Appèl aan kerk en samenleving – Als gij in deze tijd blijft zwijgen…
De kerkeraad van de hervormde Noorderkerk gemeente te Amsterdam richt, zich samen met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, tot gemeente in de Nederlandse Hervormde Kerk en daarbuiten, alsook tot christelijke organen en organisaties in de samenleving.
In onze dagen beleven we een ingrijpende en indrukwekkende omslag in de samenleving met betrekking tot geestelijke waarden en normen. Toen enkele jaren geleden abortus provocatus bij wet werd geregeld, is gebleken, dat de meerderheid in ons land wilde breken met eeuwenlang geldende christelijke normen en waarden in de medische ethiek; zelfs met de klassieke eed van Hyppocrates, waarin bescherming van menselijk leven centraal staat. Recent is nu ook bij wet de euthanasie geregeld, waardoor het doden van terminale patiënten op hun verzoek – en van wilsonbekwamen zelfs zònder verzoek – mogelijk is geworden. Er zijn, beseffen ook wij, inderdaad mogelijke grensgevallen, maar die mogen de grenzen zelf toch niet uitwissen?
Wij roepen gemeenten en kerken en allen, die in de samenleving verantwoordelijkheid dragen, op tot blijvend protest vanwege deze flagrante schending van Gods geboden. Niet de democratie mag beslissen over leven en dood. Dat is voorbehouden aan God, Die de Schepper en Onderhouder van alle leven is. Ten aanzien van deze heilloze ontwikkelingen in onze samenleving mag er dan ook geen gewenning komen.
Wet Gelijke Behandeling
Nu worden christenen niet gedwongen aan genoemde abortus- en euthanasiewet mee te werken. Maar dat ligt anders bij de nu voorliggende Wet Gelijke Behandeling, die kort geleden in de Tweede Kamer werd aangenomen en nu nog behandeld dient te worden in de Eerste Kamer.
Volgens deze nieuwe wet zijn christelijke scholen en andere organisaties voortaan niet meer vrij in het benoemen van personeel, dat in levensstijl de grondslag van de school ook in praktijk brengt. Via de overheid wordt het mogelijk, dat een meerderheidsopvatting in de samenleving inzake libertijnse normen en waarden wordt opgelegd aan het christelijk volksdeel. Dit alles raakt de in de grondwet gegarandeerde vrijheid van godsdienst. Het raakt met name ook de vrijheid van onderwijs, waarvoor een eeuw geleden met goed gevolg in kerk en samenleving is gestreden. Tijdens de discussies over één en ander in de Tweede Kamer der Staten Generaal, meende de minister van binnenlandse zaken zelfs zo ver te mogen gaan, dat de overheid mag uitmaken, wat christenen al of niet zonde mogen noemen. Dit alleen al mag wel een uiterste vorm van ongeoorloofde overheidsinmenging heten.
Het moge duidelijk zijn, dat binnen kerk en gemeente, en als zodanig ook binnen christelijke instellingen, echte discriminatie als zonde tegen God en de naaste dient te worden afgewezen. Maar het is nog heel iets anders, wanneer christelijke organen en organisaties instemming vragen aan te benoemen personeel met normen en waarden, die eeuwenlang als christelijk zijn beleden. De nu voorliggende Wet Gelijke Behandeling is dáárom zo onaanvaardbaar, omdat deze neigt naar gelijkschakeling van christelijke organisaties met algemene organisaties. Intussen is hier dan sprake van nieuwe discriminatie.
De regering vraagt dezer dagen nieuwe aandacht voor 'normen en waarden'. Laat ze dan niet zèlf de normloosheid legaliseren en de normen van een christelijke minderheid openbreken.
Sprekende kerk
Wij hadden gehoopt, dat de kerken op dit historische moment in ons land hun stem zouden hebben laten horen. Met name de Nederlandse Hervormde Kerk heeft na de 2e Wereldoorlog geleerd zich te richten tot overheid en volk met Gods beloften en geboden. Maar in deze dagen is er sprake van een onbegrijpelijk stilzwijgen. Wordt de kerk echter juist nu niet geroepen om openlijk te belijden en profetisch te spreken, nu namelijk de geestelijke vrijheid van christenen in dit land wordt bedreigd? In ieder geval is hier het gebod Gods in het geding.
De Hervormde Kerk heeft ooit naar volk en overheid toe uitgesproken, dat de kerk niet de zijde kan kiezen van hen, die de politieke orde losmaken van z'n wortels in de wet Gods. 'Door de wet Gods als levenswet resoneert de goedheid Gods ondanks de zonde in de geschiedenis' ('De politieke verantwoordelijkheid van de kerk'). Daarbij wordt opgemerkt, dat de aan geestelijke wortels ontrukte staat rijp is voor fanatieke intolerante ideologieën. Gevreesd moet worden, dat de weg daarvoor in deze dagen wordt geplaveid. Daarom zeggen wij tot de kerk: 'Als gij in deze tijd blijft zwijgen…'. Zo er ooit behoefte is aan een profetisch herderlijk schrijven, dan wel in dit tijdsgewricht.
Intussen zoeken wij naar het profetisch woord ook in de eredienst. De huidige crisis zal voor Gods Aangezicht worden gebracht in de gebeden en in het midden van de gemeente. Maar er ligt ook de roeping om in de prediking vanuit de Schriften deze tijd te doorlichten. We denken daarbij aan het optreden van de profeten in Israël, die koning en volk terugriepen tot de dienst des Heeren. Zo dienen ook wij ons als kerken diep voor God te verootmoedigen. We kunnen speciaal denken aan de profeet Elia, die eerst een beroep deed op een minister, Obadja (1 Koningen 18). De profeet respecteerde blijkbaar de positie van deze Godvrezende dienaar van een toch niet-Godvrezende koning, omdat hij op deze moeilijke post bleef om te redden wat te redden viel. Maar dat die éne profeet die éne minister opriep tot openbaar kleur bekenen was een eerste stap in de goede richting.
De christelijke politieke partijen
De geschiedenis van Elia en Obadja leert ons, dat leden van de christelijke gemeente vandaag ook op verschillende wijze hun politieke verantwóórdelijkheid tot uitdrukking kunnen en mogen brengen. Het moet vandaag dan ook echter tot de verantwoordelijkheid van de christelijke geméénte worden gerekend een appèl te doen op de politiek, waar vandaag zulke ingrijpende beslissingen worden genomen. De tijd dringt. Daarom roepen wij de gemeenten op om, in solidariteit met vele christelijke organisaties, de Eerste Kamer van de Staten-Generaal aan te schrijven om de nu voorliggende heilloze wetgeving te toetsen aan de grondwet, zoals dat al geschied is door de Raad van State; maar vooral ook om deze te toetsen aan de heilzame waarden en normen zoals die in het Woord Gods voor mens en samenleving worden gesteld.
Er mag met name een dringend appèl worden gedaan op het CDA. Deze partij draagt immer als regeringspartij èn als christelijke partij een grote en beslissende verantwoordelijkheid. Beseft dient te worden, dat het CDA heeft bewaakt, dat euthanasie in het Wetboek van Strafrecht is gebleven. Maar euthanasie is helaas niet meer strafbaar als het zorgvuldig geschiedt.
Vooral is het CDA nu echter in gebreke gebleven als het gaat om de bewaking van de vrijheid van godsdienst voor het christelijk onderwijs en andere christelijke organen en organisaties in de samenleving.
De Wet Gelijke Behandeling raakt zo niet alleen het christelijk onderwijs, maar ook de ontstaansgeschiedenis van de christelijke partijen, die in het CDA zijn gefuseerd, omdat juist rondom de bijzondere school ook de confessionele partij zich in de vorige eeuw heeft geconstitueerd.
Wáár is vandaag nog iets over van het theocratisch besef in de voormalige Christelijk Historische Unie? Wáár is nog iets over van de onverzettelijkheid van de Antirevolutionairen, die vanuit de gedachte van soevereiniteit in eigen kring zich hebben verzet tegen alle overheidsinmenging en hebben gepleit voor de vrijheid van christelijke normen en waarden?
En wáár is trouwens de rooms-katholieke moraal?
Daarom mag een appèl worden gedaan op het CDA. Ook tot diegenen, die, ondanks fusie van genoemde partijen met de KVP bij de constituering van het CDA, in deze partij zijn gebleven, mag worden gezegd: 'Als gij in deze tijd blijft zwijgen…'.
Wat de kleine christelijke partijen betreft: er mag voor hun principiële stellingname in de huidige problematiek erkentelijkheid zijn. Hun bestaansrecht, naast een oecumenische partij, is vanwege hun reformatorische grondslag legitiem. Hoewel deze partijen enerzijds in hun onderscheiden politieke accenten elkaar aanvullen, is het anderzijds ten principale ook schrijnend en kan het naar de wereld toe niet duidelijk worden gemaakt, dat men, het gemeenschappelijke beroep op het Woord Gods en de reformatorische belijdenis ten spijt, in drieën uiteengaat. Juist nu christelijke normen en waarden worden aangetast en christelijke organisaties in hun bestaan worden bedreigd is hun hoge gemeenschappelijke roeping echter gebleken. Die gemeenschappelijkheid wordt met name ook in Europees verband geconcretiseerd door middel van een gemeenschappelijke reformatorische tegenstem naast de brede christendemocratie. Zouden ontwikkelingen als de onderhavige, waarin het zozeer gaat om normen en waarden vanuit het Woord Gods, in de toekomst niet moeten nopen tot herbezinning inzake het gemeenschappelijke bij reformatorische politiek?
Tenslotte
Wij hopen en bidden, dat allen, die verantwoordelijkheid dragen in gemeenten en kerken, alsook op posten in de maatschappij en in de politiek, vrijmoedigheid ontvangen om de inzettingen Gods, ons gegeven in de Heilige Schrift, uit te zeggen in de samenleving. In het besef, dat in het onderhouden van Gods geboden groot loon ligt en dat dit heilzaam is voor mens en samenleving.
Kerkeraden roepen wij op om namens hun gemeente kenbaar te maken aan de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, dat aanneming van de Wet Gelijke Behandeling desastreuze gevolgen zal hebben en deze leden met klem te vragen deze wet daarom alsnog te verwerpen. Deze brief is geschreven vanuit een kerkelijke verantwoordelijkheid. Die laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld tot uitdrukking wordt gebracht in het recent gevormde 'Beraad Geestelijke Vrijheid'. Ons appèl wil daa voor juist een onderstreping zijn.
De Heere geve ieder wijsheid en inzicht om te handelen overeenkomstig Zijn Wil.
Voor de kerkeraad van de
Noorderkerkgemeente te Amsterdam,
C. Boerhout, voorzitter
C. Blenk, predikant
Voor het hoofdbestuur van de
Gereformeerde Bond in de
Nederlandse Hervormde Kerk,
C. van den Bergh, voorzitter
J. van der Graaf, algemeen secretaris
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's