Opstanding
Woorden van leven
De komst van Jezus Christus heeft de Opstanding verrassend veel dichter bij gebracht dan zij in de geloofsverwachting van Israël aanwezig was. Voor Martha was het bij het graf van haar broer Lazarus een troost dat zij belijden mocht, dat hij weer op zou staan 'ten laatsten dage'. De dood zou het laatste woord niet hebben. Maar toen Jezus zei: 'Ik ben de Opstanding en het Leven' stond deze laatste hoop als een levende troost van overwinning op de dood in eigen persoon al bij haar.
Het geloof in de lichamelijke Opstanding, als het leven uit de doden, staat en stond in alle tijden ernstig ter discussie. Jezus had al te maken met mensen die het niet konden en wilden geloven. De partij van de Sadduceën probeerde Hem het absurde van het opstandingsgeloof te laten zien in hun wonderlijke voorbeeld van de vrouw die zeven mannen had gehad. Men kon zich niet voorstellen hoe dat nieuwe leven uit de doden te rijmen was met de ervaring van het leven vóór de dood. Paulus krijgt op de Areopagus problemen met zijn geleerde Griekse gehoor als hij Jezus' Opstanding ter sprake brengt. Het is de Grieken een ergernis dat het lichaam weer zal leven. Dat hoeft zo nodig niet, vinden ze. En ook de christelijke gemeente blijft niet vrij van ernstige dwalingen. Uit het magistrale loflied op de opstanding, 1 Korinthe 15, valt op te maken dat er christenen waren die de lichamelijke opstanding uit de doden ontkenden: 'Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?' (vers 12) De opstanding is een zaak die twee kanten heeft. Jezus verkondigt de toekomstige opstanding uit de doden als Hij zegt: 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: de ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben zullen leven' (Joh. 5 : 25). De opstanding die komt is de tweede opstanding, die de mensheid voor eeuwig in tweeën zal delen. Er gaat een diepe ernst uit van dit perspectief. Er zullen er 'uitgaan, die het goede gedaan hebben tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding des verdoemenis' (Joh. 5 : 29). In het licht van deze ernst wordt de opstanding hier en nu, die een geestelijke is, zo belangrijk. Jezus zegt: 'Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven' (Joh. 5 : 24).
De kracht van Christus' opstanding is het beginsel van het nieuwe leven. Door de opstanding van Jezus Christus worden wij wedergeboren tot een levende hoop, zegt Petrus (1 Petrus 1 : 3). Het gaat om het 'kennen' van Christus en 'de kracht van Zijn opstanding' (Pil. 3 : 10). Zo zal het al de Zijnen heerlijk ten deel vallen, dat net zoals Christus niet vastgehouden is in het rijk van de doden, ook allen die in Hem geloven, letterlijk 'uit het midden van' de doden ook weer lichamelijk tot leven worden geroepen. 'Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in onverderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid' (1 Kor. 15 : 42).
M.A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's