De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Als gij in deze tijd afzijdig blijft'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Als gij in deze tijd afzijdig blijft'

9 minuten leestijd

In de Waarheidsvriend d.d. 25 februari 1.1. schreef drs. C. Blenk een artikel, getiteld 'Als gij in deze tijd blijft zwijgen…'. Een week later borduurde ondergetekende daarop verder in een artikel onder de titel 'De Gereformeerde Bond en de politiek'. Eén en ander heeft ook geresulteerd in een 'Appèl aan kerk en samenleving' vanwege de kerkeraad van de hervormde Noorderkerk in Amsterdam en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.Drs. G. van Leyenhorst, lid van de Tweede Kamer voor het CDA en oud-staatssecretaris van onderwijs, verzocht ons op één en ander te mogen reageren. Bijgaand treffen de lezers zijn reaktie aan.Red.

Drs. C. Blenk schreef naar aanleiding van de aanvaarding van het euthanasiewetsvoorstel en van de Algemene Wet Gelijke Behandeling door de Tweede Kamer in dit blad een vlammend artikel onder de titel: 'Als gij in deze tijd blijft zwijgen…'.
Een week later – 4 maart jl. – reageerde ir. J. van der Graaf hierop en constateerde na een belangwekkende historische beschouwing dat er bij de Gereformeerde Bond met betrekking tot de politiek van een grote verlegenheid sprake is. 'De echte politieke hartstocht ontbreekt'. Vele hervormd gereformeerden hebben het – aldus dhr. Van der Graaf – langzamerhand laten afweten in de politiek.
Hij keurt dat af; ik citeer – en ik doe dat met instemming: 'een gereformeerd christen, liever nog een evangeliebelijder, heeft ook een en ander te doen in de politiek'. Immers: 'het Koninkrijk Gods heeft wijder contouren dan de Kerk'.
Ik deel de bezorgdheid van beide scribenten over de geringe betrokkenheid van hervormd gereformeerden tot de politiek volledig. Maar wat is er aan te doen? Is er echt sprake van een grote verlegenheid? En zo die er is, ligt dat dan ook niet aan de politiek zelf? Of zou het kunnen zijn dat hervormd gereformeerden te veel geonënteerd zijn op de Kerk en te weinig op de wereld? Anders gezegd: Geloven we ook nog op maandag?
Deze vragen kwamen na lezing van beide artikelen bij mij op. De redactie verschaft mij de gelegenheid om daarbij de volgende opmerkingen te maken.

Verzachtend
1. Ik begin met een verzachtende omstandigheid.
Verlegenheid t.a.v. de politiek is niet een kenmerk van alleen de hervormd gereformeerden, die doet zich voor onder alle geledingen van onze bevolking. Wat dat betreft gaat de politiek zelf ook niet vrijuit. Om twee voorbeelden te noemen: het dualisme van weleer is verlaten (denk aan het Torentjesoverleg) en er worden zulke uitgebreide regeeraccoorden gesloten, dat de spanning uit het politieke debat goeddeels verdwenen is. Bovendien zijn de tegenstellingen tussen de partijen over de hoofdthema's van het beleid – sociaal-economisch/criminaliteit/buitenlandse politiek – veel kleiner geworden. De grotere partijen CDA, PvdA, VVD en D'66 zitten alle vier ergens in het midden, hetgeen de motivatie om echt eens warm te lopen voor een gerichte keuze niet versterkt. Tenzij er van een meer ideële, principiëler aandrift sprake is.

Hartstocht
2. Daar doelde ir. Van der Graaf onmiskenbaar op als hij schrijft dat de echte politieke hartstocht ontbreekt. Het gaat dan om een diepere dimensie, namelijk om het besef dat de Bijbel niet alleen van de hoogste betekenis is voor mijn persoonlijk leven, maar dat evenzeer is voor de overheid en de samenleving.
Welnu, die aandacht voor de horizontale werkelijkheid ontbreekt te veel. Hoe komt het dat de hartstocht daarvoor is verflauwd? Ik noem twee dingen.
In de eerste plaats dat christenen in een meer bedreigde positie zijn terecht gekomen. Christenen vormen zo langzamerhand een minderheid in ons land. De christelijke politieke partijen bezetten nog maar 40% van de Tweede Kamerzetels. De steun, die men vroeger uit zijn directe (sociale) omgeving ontving, is veelal weggevallen. De verzuiling is goeddeels doorbroken.
De kerken geven nauwelijks nog leiding of zelfs richting in maatschappelijke en poli­tieke vraagstukken. Op het ene terrein gingen ze te ver: de kernbewapening, op het andere terrein hielden zij zich angstig stil: abortus provocatus, euthanasie (ik maak hier een uitzondering voor de Rooms-Katholieke Kerk). Zeker is dat de rol van de Kerk is gemarginaliseerd.
In de tweede plaats wijs ik op de processen, die zich in ons eigen leven en in ons eigen bewustzijn onder invloed van de secularisatie…, de individualisering, de ik-cultuur, enfin noem maar op… aan het voltrekken zijn.
De individualisering heeft ook in onze kring veel harder toegeslagen dan we misschien durven erkennen. Ook christenen hebben het de laatste decennia ontzettend druk gekregen met zichzelf, respectievelijk met de kleine kring waarin men leeft. De agenda's raken overvol, de stress slaat toe; wat een wonder dat men bij hen niet meer zo gemakkelijk kan aankomen met een appel op hun verantwoordelijkheid t.a.v. zaken van algemeen en nationaal belang.
Het jammere daarbij is dat men door dat drukke leven dat men om zichzelf heeft opgebouwd meent daartoe dan ook terecht verontschuldigd te zijn.
En zo doen kerken, scholen, christelijke organisaties en dito politieke partijen telkens weer vergeefs een beroep op mensen, die wel veel in huis hebben, maar op beslissende momenten niet thuis geven.


Een graadmeter hierbij is de belangstelling die zich manifesteert t.a.v. belangrijke principiële onderwerpen, die politiek aan de orde zijn. In 1981, toen de abortuswet werd behandeld, stond 'christelijk Nederland' zowat op z'n kop. Persoonlijk werd ik er letterlijk dag en nacht over opgebeld en werd ik overstelpt met brieven. Thans – anno 1993 – leek het er op dat zelfs maar heel weinig mensen van de behandeling van het euthanasiewetsvoorstel in de Tweede Kamer afwisten. Soms dacht ik: op de Veluwe maakt de uitspraak van de Raad van State over een paar hinderwetvergunningen inzake het mestbeleid meer indruk dan de introductie van een wet, die de euthanasie regelt.
Ik concludeer hieruit dat de secularisatie geenszins aan het orthodoxe deel van onze natie is voorbij gegaan. Wanneer prof. C. Graafland, sprekend over Godsverduistering, ook de hervormd gereformeerden hier niet buiten schot laat, ben ik het daarin gloeiend met hem eens. Het moderne levensgevoel heeft ook ons in zijn greep. De vraag is nu in hoeverre wij ons daar rekenschap van willen geven.


Hervormde invloed
3. Bij de laatstgehouden Tweede-Kamerverkiezingen stemden meer hervormden op het CDA dan gereformeerden. Niettemin is de hervormde invloed relatief gering. Dat de inbreng in het CDA overwegend rooms-katholiek is – hetgeen dhr. Van der Graaf stelt – betwist ik. Kijk bijvoorbeeld naar de samenstelling van het huidige kabinet: het CDA heeft daarin 4 gereformeerde, 2 rooms-katholieke en 1 Nederlandse-hervormde minister(s). De protestantse invloed in het CDA is prominent aanwezig. Maar onder de protestanten zijn het vooral de gereformeerden, die de vitale functies bekleden. De vraag rijst dus of het gebrek aan hartstocht voor de politiek (toegeschreven aan de hervormd gereformeerden) niet méér een typisch hervormd verschijnsel is. Natuurlijk mag je ook hier niet generaliseren.
Er zijn streken in ons land waar hervormden actief hun partijtje meeblazen. Maar grosso modo durf ik toch te beweren dat hervormden wat betreft het ambiëren van politieke functies tamelijk terughoudend zijn. Zelfs in een overwegend hervormde omgeving blijkt het vaak moeilijk om hervormde bestuursleden voor CDA-afdelingen te vinden. Gereformeerden daarentegen stellen zich klaarblijkelijk gemakkelijker beschikbaar. Zijn ze zekerder van zichzelf? Hebben we hier in feite niet te maken met de uitlopers van de emancipatiebeweging, die zowel het rooms-katholieke als het gereformeerde volksdeel (de kleine luijden) tot volledige participatie in het maatschappelijke en politieke leven van Nederland heeft gebracht?
Emanciperen betekent strijdbaar zijn, je laten gelden en je afzetten tegen de heersende machten, in de vorige eeuw dus tegen de liberale/hervormde suprematie. In onze tijd ziet de sociologische kaart er heel anders uit.
Gereformeerden lijken nu al heel sterk op doorsnee hervormden, met dit verschil dan dat velen van hen wat zijn door-geëmancipeerd. Men kan blijkbaar niet goed halt houden; een verschijnsel dat, naar mijn mening, in het Samen op Weg-proces bij de meer bedaarde hervormden veel zorg oproept en derhalve belemmerend werkt op de eenwording.
Hervormden hebben niet zo'n emancipatieproces doorgemaakt. Zijn ze daarom – in de regel – wat minder strijdbaar, wat minder gemotiveerd als het gaat om zaken het algemeen belang betreffend? Men moet toegeven dat het waardering verdient waar dat verantwoordelijkheidsbesef wel aanwezig is, wanneer niet zo gauw nee gezegd wordt als er vanuit de maatschappij – of vanuit de politiek – een beroep op je gedaan wordt.
Wanneer gereformeerden hervormden dus de pas afsnijden, moeten deze laatsten zich wel afvragen of men zelf wel voldoende in beweging was om dat te voorkomen.


Tot dusver koos ik de optiek vanuit het CDA. Ik weet niet hoe de zaken liggen binnen SGP en RPF, maar heb wel het vermoeden dat de leden van de afgescheiden kerken daar meer in de melk te brokkelen hebben dan diegenen, die zich rekenen tot de vaderlandse kerk. Het zou in elk geval interessant zijn om die vergelijking eens te maken met het CDA.

Theologisch
4. Ik kom nu weer terug bij de hervormd gereformeerden en werp tenslotte de vraag op in hoeverre theologische noties van invloed kunnen zijn op de houding die men ten aanzien van de samenleving en politiek inneemt. Daarover zou een afzonderlijk artikel te schrijven zijn. In dit bestek kort en onvolledig het volgende.
– Zijn we als gereformeerden in de Nederlandse Hervormde Kerk niet te eenzijdig verticaal gericht? Zeker, het gaat om onze ziel en zaligheid – we leven niet goedkoop! – maar we leven ook in déze wereld, welke Gods wereld is en Zijn verlossend werk strekt zich ook daarover uit. Het geloof moet toch wel zo concreet zijn dat het zich manifesteert in onze familie, op ons werk, in de samenleving, in de politiek! Ligt de maandag soms niet heel ver van de zondag vandaan?
Terecht wordt in dit blad nogal eens gezegd, dat het gaat om de eenheid van het leven. 's Maandags dienen we dezelfde God als op zondag. Maar doen we het ook? Bedenken, we wel dat als we de overige zes dagen min of meer neutraal verklaren, we dan een prooi worden van wat Paulus noemt het schema van deze wereld.
(zie wat ik reeds hiervoor opmerkte over secularisatie, individualisering etc).
– Is de grootste stimulans, niet het minst ook in het maatschappelijke en politieke leven dat het eigenlijke werk – in Christus – al geschied is?
We leven weer in de tijd van de grote feesten. Jezus Christus is opgestaan. Hij heeft de wereld overwonnen. Dat is de werkelijkheid waarin we leven. Alles is onder Zijn voeten gelegd. We kunnen het ons als kleingelovigen nauwelijks indenken. Maar het is waar, objectief waar. Die theocratische werkelijkheid is fundamenteel voor de politiek. Dreunt de kracht van die niet te betwijfelen werkelijkheid wel voldoende in de christelijke gemeente door?
Door die vraag te stellen, kom ik tot de conclusie dat de Kerk in haar prediking, catechese en overige toerusting er toch veel aan kan doen om mensen te motiveren tot het aanvaarden van die verantwoordelijkheden – ook in de politiek – waar die – zoals gesignaleerd – thans nog te gemakkelijk uit de weg worden gegaan.

Drs. G. van Leijenhorst
Lid Tweede Kamer voor het CDA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Als gij in deze tijd afzijdig blijft'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's