Ontvangst op de Hervormde Synode
Het concept kerkorde (3)
(24 en 25 september 1992)
Met erkentelijkheid moet vastgesteld worden, dat men – als eenmaal het ontwerp klaar is – ruim de tijd heeft genomen, om de participerende kerken in te lichten.
Daartoe werd er een extra Synode gehouden op Hydepark in Doorn. Bij de bespreking van het ontwerp bleken er al spoedig 2 kampen te ontstaan. Een groot kamp van hen, die zich goed konden vinden in het ontwerp. En een veel kleiner kamp van bezwaarden. Dat laatste kamp bestond overwegend zo niet uitsluitend uit hervormd-gereformeerden.
Van de voorstanders zijn de hierna volgende opmerkingen:
– unieke binding gelegd tussen apostolaat en belijden
– ruimte in het ontwerp
– een bruikbare nieuwe bedding gegraven voor de 3 stromingen
– zo kan het en zo moet het.
De bedenkingen van die zijde betreffen:
– de naam: V.R.K.; beter Protestantse Kerk
– de visitatie: het wordt meer toezicht dan opzicht
– het tussenniveau: wordt de toekomstige classis niet overvraagd?
– positie geboorteleden: wat weggedrukt
– het huwelijk: artikel ontbreekt
– de diaconie: taak van het beheer
– te weinig bij de tijd.
Een groot aantal ambtsdragers van hervormd-gereformeerde signatuur had zich gemeld voor de zogenaamde sprekersronde. Uit hun bijdragen is de volgende bloemlezing samengesteld:
– het voorliggend ontwerp stelt… met name op het punt van bijbels geloofsleven teleur; de artikelen over ambt en Avondmaal doen schraal en weinig inspirerend aan
– de confessionele gebondenheid aan de reformatorische en oud-kerkelijke belijdenisgeschriften wordt losgelaten
– dat men, historisch gezien, wel vast wil houden aan een presbyteriaal-synodale orde, maar, dat in de praktijk een soort congregationalistische kerkstructuur voorligt
– of deze vrijheid, die in de kerkorde wordt aangeboden (plaatselijk hervormd blijven) werkelijk als een vrijheid kan worden aangemerkt
– bij alle beleidsbepalingen moet eerst de gemeenten worden geraadpleegd. Het ambt komt vanuit de gemeente op
– zal een kerk gesticht worden… die spreker niet anders kan zien, dan het werk van mensen
– Calvijn heeft de onveranderde versie van de Augsburgse Confessie nooit willen ondertekenen vanwege de Avondmaalsleer… maar het grootste breekpunt ligt in de Konkordie van Leuenberg… alles wat in de Heidelbergse Catechismus en ook in de Augsburgse Confessie staat, wordt in de Konkordie genegeerd en achterhaald geacht
– kan er een mogelijkheid geschapen worden van hervormde of gereformeerde classes en van een unie van hervormde gemeenten, die niet mee willen in het S.o.W.-proces
– naast deze waardering (voor het ontwerp) is het des te pijnlijker te moeten constateren, dat in het concept een artikel over het huwelijk volledig ontbreekt
– of de wijkgemeente en buitengewone wijkgemeente ook als hervormde gemeente kunnen blijven bestaan. En hoe keert de perforatie van gemeentegrenzen op dit punt in de ordinantiën terug?
– hoe wordt vanuit de classes nieuwe stijl de afvaardiging naar de synode geregeld zodat toch de volle breedte van de kerk in de synode vertegenwoordigd is?
– waarom moet de E.L.K. zo'n aparte plaats in de kerkorde hebben?
– wordt er ook bedoeld (in art. VIII : 2) dat als ouders een kind laten dopen ze dan belijdenis des geloofs afgelegd hebben?
P.S. Gelet voorgaande opmerkingen, zal het nauwelijks verbazen, dat door vrijwel alle hervormd-gereformeerde ambtsdragers een duidelijk nee tegen het ontwerp kerkorde werd uitgesproken.
Reacties van de werkgroep
Tijdens de bespreking in de synode, werd ook aan de leden van de werkgroep concept kerkorde de gelegenheid gegeven om te reageren op de gemaakte opmerkingen. De volgende punten kwamen daarbij aan de orde:
De naam van de nieuwe kerk, te weten Verenigde Reformatorische Kerk. Die naam is ingegeven door de overtuiging, dat de Reformatie het fundament is van het gemeenschappelijk-kerk-zijn. En dat bij de te naamstelling elementen uit de thans bestaande namen van kerken dienen vermeden te worden. De V.R.K. moet ook niet verstaan worden als een nieuwe kerk, maar als een gemeenschappelijke voortzetting van de 3 onderhavige kerken.
Het huwelijk. Benadrukt werd dat binnen de werkgroep niet de zin van de kerkelijke huwelijksbevestiging werd betwijfeld. Wel bestond de mening, dat er – in een artikel over het huwelijk – ook andere relatievormen dienen genoemd te worden. Doch daarover bestaat in de kerk nog lang geen eenstemmigheid. Vandaar de weglating van een artikel over het huwelijk.
Het tussenniveau. Daarin gaat het om het zogenaamde bovenplaatselijk apparaat, ondergebracht bij Classes en Provinciale Kerkvergaderingen en de daarvan uitgaande organen. Opgemerkt werd, dat door vele gemeenten het bovenplaatselijk apparaat 'als te ver verwijderd' wordt ervaren. Is het niet in de plaatselijk gemeente, dat het werk gedaan wordt!
Twee vormen van kerk-zijn weet men goed te plaatsen, namelijk de kerkeraad en de synode. Daarnaast kan de classis niet gemist worden. Want het is daar, dat de gemeenten elkaar ontmoeten, besluitvorming plaatsvindt over kerkelijke aangelegenheden.
'Congregationalisme is per definitie uitgesloten.' Kortom, gepleit wordt voor een kleinere en duidelijker organisatie van het kerkelijk apparaat. Daarin ziet men geen plaats toebedeeld aan de huidige P.K.V.-en. Veel van de dienstverlening door het provinciale apparaat verricht, zou ondergebracht moeten worden bij vijf à zes regionale centra, bestuurlijk verbonden aan de classicale vergaderingen. Bij die centra kunnen de gemeenten terecht voor toerusting of begeleiding inzake jeugdwerk, pastoraat, etc. Doch gemeenten zouden daarvoor ook een beroep mogen doen op de zgn. modaliteitsorganisaties.
Schrift en belijdenis
Ten aanzien van dit aangelegen punt werd benadrukt, dat Schrift en Belijdenis niet van eenzelfde orde zijn. De gelovigen zijn dan ook allereerst gebonden 'aan de Heer Jezus Christus, vervolgens aan het getuigenis van de Schrift en aan de gemeente'. (!) 'In dat kader zijn ook wij gebonden aan de belijdenis, maar dan wel vanuit de situatie, waarin die belijdenissen zijn geformuleerd en in die gemeenschap, die tot die belijdenissen heeft geleid.'
Verder werd beklemtoond: 'Belijdenissen zijn er dan ook niet om de formele overeenstemming tussen de gelovigen eens en voor altijd vast te leggen, het zijn geen tijdloze waarheden'. Gemeenschap met de belijdenis der vaderen moet dan ook verstaan worden als 'omgang' met die te hebben. Het gaat daarbij om de religie van de belijdenis.
Wat betreft de Leuenberger Konkordie, erkend werd, dat daarin formuleringen voorkomen, die haaks staan op die uit de Dordtse Leerregels. Doch, 'Het zou juist heel spannend kunnen zijn, om als Calvinisten eens de Lutherse belijdenisgeschriften goed door te werken en omgekeerd'.
P.S. De term 'religie van de belijdenis' is door wijlen prof. Severijn menigmaal gehanteerd, doch in een geheel andere zin en met verstrekkender gevolgen. Namelijk in een levendige betrokkenheid en gebondenheid wat betreft de kerkelijke geschriften. In feite wordt in bovenstaande toelichting een werkelijke binding aan de belijdenis losgelaten.
Gemeente en gemeentelid. De vraag was gesteld naar eventuele grotere vrijheid, ook bovenplaatselijk, voor die gemeenten, die grote moeite hebben met S.o.W. Het antwoord daarop was afwijzend. 'We zijn samen kerk en we zitten in een kerk, die samen-op-weg is gegaan. De positie van de (buitengewone) wijkgemeente en de perforatie van de gemeentegrenzen zullen in de ordinanties aangegeven worden.
Overigens moet art. VIII : 2 zo gelezen worden, 'dat men lid wordt van de Kerk door de Doop. Echter, om lid te zijn van de V.R.K. is inschrijving nodig'.
Het ambt. Benadrukt werd, dat men getracht heeft in art. V de lutherse en gereformeerde ambtsopvatting op een evenwichtige wijze te harmoniëren. Voor de Lutheranen bestaat er eigenlijk maar één ambt, nl. 'het openbare ambt van Woord en Sacrament'. De Kerk is immers schepping van het Woord. Heeft die visie ertoe geleid, dat in de Lutherse Kerk het ambt van predikant domineert, dat gevaar wordt in art. V : 2 duidelijk de pas afgesneden: door de erkenning van de bekende 3 ambten en de beschrijving van de verschillende verantwoordelijkheden.
Ontkend werd, dat het ambt louter als een functie van de gemeente gezien wordt! 'Er is veel meer sprake van een wisselwerking van het ambt naar de gemeente en van de gemeente naar het ambt.'
Wat betreft de aparte status, toegekend aan de Lutherse Kerk, werd opgemerkt, dat deze ontworpen is om het gevaar te bezweren, dat deze heel kleine kerk (met haar traditie) ten onder zou gaan in het grote geheel. Overigens zullen de Lutherse gemeenten deel uitmaken van de classicale vergaderingen. Tenslotte werd benadrukt: 'De Classis… is het ontmoetingspunt van de gemeente. Daar moeten we dan ook wel allemaal zijn'.
Doop-belijdenis-Avondmaal
Verwijzend naar de opmerkingen gemaakt bij de artikelen VIII en IX werd er gezegd, dat de geloofsbelijdenis op verschillende manieren kan plaatsvinden. Bijvoorbeeld, 'door iets belijdends te zeggen in de doopdienst'.
Wat betreft de deelname aan het Avondmaal, meende de werkgroep, dat het niet langer als normatief voor de praktijk van alle gemeenten moet gesteld worden, dat men eerst belijdenis moet gedaan hebben, alvorens tot het Avondmaal toegelaten te kunnen worden. Ook kinderen moeten kunnen aangaan, zij het na voorbereiding. Dan, als er in art. XI, lid 6 gezegd wordt, dat de kerkeraad 'zich verstaat' met hen, die belijdenis van het geloof wensen af te leggen, laat dat een ruime variatie aan toepassingen toe.
Het opzicht. Ter zake van art. XII, lid 5 werd opgemerkt, dat daarin slechts 'het karakter van het opzicht en hoe het wordt uitgeoefend beschreven' wordt. Een en ander zal in de ordinanties worden uitgewerkt. Verder werd gesteld, dat volgens Calvijn, opzicht altijd dient te geschieden 'in de geest van zachtmoedigheid en gematigdheid'. Vandaar de gekozen formulering van art. XII : 1.
P.S. De meeste ambtsdragers van hervormd-gereformeerde signatuur konden zich maar slecht vinden in veel van de reacties; de consultatie als geheel hebben zij als uitermate teleurstellend ervaren.
P.M. Breugem, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's