De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leren en belijdenis doen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leren en belijdenis doen

10 minuten leestijd

Hem kennen
Wanneer je belijdenis des geloofs aflegt, is dat allereerst een zaak van je hart. Het is een hartelijk belijden dat Jezus de Christus is. Net zoals Simon Petrus dat eenmaal deed en zei: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' (Matth. 16 : 16).
Bij het belijdenis doen gaat het om onze persoonlijke relatie met Christus. Dat is de kern van ons belijden. Dat we Hem kennen en voor Hem uitkomen.
Stel je voor dat je veel van de Bijbel en de belijdenis van de kerk zou weten, maar je zou Jezus niet kennen als je eigen Zaligmaker, dan valt er niets te belijden. Of beter gezegd: dan valt er Niemand te belijden. Belijdenis doen is openlijk uitkomen voor de Heere Jezus. Dat is de kern.
Je kunt ook zeggen: het gaat om kennis van de drie kanten van het geloofsleven: ellende, verlossing en dankbaarheid. Maar juist omdat het daarom gaat is het niet zo dat er verder niets geleerd zou behoeven te worden. Wie discipel van de Heere Jezus wordt, wordt leerling om van Hem en over Hem te leren. Over Zijn werk, over Zijn God-zijn en mens-zijn, over Zijn Woord, Zijn geboden. Zijn beloften en noem maar op. Het is de liefde die er naar doet verlangen om steeds meer van Hem te weten.
Daarom wordt er geleerd op de belijdeniscatechisatie. Op persoonlijke, hartelijke, maar ook verstandelijke wijze. Het is ook nodig. Door je 'het geloof' van de kerk eigen te maken, ontvang je een wapenrusting die je nodig hebt om in onze tijd een goede soldaat te zijn van Christus in de strijd van het geloof.

Leren
Nu vinden veel mensen leren geen plezierige bezigheid. Men vindt het al gauw te veel en te moeilijk. Daar zijn allerlei redenen voor aan te voeren. Eén van de redenen is dat de grondslagen van de kennis ontbreken. Al is het zo dat de meeste catechisanten in hun kindertijd dagelijks geloofsonderricht ontvangen, bij velen functioneert die kennis niet en zakt ze na de kindertijd weg. Het wordt drijfzand, waarop moeilijk gebouwd kan worden. ledere predikant en catecheet weet dat de kennis van de gemiddelde belijdeniscatechisant niet groot is. Er zijn er die de Bijbelboeken nauwelijks kennen en de 12 artikelen niet kunnen opzeggen, ook al horen ze die elke zondag.
We moeten deze feiten eerlijk onder ogen zien en ze niet verdoezelen. Het is bijzonder jammer dat velen zo weinig weten van de Bijbel en de belijdenis van de kerk. Hosea heeft niet voor niets gezegd: 'Mijn volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is (4 : 6). Daarom dient er op de belijdenis goed geleerd te worden. De Heilige Geest maakt geen luie, maar leergierige mensen. In heel wat gevallen is er dan sprake van een inhaalmanoeuvre.
Nu kan de één beter leren dan de ander. De één hoeft maar iets te lezen en hij onthoudt het. Maar de ander heeft moeite met lezen, onthouden, reproduceren enz. Het bovenstaande is niet zozeer tot hen gezegd, die moeilijk leren. Laten vooral zij het bovenstaande zich aantrekken die van God een goed verstand hebben gekregen. Ik weet wel dat het probleem is: als je weinig van de Schrift en de belijdenis weet, maar je denkt dat je veel weet (maar het is niet waar), dan kun je praten wat je wil, maar tegen deze 'domheid' kun je niet op. Het zij zo!

Wat leren?
Laten we nu eens bezien aan welke kernzaken we denken als het gaat om het leren op de belijdeniscatechisatie.
Dan beginnen we met de Heilige Schrift. Dat is onze levens-Gids. Wil deze ons de weg wijzen, dan moeten we zelf de weg er in weten. Het is daarom belangrijk dat we de hoofdlijnen van de Schrift kennen, de hoofdwegen zouden we kunnen zeggen. Daarnaast is het belangrijk dat we zelfstandig de Bijbel kunnen lezen. Weten hoe en waarom we dat doen. De tijd van de belijdeniscatechisatie is bij uitstek een tijd die zich voor persoonlijke en gezamenlijke oefening hierin leent.
Op de grondslag van de Schrift verrijst het gebouw van het geloof van de kerk. Een huis om in te wonen. Om thuis in te zijn. Een huis dat bestaat uit verschillende kamers. De kamer van de twaalf artikelen, de kamer van de 10 geboden, van het onze Vader en van de Sacramenten. Ook wel Geloof, Gebod, Gebed en Sacramenten genoemd. Deze kamers zijn niet bedoeld als pronkkamers, waar je nooit komt en waar je niets mee doet, maar als werkkamers. Kamers die functioneel zijn. Dan is ook nodig dat we leren wat het gemeente-zijn inhoudt. Je treedt toe als belijdend lid tot de gemeente. Wat betekent die gemeente en wat betekent mijn plaats in die gemeente? Wat mag van mij verwacht worden? In dit verband is inzicht in de kerkdienst, de prediking en liturgie, de ambten enz. nodig. Daarnaast kennis van de gaven die de Heilige Geest aan ieder gemeentelid wil geven. Bijvoorbeeld om getuige te zijn in woord en daad. Ook kennis van andere kerken en de geschiedenis van de kerk is nodig. Op dit gebied is er vaak heel veel onkunde.

Hoe leren we?
Wanneer we de belangrijkste kernpunten van de leerinhoud hebben genoemd komen we aan de vraag: hoe kunnen we ons deze kennis eigen maken? Welke methode volgen we bij het leren?
Nu hangt het er van af, om welk onderdeel van de leerinhoud het gaat.
Gaat het om de kennis van de Schrift dan is niets beter dan dat we behalve informatie over de Schrift (de hoofdwegen), de Schrift zelf lezen. Er zijn predikanten/catecheten die voor elke dag een Bijbelgedeelte opgeven om thuis te lezen. Dat werkt bijzonder goed. 25 weken belijdeniscatechese geeft dan 25 x 7 Bijbelgedeelten, dat is 175 Bijbelgedeelten. Dat is toch mooi.
Dan het huis van het geloof van de kerk. Meestal worden we in dat huis wegwijs gemaakt door middel van een boekje. Zo'n boekje biedt een samenvatting van de geloofsleer. Het is niet bedoeld als een keurslijf, maar als een gidsje voor het huis van het geloof, waar iedere groep op zijn eigen manier mee omgaat. We krijgen dan informatie over de kernzaken en voeren verschillend opdrachten uit. Ook thuis. Sommige predikanten laten hun belijdeniscatechisanten de belangrijkste vragen en antwoorden uit de Heidelbergse Catechismus leren (b.v. 1, 21, 60, 66, enz.). Dat is een goede zaak. Mits men de catechisanten die dat niet kunnen niet in paniek brengt.
Wat het gemeente-zijn betreft: het is heel goed mogelijk dat de predikant eens iemand uitnodigt, b.v. een ambtsdrager of kerkvoogd om iets te vertellen over hun werk in de gemeente. Ook kan men besluiten om als belijdeniscatechisanten zelf mee te doen met bepaalde werkzaamheden in de gemeente, b.v. in het evangelisatiewerk. Een soort stage dus. Hier zijn mogelijkheden te over.

Kennisonderzoek
Als de tijd van de belijdeniscatechese ten einde loopt komt de vraag naar voren of en op welke wijze het geleerde getoetst moet worden. We kunnen hier niet ingaan op de didactische waarde van de toetsing, maar zouden er wel sterk voor willen pleiten. Bovendien schrijft de kerkorde het ook voor, als een taak van de kerkeraad (Ord. 9, artikel 4, lid 4). Vanouds is het de gewoonte dat dit kennisonderzoek op de 'aannemingsavond' plaatsvindt. Dan is er een delegatie van de kerkeraad aanwezig, die zich vergewist van de kennis van de nieuwe lidmaten. De predikant stelt aan iedere catechisant één of meer vragen, die ze dan hopelijk goed beantwoorden. Nu valt het niet mee, om dit onderzoek uit de sfeer van een examen te houden. Wat kan er op zo'n avond een gespannen sfeer zijn. Niet in het minst ook bij de kerkeraadsleden. Stel je voor dat de dominee mij een vraag stelt!
Wij voor ons zouden pleiten voor een andere gang van zaken. De predikant stelt tijdig een lijst van vragen en antwoorden samen (bijv. 50 vragen) en legt die voor aan de kerkeraad als een samenvatting van de hele leerstof. De kerkeraad dient met deze lijst in te stemmen.
Vervolgens vraagt de predikant of de kerkeraad het goed vindt dat hij die lijst gedurende de laatste 5 weken op de belijdeniscatechisatie repeteert. Elke week 10 vragen (erbij).
Hiermee verplaatsen we het kennisonderzoek van de aannemingsavond naar de belijdeniscatechisatie zelf. Het uiteindelijke resultaat is – naar eigen ervaring – groter. In het persoonlijke gesprek dat de predikant aan het eind van de belijdeniscatechese met iedere deelnemer heeft, kunnen eventuele zwakke plekken in de kennis bekeken worden. Bijzondere 'gevallen' kan de predikant met de kerkeraad bespreken. Bij deze gang van zaken legt de kerkeraad dus in goed vertrouwen het kennisonderzoek in handen van de predikant. Zo houdt de kerkeraad toezicht.
Nu kan de aannemingsavond een andere inhoud krijgen. Belijdeniscatechisanten en kerkeraadsleden samen kunnen (groepsgewijs) aan de hand van een Bijbelgedeelte tot een gesprek komen over de inhoud van het belijdenis doen. Daarnaast wordt gevraagd naar de bereidheid van de belijdeniscatechisanten om belijdenis te doen en ook kan de belijdenisdienst worden voorbereid. Een goed voorbereide aannemingsavond kan zo een hoogstaande bijeenkomst worden.

Als je niet kunt leren
We gaan nu nog even in op de vraag wat er gedaan moet worden als belijdeniscatechisanten moeilijk kunnen leren. Het is toch niet de bedoeling dat belijdeniscatechisanten nachten wakker liggen omdat ze bang zijn dat ze een vraag niet kunnen beantwoorden. Zou de Heere dat van ons vragen? Ik denk het niet.
Laat de predikant hier pastoraal mee om gaan en in een eerste ontmoeting de deelnemers uitnodigen om hem te melden of er problemen zijn op dit gebied. Het voorkomt vaak allerlei vervelende situaties. Ook op ander gebied dan dat van het leren. Laat de liefde hier de grens aangeven. Het gaat uiteindelijk toch om de kennis van ons hart. Ook al kunnen we lezen noch schrijven, weinig onthouden of bedenken, dan mag dat geen verhindering zijn om uit te komen voor onze persoonlijke relatie met de Heere.
Om dat laatste gaat het toch. Juist zij die op school moeite hadden om 'mee te komen' kunnen ontroerende blijken van geloofsvertrouwen geven. Ze hebben er zelf vaak geen erg in. Het gebeurt nogal eens dat de eersten de laatsten worden en de laatsten de eersten.

Voorgezette catechese
Als de grote dag van het belijdenis doen voorbij is dan is er het gevaar dat de nieuwe lidmaten in een leegte terechtkomen. De wekelijkse ontmoeting is er niet meer en ook valt het leren weg. De persoonlijke stimulans valt weg. En zo kan het geleerde ook weer wegebben.
We pleiten daarom voor een voortzetting van het leren. Dat kan in de eigen kring van nieuwe lidmaten, maar ook door opname in de bestaande kringen en verenigingen.
Dan blijkt dat je nooit uitgeleerd bent. Dan juist wordt het leren steeds boeiender. Met hoofd, hart en hand leren, dat is een speurtocht, die nooit verveelt.
Leren doe je inderdaad levenslang. Hoe zei Paulus het ook al weer: 'Wij kennen ten dele, wij profeteren ten dele' (1 Cor. 13 : 9). Maar eenmaal zullen we volmaakt kennen, zoals we zelf door God gekend zijn (vers 12).

W. Verboom, Hierden/Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Leren en belijdenis doen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's