De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vasten en bidden (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vasten en bidden (3)

4 minuten leestijd

Een andere instelling
Het is opvallend van Theodorus à Brakel te horen, dat hij door de geestelijke oefeningen, die hij in zijn boeken beschrijft, twee dingen leerde. Ten eerste kwam de heerlijkheid en glorie van God juist in die verootmoediging tot uitdrukking. En ten tweede richtte zijn concentratie zich op het lijden en sterven van Christus.
Met het laatste zijn we bij iets heel wezenlijks terecht gekomen. Mensen als Theodorus à Brakel stonden onder de beïnvloeding van de Middeleeuwse bruidsmystiek, waar Bernard van Clairvaux de vader en mensen als Heinrich Suso, Jan van Ruusbroec en Thomas van Kempen de bemiddelaars van zijn geweest. Voetius stierf met de woorden van de hymne van een der gebedsuren (de Terts) van Heinrich Suso op de lippen: Ik begeer U duizendmaal, mijn Jezus. Wanneer zult Gij komen, wanneer zult Gij mij blij maken, wanneer zult Gij mij van u verzadigen? Maar deze bruidsmystiek veronderstelde een leven van navolging. Thomas van Kempen legt Jezus' woord: Wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, aldus uit: Zo zij het dan ons meest aangelegen streven, dat wij ons in het leyen van Jezus Christus met vrome aandacht verdiepen. En even verder: Wie echter Christus' woorden tenvolle verstaan en smaken wil, moet er zich op toeleggen zijn hele leven aan Hem gelijkvormig te maken. Trekken hiervan vinden wij terug in ons artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden. Dezelfde taal vinden we in de stukken over het waken en bidden en over het lijden met Jezus in de Ziekentroost.
Protestanten zijn doorgaans huiverig voor dit soort meditatie, omdat de gelijkvormigheid met Christus weleens ten koste zou kunnen gaan van het algenoegzame lijden van Christus. Het zou niet langer zijn: Hij voor ons en in onze plaats, maar: wij met Hem. Op deze wijze is de concentratie door vasten en gebed en met alle middelen in veler oog een soort werkelijkheid geworden. Een vrome deugd die volstrekt af te wijzen is, omdat het plaatsbekledende van Christus' lijden erdoor verduisterd wordt.

Het een of het ander?
Niet te ontkennen valt, dat dit denken niet nu pas begint, maar reeds enkele eeuwen bezig is zich te ontwikkelen. De doordeweekse diensten, het vasten, de gebedstijden zijn alle ten offer gevallen aan de gedachte dat het roomse stoutigheden waren die de algenoegzaamheid van Christus' lijden en sterven slechts in de weg konden staan. De verwijdering van al deze zaken strookte wonderwel met ons streven naar doordeweekse vrijheid en aandacht voor ons dagelijks werk en dagelijks brood. In plaats daarvan hebben wij protestanten het begrip 'geloof' naar voren geschoven. En we hebben gedacht dat dit gebruik van geloof ons de vrijbrief gaf om ons niet over te geven aan beuzelingen als gebed en vasten ter concentratie op Jezus' lijden en sterven. Bonhoeffer schrijft in zijn boek over de Navolging dan ook onbewimpeld dat genade zonder navolging goedkope genade is, af te keuren omdat Christus en Zijn kruis eraan ontbreken.
Dat argument der paapse stoutigheden is dus een drogreden. De zogenaamde Nadere Reformatie, maar ook andere tijden in het leven van de Kerk hebben bewezen dat geestelijke oefening geen bedreiging is van het geloof, maar een middel in Gods hand om het geloof te verlevendigen. Wie de sterk verootmoedigende taal van de boeken van Theodorus à Brakel en zelfs van grote stukken van de Navolging van Thomas van Kempen leest, kan niet meer uit de voeten met de gedachte dat dit alles uit werkheiligheid voortkomt. Zeker, bij de Middeleeuwse gestalte van de navolging en bruidsmystiek en het gebruik dat ervan wordt gemaakt, loert het gevaar van werkheiligheid om de hoek van de deur. En bij de protestantse vorm, gezuiverd van roomse trekken, is er het gevaar van de gestaltelijkheid en daarmee van de systematisering van het geloof. Maar welk gevaar bekruipt ons dan wel niet in onze dagen, waarin wij zogenaamd niets dan 'het geloof' over hebben? Vinden wij allerlei vertroosting in Zijn wonden, terwijl er nooit enige gedachte aan die wonden gewijd wordt? Of is het de illusie van de goedkope genade die als genade van God niet bestaat?
De conclusie moet wel luiden: wij hebben het een en het ander nodig. Een Kohlbruggiaanse Christusprediking en een levenspraktijk als Theodorus à Brakel. Vasten en bidden, omdat uw tegenpartijder rondgaat als een briesende leeuw. En om uw grove zintuigen (woorden van Calvijn en De Brès) te richten op Jezus Christus' lijden en sterven. Om te leren en te weten en te ervaren wat Heinrich Suso dichtte:
Jezus is mij een Honingvloed
en een eeuwige Bron van het leven.

C.A. Tukker, Epe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vasten en bidden (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's