Zij konden bij malkander niet komen…
Ontmoeting hoofdbestuur G.B. en moderamen G.K.N.
De vervolgregel van de titel hierboven, ontleend aan het zestiende eeuwse lied van de Twee Koningskinderen, luidt: 'het water was veel te diep'.
Moesten we tot heden zeggen, dat hervormd gereformeerden en gereformeerden over en weer tot elkaar dingen zeiden, in verband met het Samen op Weg-proces, zonder elkaar echt te ontmoeten, dat geldt niet meer sinds maandag 19 april. Toen vond namelijk een middagdurende ontmoeting plaats in Leusden tussen het moderamen van de synode van de Gereformeerde Kerken en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Werd tot heden ook de suggestie gewekt als zouden we onjuiste beelden van elkaar hèbben of máken, dan is ook dat punt achterhaald. Beelden bleken alles te maken te hebben met de werkelijkheid. Na een openhartig, eerlijk en waardig gesprek moesten we concluderen, dat het beraad uiterst moeizaam was geweest. 'We konden bij malkander niet komen, het water was veel te diep.' Vandaar.
Inleiding
Aan het begin van de ontmoeting, nadat ds. P. Boomsma de hoop had uitgesproken dat de kloof door de Geest zou worden overbrugd, is onzerzijds nog eens duidelijk gemaakt waar onzes inziens het 'geding' tussen hervormd gereformeerden en gereformeerden, waarover het de laatste tijd gaat, op vast zit. Hier volgt eerst een samenvatting van wat is gezegd.
A. We hebben een gemeenschappelijke geschiedenis
In de ontstaansperiode van de Gereformeerde Bond (1906) was er nauwe verwantschap tussen de oprichters van de Gereformeerde Bond en leidinggevende dolerenden. Dat kwam vooral tot uitdrukking in de politiek. De Gereformeerde Bond verwachtte zelfs 'vrijmaking' van de Hervormde Kerk (van de Regelementenbundel van Koning Willem I) langs politieke weg, middels de invloed van de Antirevolutionaire Partij.
Er was ook verbinding met elkaar via christelijke organisaties, met name op het terrein van het christelijk onderwijs.
Hervormd gereformeerden hebben ook veel te danken gehad aan de theologische denkkracht binnen de Gereformeerde Kerken. De theologische producten, komend van de VU te Amsterdam en de Theologische Hogeschool in Kampen, werden dankbaar benut. Er was theologische verwantschap vanwege de gereformeerde belijdenis.
Gemeenschappelijk was dan ook de kritiek op de hervormde kerkorde van 1951. Gereformeerden waren overigens in die dagen – in hun nadruk op juridische binding aan de belijdenis – nog scherper in hun kritiek op artikel X van de Hervormde Kerkorde dan hervormd gereformeerden, die namelijk het element van de religie der belijdenis (bevinding), in de uitdrukking 'gemeenschap met de belijdenis der vaderen', ook positief honoreerden.
B. Maar: laten we eerlijk wezen
Als we vandaag elkaar intussen ook eerlijk willen en moeten benaderen, kan dat pijn doen. Die pijn wordt niet bewust aangebracht, is ook niet persoonlijk bedoeld. Maar in alle eerlijkheid moet worden gezegd, dat er ontwikkelingen zijn geweest in de Gereformeerde Kerken van-de-belijdenis-af 'Uw theologie is ons goeddeels ontvallen', zeiden we.
De Gereformeerde Kerken zijn grosso modo een kerk van middenorthodox type geworden, met vrijzinnige tendenzen, hoewel ook met gereformeerde uitlopers. Maar gereformeerde middenorthodoxie is tegelijkertijd progressieve middenorthodoxie. Met voortvarendheid en vrij uniform is nieuwe koers gekozen. Daarom hebben gereformeerden geen fundamentele kritiek meer op het Samen op Weg proces. Ís er sprake van kritiek, dan richt die zich méér op eigen confessioneel verleden, toen er sprake was van massieve binding aan de belijdenis, dan op ontwikkelingen vandaag.
C. Onze verhouding nu
Hervormd gereformeerden hebben in de Hervormde Kerk altijd in een principieel-kritische verhouding gestaan ten opzichte van de middenorthodoxie. Maar die hervormde middenorthodoxie begrijpt in ieder geval deze kritische positie van binnenuit. Het Samen op Weg proces nu betekent verbreding van de middenorthodoxie. Maar begrijpt de gereforméérde middenorthodoxie de kritische positie van de Gereformeerde Bond (nog) wel echt? De doelstelling van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk is namelijk sinds 1909: verbreiding en verdediging van de waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk, om die kerk 'op te richten uit haar diep verval'. In dat verval voelen we ons als hervormd gereformeerden – in kerkelijke solidariteit – overigens mede in de schuld begrepen.
Ervaren gereformeerden de ontwikkelingen binnen hun kerk echter ook wel als verval, of eerder als vernieuwing?
De vraag is uiteindelijk, samengevat: hebben wij sámen nog een gereformeerde kerk op het oog? Dat blijkt niet uit de inzet van de Gereformeerden voor een nieuwe kerkorde. Zij aanvaarden nu 'gemeenschap' met de belijdenis op dezelfde gronden als de hervormde middenorthodoxie in de vijftiger jaren. En het grondslagartikel van nu is aanmerkelijk zwakker dan in de kerkorde van 1951.
Uitleggen
Het kan niet onze bedoeling zijn hier een gedetailleerd verslag te geven van wat door wie allemaal is gezegd. Fundamenteel was in ieder geval, dat de gereformeerde gesprekspartners de ontwikkelingen, in theologisch opzicht en inzake de prediking, binnen hun kerken in de laatste twintig jaren bepaald niet als 'verval' wilden aanmerken. Eerder was er 'blijdschap' over de nieuwe koers, al waren er gradaties in waardering. Of anders gezegd: hun nieuwe verstaan van de Bijbel en hun vrije omgang met de belijdenis moet eerder – vonden zij – worden gezien als vernieuwend werk van de Heilige Geest. Hervormd gereformeerden – evenals trouwens vrijgemaakt gereformeerden en anderen – zijn naar hun overtuiging ergens blijven staan, waar de gereformeerden verder zijn gekomen.
In de Gereformeerde Kerken is ervandaag – zo werd vanuit het gereformeerd moderamen dankbaar gememoreerd – vrijheid om anders te denken dan jaren geleden. Men heeft dan ook de belijdenis bijgesteld op het punt van de paapse mis, de uitverkiezing, de zondagen 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus. Hervormd gereformeerden beseffen, naar het oordeel van gereformeerden, te weinig wat het Schriftwoord betekent: heden zo gij Zijn stem hoort… Het gaat om de vertolking van het Evangelie in het heden.
Het moeizame in het gesprek was dan ook vooral, dat hervormd gereformeerden vandaag kennelijk moeten uitleggen en verdedigen aan gereformeerden wat vroeger tot de identiteit van de gereformeerden zèlf behoorde; en dat ze dan ook duidelijk moeten maken, dat ze nochtans midden in deze tijd te staan en te willen staan.
Pijn
Daarbij komt dan een ander punt. Dat is de kwestie van de pijn, die we aan elkaar hebben. De pijn van hervormd gereformeerden is, dat gereformeerden de confessionele positie, die de Gereformeerde Bond ook vandaag wil innemen, in feite aanvechten. De pijn van de gereformeerden ligt nu hierin – en zo werd het ook verwoord – dat men zich door de kritiek van hervormd gereformeerde zijde voelt áángeklaagd. Wij zouden dan zelfs 'op Gods rechterstoel gaan zitten'. Nimmer hoorden we overigens nog in de Hervormde Kerk een klacht als deze, in gesprekken als de onderhavige.
De kerk oordeelt niet over het innerlijk. Maar in de kerk hebben we wèl sámen ontwikkelingen te toetsen aan Schrift en belijdenis. Dat is gereformeerden toch van huis uit niet vreemd? Van gereformeerde zijde wordt dit vandaag nochtans heel allergisch opgevat.
Het is op zich dan weer een pijnlijke ervaring te bemerken dat, zodra we spreken over schùld en schuldbelijdenis en terùgkeer naar onze gemeenschappelijke (reformatorische) bronnen, dit als bedreigend overkomt. Alsof we daarmee zouden bedoelen, dat die terugkeer en die schuldbelijdenis eenzijdig moeten worden opgevat. Allen zijn wij afgeweken, samen zijn we onnut geworden. Maar wanneer men van overtuiging is, dat eigentijdse ontwikkelingen, zoals die ook vandaag binnen de Gereformeerde Kerken aan de gang zijn, moeten worden verstaan als vernieuwing van de Geest, is er voor schuldbelijdenis geen ruimte meer.
Het werk van de Geest
Het meest ingrijpende in het 'geding' tussen hervormd gereformeerden en gereformeerden is dan ook het verschil in zicht op het werk van de Heilige Geest. Mag het namelijk werk van de Heilige Geest heten als de kerk komt tot Schrift-kritisch Schriftverstaan?
Geschriften als van H.M. Kuitert – zoals Het algemeen betwijfeld christelijk geloof – mogen, zo werd ons tegengeworpen, niet als maatgevend voor de Gereformeerde Kerken worden aangemerkt. Maar of men daarmee ook echt afstand neemt van die geschriften is een tweede. Wat zou er overigens in die kerken gebeuren àls dit gebeurde?
Het gereformeerd-synodale geschrift over de Schrift, 'God met ons', werd in ieder geval, zijnde een kerkelijk geijkt geschrift, met ere genoemd. Daarin zou dan toch vooral het vernieuwende werk van de Heilige Geest merkbaar zijn. Wij betwijfelden dat, om het zacht te zeggen.
Nu is het werk van de Heilige Geest in hervormd gereformeerde kring en in gereformeerde kring, wat de prediking betreft, altijd al verschillend gewaardeerd. Maar het moet nog maar worden aangetoond, dat wie ook vandaag wil staan op de bodem van Schrift en belijdenis de weg van de Heilige Geest zou blokkeren en niet meer een boodschap heeft voor de generatie van nu.
Het gaat ook vandaag om de vraag van Luther 'Hoe krijg ik een genadig God?' en ook, in samenhang daarmee, om de vraag van Calvijn 'Hoe komt God aan Zijn eer?'. En is het dan niet waar, dat binnen de Gereformeerde Kerken zich juist ook in de, prediking een verschuiving heeft voltrokken van het persoonlijk gerichte werk van de Heilige Geest àf naar het meer universele tóé? We brachten ter tafel dat de Gereformeerde Kerken hier hun eigen zegslieden hebben (dr. J.D. te Winkel, 'Het wordt nooit meer als vroeger').
Tenslotte
Na een gesprek als het onderhavige blijft men toch zitten met de vraag hoe het mogelijk is, dat we elkaar vandaag zoveel hebben uit te leggen als gereformeerden en hervormd gereformeerden wanneer het gaat om onze confessionele identiteit. Er valt in ieder geval hier nog heel wat door te spreken, niet in het minst ook op plaatselijk vlak. Want, ook al staat het vast, dat we door gebrek aan ontmoeting elkaar vaak niet meer kennen, in de ontmoeting zelve blijkt de gemeenschappelijkheid vooralsnog toch spaarzaam, in ieder geval moeilijk herkenbaar te zijn. Dat was de les van Leusden. Wat dit betreft zijn onze zorgen over de verdere ontwikkeling van het SoW-proces niet minder geworden.
Het bovenstaande is gezegd ná en op grond vàn een kerkelijk verantwoord gesprek, waarvoor we elkaar eerlijk in de ogen kunnen zien, omdat we dat al deden. Maar het gesprek was nochtans uiterst moeizaam. Want het water was diep. 'We konden bij malkander niet komen'. Bij genoemde 'koningskinderen' was dit overigens een smartelijke constatering vanwege hun liefde tot elkaar. Hebben hervormd gereformeerden en gereformeerden die tot heden al bij elkaar opgewekt of ontdekt? Met die vraag blijft men zitten. Ook dat is smartelijk.
J. van der Graaf
P.S. In mijn vorige artikel is een storende fout geslopen. Op p. 275 linkerkolom, bovenaan moest staan: …hoewel daar geen sprake was van onbijbelse prediking.
Verder heet het geestelijk testament van prof. dr. A.A. van Ruler 'Ultragereformeerd en vrijzinnig'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's