De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Op 5 april l.l. promoveerde aan de Technische Universiteit te Delft Ir. A. Verwey te Woerden op een promotiestudie, die ligt op het snijvlak van electrotechniek en biologie'. (Proficiat!) Van de stellingen bij het proefschrift noemen we de volgende:

• Beroepsgroepen van wetenschappelijke onderzoekers zouden er goed aan doen behalve aan het ontwikkelen van beroepscodes te werken aan een verantwoordingsplicht.
E. Schuurman, 'Ethiek van wetenschappelijk onderzoek', Beweging, vol. 56, no. 6, pp. 105, 1992.

• Er wordt veelal gesproken over bewijzen van evolutie; het spreken over argumenten zou de wetenschappelijke status van deze modellen beter weerspiegelen.

• Door te delen kunnen veel problemen opgelost worden; echter het vinden van een acceptabele verdeling is op zich een complex probleem.

• De gedragsregel 'niet links stilstaan' vergroot de transportcapaciteit van roltrappen aanzienlijk.

• Het verschil tussen theoretische en werkelijke aankomsttijden van treinen is eenvoudig te verklaren met de railativiteitstheorie der Nederlandse Spoorwegen.


In het Paasnummer van ons blad gaf dr. J. de Gier uitvoerig aandacht aan Wilma (Vermaat). In Wilmare (een periodiekje inzake deze schrijfster, m.h.o. op de jaarlijkse Wilma-dag) stond een handgeschreven stukje afgedrukt van Wilma over Zetten:

"Kent gij, waarde lezer, Zetten, dat dorpje in de Betuwe, aan 't kleene rivierke'? 'Natuurlijk', zegt gij, 'dat is 't dorp, waar al die gestichten van dr. Heldring zijn.' Juist, maar vergeet dan niet, er aanstonds aan toe te voegen, dat het ook is de bakermat van de christelijke gymnasia in Nederland. Zetten is thans een vrij welvarend dorp en als gij het eens mocht bezoeken, dan kunt gij het gemakkelijk per spoor bereiken en wegens het druk verkeer stoppen er bijna alle treinen. Maar Zetten heeft ook andere tijden gekend. Ruim een halve eeuw geleden, toen de grootweg van Utrecht, via Wageningen naar Nijmegen erdoorheen liep, was het 't armste dorpje van de Betuwe; het had den naam van het Groesbeek der Betuwe en dat wilde wat zeggen – en niet alleen was het arm, maar het was ook berucht. Er ging bijna geen maandag voorbij, dat niet de een of andere Zettenaar verschijnen moest voor het kantongerecht wegens gepleegde mishandeling; want aan herbergen was er geen gebrek en 's zondagsavond zulk een herberg te passeren, of een eenzame wandeling naar het naburige Andelst te ondernemen, was niet zonder gevaar. Inderdaad, het zag er treurig uit in Zetten, maar door 's Heeren genadig bestel zou er verandering komen en het beliefde Hem, daarvoor den man te gebruiken wiens naam onafscheidelijk met dien van Zetten is verbonden; ik bedoel ds. F.P.L.C. v. Lingen, die o langs het grote voorrecht te beurt viel, zijn 80ste levensjaar te mogen intreden.
Ds. v. Lingen zag 15 april 1832 het eerste levenslicht te Herwijnen, waar zijn vader onderwijzer was.'
(Uit het familie-archief Vermaat)


Ook Tholenaren waren in de 'Grande Armee' van 'de rampzalige Russische veldtocht van Napoleon in 1812', aldus een artikel van Jac. Schot B.W.zn. in Eendrachtsbode De Thoolse Courant. Afgedrukt wordt een brief van een Vlaming aan zijn ouders:

Elitekorps
'Dan nog de Thoolse jongens die ingelijfd werden in het elitekorps van de keizerlijke Nationale Garde, waarvan geschreven staat: Van de 500 Nederlanders uit het elitekorps van de keizerlijke Garde keerden er maar 40 van de Russische veldtocht terug, zelden met alle ledematen intact.'

Brief
Hieronder volgt een brief van een Vlaming die de veldtocht meemaakte en terug mocht keren. De brief is vanuit Küstrin in Polen geschreven naar Aartrijke in West-Vlaanderen en gedateerd 16 januari 1813.

'Teder Geliefd ouders, Broeders en zusters. Ik hoop dat U Edelen mijn vergeven zal van wegens dat ik zoo lang gewagt hebt met schrijfen, maar het is mijn schult niet. Ook laat ik u bedanken voor dien brief met die wissel (daar kon geld op ontvangen worden – red.). De reden dat ik die niet beantwoord hebt, dat was toen ik den brief kreeg moest wij den anderen dag in de koppaniën (veldtocht). Dus liefen ouders hoop ik niet dat gij daar op pijnsen (piekeren) zal lieten ouders, broers en zusters. Nu bevin ik mij verpligt om U te laten weten dat ik mijn bevin in het hoppitaal te Castrin (Küstrin, Polen). Ik ben van het armee (leger) afgekomen en krank, zoo dat ik wel schielik (snel) tuis zal wezen. Vader en Moeder, ik heb zeer veel koude geleden van desen winter in Rusland. Als ik thuiskom dan zult gij mijn wel mit bedroefden ogen aanzien. Verders tot mijn leetwesen moet ik U laten weten dat ik voor Smolenski geblesseerd bin. Dat is te zeggen dat ik mijn linkerarm kwijt bin. Dus kunt gij wel begrijpen liefe ouders hoe het mijn gesteld is. Ik zal mij maar troosten met mijn lotgeval. Alle Vlamingen waar ik mee opging zijn dood. Carolus Wittenzole.'

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's