Spiegelgevechten om normen en waarden
De begrippen 'normen en waarden' zijn opeens niet van de lucht. Van alle zijden wordt weer voor herbezinning op normen en waarden in de samenleving gepleit. Politici, van welke overtuiging ze ook zijn mogen, vragen weer aandacht voor zaken, die diep weggezakt schijnen te zijn in het volksbewustzijn. Dat alles heeft ongetwijfeld te maken met een diepgaande morele crisis in de samenleving.
Verantwoordelijkheidsbesef slijt uit. Criminaliteit, vooral van jongeren, neemt ongekende vormen aan.
Vandalisme op en buiten de voetbalvelden wordt gepleegd door duizenden landgenoten, die geen besef meer hebben van waarden en normen.
Zo langzamerhand wordt ook door verantwoordelijke mensen – in de regering en bij de politie – van de daken geroepen dat het leven in een stad als Amsterdam – maar niet alleen dáár – niet meer veilig is vanwege de vele gewelddaden en berovingen. Het beestje wordt nu ook eerlijk bij de naam genoemd. Na een sterke koudwatervrees de jaren door om in deze iets ten nadele van vreemdelingen te zeggen, worden opeens de feiten open en bloot vermeld. Het valt immers niet te ontkennen, dat tal van illegalen en anderen, die hier van elders zijn neergestreken, zich te buiten gaan aan beroving van goederen van de burgers in dit land. Dat is nog iets anders dan te zeggen, dat uitslùìtend buitenlanders of dat alle buitenlanders zich vergrijpen aan eigendommen van anderen. Criminaliteit komt breed in de samenleving voor. Allochtonen zijn van nature niet slechter dan autochtonen maar ook niet beter.
Voor al die negatieve verschijnselen in de samenleving valt wel een oorzaak te bedenken. Werkloosheid maakt jongeren stuurloos. Slechte opvang en begeleiding van vreemdelingen drijft hen de misdaad in. Maar intussen raakt onze samenleving los van haar ankers. We worden meer en meer stuurloos. Want al deze 'begrijpelijke' verklaringen gingen gepaard met slapte in justitieel beleid. En daarvoor zijn andere 'verklaringen', namelijk verschuivingen in wat vandaag acceptabel mag heten. En met name daarom klinken nu her en der stemmen op dat het anders moet.
De minister-president deed een flinke duit in het zakje door het idee te lanceren werkkampen in te richten voor criminele jongeren. Dat die oproep samenviel met een peiling onder het volk, waaruit bleek, dat bij verkiezingen nú, de Centrum Democraten op een grote kiezersgunst konden rekenen, gaf zijn oproep een politiek, zeg diplomatiek luchtje. Maar verder was zijn oproep in deze de laatste tijd één van de vele uit politieke kringen, waaruit blijkt dat de wal het schip moet gaan keren.
Minister Hirsch Ballin roert al enkele jaren de trom, waarbij hij met name de kerken ook oproept hun aandeel te leveren in een poging tot eerherstel van normen en waarden in de samenleving. Maar vanuit de (of bepáálde) kerken roept men dan van de weeromstuit, dat de overheid, c.q. de minister van justitie met náme, eens naar zichzelf moet kijken. Wat heeft de overheid de laatste jaren allemaal immers zelf niet voor vrijheden bij wet geregeld of voorbereid om te gaan regelen.
Niemand wil verder de zedenmeester zijn. Dat past niet meer bij een samenleving, waarin vrijheid troef is. Vrijheid is een democratisch grondrecht. De grenspalen van de tolerantie zijn dan ook wijd uitgezet. Maar we plukken er intussen wel de wrange vruchten van.
Worteloorzaak
Nu moeten we eigenlijk maar direct het kwaad bij de wortel aanpakken of in ieder geval noemen. Méér en méér zijn we in ons land ontzonken aan de normen en waarden van Gods Woord. Waar het Woord Gods beslag legt op harten en levens van mensen, wordt in ieder geval besèft, dat het leven dient te worden ingericht naar de normen, die daarin zijn verwoord. Daarbij is het leven van de medemens veilig alsook diens eigendom, terwijl leefbaarheid en zedelijke bescherming beloofd en gegarandeerd zijn. Ik weet best, dat het bijbelse goud niet altijd even glanzend was en is als het moest zijn in het christenleven gisteren en vandaag. Maar dat ligt niet aan de norm, maar aan degenen, die de normen hanteren.
Het omgekeerde is echter klaarblijkelijk wèl waar: waar bijbelse normen wijken, wijkt de heilzame uitwerking van Gods geboden in de samenleving.
Bij het vijftigjarig bestaan van het dagblad Trouw heeft de joodse mevr. Lea Dasberg een aandachttrekkende en indrukwekkende rede gehouden. Daarin bracht ze ter sprake hoe juist calvinisten in dit land in het verleden ervan hebben geweten wat normen en waarden waren, terwijl ze één en ander ook paarden aan een onverzettelijk karakter, dat met name ook aan het licht kwam in verzet tegen dwingelandij, zoals in de Tachtigjarige Oorlog en in de Tweede Wereldoorlog. Zo deed mevr. Dasberg niet minder dan een appèl op ons nationale geweten, door ons te herinneren aan onze nationale geschiedenis.
Normen en waarden kunnen immers nooit los staan van bronnen, waaruit wordt geput. Wanneer een volk, dat ooit leefde bij het licht of de afglans van het Woord Gods, dit licht uitdooft, gaat men te rade bij eigen licht. Dan blijft als enige bron van kennis voor waarden en normen over de menselijke rede. En die is verduisterd, zègt de Schrift en léért het leven. De bronnen, die we dan overhouden, zijn slechts gebroken bakken, die geen water houden.
De toenemende stúúrloosheid, anders gezegd: de afnemende beheersbaarheid van onze samenleving heeft alles te maken met principiële nòrmloosheid, die haar oorsprong heeft in het verlaten van de echte Levensbron.
Schijngevecht
Zo bezien zouden we de nieuwe roep om waarden en normen moeten toejuichen. Maar deze roep lijkt niet meer dan schijn. Vooralsnog lijkt het erop, dat de roep om waarden en normen alles te maken heeft met eigenbelang. We staan vandaag in de samenleving voor de ingrijpende gevolgen van het verlies van waarden en normen, maar we maken ons geen zorgen om de echte oorzaak. De samenleving is een bedreigde samenleving geworden, het leven van de één staat onder bedreiging van de ander. Vandaar de roep om herwaardering van normen. Maar róép om waarden en normen is nog iets anders dan besef vàn waarden en normen. Te vrezen is, dat de róép om waarden en normen niet veel verder komt dan de roep om het nemen van maatregelen. Doet de overheid het niet, dan doen we het zelf wel, hoewel dan óók op norm-loze wijze.
Het inspelen door politici op onlustgevoelens van bedreigde of ontevreden burgers heeft dan ook weinig te maken met echt eerherstel van waarden en normen. Daarom lijken de discussies over zulk een eerherstel niet méér dan spiegelgevechten te zijn, voortkomend uit de begeerte vooral het 'mijn', het 'onze' veilig te stellen, terwijl intussen mensen niet veranderen.
Eenheid zoek
Als het gaat om het hoeden en bewaren van normen zijn we langzaam maar zeker de eenheid van het leven kwijt geraakt. Toen minister president Lubbers er dezer dagen op werd bevraagd of hij met zijn roep om staffere aanpak van criminelen daarmee eigenlijk niet (ook) de opvoeding onder kritiek stelde, haastte hij zich te zeggen, dat dat geenszins zijn bedoeling was. Maar hij had die vraag toch best bevestigend mogen beantwoorden! Alsof daar namelijk niet de wortel van de problemen zou liggen.
Ooit heette het gezin de pijler van de samenleving te zijn, een samenleving in de samenleving. Wie dat vandaag nog durft zeggen behoort tot de nachtschuit. Zelfs parlementariërs van christelijken huize worden over zo'n standpunt soms in eigen partij ter verantwoording geroepen. Maar in het gezin vindt toch in de éérste plaats overdracht van waarden plaats? Bijbels gezien staat het gezin in de estafetteloop der geslachten, om de heilzame geboden en beloften Gods door te geven. Het wordt wis en zeker merkbaar in de samenleving wèlk gedachtengoed op de nieuwe generaties wordt overgedragen.
Het gezin als basiseenheid is echter meer en meer prijsgegeven. Het kon en mocht allemaal ook anders. En intussen leven er tienduizenden jongeren – ook intussen al weer een generatie ouderen – in onze samenleving, die uit gedeelde en dus ontwrichte gezinnen komen. Dat doet niet geringe schade aan de overdracht.
Maar nog afgezien daarvan, het vrijlaten van kinderen vanaf het moment, waarop ze kunnen lopen, is een soort grondwet geworden in de opvoeding. Waar dat soms toe leidt kan men in supermarkten en winkels constateren en constateert de onderwijsman of -vrouw van nabij. Ieder begrijpt best, dat hier niet te generaliseren valt en ook, dat opvoeding tot correcte burgers in de samenleving niet is voorbehouden aan christelijke gezinnen. Maar de grenzen van de tolerantie zijn toch dermate verlegd in verregaande vrijheidsdrift, dat negatieve verschijnselen in de samenleving daar toch bepaald niet los van staan.
En dan de school. Die krijgt de leerlingen uit de gezinnen. Vroeger was de christelijke school de school, waar jongeren les kregen in de lijn van de opvoeding thuis. Die situatie is al lang verleden tijd. Welke opvoeding bedoelt u? De opvoeding zelf is zo veelkleurig als er mensen zijn. Dat geldt in grote lijnen ook voor de christelijke opvoeding. De christelijke school — ik bedoel nu niet de nauwkeurig begrensde identiteitsschool, waar nog wél een zekere eenheid in opvoeding merkbaar is — krijgt rijp en groen binnen de muren. De huidige christelijke school is de resultante van het doorsnee christelijke gezin.
Het gaat dan ook bepaald niet aan om teruggang van waarden en normen louter op het onderwijs terug te voeren. Wel heeft het onderwijs hier zelf ook een grote verantwoordelijkheid. Ook daarop wees mevr. Dasberg. Ze wees terecht op de samenhang van opvoeding en onderwijs.
Onderwijsideologen en onderwijsgevenden in het christelijk onderwijs hebben in deze soms ook best een grote verantwoordelijkheid op zich geladen. Maar het wordt op de beste school vechten tegen de bierkaai wanneer de school niet meer gedragen wordt dóór en vanuit het gezin. Dezer dagen hoorde ik, dat er scholen zijn, waar kapstokken overbodig zijn. Ieder moet eigen kleding bewaken, anders is het verdwenen. Het zal wel een extremiteit zijn maar dan toch een verbijzondering van een diepgaande malaise.
Overheid en kerk
En dan krijgt een volk ook nog een keer de overheid, die het zelf kiest en verdient. Het zedelijk draagvlak voor overheidsbeleid is binnen ons volk, ontzonken als het in brede lagen is aan bijbelse waarden en normen, zwak geworden. Het is met de handen te tasten en met de ogen te zien waartoe dit leidt.
Hoezeer er echter ook alle reden toe is het beleid van de overheid – van èlke overheid – vanuit het profetische Woord te toetsen, het mag ons binnen de christelijke leefwereld, met name binnen de kerken niet onberoerd laten wanneer overheidspersonen (Hirsch Ballin bijvoorbeeld) een beroep doen op de kerken om hun bijdrage te leveren als het gaat om normen en waarden in de samenleving. De kerken hebben daarvoor de Beste Papieren. Dat vraagt om niets meer en niets minder dan om eerherstel van de profetie voor de kerk; maar ook: terug-naar-de-bronnen voor elke instantie, inclusief de school, die de c in haar naam heeft. Is immers de c voor de overheid niet vaak nauwelijks nog herkenbaar?
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat christelijke instanties, inclusief de kerken, zelf hun papieren soms hebben prijs gegeven en anderzijds ook zelf de mensen niet altijd meer hebben kunnen vasthouden, de rijkdom van bijbelse waarden ten spijt. Wat zouden we dan nog zeggen in de richting van de overheid?
'Zo het volk…'
In Trouw reageerde minister Ritzen van onderwijs op het verhaal van mevr. Lea Dasberg. Hij zei, dat zijn rol als minister, wanneer het ging over de pedagogische opdracht van de school, slechts een beperkte kon zijn. 'Het is niet aan een minister – zei hij – om voor burgers te bepalen welke waarden en normen voor hen horen te gelden.' Met zijn roep om vernieuwde aandacht voor 'morele opvoeding', wilde slechts de burgers motiveren.
Dat alles mag de minister wat ons betreft zeggen. Zo het volk, zo de priester (Jes. 24 : 2). Zo het volk, zo de school. Zo het volk, zo de overheid. Maar intussen zijn we wel bezig met spiegelgevechten en achterhoedegevechten. De kerk wijst naar de overheid en de overheid wijst naar de burger en de burger verwijt de school. Maar al met al zijn we de eenheid van het leven kwijt geraakt. Ieder meent daarbij de verantwoordelijkheid op de ander te kunnen afschuiven. En verder viert het individualisme hoogtij.
Onze samenleving heeft behoefte aan eenheid in normbesef, waarbinnen verscheidenheid kan opbloeien. Die eenheid ligt als het goed is in de ons allen van Godswege gegeven levenswet. Een eenheid, die intussen inzake 'moraliteit vraagt om gedeelde (niet vèr-deelde) verantwoordelijkheid: voor de kerk, de overheid, de school en het gezin. Daar is het vandaag verre van. Vandaar dat ieder op de plek, waar hij/zij is gesteld, individueel maar wat rondtobt bij het mede stuurgeven aan de verbanden van de samenleving: de minister en de dominee, de leraar en de politie, de burger en de politicus.
Verder dan achterhoedegevechten komen we op deze wijze niet meer. We zijn de weg kwijtgeraakt. En er blijkt geen dageraad te zijn. Tenzij er een hartgrondige ommekeer komt. Daarvoor biedt ons ik-gerichte tijdperk echter geen voedingsbodem. Want ommekeer vraagt zelftucht. Maar alléén met maatregelen – hoe nodig ook – wordt de maatschappij niet hervormd. Maatregelen in deze moeten gestuurd worden van binnenuit, vanuit het hart van mensen en dan met verstànd worden genomen.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's