De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen en de vrouw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen en de vrouw

10 minuten leestijd

Men kan tegenwoordig de courant niet opslaan, of men komt er het woord discriminatie tegen. Discriminerend optreden lijkt de hoofdzonde van onze tijd te zijn. Elk mens heeft recht op gelijke behandeling, of hij man is of vrouw, jood of niet-jood, Nederlander, Serviër of moslim, hetero of homo…

Voorpaginanieuws
Bij dit alles is het vooral ook de vrouw die in discussie is. Na een eeuwenlange achteruitzetting waarvan de sporen volop te vinden zijn in onze vrouw-onvriendelijke maatschappij, is nu eindelijk de tijd gekomen, dat zij gelijkberechtigd haar plaats kan innemen in de maatschappij en in de politiek, op de arbeidsmarkt, in de kerk… Er is niets dat bij het oude blijven kan. De vrouw is voorpaginanieuws geworden.
En dat gaat ook onze deur niet voorbij. Zelfs wordt de vraag gesteld, of een antidiscriminatiewet het binnenkort niet zal verbieden vrouwen te weigeren als lid van een politieke partij. Terwijl er binnen de kerk steeds meer stemmen opgaan die de uitsluiting van de vrouw uit de bijzondere ambten ook als een vorm van discriminatie beschouwd willen hebben.

Voorop in het Paasevangelie
Mede met het oog op dit alles kan het nuttig zijn nog eens rustig te luisteren naar het Paasevangelie. Wij weten wel, dat er heel wat feministen in de wereld rondlopen die noch in die Paasboodschap, noch in de Bijbel een inspiratiebron meer vinden voor de bevrijdingsstrijd van de vrouw. Zij verwachten van die kant geen heil, omdat Bijbel en godsdienst ons inziens veeleer mede schuldig staan aan vrouwverdrukkende systemen.
Een feit blijft echter, dat wie met het Paasevangelie in aanraking komt, daarin ook onmiddellijk vrouwen ontmoet. Daar kan niemand omheen. Alle vier de Evangeliën zetten in met de verkondiging van de opstanding van Jezus Christus door te vermelden van enkele vrouwen die in de vroege morgen op weg gaan naar het graf van Jezus in de hof van Jozef Het zijn deze vrouwen die – schijnbaar uitgeschakeld en overbodig geworden – op de scharnierpunten van de kruisgeschiedenis (de afneming van het kruis, de graflegging) present waren geweest. Zij zijn het ook die voorop gaan in het vinden van het lege graf. Zij worden straks ook ingezet om de andere discipelen van Jezus weer terug te roepen. Aldus ongeveer wat dr. J. v. Bruggen ervan zegt in zijn commentaar op Markus.
Aan deze vrouwen ook wordt de primeur gegund van een reeks ontmoetingen met de opgestane Heere.

Niet langer speelbal van de satan
Er bestaat in het Paasevangelie geen enkele schaamte over het feit, dat het vrouwen waren, die alle mannen een stap vooruit waren in het zoeken en vinden van Jezus. En in het Johannesevangelie krijgt één van deze vrouwen, Maria Magdalena zelfs extra aandacht. Maria Magdalena. Was zij niet door zeven duivelen bezeten geweest. Representante van de macht der hel die had huisgehouden rondom de zee van Tiberias. In Maria van Magdala. Zoals in Legio aan de overkant.
Ooit was het een vrouw geweest – in de hof van Eden – die door de satan tot een poort der hel was gemaakt. Verleid en tot verleidster geworden. Eva. Maar als Jezus, de tweede Adam alle machten aan Zijn vloekhout heeft ontzenuwd, staat er een vrouw naast Hem in wie Hij Zijn victorie over de macht der hel wereldkundig maakt. Maria Magdalena is er het bewijs van, dat 'de poorten der hel Zijn gemeente nooit meer overweldigen zullen'. De dingen worden rechtgetrokken door onze Paaskoning. Ook wat de vrouw betreft. Maria Magdalena is het toonbeeld van wat genade vermag. De vrouw hoeft niet langer het brandmerk van 'verleidster' en 'poort der hel' te dragen.
De vrouwen in het Paasevangelie tellen voluit mee. Ze zijn bepaald meer dan een randverschijnsel.

Geroepen tot vertellen
Maar er is iets wat nog verder gaat. Het zijn deze vrouwen in het Paasevangelie ook die door de Meester geroepen worden om de Paasboodschap aan anderen te gaan vertellen. Zij zijn de eerstgeroepenen om het grote heilsfeit van Pasen in het kleine kuddeke van Jezus' volgelingen aan te kondigen (Matth. 20 : 10; Joh. 20 : 16). Van de wachters bij Jezus' graf lezen we ook, dat zij 'de dingen die geschied waren boodschapten (hier hetzelfde Griekse werkwoord in de grondtekst als bij de vrouwen) in de kring van de joodse Raad'. En die twijfelde aan de waarheid van hun verhaal kennelijk niet. Bij de verkondiging van de Paasboodschap door de vrouwen aan het adres van de apostelen ligt dat helaas anders. We lezen: 'En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap en zij geloofden haar niet' (Luk. 24 : 11). 'Vrouwenpraat'?! Hoe dit ook zij, de vrouw krijgt uit kracht van de opdracht van de Meester in het Paasevangelie bepaald een stem om opstandingsgetuige te zijn. Zij telt niet alleen voluit mee. Ze vertelt ook honderduit. Zelfs Petrus (Mark. 16 : 7) heeft het op uitdrukkelijk bevel van de engelen in Jezus' graf via de vrouw als opstandingsgetuige moeten horen. Hij en zovele andere mannen hadden het intussen goed laten afweten.

1 Korinthe 15
Wanneer we nu echter ons oor te luisteren leggen bij wat de apostel Paulus schrijft in 1 Kor. 15 : 1vv over het Paasevangelie, lijkt het even alsof de rollen worden omgekeerd. Hier worden immers slechts mannen genoemd als opstandingsgetuigen (Petrus, Jakobus, de apostelen, 500 broeders). En waar zijn dan opeens de vrouwen gebleven? Komt dat misschien dan toch, omdat zowel in de joodse als in de Grieks-Romeinse wereld het getuigenis van de vrouw niet als bewijsgrond van iets kon gelden? Dus ook niet van Jezus' verrijzenis uit de doden?
Er liepen in Paulus' dagen maar genoeg joden rond, in wier oren alleen al de stem van de vrouw afkeer opriep. En nog in de derde eeuw na Christus was daar de heidense Porfyrius, een spotter met het Christendom die het hele opstandingsgebeuren gewoon aanvechtbaar vond, omdat het berustte op z.g. verschijningen van Jezus aan vrouwen en dan nogal liefst aan een vrouw van verdachte zeden als Maria Magdalena.
Uit alles echter wat de apostel Paulus schrijft in zijn brieven over vrouwen in de gemeente, kan al wel meteen duidelijk zijn, dat hij het getuigenis van de vrouw als basis van de Paasboodschap niet elimineert, omdat hij vindt, dat de vrouw geen stem en geen gehoor heeft in de christelijke gemeente.
Wanneer hij in 1 Kor. 15 Christus' verschijning aan 500 broeders noemt, zijn daar zonder twijfel ook de zusters bij inbegrepen. En wanneer hij hier hoofdzakelijk verschijningen van Christus aan mannelijke apostelen noemt, doet hij dat omdat hij er de nadruk op wil leggen, dat zijn eigen apostolische prediking in alle opzichten overeenstemt met die van alle andere (vooral bekende) opstandingsgetuigen, door Christus Zelf officieel aangesteld en uitgezonden. Het is daardoor dat hij de geldingskracht van dat getuigenis onderstreept.

Een eervolle plaats
Al met al krijgt de vrouw in de Paasgemeente van het Nieuwe Testament een eervolle plaats. Haar stem wordt er bepaald niet gesmoord. Zij (ver)telt mee. Ook voor haar vangt het nieuwe leven aan. Hierin, dat zij volop de ruimte krijgt om mee te genieten en mee te getuigen. Ook zij kan en mag om Christus' wil het talent, haar door de Heere gegeven, niet in de aarde begraven (Matth. 25 : 18, 25).
Net zo min, als wij uit het feit, dat bij Jezus' laatste Avondmaal met Zijn jongeren geen vrouwen aanwezig waren, concluderen moeten, dat vrouwen niet aan het Heilig Avondmaal welkom zijn, net zo min kunnen wij uit het ontbreken van vrouwen in de kring van de twaalven afleiden, dat het veto moet worden uitgesproken over elke vorm van participatie van vrouwen aan gemeente-arbeid. Net zo min als wij van de vrouw kunnen zeggen, dat zij wel de genade van de schuldvergiffenis door Christus' bloed kan ontvangen, maar niet ook de gaven van de door Christus' verworven en geschonken Geest, net zo min mogen wij de vrouw slechts als kerkgangster en niet als mede-arbeidster in het Evangelie waarderen.

Eenheid, maar ook verscheidenheid
Iemand zou kunnen vragen, of de logische consequentie van dit alles dan niet moest zijn geweest, dat Christus ook vrouwen als apostelen had uitgezonden om het Paasevangelie alom in de wereld te gaan verkondigen. Ook kan de vraag gesteld worden, waarom er in de eerste christengemeenten niet zowel mannen als vrouwen zonder onderscheid als herders/leraars, ouderlingen en diakenen, enz. zijn aangesteld.
Toch lezen we daar in de Bijbel niet van. Kennelijk is er door Christus en de apostelen, geheel volgens het beeld van de met de schepping gegeven verhouding van man en vrouw, onderscheid gemaakt. Daarbij is de wat we noemen 'ambtelijke' zorg, vooral w.b. de overdracht van de apostolische leer aan mannen toevertrouwd, terwijl intussen vrouwen op allerlei wijzen – in de verbreiding van het Evangelie, in de zielszorg en in het dienstbetoon – geroepen werden mee te arbeiden. Uit kracht van wat de Meester van haar vroeg in het getuigenis omtrent Zijn opstanding. Op haar plaats en wijze. Onderscheiden van en tevens in een harmonieuze eenheid met wat de mannelijke werkers in de wijngaard deden.
Met het oog op dit alles is in onze ogen een puur mannelijke bezetting van de kerkeraad, ook al schijnt dat voor een modern levensgevoel een vorm van discriminatie, in de lijn van wat de Bijbel zegt.
Maar dat brengt tegelijk voor ons wel de dure verplichting met zich mee om de vrouw in de gemeente die ruimte te geven die haar volgens diezelfde Bijbel toekomt. En dan kan b.v. niemand met goed recht meer overeind houden, dat een vrouw niet behoort deel te nemen aan lidmatenvergaderingen ter verkiezing van kerkeraadsleden.

Erom of ermee verlegen?
Maar laat ik het positief formuleren. Is, het soms niet een zegen, dat er in onze geesteloze tijd vele jongeren, mannen en vrouwen zijn, die vragen om Bijbels onderricht? Zij bezoeken cursussen voor Theologische Vorming of zij studeren jarenlang aan een Theologische Faculteit of Hogeschool.
En zou het dan niet betreurenswaardig zijn, als de gemeente vandaag daarmee meer verlegen zit, dan dat ze erom verlegen is? Weten wij de vrouwelijke leden van onze gemeente die een theologische vorming en toerusting ontvingen, wel te 'plaatsen' in het geheel van de gemeente-arbeid? In een wereld die scheurt aan alle kanten, zijn de velden voor alsnog wit om te oogsten. Hoe waardevol kan de bijdrage van een vrouw zijn in het evangeliesatiewerk?!
Bovendien zijn er pastorale situaties waarin een vrouw beter het verlossend woord kan spreken dan de man.
Waarom ook zouden wij de vrouw waarderen als zondagsschooljuffrouw en haar niet tolereren in het godsdienstonderwijs op een middelbare school? Of in een catecheseteam?
Ik ben van oordeel, dat de gehuwde vrouw die gezegend werd met het moederschap, een eerste en unieke roeping heeft in haar gezin. Maar iedereen weet, dat deze genade niet aan elke vrouw gegeven is. En zijn daar dan niet ook die vele vrouwen die in één of andere tak van wetenschap gestudeerd hebben en met de haar geschonken gaven in de uitoefening van maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheden van grote waarde en betekenis zijn? Ik zou dan ook niet weten, waar men het in de Bijbel kan vinden, dat vrouwen geen lid mogen zijn van een politieke partij. God schiep de mens (Adam) mannelijk/vrouwelijk (zij een hulpe tegenover hem), opdat zij samen Zijn schepping zouden beheren. Het Paasevangelie maakt van de vrouw geen tweederangsfiguur. Integendeel. De grootste zegen is er ook voor haar. En dat is en blijft altijd nog: het geloof een vrijgekochte des Heeren te mogen zijn; door Gods ondoorgrondelijke goedheid. Dat mag dan ook voor elke vrouw wel de hoogste prioriteit hebben. Eerst zo kan zij goed tot haar recht komen en hoeft zij ook nooit een vrijgevochten vrouw te worden, die levenslang bezig is haar verloren rechten terug te krijgen.
Eenmaal heeft de Heere Jezus gezegd (doelend op de gemeente): 'Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen' (Matth. 18 : 20). Twee of drie. En daar horen ook de vrouwen en de kinderen bij.

C. den Boer

Tekst foto: Linkerportaal Dom Assisi. 'Weest nuchter en waakt, want de duivel gaat om als een briesende leeuw…' (1 Petr. 5 : 8).
Onder de leeuwen: het Lam met daarnaast adelaren; symbool van de opgestane gelovigen rondom de opgestane Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Pasen en de vrouw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's