'Heb ik u niet gezien in de hof met Hem?'
(Joh. 18 : 26b)
Op de eerste dag van deze week hebben velen 'openbare belijdenis van het geloof gedaan. Anderen hopen dat te doen tussen Pasen en Pinksteren. Het is altijd weer een hoogtepunt in het leven van de gemeente als jongeren en soms ook ouderen belijden de Heere te willen volgen en Hem toe te behoren. Als Degene bij wie wij al ons heil en troost zoeken.
Anderen zijn daar ook tot dit jaar niet toe gekomen. Soms uit lauwheid. Wie echter niet voor Jezus is, is wel tegen Hem! Soms ook uit vrees. 'Wie is tot het belijden gereed? Kunnen we wel waarmaken wat we beloven?'
Vragen, die we ook bij hen, die het geloof hebben beleden of binnenkort gaan belijden, tegenkomen: Hoe kunnen wij daar uit komen?
Openbare belijdenis van het geloof brengt inderdaad ook verantwoordelijkheid mee. Voor de gemeente. Wij zijn geroepen, niet oordelend of veroordelend (dat komt immers alleen God toe!), maar met liefde, verdraagzaamheid en gebed hen als medebroeders en -zusters in de gemeente te aanvaarden. Bedenkend dat een lichaam verschillende leden heeft (1 Kor. 12 : 12-13). Het brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee voor hen die het geloof openbaar belijden. 'Openbaar belijden' wil niet alleen zeggen 'voor God en Zijn gemeente'. Iedereen, heel de wereld mag iets van onze belijdenis verwachten!
Dat wordt ons duidelijk in de vraag, die een familielid van Malchus aan Petrus stelt in Johannes 18. 'Heb ik u niet gezien in de hof met Hem?' Johannes legt in zijn evangelie de nadruk op het 'met Jezus zijn'. Dat niet op een vrijblijvende manier, of op veilige afstand. Nee, 'in de hof'!
Wat betekent dat 'in de hof'? Dat is de plaats waar het lijden van Jezus een dieptepunt bereikt. Nadat Hij met Zijn discipelen het paschafeest heeft gevierd, en het avondmaal ingesteld, is Hij met de Zijnen over de beek Kedron naar de hof gegaan. Daar heeft Hij Zijn discipelen gevraagd met Hem te waken en voor Hem te bidden. Zelf is Hij verder gegaan, de hof in. Daar hebben de angsten van de hel en de banden van de dood Hem gevangen genomen. Door een ontzagwekkend diepe strijd heeft Hij het offer dat Hij ging brengen, op zich genomen. Zo was dat dieptepunt in de hof tegelijk een hoogtepunt in de strijd tegen de macht der duisternis.
'Met Hem in de hof zijn' is met Hem verbonden zijn in Zijn lijden. Wat de spanning in onze tekst nog meer opvoert, is dat de vraag gesteld wordt door een familielid van Malchus! Degene van wie Petrus in de hof een oor heeft afgeslagen met zijn zwaard. De vraag aan Petrus is dus eigenlijk een levensgevaarlijke vraag. En dwingt hem te kiezen: voor of tegen. Belijden of verloochenen.
Petrus en wij kunnen, als we Jezus volgen 'tot in de hof' niet meer verborgen blijven. Dat is iets, wat wij maar al te graag blijven. We vergeten zo makkelijk dat onze belijdenis een 'openbare' belijdenis is. Zeker, daar waar de wereld ons niet ziet, en ons niet ter verantwoording roept, in de besloten kring van de gemeente, daar durven we nog wel iets te zeggen.
En als de wereld vraagt: 'Zag ik u daar niet?', dan komt die vraag zo vaak bedreigend over. Dan spreekt zij ons aan op 'de gemeenschap met Jezus in Zijn lijden'. Dan komen we apart te staan. Ons 'zijn met Hem in de hof' is voor de wereld bedreigend. In de gemeenschap met het lijden van Christus is er geen plaats voor eigen eer en eigen gerechtigheid. Daar past slechts de belijdenis 'dat we midden in de dood liggen en het leven buiten onszelf zoeken' (Avondmaalsformulier).
Aan het pascha zei Petrus nog wel tegen Jezus: 'Ik zal mijn leven voor U zetten' (Joh. 13 : 37). In de ontmoeting met de wereld, bleek en blijkt maar al te vaak Jezus' oordeel over Petrus en ons waar: 'Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen' (Joh. 13 : 38).
Deze vraag is bovendien pijnlijk voor Petrus en ons omdat ze ons herinnert aan onze houding tegenover Jezus in Zijn lijden, 'ons zijn met Hem in de hof'. Daar gaf Hij zichzelf over tot in de dood voor ons! Dat deed Hij in de hof En Petrus? Hij waakte en bad niet, zoals Jezus hem gevraagd had, maar sliep. Niet als een roos, maar als de dood. Tot driemaal toe! Hij heeft alleen gestreden.
We kunnen ons daarom niet beroepen op het feit dat 'wij met Hem waren'. Daar lopen we steeds weer tegenaan, als wij Hem willen belijden. Wij zijn het die Jezus zo vaak verloochenen! Wie is tot belijden gereed?
Het wonder is niet dat wij Hem zo vaak verloochenen. Daar leer je jezelf maar al te goed voor kennen. Het onbegrijpelijke is, dat Hij ons niet heeft verloochend! Dat is het wonder van het evangelie, de inhoud van Gods belofte! Wij belijden daarom ook niet onze eigen vroomheid, geloof en trouw. Dan konden we wel thuis blijven. We zijn genodigd in de naam van de Koning van de kerk zelf om Zijn trouw te belijden. Zijn welbehagen in mensen! Daarom hoeven we niet thuis te blijven, maar mogen we Hem gaan volgen. Met al onze vragen, twijfels en moeiten. Met al ons verdriet en onze rouw. Met al onze zonden en schuld. Hij heeft zich toch niet vergist of gelogen, toen Hij riep: 'Het is volbracht'? Nee, dat riep Hij niet met ons, maar voor ons. In onze plaats. 'Ik voor u!'
Als wij belijden, draaien we de woorden van onze tekst om. Wij belijden niet dat 'wij met Hem in de hof waren', maar dat 'Hij met ons en voor ons in de hof' is geweest! Immanuël is Zijn naam! Dat mogen en dat kunnen wij belijden omdat Gods Geest ons die belofte zelf in de mond legt door de verkondiging van het evangelie! Dat geeft ons ook telkens weer opnieuw 'de gezindheid om voortaan met ons ganse leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Heere te bewijzen' (Avondmaalsformulier).
En als Jezus aan u, aan jou en mij dan deze vraag stelt: 'Was jij niet met Mij in de hof? Heb jij Mij lief?' Dan mogen we, hoe groot onze ontrouw ook is, belijden: 'Heere, U weet alle dingen. U weet dat ik U liefheb!'
H.J. Catsburg, Kamerik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's