Vragen die blijven haken
Het concept kerkorde (5)
1. Het mag duidelijk zijn, dat we inzake S.o.W. op een beslissend punt zijn aangekomen. Ook in de eindfase van ontwikkelingen. Geen enkele gemeente zal zich dan ook (langer) kunnen onttrekken aan kennisname en positiebepaling. Wat dat aangaat heeft de vergadering van ambtsdragers, gehouden in Putten, op 21 november 1992, een duidelijk signaal afgegeven.
2. Vanouds is onze stellingname geweest, een in de Hervormde Kerk blijven, ons inzettend – waar mogelijk – voor vernieuwing daarvan. Deze houding is mede ingegeven door het besef, dat de Hervormde Kerk gezien mag worden als een planting Gods in dit land. Daarom doet het bitter aan (om het zo te zeggen), hen te zien terugkeren, anders dan ze gegaan zijn. En hen te zien komen, die een moderne stroming binnen het Lutheranisme vertegenwoordigen. Behalve dat, wat is S.o.W. kerkrechtelijk en kerk-historisch eigenlijk? Kan je heel laconiek zeggen: als 3 gescheiden stromen vloeien de 3 kerken nu verder in 1 bedding? Of moet je veel meer spreken van een wezenlijk nieuwe situatie. Doordat een moeder- en dochterkerk zich verenigen. Maar dan wel op grond van een ander belijden, dan toen zij nog een waren. En doordat een kerk zich bij die vereniging aansluit (de E.L.K.), die qua belijden meer modern hervormd of gereformeerd is dan klassiek luthers. In de aldus ontstane situatie nemen de hervormd-gereformeerden een aparte positie in. Ook een andere, dan tot dusver in de Hervormde Kerk?
3. Als je elkaar geen knollen voor citroenen wilt verkopen, zal toch erkend moeten worden dat het ontwerp kerkorde op vitale onderdelen niet gereformeerd, in de klassieke zin van het woord te noemen is. Waarbij te noemen valt de visie op de Schrift, op de belijdenis; de ambtsopvatting; de visie op gemeentezijn; het geloofsleven, gelijk het naar voren komt in Doop, belijdenis en Avondmaal. Is dat dan wel niet van recente datum, wel recent is de vastlegging van een en ander in het ontwerp kerkorde. Duidelijk wordt daarin gekozen voor een pluriforme kerk naar leer en leven. Voor wie wil staan in de traditie van de Reformatie brengt dat de netelige vraag met zich mee: kun je van zo'n kerk lid zijn?
4. Vormen de hervormd-gereformeerden in de Hervormde Kerk een minderheid, zij het een niet te verwaarlozen; bij de voorgestane fusie van kerken, zal er te meer van een minderheid sprake zijn. In de praktijk van het kerkelijk leven zal dat allerlei gevolgen hebben. Aan bepaalde 'loketten' zal men nauwelijks begrepen laat staan geholpen worden. De animo om zich in te zetten voor de kerk, de laatste jaren gegroeid, zal niet groter worden. Nu mag het in de kerk nooit gaan om het getal. Of ietsje anders, om macht. Een andere kwestie is, of een pluriforme kerk niet per definitie staat voor een pluriforme vormgeving. Trouwens, vertoont het ontwerp kerkorde in verschillende opzichten niet de kenmerken daarvan? Dus toch zo iets als een hotelkerk? Vanouds is de hotelkerk afgewezen, als zijnde in strijd met het wezen van de kerk, naar gereformeerd belijden. Maar waarop is het, dat we nu aanstevenen? Een mixture van een belijdenis en een kerk van een veelkleurig belijden. En dat mede gevoed door de overweging, dat het niet meer de belijdenis is, waarvan een (ver)bindende werking uitgaat, gelet de mislukte pogingen tot gereformeerde oecumene. Naar blijkt is de stap naar een echte hotelkerk, met voor elk van de partners een eigen compartiment niet gezet. Want, mag men plaatselijk zelfstandig blijven, op classicaal niveau dienen de modaliteiten elkander te ontmoeten en waar mogelijk elkander te bevruchten. Doch wat hebben al die jaren kerkelijk gesprek – in de Hervormde Kerk – opgeleverd? Of zal dat in een verenigde kerk anders worden?
5. Niet voorbij mag gezien worden, aan een ander aspect, namelijk de situatie van de hervormd-gereformeerde gemeenten. Waarbij gedacht kan worden aan het gehalte aan werkelijk geestelijk leven, alsook aan wat ambtsdragers als geestelijke bagage met zich voeren. Is dat alles van een zodanig gehalte, dat wij als kleine minderheid overeind blijven in een ons vreemd geworden kerk? Is de kracht van het voorgestane beginsel werkelijk onze kracht? In elk geval is duidelijk, dat de secularisatie niet aan onze gemeenten is voorbij gegaan. Verder, denken we gereformeerd en kerkelijk? Ontbreekt het heel de kerk, maar ook ons niet aan geheiligde persoonlijkheden. Ook aan oprechte Godsvrucht?
Bid en werk. Ook voor onze gemeenten ligt er een stapel huiswerk, namelijk de bestudering van het ontwerp kerkorde en allerlei andere van belang zijnde stukken. Verder zou er zeker gedacht en gehoopt mogen worden aan een geestelijke opwekking (reveil), toch altijd te verwachten in een weg van wederkeer.
Tenslotte, onder de voorbeden, mag die voor de kerk bepaald niet gemist worden. De bede om vernieuwing, ook om leiding.
P.M. Breugem, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's