conflicten staan altijd de mens centraal en niet God en zijn daden. Dat krijg je als niet de Bijbel, maar de kerkelijke leer (= mensenwerk) het startpunt is. Daarom is het ook zo vol op zulke avonden: ik en mijn (on)geloof staan lekker centraal. Het zal niet baten. Op deze wijze wordt noch het verleden eerlijk gekritiseerd en gecorrigeerd, noch zal zich een kerkelijk toekomstperspectief ontvouwen: jongeren gaan schouwderophalend voorbij.
Het raakt allemaal de essentie niet. Zeker is dat waar het anthropocentrisme (mens in het centrum) zo hoogtij viert, de Schrift voornamelijk dient te zwijgen. Zo bezien zijn de gereformeerde kerken In Nederland thans in hun geheel genomen vrijzinniger dan de hervormde kerk, waaruit men honderd jaar geleden vertrok. O, ironie.
Soms lijkt het leven uit herhalingsoefeningen te bestaan. Daar wordt het niet interessanter door.
En nu over naar de èchte dingen, a.u.b.'
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's