Een pikkende kip
Van Overzee
Kerkdienst in Guatemala – 9
Wat heeft dàt nu met een kerkdienst te maken?
Het zal in de dorpen heus wel eens gebeuren dat er een kip al pikkend de kerk binnenkomt scharrelen. Daar gaat het echter niet over. Wel over de preek. Over de plaats van het Woord in vele Guatemalteekse kerkdiensten.
Maar… wat die pikkende kip daar mee te maken heeft?
In alle stukjes die we tot nu toe schreven over 'kerkdienst in Guatemala' hebben we het eigenlijk nog geen een keer echt over de prediking en de plaats van het Woord gehad. Misschien is dat toch niet zo toevallig als het wel lijkt.
Wij zijn gewoon te zeggen dat de preek als verkondiging van het Woord het centrum van de reformatorische eredienst is. Of we ons dat altijd even bewust zijn is nog de vraag. Hoevelen zitten de preek niet uit met een of meer muntjes uit Sneek, onderwijl als een scheidsrechter de spreektijd bijhoudend? Zeker is dat geen onderdeel van onze liturgie meer tijd inneemt dan de preek; vaak de helft van de hele dienst.
Alleen al daar op afgaand zou je moeten zeggen dat de preek, hier minder belangrijk is dan bij u in Nederland. Met 'hier' bedoel ik dan met name de Presbyteriaanse Kerk, van anderen weet ik veel te weinig. In een dienst van anderhalf tot twee uur (of meer) neemt de verkondiging hooguit een half uur in beslag.
Er zijn me hier nog een paar dingen opgevallen. Vaak wordt de kanselbijbel 's zondagsmorgens voor de dienst neergelegd, maar zonder erg wordt hij een poosje later door de preker gesloten en terzijde geschoven. Een ander die na de Schriftlezing zijn Bijbel dichtslaat en dan aan zijn preek begint. Zomaar, achteloos. Daarom wil ik er ook niets achter zoeken noch de 'hermanos' betichten van gebrek aan eerbied voor Gods Woord. Maar bij mij roept het vragen op. Of het Woord dan toch niet zo centraal staat als bij ons? Toch een symptoom?
In de meeste kerkdiensten wordt er twee keer uit de Bijbel gelezen. Eerst de zogenaamde 'lectura antifonal'. Dat wil zeggen dat een Bijbelgedeelte door de 'dirigent' en de gemeente samen gelezen wordt. Staande wordt om en om een vers gelezen; vers één door de 'dirigent', vers twee door de gemeenteleden, vers drie weer door de 'dirigent', enz. Vervolgens wordt dan voor de preek – vaak door de prediker zelf – het tekstgedeelte gelezen waaruit gepreekt wordt. Tenminste… dat hoop je dan!
Er zijn zeker heel wat 'broeders' die proberen de gelezen tekst zo goed mogelijk uit te leggen. Meestal is dat dan de hele perikoop; de gewoonte om één tekst te kiezen kennen ze nauwelijks.
Vers voor vers wordt het gedeelte doorgenomen en uitgelegd. Hoewel er ook zijn die niet verder komen dan algemeenheden, zijn er ook velen die de boodschap heel direkt toepassen.
Vaak gaat het echter anders! Dan is de Schriftlezing slechts een springplank naar allerlei andere teksten. Men springt van trampoline naar trampoline de hele Bijbel door. Er zijn er zo die heel knap één bepaald thema weten uit te werken en de grote lijnen van de Schrift zichtbaar weten te maken.
Bij de meesten echter wordt je duizelig van al dat gespring en moe van het bladeren. Het gaat namelijk net als met een pikkende kip. Het beeld werd me door een van onze studenten aan de hand gedaan. Hij preekt lang niet slecht, maar had dan ook geleerd goed te luisteren en rond te kijken. Zo had hij ook de pikkende kip ontdekt. Hebt u dat wel eens goed bekeken? Hier een pik, daar een pik. Een beetje krabben met de poten en weer een pik en nog een keer. Dan weer een paar stappen verder en weer hetzelfde ritueel. Rommelig, er zit geen systeem in. En zo gaat het in preken ook vaak. Kippen kunnen zo aan de kost komen, maar krijgt de gemeente zo voldoende voedsel?
Die prekers die als pikkende kippen door de hele Bijbel heen krabbelen leveren ons wel de nodige aandachtspunten op. Als docent aan het Seminarie van de Presbyteriaanse Kerk drukt het me met de neus op de noodzaak van een gedegen vorming en toerusting van de (toekomstige) predikanten en andere leidinggevenden. Juist met het oog op de gemeente. Maar dan gaat het niet alleen om Bijbelkennis en wat methoden om een preek op te zetten, men moet leren luisteren, uitleggen en dan pas toepassen. Dat vereist discipline en voorbereiding. Dan moet je je vastbijten in zo'n tekst om de boodschap te proeven en de smaak te pakken te krijgen. Maar dan kun je de gemeente ook wat voorschotelen. Zelf denk ik dat daar een deel van het probleem zit. Die discipline kent men niet en de voorbereiding is vaak miniem. 't Is mij ook meer dan eens overkomen dat ik enkele minuten voor de dienst gevraagd wordt te preken. Bovendien preekt men bijna altijd van een korte schets. Als je de studenten vertelt dat je een preek vaak helemaal uitschrijft, kijken ze je vol ongeloof aan! Of ze het dan altijd precies zo moeten doen als wij gewend zijn, is de vraag. Maar duidelijk is dat theologisch onderwijs met het oog op de gemeente zeker bij het zendingswerk hoort.
Ondertussen kunt u de indruk krijgen dat de Guatemalteekse predikers er niet best af komen. Toch doen ze me aan Paulus denken. Paulus wordt door de wijze filosofen van Athene immers een 'graantjespikker' genoemd (Hand. 17 : 18). Ook een pikkende kip dus?
Die filosofen bedoelden te zeggen dat Paulus maar een 'klapper' (StV.), een 'zwetser' (NV.) was. Iemand die overal wat bij elkaar scharrelde en zonder het zelf te begrijpen aan anderen doorgaf. Een kletskous, wiens preken zwamverhalen zijn. Een charlatan die al pikkend zelf wel aan de kost komt. 'k Denk dat we er erg voor op moeten passen om vanuit onze waanwijsheid op de prekende broeders hier neer te zien, zoals die filosofen op Paulus. Weten en doen wij het echt zoveel beter? Wij hebben gestudeerd, kennen (?) Grieks en Hebreeuws en hebben een studeerkamer vol boeken. Maar of we altijd veel verder komen dan een pikkende kip…?! Hoe zit het met onze voorbereiding en discipline? Komen onze gemeenten aan de vaste spijs toe? Of staat er alleen maar melk op het menu? Niet omdat de gemeente de 'zware' kost niet verdraagt, maar omdat wij haar niets anders voorzetten? Verkondigen we nog de grote daden van God of kletsen we de tijd vol? Natuurlijk zijn er hier ook prekende kletskousen, maar toch valt vele 'pikkende kippen' niets te verwijten. Bewust heb ik het niet over de dominees gehad, maar over de prekers. Er zijn hier namelijk meer ouderlingen en leken die preken dan predikanten. Meestal hebben ze geen enkel onderwijs gehad, maar een Boodschap hebben ze wel! Dan mogen anderen ze pikkende kippen noemen, maar dit hebben ze met de graantjespikker Paulus gemeen: er rust vaak zegen op hun prediking.
Tot slot. Paulus kreeg zijn 'titel' uit minachting en hoogmoedige spot en afwijzing. Als we het hier over de pikkende kippen hebben gehad is dat niet onze bedoeling. Toch is het vaak waar, men pikt maar een eind weg. Dat de Heere daar zegen aan verbindt is geen reden om het dan maar zo te laten. Daarom wil ik u vragen te bidden voor al die prekers hier die niet meer hebben dan hun Bijbel. Maar ook voor allerlei vormen van theologisch onderwijs, opdat ze toegerust mogen worden en er meer uit mogen halen. Om meer grazige weiden in het Woord te ontdekken en anderen er ook te brengen.
W.G. Teeuwissen, San Felipe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's