Ontvangst van het ontwerp op de triosynode
Het concept kerkorde (4)
gehouden in Lunteren op 8, 9 en 10 oktober 1992
Het begin van de samenkomst werd gebruikt om informatie te geven over de ontvangst van het concept op de afzonderlijke synodes, dan wel om te reageren op opmerkingen aldaar gedaan. De volgende sprekers kwamen aan het woord:
Ds. Wallet. Hij gaf informatie over de ontvangst van het ontwerp, tot dusver.
Over de ontvangst op de synode van de Gereformeerde Kerken, meldde hij het volgende:
- de inzet (bij de bespreking) was waardering, blijdschap en opluchting over een zorgvuldig en sympathiek ontwerp
- de meeste opmerkingen werden daarna (na die bij art. I) geplaatst bij art. III, over de aard van het lidmaatschap, de betekenis van het openbaar belijden
- het wegvallen van het provinciale niveau kreeg nauwelijks aandacht.
Wat betreft de ontvangst op de Evangelisch Lutherse Synode, meldde hij het volgende:
- de toonzetting (bij de bespreking) bewoog zich tussen waardering (voor het ontwerp) en zorg… vanuit het behoud van de lutherse identiteit
- het belangrijkste vragencomplex (bij art. VI : 2) betrof: de plaats van de Lutherse synode, het ambtelijk karakter van de synode, de verhouding van de Lutherse gemeenten ten opzichte van de classes en de Lutherse Synode
(n.b. de Lutheranen kennen het fenomeen van de classicale vergadering niet)
- de naam; deze bleek niet onverdeeld positief over te komen
- art. IX over het Avondmaal wordt gezien als een stap terug, gelet de huidige praktijk in de Lutherse gemeenten
- de vrees werd geuit, dat het vaststellen van orden van dienst, zie art. VII, de eigen vormgeving van de eredienst zou insnoeren.
Tenslotte kwam daar de ontvangst op de Hervormde Synode. Doch daarvan werd reeds verslag gedaan.
Dr. Muis. Het was zijn taak om vooral in te gaan op opmerkingen, die op de verschillende synodale vergaderingen gemaakt werden over de verhouding Schrift/belijdenis.
Uit zijn bijdrage het volgende:
- hun belijden (van het voorgeslacht) zet ons op een spoor en wijst ons een richting. Deze gemeenschap is een geestelijke zaak… gemeenschap (met de belijdenis) mag geen dekmantel worden voor vrijblijvendheid
- diversiteit (tussen de verschillende belijdenisgeschriften) hoeft geen probleem te zijn, zolang wij ons gemeenschappelijk geloof in de verschillende teksten kunnen herkennen
- moeten wij de spanningen tussen de tradities niet ontkennen, maar… vruchtbaar maken
- de Leuenberger Konkordie ligt op het punt van de verkiezing in de lijn van deze kerkelijke uitspraken (bedoeld worden het geschrift 'Richtlijnen voor de behandeling van de leer van de uitverkiezing' van 1960 en 'Enige aspecten van de leer der uitverkiezing' van 1966)
- belijdenisgeschriften vertolken kernmomenten van het Schriftgetuigenis in historische situaties
- het belijden is een weg, die wij gaan.
Prof. Hof. Zijn bijdrage cirkelde rond de vraag: wat blijft er over van het lutherse eigene. Als het eigene noemde hij te leven in de spanningen van 'God en wereld, schepping en herschepping, openbaring en geschiedenis, rechtvaardiging en uitverkiezing, genade en gericht, heiligheid en zonde, Woord en Schrift, Evangelie en Wet, Woord en Sacrament, Sacrament en element, algemeen priesterschap en ambt, geloof en werken'. 'En dat het eigene van de lutherse theologie is, dat zij deze spanningen niet wil oplossen, noch intellectualistisch, noch practisch.' Naar prof. Hofs overtuiging lopen de genoemde spanningen door de kerkorde heen. Als voorbeeld daarvan noemde hij het koppel 'van het ene openbare ambt in correlatie met de andere ambten, te weten het algemeen priesterschap van de gelovigen en het drievoudig ambt'.
Specifiek luthers noemde hij ook de plaats van het artikel over de eredienst (art. VII) in het ontwerp kerkorde, namelijk vóór die artikelen, die gaan over het leven van gemeente en kerk.
Prof. Schippers. Deze besprak tenslotte de vraag, of het ontwerp kerkorde genoeg ruimte biedt tot vernieuwing. Hij meende van wel en keerde zich daarmee tegen bepaalde reacties. Hij trachtte dat aannemelijk te maken, door te wijzen op een drietal zaken. Allereerst het apostolaat. De beklemtoning van de opdracht van de kerk, om het Woord te horen en te verkondigen (zie art. I : 2) bedoelt niet het apostolaat in de weg te staan. Anders gezegd: 'alle pogingen, om in onze multiculturele en multireligieuze samenleving tot een gesprek te komen met de moderne mens en met andere godsdiensten niet in de kiem te smoren'.
Vervolgens wees hij op de mogelijkheden in de artikelen III en IV geboden op nieuwe vormen van gemeente-zijn. Zo geeft art. III : 1 ruimte tot vorming van bovenplaatselijke of categoriale gemeenten. Terwijl in art. IV, lid 2 de zogenaamde charismata een ruime kans krijgen. In lid 3 van dat artikel is het ook de gemeente, welke als subject wordt genoemd van gemeente-opbouw. En tenslotte, in de artikelen VIII en IX 'krijgt de gemeente de ruimte om zelf keuzes te maken, als het gaat om de vragen rondom geloofsbelijdenis en kinderen aan het Avondmaal.
Tenslotte de verhouding gemeente en ambt. Het ambt wordt getypeerd als van Christus' wege te zijn. Dat wil zeggen, het is een gave door Christus aan de gemeente geschonken. En dat met het oog op de opdracht, gemeente van Jezus Christus te zijn, in woord en daad. Kortom, het ambt heeft geen waarde in zichzelf. (!) Verder wordt de inbreng van de gemeente benadrukt via het gemeeiiteberaad. Zie art. VI : 5. Aldus meende de commissie kerkorde een evenwichtige oplossing gegeven te hebben aan de verhouding gemeenteambt.
Bespreking in de Trio-Synode
Na de bespreking van het concept kerkorde op de afzonderlijke synodes leverde de trio-consultatie weinig nieuws op.
De meeste sprekers van gereformeerde huize betuigden hun instemming met het ontwerp. Een opmerking was: 'valt best mee, een (ietwat) hervormde kerkorde'. Bepaald onthutsend was het, dat sommigen bepleitten een weglaten van de Dordtse Leerregels.
Ook bij deze gelegenheid toonden sommige Lutheranen meer reserves te hebben. Een uit hen merkte op, dat in de lutherse wereldkerk de Leuenberger Konkordie niet algemeen geaccepteerd is.
Het optreden van de hervormde afgevaardigden vertoonde het ondertussen bekende beeld: alleen de hervormde-gereformeerde afgevaardigden hebben ernstige bezwaren tegen het ontwerp.
Reacties van leden van de werkgroep
Ook op de Trio-Synode werd aan leden van de werkgroep ontwerp kerkorde de gelegenheid gegeven om te reageren op gemaakte opmerkingen dan wel gestelde vragen. Een kleine bloemlezing daaruit:
- Ds. Wallet wees erop, dat de rechtspersoonlijkheid van de diaconie blijft
- Prof. Weijland beklemtoonde, dat ook onder de bestaande belijdenisgeschriften soms grote verschillen aanwijsbaar zijn
- Dr. De Kruijff vond, dat er over huwelijk en andere relaties verder gestudeerd moest worden
- Ds. Van den Heuvel bestreed het, dat het ambt gezien wordt als functie van de gemeente; tevens gaf hij als zijn mening ten beste, dat de positie van die gemeenten, die hervormd willen blijven, om nadere bezinning vraagt
- Prof. Boendermaker benadrukte, dat in 1992 de overheid niet zo op haar taak kan aangesproken worden, als in 1951 gedaan werd. Toch wordt in art. I : 5 de overheid wel bedoeld.
De hamvraag
Al in een eerder stadium werd er opgemerkt, dat het om deze vraag ging, bij al de besprekingen, namelijk of het ontwerp kerkorde, gelet op de nauwkeurig omschreven opdracht, geschikt is om de kerken te worden ingezonden, ter verdere bespreking en zonodig amendering. Toen aan het eind van de bespreking die vraag in stemming werd gebracht, betuigde een overgrote meerderheid zijn instemming.
Korte evaluatie. Voor de meeste hervormd-gereformeerde ambtsdragers was ook deze bijeenkomst een teleurstellende. Kennelijk bestaat er geen ontvankelijkheid voor de van die zijde geuite bezwaren. Of men tracht die te ontzenuwen, door een bepaalde visie te lanceren, bijvoorbeeld op de belijdenis, of men wijst erop, wat in het ontwerp kerkorde ook aangegeven wordt. Kennelijk is het ontwerp multi-interpretabel! Een en andermaal is ook de ruimte geroemd, welke het stuk ademt. Ruimte tot een (plaatselijk) eigen invulling van het kerkelijk leven. Ook om in ethische aangelegenheden een eigen weg te kunnen gaan, ongeacht synodebesluiten? Dat de hervormd-gereformeerden zich in het gezelschap van al die synodeafgevaardigden (vooral geestelijk) vreemden voelden, behoeft eigenlijk niemand te verbazen.
P.M. Breugem, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's