De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijbelse visie op lichamelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbelse visie op lichamelijkheid

Enkele bijbelse-theologische aspekten rond de sexualiteit (2)

15 minuten leestijd

Niet bijkomstig
We hebben enkele grove lijnen geschetst. Nu willen we wat dichter bij onze zaak komen. We zoeken naar de bijbelse visie op bepaalde motieven, die direkt met sexualiteit te maken hebben. Eerst de lichamelijkheid. Hoezeer sexualiteit verweven is met ons totale menselijke bestaan, ze heeft onmiskenbaar allereerst een lichamelijke exponent. In de Bijbel is de lichamelijkheid een wezenlijk deel van ons menselijk bestaan. De Bijbel theoretiseert en systematiseert niet over de mens, maar heeft het altijd over de konkrete mens in zijn relatie tot God. Bij schepping, zonde, verlossing en voleinding is telkens de mens als totale en konkrete mens betrokken. In Gen. 2 : 7, wordt onmiddellijk duidelijk hoezeer ons menselijk bestaan thuis hoort op de aarde en stoffelijk is bepaald. In Gen. 3 : 19 wordt hij zelfs tot stof genoemd. Niet dat dat stof zonder meer alles is van de mens. God gaf hem de levensadem, zo is hij een in het stof levend mensenkind. Mens-zijn is levend zijn in stoffelijkheid en lichamelijkheid voor Gods Aangezicht. Terecht heeft men wel gezegd. De mens heeft geen lichaam, maar is zijn lichaam. Het geeft hem zijn individualiteit en is zijn mogelijkheid tot kommunikatie.
We kunnen bijbels gezien het lichamelijke nooit zien als iets bijkomstigs. Iets, wat we voor ons mens-zijn voor God ook eigenlijk wel kunnen missen. Nee, het lichamelijke is ons mens-zijn naar haar uiterlijke verschijning. Zo vertonen wij ons, zo zijn wij in dit leven. Een onderwaardering van het lichaam ten gunste van de ziel vindt in de Bijbel geen grond. Het valt op, hoe ook bij Paulus het lichaam volop in het mens-zijn voor Gods Aangezicht meedoet. Het lichaam van de gelovigen is een tempel van de Heilige Geest, die in hen is, 1 Kor. 6 : 19. Het lichaam is Paulus wel meer dan de biologie er onder verstaat, maar dat is er wel bij inbegrepen. De totaliteit van ons menszijn op deze aarde stellen we in dienst van God, Rom. 12 : 1 en Rom. 6 : 12.

Verwevenheid
Met dit eerste gezichtspunt hangt samen, dat ziel en lichaam in het menselijk verweven zijn. Het zijn niet twee aparte delen van het bestaan, die op zichzelf gesteld kunnen worden of zelfs tegenover elkaar. In Psalm 84 getuigt de psalmdichter van zijn verlangen naar God met de volgende woorden: Mijn ziel is begerig en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des Heeren; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levende God. Het is die ene levende mens, die zich uitstrekt naar God. Lichaam en ziel, grofweg gezegd, innerlijk en uiterlijk beïnvloeden elkaar dan ook. In Psalm 32 merken we, hoe innerlijke strijd lichamelijke uitputting tot gevolg heeft. En menigmaal merken we in die psalmen ook, hoe ziekte leidt tot innerlijke verwarring, zie bijv. Ps. 38, 88 en 116. En de ervaringen van Job, die grote lijder uit het O.T., spreken voor zichzelf. In Hand. 9 : 40 vinden we ook nog een duidelijk voorbeeld van de nauwe verbondenheid tussen het lichaam en de mens zelf. We lezen dat Petrus zich tot het lichaam van de overleden Dorkas wendt en zegt: Tabitha sta op. De persoon en het lichaam blijken hier zeer nauw verbonden.
Ook de Bijbel geeft dus geen aanleiding om de sexualiteit als toch maar iets lichamelijks los te koppelen van ons eigenlijke innerlijke bestaan. We zijn mens voor God, daarbij is onze sexualiteit volledig inbegrepen. Aan de andere kant moeten we de dingen hier wel zuiver blijven zien. Er is wel verwevenheid tussen lichaam en ziel, maar toch weer geen vermenging. Er blijft een duidelijk onderscheid. Ons menselijk bestaan gaat niet in het lichaam zijn op en wordt ook niet volledig bepaald door het lichamelijke. Er is meer. Bij hun uitzending bemoedigt de Heere Jezus zijn discipelen. Ze hoeven niet bang te zijn voor hen, die het lichaam alleen kunnen doden. Ze moeten veel meer bevreesd zijn voor Hem, die zowel het lichaam als de ziel kan verderven in de hel. Paulus schrijft in 1 Kor. 5 : 3, dat hij in het lichaam wel afwezig is, maar aanwezig is in de geest. In 1 Kor. 6 gaat het over wat wij met ons lichaam, dat een tempel van God is, doen. We mogen het niet voor de hoererij gebruiken, maar dienen God in onze lichamen te verheerlijken. Duidelijk is daar sprake van een levenscentrum, een ik, een persoon, of hoe we dat verder ook noemen willen, dat zich bewust is lichaam te zijn en daar op een bepaalde manier mee omgaat.
Ons bestaan is niet een willekeurig vloeiende of bruisende stroom van impulsen en driften, ons bestaan wordt mede gekonstitueerd door een ik, dat zich ervan bewust is en er mee omgaat. We worden in de Bijbel daarover dan ook telkens weer ter verantwoording geroepen. Elk denken en spreken over menselijkheid en sexualiteit zal hier rekening mee dienen te houden. Ook in de beleving van sexualiteit zal het onderscheid tussen dierlijk en menselijk leven aan het licht komen.

Bestemming
Het overwegen waard is ook, hoe de Bijbel over de bestemming van het lichamelijke spreekt. De lichamelijke kant van het bestaan blijkt dan niet minder bestemd voor het koninkrijk der hemelen, dan de innerlijke en geestelijke. Dat ligt helemaal in de lijn van wat we boven gezien hebben. Al in het O.T. vinden we er sporen van. Jes. 25 : 8 en 26 : 19, Job 19 : 25 en 26. De Heere Jezus neemt heel duidelijk stelling tegen de Sadduceeën, die zulks ontkennen. Voor Paulus lijdt het geen twijfel, dat de gelovigen die in Christus ontslapen zijn, ook lichamelijk zullen opstaan. Het is immers onmiddellijk gevolg van de lichamelijke opstanding van Christus Zelf. Gods kinderen zijn geheel bestemd voor zijn heerlijke toekomst. Daarbij is hun lichaam niet uitgezonderd. Dat lichaam zal overigens wel worden getransformeerd. Het is immers onderworpen aan de gevolgen van de zonde. Verderfelijkheid en vergankelijkheid kleven het aan. De zonde heeft het vernederd. Maar dit vernederd lichaam zal gelijkvormig worden aan Christus' verheerlijkt lichaam. Fil. 3 : 21. Men zie ook 1 Kor. 15 : 51-57. Zoeken we de Bijbelgegevens er op na, dan blijkt die verheerlijking toch niet zonder meer een voortzetting van het hier en nu op hoger plan. Er zijn ook bepaalde veranderingen. Opmerkelijk is een woord van Jezus in polemiek met de Sadduceeën. Ze hadden een geval uitgedacht, dat zeer geschikt leek om Jezus te strikken. Een vrouw was naar de regel van het zwagerhuwelijk getrouwd geweest met 7 broers. In de opstanding moest dat toch zeker problemen geven. Jezus antwoordt dat er in de opstanding niet ten huwelijk zal worden gegeven, maar dat dan de mensen zullen zijn als de engelen, die in de hemelen zijn, Mk. 12 : 25. Dit woord heeft tot allerlei veronderstellingen aanleiding gegeven. In de tijd van Augustinus waren er Schriftuitleggers, die op grond hiervan meenden, dat er alleen maar mannen zouden zijn in de opstanding. Augustinus bestrijdt dat. Wel zal er geen sexuele begeerte meer zijn. Het vrouwelijk lichaam zal verheven zijn boven de sexuele gevoelens. Calvijn tekent hierbij aan, dat we niet in alle opzichten gelijk zullen zijn aan de engelen. Wel in zoverre, dat we ontheven zijn aan alle zwakte van het tegenwoordige leven. En omdat er geen dood meer zal zijn, is er ook geen voortplanting meer nodig.
We moeten allereerst in het oog houden, dat het hier gaat om een twistgesprek. Laten we dan ook voorzichtig zijn met het trekken van al te veel en overhaaste konklusies. De instelling van het zwagerhuwelijk was er om nageslacht te garanderen aan hen, die zonder zoon overleden waren. Men moest immers via zijn nageslacht deel hebben aan de glorierijke tijd van de Messias. In de opstanding valt die noodzaak weg. Een zwagerhuwelijk is dan in ieder geval overbodig. Toch kun je niet zeggen, dat met de noodzaak van nageslacht ook de zin van huwelijk en sexualiteit vervalt. Immers dan blijft de bijzondere band van liefde tussen twee mensen, die zich ook lichamelijk uit.
Ook moeten we niet de oplossing zoeken in de ontkoppeling van huwelijk en sexualiteit alsof in de opstanding er zoiets als 'vrije sex' zou zijn, zij het dan in gereinigde vorm. In Gen. 2 : 24 wordt de sexuele gemeenschap duidelijk aan twee mensen toevertrouwd en dan is er nog geen sprake van zonde.
Als Jezus hier spreekt over opheffing van het huwelijk, bedoelt Hij het huwelijk zoals wij dat kennen. En dat wordt mede bepaald door de situatie van de zonde. Sancties, hoe licht ze ook zijn in onze hedendaagse samenleving, zorgen ervoor, dat een huwelijk niet zomaar wordt verbroken. Maar de instelling van het huwelijk is niet puur het gevolg van de zondeval. Al in Gen. 2 : 22vv. lezen we van het in liefde samenzijn van één man en één vrouw, de lichamelijke gemeenschap daarbij inbegrepen. Deze woorden van Jezus betekenen dus in ieder geval, dat het huwelijk, zoals wij dat kennen, in de opstanding geen rol meer speelt. Maar wil dat zeggen, dat elke vorm van persoonlijke liefde en sexualiteit is uitgesloten?
Zal het goede van de schepping toch niet op de een of andere manier een plek vinden in de herschepping? We laten het bij vragen en suggesties. Wie duidelijke en pertinente antwoorden wil, bedenke het woord van de apostel Johannes: Geliefden, het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Wie al te veel aan zijn nieuwsgierigheid toegeeft, zit in wezen op één lijn met de Sadduceeën, die Jezus hier te woord staat.
In dit verband is aardig, hoe de Engelse dichter Milton in zijn 'Verloren Paradijs' de engel Rafaël laat antwoorden op de nieuwsgierige vraag van Adam, hoe engelen elkaar hun liefde laten blijken. Kijken zij alleen naar elkaar, vermengen ze hun glans, of is er misschien ook sprake van een of andere aanraking? Het antwoord is, dat het Adam genoeg moet zijn, dat engelen gelukkig zijn en dat ze dus elkaar liefhebben, want zonder liefde is er geen geluk.

Waardering
Tussendoor speelde ook al de waardering van het lichamelijke en in het bijzonder van de sexualiteit in de Bijbel een rol. We gaan er nu nader op in. We kijken eerst naar de kontekst, waarin de bijbelse boodschap en met name die van het N.T. heeft geklonken. Het hellenistische denken, dat in die tijd de kultuur bepaalde, waardeerde het sexuele niet hoog. Plato heeft daaraan bijgedragen met uitdrukkingen als het lichaam, dat de kerker der ziel zou zijn. Men moest er van verlost worden om op te stijgen tot het ware geluk in het rijk der zuivere ideeën. De gnostiek sloot daarbij aan. Het stoffelijke en lichamelijke vormde de onderste rand van het bestaan. De goddelijke vonk is daar ver van haar oorsprong verwijderd. Het ware geluk ligt in de terugkeer. In zo'n sfeer komt de sexualiteit als lichamelijke lust onder sterke verdenking te staan. Net als trouwens andere specifiek lichamelijke zaken als eten en drinken, hoewel soms minder pregnant. En we kunnen niet zeggen, dat christenen van toen en trouwens ook van nu zich altijd aan deze invloed hebben kunnen onttrekken. We hoeven hier maar te herinneren aan het celibaat van de Rooms-Katholieke kerk. Maar ook de Reformatie heeft zich daar niet echt aan ontworsteld. Bij Calvijn kunnen we uitdrukkingen vinden als het broze lichaam, dat onze gevangenis is.
Het is nu haast wel gemeengoed geworden, dat we bijbels gezien zo het lichamelijke niet mogen waarderen. Het behoort immers tot die schepping Gods, waarvan Hij gezegd heeft: Zeer goed. We zagen al hoe het in de paradijssituatie aan Adam en Eva gegeven werd om tot een vlees te zijn. Paulus verzet zich dan ook krachtig tegen hen, die propageren, dat het een christen eigenlijk niet past om te trouwen en hij/zij zich beter ook maar van bepaalde spijzen onthouden kan. Hij beroept zich daarbij met zoveel woorden op de goede schepping van God. Alle schepsel Gods is goed, met dankzegging genomen zijnde, 1 Tim. 4 : 4. Zo had hij ook al aan de Korinthiërs geschreven, dat het beter was om te trouwen, dan te branden. Het onderdrukken van het sexuele verlangen is echt geen specifiek kenmerk van een waardig christenleven. Wie de gave van de onthouding niet heeft, trede met een volkomen gerust hart in het huwelijk. Paulus zit hiermee duidelijk op de lijn van motieven in het O.T. Bij de oorlogswetgeving onder Israël gold, dat een pasgetrouwd man het eerste jaar niet hoefde uittrekken ten strijde, Deut. 20 : 7 en 24 : 5. In de laatste tekst lezen we als motief, dat hij een jaar lang vrij zal zijn in zijn huis en de vrouw, die hij gehuwd heeft zal verheugen. Dezelfde sfeer ademen Spr. 5 : 18 en 19 en Pred. 9 : 9. Ook het Hooglied draagt duidelijk bij tot een positieve waardering van de sexualiteit. Ongetwijfeld heeft slechts een symbolische opvatting de opname in de kanon van het O.T. mogelijk gemaakt. Maar dan nog kunnen we zeggen, dat wanneer sexualiteit als zodanig als slecht gewaardeerd zou worden, men haar niet als beeld van de liefde tussen God en zijn volk zou hebben willen gebruiken.
Wel moet hierbij aangetekend worden, dat andere dingen op de waardenschaal van de Bijbel hoger genoteerd staan. Ook al is ze op zichzelf niet zondig, soms moet de sexualiteit wijken voor andere, kennelijk hogere belangen. In Mat. 19 : 12 horen we de Heere Jezus zeggen, dat er verschillende soorten gesnedenen zijn. Dat is naar aanleiding van de opmerking van de discipelen, dat het wel erg moeilijk is om getrouwd te zijn als echtscheiding alleen bij hoge uitzondering toegestaan is. Gesnedenen zijn kennelijk mensen, die geen sexuele gemeenschap en dus ook geen huwelijk kennen. Dat kan ook terwille van het koninkrijk der hemelen. Een opmerkelijk woord! Temeer, waar voor de joden van die dagen het huwelijk als plicht gold en we ook van de Heere Jezus verder geen verachting van huwelijk en sexualiteit bemerken. Blijkbaar is het mogelijk om je levensaandacht en levenskracht zo in te zetten voor het koninkrijk der hemelen, dat andere dingen op de achtergrond raken. We wijzen er in dit verband ook op, dat Christus zelf niet gehuwd is geweest en dat dat nergens in de Schrift wordt gesuggereerd, dat Hij daarom minder mens geweest zou zijn. Hetzelfde vinden we bij Paulus. Hij schrijft, dat een echtpaar kan afzien van sexuele gemeenschap met het oog op een bepaald doel. In 1 Kor. 7 : 5 wordt gesproken over vasten en gebed. We kunnen denken aan een soort binnenhuwelijkse retraite. Onze relatie tot God vraagt voor een tijd zoveel specifieke aandacht, dat andere dingen daarvoor moeten wijken. We moeten onszelf en elkaar daarbij niet overschatten. Man en vrouw moeten het er samen over eens zijn en het moet vooral ook getermineerd zijn. In datzelfde hoofdstuk schrijft Paulus over het voordeel dat ongetrouwden hebben met het oog op het koninkrijk der hemelen. Als we getrouwd zijn en de gave, die God ons daarin heeft gegeven voluit mogen genieten, moeten we daar echter ook weer niet helemaal in opgaan. Ook wie een vrouw heeft, moet zijn als die niet hebbende, want de gedaante van deze wereld gaat voorbij, 1 Kor. 7 : 29-31. Dat sluit dan aan bij het woord van de Heere Jezus uit Mk. 12 : 25, waarnaar we al hebben geluisterd.

lichaam en zonde
In de Bijbel gaat het over de konkrete mens. En dat is de in zonde gevallen mens. Bij de waardering van lichamelijkheid en, sexualiteit moet ook dat in rekening worden genomen. We komen in deze bedeling nooit boven de dubbelheid uit. Immers ook de sexualiteit is aan het bederf van de zonde onderhevig. En geldt dan niet: hoe hoger de gave, hoe dieper de val? Hier wordt wel eens het woord van God uit Gen. 3 : 16 aangehaald, met de suggestie dat de begeerte op zichzelf gevolg van de zonde zou zijn. Nauwkeurig lezen van de tekst geeft geen aanleiding tot zo'n konklusie. De vloek van de zonde is de pijn, waarmee een vrouw haar kinderen ter wereld zal brengen. Ondanks dat blijft er de innerlijke drang naar haar man. Ook zijn heerschappij over haar is een verandering t.o.v. Gen. 2 : 18. maar ook dat zal haar niet afhouden van de lichamelijke gemeenschap. De zonde betreft dus niet de drang zelf, maar de verhouding, waarin die funktioneert. Er zijn echter andere bijbelgegevens genoeg, die ons laten zien hoezeer de zonde heeft huisgehouden op sexueel gebied. De Bijbel stimuleert allerminst tot een argeloos en ongeremd omgaan met sexualiteit. Ik wijs op de geschiedenis van David en Bathseba, op de dringende waarschuwingen van het Spreukenboek tegen de vreemde vrouw met haar verleidingen, Spr. 5 : 3vv; 7 : 5vv. De Heere Jezus laat zien hoe de sexuele zonde zelfs de manier van kijken naar elkaar kan aantasten. Mat. 5 : 28. Bij Paulus' vermaningen ontbreekt vrijwel nooit de waarschuwing tegen het zich uitleven in sexuele begeerten. Overspel en hoererij horen typisch bij het leven, dat de gelovigen achter zich gelaten hebben. In verbondenheid aan hun Hoofd Christus mogen ze onder leiding van de Heilige Geest opstaan tot een nieuw en godzalig leven. Paulus wil geen kwaad woord horen van Gods goede scheppingsgaven, maar hij wijst er wel op, hoe het gebruik daarvan wordt geheiligd door het Woord van God en het gebed. Alleen wie biddend leeft naar het Woord van God, leeft geestelijk en geniet op de goede manier van de gave die God ook in de sexualiteit aan zijn schepselen gaf. Juist het feit, dat paulus daartoe telkens weer vermaant, laat zien hoe ten dele die heiliging van de sexualiteit in de praktijkvan ons dagelijks leven is. Vandaar dan ook die ambivalentie. Aan de ene kant mogen we met een goed en gerust geweten ervan genieten en de ander ermee dienen. Aan de andere kant dienen we gedurig alert te zijn op de strikken van de boze. Zolang Christus nog niet is geopenbaard in heerlijkheid, blijft de vrijheid van de Geest een aangevochten goed.

J. Westland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bijbelse visie op lichamelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's