De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De waarheid dienen of schaden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waarheid dienen of schaden

Genuanceerd denken

9 minuten leestijd

Ooit vertelde mij een jongeman, wonend in een gemeente met drie grote kerken van gereformeerde signatuur, dat principieel-zijn in die gemeente betekende 's zondags rechtlijnig langs elkaar heen lopen. Met die uitdrukking was wel getypeerd hoe de kerkelijke verhoudingen lagen. Op doordeweekse dagen was er allerwegen de ontmoeting, in bedrijf en het zakenleven, op de markt en in de winkels, maar 's zondags rechtlijnig langs elkaar! Dat woord rechtlijnig is hier intussen ook typerend. In rechtlijnigheid ontbreken de schakeringen, de nuances. ledere groepering stáát voor éígen gelijk. Inderdaad staat zo voor niet weinig mensen principeel-zijn gelijk met òn-genuanceerd denken.
Wat we ons intussen mogen afvragen is of genuanceerd denken de waarheid altijd dient of ook schaden kan en omgekeerd: schaadt of ook dienen kan. Daarover wil ik hieronder één en ander overwegen.

Nuancering gewenst
Wat met betrekking tot de reine leer van het Evangelie geboden is, namelijk het zonder omwegen belijden – dus zonder nuanceringen, die van de rechte weg afvoeren – kan in ander opzicht uiterst schadelijk zijn. Ik bedoel dan als het gaat om de wijze, waarop meningen, visies, zelfs overtuigingen van anderen uit toch min of meer aanverwante kringen worden beoordeeld en soms ook veroordeeld. Binnen het kader van het rechte belijden, genomen ook in de ruimere zin van het woord, kan ongenuanceerd oordelen over wat anderen in woord en geschrift als overtuiging naar voren brengen schadelijk, om niet te zeggen funest zijn, omdat de waarheid er niet mee is gediend. De waarheid is immers niet gediend bij het negeren van waarheidselemènten, ook bij hen met wie men van mening verschilt.

Ongenuanceerd denken en spreken is vaak wel de gemakkelijkste weg. Naarmate mensen minder verstand van zaken hebben, nemen ze vaak met heel eenvoudige beschouwingen genoegen. Niet gehinderd door enige (voor)kennis kunnen dan heel ongenuanceerde opvattingen te berde worden gebracht. Demagogen, vooral in de politiek, spelen op dat minimum aan kennis en een maximum aan behoefte aan duidelijkheid gaarne in. Naarmate iemand echter meer en dieper ingevoerd is in dingen, die aan de orde zijn, is het aanbrengen van nuanceringen voor de oordeelsvorming onvermijdelijk.
Het aanbrengen van nuanceringen is zo bijvoorbeeld kenmerkend voor alle wetenschappelijke, ook theologisch-wetenschappelijke arbeid. Wie geen nuances kan aanbrengen, wie al tot absolute oordelen komt alvorens een zaak echt onderzocht en van alle kanten bekeken te hebben, zal nooit komen tot een echt wetenschappelijk studie. Van sommige wetenschappers geldt overigens zelfs, dat ze zó genuanceerd te werk gaan, dat ze slechts uiterst zelden tot publicaties komen, bevreesd als ze zijn de waarheid (werkelijkheid) geweld aan te doen.


Bij heel veel thematiek ligt tussen zwart en wit een heel terrein, dat grijs is. Iemand, die dan voor God en de mensen oprecht wil bezig zijn, zou zijn geweten geweld aandoen als hij géén nuances aanbracht, waar die bepaald noodzakelijk zijn. In de proloog op zijn Evangelie zegt ook Lucas, dat hij alles van voren 'naarstig heeft onderzocht'.

Principieel
Ongenuanceerd de dingen aan de orde stellen kan de waarheid schaden. We moeten echter eerlijk zeggen, dat door bepaalde personen uitsluitend diegenen voor principieel worden gehouden, die de dingen ongezouten en ongenuanceerd plegen te zeggen. Wie ongenuanceerd spreekt of schrijft of oordeelt krijgt soms de handen op elkaar, méér dan diegene, die terwille van de waarheid, tegenover zichzelf en de ander, maar vooral voor Gods Aangezicht, zich verplicht weet nuances aan te brengen.
Nu weet ik heel best, dat men soms ook zo genuanceerd bezig kan zijn in woord en geschrift, dat tenslotte de principiële lijnen niet meer te ontdekken vallen. Met daardoor optredende vaagheden is ook niemand gediend. Maar het is nog iets anders om in een betoog met nuances de waarheid recht te doen, omdat alleen een onderbouwd betoog kracht van argumenten heeft. Dat zal juist de duidelijkheid dienen.

Met òn-genuanceerde beschouwingen krijgt men wel vaak de blindelingse aanbidders en de bij-voorbaat-overtuigden mee. Met meer genuanceerde verhandelingen, waarbij getracht wordt ook de ander recht te doen, loopt men soms meer de kans voor niet-principieel of voor minder principieel te worden aangemerkt. Principe is voor velen rechtlijnigheid. Vandaar.


Het mag intussen bepaald ernstig heten wanneer er sprake is van ongenuanceerd oordelen of zelfs ver-oordelen. Het lezen van een enkele passage in een boek is dan al voldoende om het boek af te schrijven en bijvoorbeeld gemakshalve en ongemotiveerd te kwalificeren als 'remonstrants' of niet-waarheidsgetrouw of niet trouw aan de belijdenis of niet-gereformeerd, alles vanwege criteria, die men zelf ontworpen heeft voor waarheid. Dat kwaad doet zich niet alléén maar wel váák met náme voor bij beoordeling van boeken. Het komt voor, dat schrijvers zich grondig rekenschap geven van een bepaalde mening, die ze over een thema hebben gevormd na jarenlange studie. In enkele pennestreken wordt het boek vervolgens echter van de tafel geveegd. Symptomatisch is dan vaak ook de kop, die boven het artikel wordt geplaatst, waarin het boek wordt beoordeeld. De ethiek van het recenseren is soms ver te zoeken. Ook waar echter een grondlijn of een onderdeel van een publicatie moet worden afgewezen is het van belang hóé zulks geschiedt. Met ongenuanceerde beof veroordelingen zijn al heel wat koppen gesneld. Men behoeft soms alleen maar te zien wie wíé recenseert, om bij voorbaat te weten wat de uitkomst is. En de koppenmakers van de kranten doen de rest. De oppervlakkige lezer heeft bovendien aan de koppen genoeg. In dit opzicht is er al heel wat kwaad aangericht in de kerk, juist ook onder hen, die in grote lijnen van gelijke overtuiging waren en zijn. Het maakt vaak mede de innerlijke zwakte van de Gereformeerde Gezindte uit.

Nuances, maar welke?
Of er dan altijd sprake moet zijn van nuancering? Meestal wel namelijk als het gaat om meningsvorming inzake thema's, die afgeleide thema's zijn. De waarheid is met eerlijkheid en dan heel vaak met nuanceringen gediend. Ongenuanceerdheid kan hier leugen betekenen.

Anderzijds kan echter genuancéérdheid in denken óók de waarheid geweld aandoen. Er is een gebied, waar van nuancering geen sprake mag zijn, namelijk als het echt gaat om de Waarheid, beleden in de Heilsfeiten, zeg de heilsdaden van Christus, en om àlle waarheid, die naar het rechtstreekse bijbelse getuigenis daarmee in verband staat. Ik schrijf dit bewust zo op in deze dagen direct na Pasen. Sinds jaar en dag worden discussies gevoerd – de laatste jaren zelfs weer in verhevigde mate – over de vraag of Christus nu wèl of níét lichamelijk is opgestaan. 'Pasen wel wáár, maar niet echt gebeurd', heet het dan soms. Of – de oude vrijzinnige gedachte! – 'Christus leeft voort in de herinnering van Zijn volgelingen'.
Ook nu weer werden, via organen waarin de C aanmerkelijk is verbleekt, beschouwingen en verhandelingen over het Paasgebeuren ten beste gegeven, waarin zó genuanceerd de kwestie van 'echt of niet echt gebeurd' werd benaderd en uiteengerafeld, dat het Heilsfeit in de nuanceringen volstrekt ten onder ging. Vaagheid was wat overbleef. Menig lezer moest na het lezen of horen van dergelijke beschouwingen wel de verzuchting hebben geslaakt: gelooft de schrijver of de spreker het nu wèl of gelooft hij het níét? De bekende Amsterdamse dominee Nico ter Linden bijvoorbeeld liet ook nu weer van zich horen. Op een vraag van de Strijdkreet (Leger des Heils) om iets te schrijven over 'Jezus leeft' maakte hij zoveel omtrekkende bewegingen, in mooie bewoordingen overigens, dat alleen te concluderen viel: dus níét!


Genuanceerde benadering van de grote Heilsfeiten en daaraan hangende Waarheid is alleen maar funest voor het geloof van de gemeente. Genuanceerde benadering zou nog wel eens ondermijnender kunnen zijn dan brute ontkenning. Het 'verhaal' van Pasen lijkt dan op het eerste gezicht of gehoor toch wel aan de orde te zijn, maar tenslotte blijkt het inderdaad slechts een verhaal te zijn.


Als hier evenwel de bazuin geen klaar en zeker geluid geeft wordt de twijfel gevoed in plaats van ontmaskerd. Het is ook niet de vraag of wij mensen met ons kleine denkraam deze hoge feiten bevatten kunnen – wie zou ze óóit kùnnen bevatten! – maar het is opdracht deze feiten uit te bazuinen, met klare klaroenstoten. Niets werkt meer verlammend dan een genuanceerde boodschap, die, middels allerlei nuances, aan alle mogelijke twijfels kansen biedt en aan echte proclamatie niet toekomt. Wie hier nuanceert, voedt de leugen en dient de Waarheid niet. Aan zulke nuances gaat de kerk kapot.
Juist hier speelt wetenschappelijk denken de mens van vandaag parten. Het is goed wetenschappelijk, stelde ik hierboven, om een zaak, die onderzocht wordt, van alle kanten te bekijken en tegen het licht te houden. Zo'n tik van modern wetenschappelijk denken heeft menigeen vandaag echter ook op religieus gebied meegekregen. Wat kan ik vandaag nog geloven? Vandaar dat genuanceerde benaderingen van het feit van Pasen soms vrij spel hebben. En dat werkt door in allerlei afgeleide thema's. Maar Hure Vernunft wint het dan van de Samuëlsgestalte: 'spreek Heere, Uw knecht hoort.'


Overigens is het vermoeiing des vleses en een verzoeking voor het geloof om telkens weer kennis te moeten nemen van genuanceerde ongeloofstaal. Het hart kan er onmogelijk vrolijk van worden. Een mens moet er ook nog zo'n moeite voor doen om werkelijk te begrijpen – zo was mijn eigen ervaring dezer dagen – wat schrijvers of sprekers bedoelen en nog (voorwenden te) geloven. Stel – verzucht ik dan – dat 1 Korinthe 15 zo geschreven was. We waren nòg in onze zonde.
Wij behóéven de Heilsfeiten en daarop gegronde waarheid niet meer tegen het licht te houden. Ze zijn aan het Licht gekómen, in de ontmoetingen van de apostelen en de meer dan vijfhonderd broeders op een maal. Ze komt ook aan het Licht – Licht des Geestes – in de ontmoeting vandaag met de Opgstane door ontijdig geborenen.

Ja en nee
Kortom en concluderend: er is genuanceerd denken en oordelen, dat de Waarheid díént. Het is zulk een denken, waaraan liefde tot de waarheid in al zijn veelkleurigheid ten grondslag ligt.
Er is echter ook genuanceerd denken, dat de leugen voedt, namelijk als niet kinderlijk gebogen wordt voor het woord der Schriften 'Zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben' (Joh. 20 : 29). Onvoorwaardelijk en zonder omwegen!
Als we van het eerste méér en van het tweede mìnder zouden hebben zou het er in de kerken anders uit kunnen zien.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De waarheid dienen of schaden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's