De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoofdlijnen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoofdlijnen

Enkele bijbels-theologische aspekten rond de sexualiteit (1)

10 minuten leestijd

Sexualiteit is een vitaal aspekt van ons menselijk leven. Ze heeft alles te maken met bepaalde lichamelijke verschillen. Maar kan niet losgepeld worden uit het geheel van onze menselijke persoonlijkheid. Mensen met bepaalde stoornissen in hun psychische ontwikkeling hebben vaak ook sexueel geen redelijk normaal gedrag.

Deze psychologische opmerking kan zo overgeplaatst worden naar het terrein van de theologie. Dingen, die daar ten aanzien van de sexualiteit gezegd worden, staan onmiddellijk onder invloed van algemeen theologische visies. Immers in de theologie gaat het over God en mens. Sexualiteit is een deel van het menselijk beleven en menselijk handelen. Theologie benadert dat laatste vanuit haar betrokken op God. We vrillen dan ook eerst enkele theologische hoofdlijnen trekken.

Sola Scriptura

Voor de kennis van God en Zijn wil, gaan we uit van de openbaring zoals die ons in de Bijbel gegeven is. We willen ons bewegen in de lijn van Sola Scriptura van de gereformeerde belijdenis. Daarbij zijn we ons bevmst, datdaarmee nog lang niet alles in gezegd. Immers, hoe funktioneert het gezag van de Schrift konkreet? Laten we allerlei afzonderlijke teksten gelden, los van het verband, waarin ze staan? En bij dat verband denken we dan ook aan het geheel van de Bijbel. Het gevaar dreigt, dat we dan eigen visies niet prijs willen geven, maar in de teksten inlezen. Hetzelfde kan trouwens gelden als we zo met het grote verband van de Bijbel willen opereren, dat de teksten zelf monddood worden gemaakt. Een gezond wantrouwen ten aanzien van ons eigen verstaan van de Schriften is hier altijd nog nodig. Men kan dat ook ootmoed noemen. Noch konservatisme noch progressiviteit mogen heersen over de Schrift. Elke autonomie komt onder de kritiek te staan van de theonomie.

Een andere zaak, die bij het luisteren naar de Bijbel weegt, is die van de verhouding O.T.-N.T. Er is een voortgang in de Schriften. Het Oude Testament is in het Nieuwe vervuld. Dat betekent ook dat allerlei geboden, die specifiek voor Israël bestemd waren, wegvallen. We kunnen daarbij niet willekeurig het ene wel laten gelden en het andere niet. Wie bijvoorbeeld Lev. 20 : 13 hanteert in de afwijzing van de homosexualiteit, moet zich er rekenschap van geven, waarom hij dan niet de doodstraf uit die tekst overneemt. We zullen dan ook al­ tijd moeten zoeken naar de zin en de strekking van zulke geboden en moeten kijken, hoe die in het Nieuwe Testament terugkomt. Hiermee zijn we op het terrein van de zgn. hermeneutiek aangeland.

Laten we daarbij zeker niet al te gauw en gemakkelijk afstand nemen van de letterlijke betekenis van de Bijbelgegevens, maar er zo lang mogelijk aan vasthouden. De zogenaamde kwestie van de tijdgebondenheid dreigt altijd weer te gaan funktioneren als selektieprincipe voor wat ons belangrijk lijkt van de Schriften. Ongetwijfeld is het Woord van God in een bepaalde tijd gegeven en draagt ook de kleur van die tijd en kuituur. Maar juist omdat we geloven en belijden, dat het Woord van God is, zullen we het nooit zomaar terzijde kunnen stellen, maar zo serieus mogelijk zoeken naar wat het voor ons betekent en waarin het gehoorzaamheid van ons vraagt. Daarbij bedenkend dat wij uit onszelf zondige mensenkinderen zijn en tot de kennis van God en van Zijn wil moeten en mogen wedergeboren worden. Dat betekent dat bij ons denken en spreken over sexualiteit ook onze ideeën over menselijkheid wel eens doorkruist worden. Er is geen sprake van een ongebroken humaniteit. Het gaat altijd om een humaniteit, die door bekering heen gaat. De oude mens wordt afgelegd en de nieuwe aangedaan.

Sola Gratia

Ook het sola gratia moet hier onderstreept worden. Op het terrein van de sexualiteit struikelen wij mensen dagelijks in velen. Ook wie het op wil nemen voor een nieuwe benadering van de sexualiteit, mag daar niet aan voorbijgaan. Wanneer we de mogelijkheid en de werkelijkheid van zonde op dit terrein'gaan ontkennen, schieten we als christenen wel heel erg ver over ons gebroken bestaan heen. Sexualiteit is niet het specifieke terrein van zonde en genade, zoals je soms wel de indruk krijgt, maar het is op z'n minst ook een terrein van zonde en genade. Ja, bepaald ook van genade. Dat houdt in, dat er geen enkele verhindering kan zijn om de grootste der zondaren toch nog positief tegemoet te treden. Van perverse sexualiteit hebben we een afschuw. En terecht. Maar die afschuw kan nooit zonder meer de persoon zelf gelden. Als de Heere God ons aanvaard heeft en telkens weer aanvaardt ondanks alles, waarom zouden vrij dan een ander niet aanvaarden.

Sola Fide

Het derde sola van de Reformatie betrekt zich op het geloof Alleen daardoor worden ons de weldaden van Christus eigen. Verdiensten op eigen kracht komen hier niet aan te pas. Slechts in geloofsverbondenheid aan Christus leven we. Dat geloof is dan wel een geloof dat zich richt naar de wet van God. Nu kan de wet haar eigenlijke taak vervullen. Ze kan en mag voluit thora zijn. Richtingwijzer op de wegen van het koninkrijk van God. Overspannen geestelijkheid, die meende de wet van God verder wel te kunnen missen, heeft in de geschiedenis van de christelijke kerk maar al te vaak geleid tot sexuele uitspattingen.

Twee dingen vragen daarbij nog onze bijzondere aandacht. Allereerst dat Gods wet vervuld is in het liefdegebod. In Romeinen 13 : 8-10 lezen we dat met zoveel woorden. Het komt nog al eens voor, dat in de zaken van sexualiteit en met name die van de homo-sexualiteit de liefde wordt uitgespeeld tegen de gehoorzaamheid aan konlorete geboden van de Schrift. De dienst aan de ander, met datgene, waar hij of zij zich gelukkig bij voelt zou de zakelijke inhoud van geboden betrekkelijk maken. We menen, dat hier sprake is van een onjuiste tegenstelling. Al in het paradijs gaf God aan zijn mensenkind de mogelijkheid om zijn liefde te tonen in de gehoorzaamheid aan een heel konkreet gebod. De konkrete geboden van de Schrift laten de gestalten der liefde zien. Naar de aanvrijzing van de geboden mag de liefde verwerkelijkt worden in allerlei konkrete situaties en verschillende facetten van ons menselijk leven. Van belang is, dat liefde en geboden heel sterk op elkaar betrokken blijven. Verliezen we de liefde dan gaat de koude en gure vrind van het wetticisme door het leven waaien. We mogen juist ook bij het nadenken over de rechte omgang met onze sexualiteit de mens niet uit het oog en helemaal niet uit het hart verliezen. Maar als we het konkrete gebod loslaten of onderwaarderen ten behoeve van de liefde, gaat de vaagheid regeren en komt het er maar al te vaak op neer, dat wij zelf gaan uitmaken wat aan de liefde beantwoordt en wat niet.

Wij verwijzen hier naar het Bijbelgedeelte, waar de apostel Paulus zich rekenschap geeft van zijn verhouding tot de wet van God. Daarbij vallen veelzeggende uitdrukkingen als: et gebod, dat ten leven is, de wet, die heilig is, en rechtvaardig en goed en de wet, die geestelijk is, terwijl hij zelf vleselijk is verkocht onder de zonde. Rom. 7 : 7-14.

Een andere kwestie is, hoe het dan zit met de liefde tot onszelf Immers het tweede hoofdgebod luidt, dat we onze naaste zullen liefhebben als onszelf We vinden de formulering daarvan al in Lev. 19:18b. Door velen wordt dit gebod zo uitgelegd, dat het een radikale kritiek uitoefent op de liefde tot onszelf Zelfliefde zou zonder meer verkeerd zijn. Zij is toch eigenlijk de bron van alle zonde. Roept Christus ook niet duidelijk op tot verloochening van onszelf? Vergelijk bijvoorbeeld Mat. 16:24. Deze opvatting kan als getuigen onder meer Luther en Calvijn aanvoeren. Toegepast op de sexualiteit zou dat kunnen betekenen, dat het nooit kan gaan om de bevrediging van mijn eigen behoeften, direkt lichamelijk sexueel, of meer geestelijk erotisch. Ik ben er in mijn verhouding tot de ander niet voor mijzelf, maar slechts voor

die ander. Met mijn eigen behoeften en verlangens dien ik mij aan hem of haar te verliezen. We zouden hier kunnen wijzen op de formulering uit het klassieke huwelijksformulier, dat de een de ander moet helpen en bijstaan in alle dingen die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren.

De een is er dan voor de ander en per se niet voor zichzelf Deze visie heeft enorme zuigkracht! Is dit niet de christelijke levenshouding bij uitstek? Zo heeft tóch ook Christus Zichzelf gegeven tot het uiterste. Alles wat daar niet mee spoort blijft christelijk gezien toch achter! Je zou hoogstens nog kunnen zeggen, datje in de volledige prijsgave aan de ander jezelf vindt. En dat zo liefde tot de ander dan ook liefde tot jezelf is. Maar dan nooit als eerste optie, hoogstens als bijverschijnsel. Toch heeft naar mijn mening deze opvatting iets overgeestelijks, iets ijls. Ze lijkt me meer te horen bij de heiligen van het klooster, of de kluis in de woestijn. Is ze niet krampachtig en wreekt ze zich niet in het op allerlei slinkse manieren toch zoeken van mezelf? De vraag is daarbij of er vanuit de Bijbel toch ook nog andere dingen te zeggen zijn. Ik dacht van wel. Ik denk aan het woord van de Heere Jezus uit de Bergrede, Mat. 7 : 12, Alle dingen, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten. Het wordt hier niet afgewezen, dat we willen, dat mensen ons goed doen. We hebben behoefte aan liefde, we mogen verlangen naar bevrediging van die behoeft door een ander. Zo konstateert ook Paulus in Ef 5 : 29, dat niemand ooit zijn eigen vlees heeft gehaat, maar dat hij het voedt en onderhoudt. En daar wordt geen kwaad woord van gezegd. Ieder mensenkind is toch ook een eigen moment in de schepping van God. Ieder moet en mag er zijn voor Zijn Aangezicht. Het is niet Zijn bedoeling dat ik mijzelf verlies en vernietig in de ander. Wie zou er dan trouwens tenslotte overblijven. God alleen soms? Ik mag er zelf zijn voor Zijn Aangezicht met mijn vreugden, mijn verlangens, mijn behoeften. Ik mag mezelf daarin aanvaarden en bevestigen voor Hem. Maar dan moet er wel onmiddellijk een dijk vvorden opgeworpen. Want die zelfaanvaarding en zelfbeleving verwordt in ons gebroken bestaan zomaar tot zelfzucht en egoïsme. Ik maak maar al te gemakkelijk de ander slechts dienstbaar aan mijn verlangens. We doen zo gauw een ander te kort. Het eigenbelang regeert zomaar. Ik overschrijd zomaar de grens van gewettigde zelfliefde naar zelfzucht. Is het dan ook maar niet het beste om het zekere voor het onzekere te nemen en mij van alle zelfliefde te onthouden? Toch hoeft dat zo niet en is zelfs niet in eigenlijke zin geestelijk. In verbondenheid aan God en mijn naaste mag ik ook zelf tot mij recht komen. Dit aspekt dient op sexueel gebied niet verwaarloosd te worden. Gebeurt dat wel, dan kunnen er onnodig ongezonde en onevenwichtige situaties in huwelijken ontstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1993

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Hoofdlijnen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1993

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's