De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een taak van elke ambtsdrager (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een taak van elke ambtsdrager (2)

9 minuten leestijd

Enkele weken geleden hebben we in een eerste artikel met elkaar nagedacht over onze geestelijke instelling, als het gaat om onze pastorale zorg aan de jongeren van de gemeente. Staande op dit fundament, wil ik nu in een tweede en derde artikel met u nadenken over de praktische invulling van dit pastoraat. Ik hoop, dat u beseft dat het in de verbreding en vernieuwing hiervan, vooral gaat om verdieping van onze pastorale zorg.

Vertrouwen winnen
Willen we ooit bij het hart van jongeren komen, dan zal er een zekere mate van vertrouwen moeten zijn. Om het in hun taal te zeggen: ze moeten je 'zien zitten'. Alleen dan kan er een gesprek op gang komen over hun verhouding tot de Heere, waarin we over en weer kwijt kunnen wat we op ons hart hebben.
Hoe winnen we dat vertrouwen?
– Door een open relatie met de ouders op te bouwen.
Indirect verandert daardoor het beeld van dé ouderling of dé dominee bij hen. Een positieve of negatieve houding van ouders t.o.v. de ouderling of predikant heeft ongetwijfeld zijn doorwerking naar de kinderen.
– Door vriendelijk te zijn tegen jongeren.
Een idee: zeg hen, die je kent, bewust gedag op straat, maak als het uitkomt gewoon eens even een praatje. Het kan wonderen doen. Ineens wordt soms de afstand overbrugd. Er ontstaat een veel opener houding in de ontmoetingen daarna, op de catechisatie of op het huisbezoek.
– Door belangstelling te hebben voor hun studie en werk, en op moeilijke of mooie momenten een teken van meeleven te tonen.
Een idee: houd een lijstje bij op huisbezoek en op de catechese, wie er dit jaar examen doet. Vraag of ze u willen informeren over de uitslag of informeer zelf even tegen die tijd.
Paulus onderschatte het belang van deze dingen niet. Hij schrijft: Zijt vriendelijk jegens alle mensen en allen ben ik alles geworden opdat ik er enigen voor Christus winnen zou. Vriendelijkheid en belangstelling is dus geen handigheidje om de vlotte dominee of ouderling uit te hangen, maar apostolisch vermaan ten dienste van het evangelie. Ze wortelt, als het goed is, in de liefde van Christus.

Jongeren en Huisbezoek: een probleem
In veel gemeenten is een tendens gaande, dat kinderen en jongeren niet meer bij het huisbezoek aanwezig zijn. Zo vanzelfsprekend als het vroeger was, zo uitzonderlijk is het soms vandaag aan de dag geworden. Nu moeten we eerlijk zeggen, dat we het als ambtsdragers soms daar ook wel naar gemaakt hebben. Gevraagd werd of de kinderen erbij zouden zijn, maar eenmaal op bezoek zagen we hen vaak nauwelijks meer zitten. Het bezoek was voor hen niet zelden een bezoeking. Ouders van nu, die dat vroeger zelf zo hebben meegemaakt, voelen er weinig voor hun kinderen dit aan te doen. En kinderen, die eenmaal zo'n ervaring hebben meegemaakt, zullen weinig heil zien in een volgende keer. Zo vertelde een jongen mij eens, dat wanneer de ouderling kwam, hij er altijd bij moest zijn van zijn ouders. Maar de ouderling informeerde nooit echt naar hem. En toen hij een keer een vraag stelde, kreeg hij ten antwoord dat hij dat maar aan de dominee moest vragen… die zou het antwoord wel weten. Voor hem hoefde het sindsdien niet meer.
Behalve dit, zijn er ook andere redenen, waarom we de jongeren op het huisbezoek missen.
– Jongeren hebben het te druk met school, sport en andere bezigheden.
– Als ambtsdragers vragen en stimuleren we het zelf niet meer, omdat we ons minder op ons gemak voelen als de kinderen erbij zitten, niet goed raad weten met hun kritische vragen, niet goed weten hoe we de lammeren van de kudde moeten weiden.
– Ouders hebben soms net zo lief, dat hun kinderen er niet bij zijn. Ze voelen zich dan geremd om over hun geloven te spreken, omdat er zelden of nooit gesprek over deze dingen is met de kinderen.
– Het kan ook zijn, dat ouders moeite hebben met de houding en het gedrag van hun kinderen (t.a.v. geloof, kerkgang, zaterdagavondbesteding, muziek enz.). Een ontmoeting en confrontatie met de ouderling(en) zien ze dan niet zo zitten. Wat zal die man wel niet denken!
Dit overziende, zullen we welbewust moeten zoeken naar een goede invulling van ons huisbezoek, met name waar het de kinderen en jongeren betreft, willen wij hen erbij houden of er weer bij krijgen. Het kan in ieder geval niet bestaan dat we de lammeren van de kudde Gods, die aan onze herderlijke zorg zijn toevertrouwd, zomaar laten lopen…

Suggesties
Ik wil een aantal mogelijkheden aanreiken, die u in de kerkeraad kunt bespreken en toespitsen op de plaatselijke situatie.
1. Wanneer het kinderen betreft tot 15 jaar zou ik een warm pleidooi willen voeren voor een gezinsbezoek, waar de kinderen vanaf 8 à 9 jaar bij zijn. Ik voeg daar wel enkele praktische overwegingen aan toe.
– Doe zo'n bezoek vroeg in de avond, anders liggen ze op bed.
– Richt je bewust een half uur van dit huisbezoek op de kinderen. Je kunt vragen hoe ze het vinden op de club, in de kerk, op de zondagsschool of de catechisatie. Vandaaruit liggen er wellicht openingen naar een eenvoudig gesprek over hun leven met de Heere.
– Wanneer we deze gerichte aandacht geven aan de kinderen, hoeven ze niet het hele huisbezoek 'uit te zitten', maar kunnen na dat halfuurtje iets anders gaan doen. Er blijft dan ook voldoende tijd over voor gesprek met de ouders.
– Wel is het goed weer gezamenlijk het huisbezoek te besluiten met schriftlezing en gebed. Het spreekt vanzelf dat we de kinderen dan wel betrekken in onze uitleg van de Schrift en in ons gebed.
– Tenslotte, het is van groot belang, dat we deze wijze van huisbezoek doen van tevoren uitleggen aan de ouders. Dit kan door aan het begin van het seizoen een brief te laten uitgaan, door een stukje in de kerkbode, of door het te vertellen bij het maken van de afspraak.
2. Worden de kinderen ouder, dan is het natuurlijk het mooiste als de kinderen het hele bezoek meemaken en er een geloofsgesprek gevoerd kan worden met het hele gezin. De vraag is echter of dit altijd mogelijk is. Ik denk dat het alleen goed kan in die gezinnen, waar de dienst des Heeren op een open wijze wordt geleefd en beleefd.
Maar hoeveel van zulke gezinnen zijn er?
Er zijn heel wat gezinssituaties, waar zo'n gezinsbezoek de nodige moeilijkheden oplevert.
– Jongeren zitten er stilzwijgend bij, omdat het gesprek voornamelijk met de ouders gevoerd wordt.
– Laat je de jongeren eerst aan het woord, dan kan het zijn, dat zij met hun kritische vragen het hele gesprek gaan beheersen.
– Kinderen en ouders voelen zich soms allebei ongemakkelijk, schamen zich voor elkaar, zodat het gesprek niet goed op gang komt.
– Onenigheden tussen ouders en kinderen kunnen boven tafel komen en de ouderling wordt min of meer gedwongen partij te kiezen. Meestal zal hij meer aan de zijde van de ouders gaan staan en dit zal gemakkelijk frustraties geven bij de kinderen. Vooral als ouders dan reageren in de geest van: 'Zo nu hoor je het ook eens van een ander…'
Vanwege dit alles is er veel voor te zeggen, ook in deze gevallen een halfuur in te ruimen voor een gericht gesprek met de oudere kinderen. En het zal in veel gevallen de openheid ten goede komen, als de ouders zich dan even terugtrekken. Ook hierbij geldt: leg dit voor aan het gezin als je een afspraak maakt.
De voordelen van een dergelijke aanpak zijn:
– Het duurt voor jongeren niet te lang (i.v.m. huiswerk enz.)
– Ouders en kinderen kunnen hun eigen vragen kwijt, zonder dat ze door elkaar geremd worden.
– Ouderlingen hoeven hun aandacht niet tegelijk over teveel personen te verdelen.
– Door een eerlijk en open gesprek kan een jongere heel anders tegen je aan gaan kijken. Er kan zelfs een vertrouwensrelatie groeien tussen ouderlingen en jongeren.
– Ouders kunnen deze gerichte aandacht aan hun kinderen ervaren als een goede ruggesteun of als een stimulans om er zelf in de opvoeding ook meer aan te doen.
3. Het kan gebeuren, dat je in dit gerichte gesprek met één of meerdere kinderen merkt, dat er veel vragen leven bij de één of de ander, die tijd en aandacht vragen. Waarom zou je dan niet een afzonderlijke vervolgafspraak kunnen maken met zo'n jongen of meisje? Dat doen we bij ouderen toch ook? Opnieuw formuleer ik daarbij enkele 'regels'.
– Wees open. Vertel eerlijk waarom je graag zo'n gesprek met hen wilt: omdat het je een zorg is, hoe het ze vergaat, vooral ook in hun omgang met God. En dat je niets liever wilt dan hun een hand reiken en hopelijk verder helpen. Dan neem je allerlei 'examenvrees' weg.
– Probeer zo goed mogelijk te luisteren. Vooral ook naar hun kritiek op b.v. de kerkdiensten, de catechese, hun ouders, regels… Wijs dat niet gelijk allemaal van de hand, want dan doen ze er voorgoed het zwijgen toe: 'Met die man valt toch niet te praten.' Wie in redelijkheid op kritiek ingaat, zal vaak ontdekken dat jongeren zelf het onredelijke er wel van onder ogen zien. En bereid zijn ook kritisch naar zichzelf te kijken: 'Ik doe er zelf weinig aan, heb er geen zin in…'
– Wanneer ze tot zo'n schuldbelijdenis' komen, is het zaak daar dieper op door te gaan. Te vragen hoe dat komt. Het is niet altijd zomaar oppervlakkigheid. Er kan diepgaande twijfel zijn gekomen door het één of ander. Het kan ook zijn dat ze nooit echt de realiteit van een leven in de vreze des Heeren hebben gezien en er dus logischerwijs (!) ook niets in kunnen zien.
– Geef jezelf, leg je eigen geloofsleven op sommige momenten open. Ga niet populair doen over twijfel, zo van: 'Joh, twijfelen doen we allemaal hoor!' Daar help je niemand mee verder. Verzwijg het anderzijds niet, dat je er zelf ook meer dan eens moeite mee hebt gehad of hebt, maar vertel erbij hoe God de twijfel overwon en overwint. Laat ze weten hoe de omgang met God en de genade van de Heere Jezus en de leiding van de Heilige Geest werkelijkheid kunnen worden. Meer dan ooit hebben jongeren behoefte aan 'levende leesbare brieven van Christus'.
– Probeer concreet een weg te wijzen, om de levende God en genadige Vader, Die in hun doop hen zocht, te zoeken en te vinden. (Per dag een kwartier tijd voor gebed en lezen, gebed voordat je naar de kerk gaat, meedoen op catechisatie of in jeugdwerk).
Een hele opgave…
Maar niettemin onze opdracht.
We vouwen onze handen en bidden: Geef ons lust en liefde!

P.J. Visser, Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Een taak van elke ambtsdrager (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's