De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vissen met het net of met de hengel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vissen met het net of met de hengel

8 minuten leestijd

Over het verschil tussen zijn werk als predikant in een grote hervormd gereformeerde gemeente in het land en zijn werk in de stad Amsterdam zei ooit ds. J.H.F. Remme: 'in die grote gemeenten kun je vissen met het visnet, in de stad moet het met de hengel'. Nu gaat elk beeld mank, maar de bedoeling is duidelijk. Het was in zijn tijd – ver voor de Tweede Wereldoorlog – al duidelijk, dat christen zijn in de grote stad niet algemeen was. Een predikant, die jaren de grote stad diende, zei eens dat, wanneer hij 's zondags zijn gemeente voor zich zag, hij zich niet kon voorstellen waar ze vandaan kwamen. Laten we maar zeggen: één uit een straat, twee uit een wijk.
Het sta voorop, dat het in de arbeid van de kerk altijd gaat om de enkeling. Maar het beeld is treffend. Er zijn situaties, waarin enkelingen gevangen worden in het visnet, met vele andere vissen sámen, er zijn situaties, waarin mensen worden gevangen in een context, waarin van veel vissen geen sprake meer is. Visnet dus of hengel.

Schokkend
Bovengenoemde uitspraak van dominee Remme kwam naar voren op de vergadering van hervormd gereformeerde ambtsdragers voor de grote steden, die op zaterdag 24 april werd gehouden in de Laurenskerk te Rotterdam. Ds. L.J. Geluk schetste op die dag de neergaande lijn van de ontwikkelingen in de naoorlogse jaren in de hervormde gemeente van Rotterdam Centrum. Zijn aangrijpende verhaal is ook in dit nummer afgedrukt.
Kerken werden de één voor de ander gesloopt.
De zeventien predikantsplaatsen van weleer zijn teruggebracht tot nog ruim vier 'formatieplaatsen'.
's Zondags is in de kerkdiensten het aantal kerkgangers te tellen in veelvouden van tien.
Wie ooit in de Rotterdamse, na de oorlog herbouwde, Laurenskerk diensten meemaakte waar honderden mensen opeengepakt zaten onder vermaarde predikanten van weleer – zelf maakten we er zo nog diensten mee bij ds. C.A. Korevaar, ds. N. Kleermaker, dr. F. de Graaff – kan zich niet voorstellen hoe de afbraak zo snel heeft kunnen toeslaan. De doordeweekse bijbellezingen van ds. W.L. Tukker, om een ander voorbeeld te noemen, trokken brede belangstelling. En dan spreken we over meer dan dertig jaar geleden.
De christelijk gereformeerde professor G. Wisse zei ooit van Rotterdam, dat de Heere er veel volk had. Vandaag valt het in de kerkdiensten kennelijk niet meer direct te merken. Dat geldt intussen over de hele linie, voor alle kerken.


Op dezelfde dag sprak oud-ouderling M. Geleijnse over de ontwikkeling in het aangrenzende Rotterdam-Delfshaven. Daar waren in de naoorlogse jaren acht predikantsplaatsen. Nu is er een, en nog één samengevoegde hervormd gereformeerde/confessionele predikantsplaats. De jaren door stonden er ook in Rotterdam Delfshaven hervormd gereformeerde predikanten van naam: ds. J. Datema, ds. H.G. Abma, dr. H. Bout, dr. H. Goedhart, ds. D.J. van Hof, om slechts enkele namen te noemen. In de vijftiger jaren trokken daar ook de bijbellezingen van dr. H. Goedhart over 'de rechtvaardigmaking' brede belangstelling. Men kan zich vandaag niet meer voorstellen, dat zo breed in den lande de inhoud van preken zou worden besproken als toen het geval was ten aanzien van datgene wat van de Delfshavense kansel naar voren werd gebracht.
Vandaag: rèstgemeenten, niet méér. Het beeld van de visser met de hengel, in plaats van de man met het visnet, is in de loop der jaren alleen nog maar sprekender geworden.

Preek
Tijdens genoemde bezinningsdag hield ds. C. Blenk van de Amsterdamse Noorderkerk een ambtsdragerspreek. Hij bracht de hoorders bij de gemeente van Rome. Daar was al een gemeente vóórdat Paulus er kwam. Wie echter kennis neemt van het groetenregister aan het eind van de Romeinenbrief, waarin negenentwintig personen met name worden genoemd, komt tot de conclusie, dat die gemeente uit hoogstens vijftig personen moet hebben bestaan. Wel kwamen ze op één vaste plaats samen, ten huize van Aquila en Priscilla (een punt, dat ook vandaag nog actueel is voor te voeren beleid!).
Die mini-gemeente in die grote stad mocht er intussen toch wezen. Ze had kennelijk uitstraling naar buiten. Van haar bestaan was men op de hoogte. Ze was toch een signaal in die, overigens vóór-christelijke, samenleving.

Ds. Blenk legde er overigens de nadruk op, dat Paulus zich tot die kleine gemeente richtte met een uiterst fundamentele brief. Hij stelt daarin de meest gewichtige dingen aan de orde, leverde om zo te zeggen niet in op de boodschap. Juist in de Romeinenbrief komt aan de orde de rechtvaardiging van de goddeloze, een leerstuk, dat het hart van het Evangelie vormt. Altijd weer is het door theologen hèrontdekt in de geschiedenis als het hart waarom het gaat (Luther, Calvijn, Kohlbrugge, Karl Barth). En die herontdekking heeft vaak ook een opwekking, een reveil teweegbracht.
Tegelijkertijd stelt Paulus echter in deze brief ook aan de orde de kwestie van het joodse volk en de verwachting, die hij voor zijn volk had en, ondanks de verharding, hield (Rom. 9 : 11).
Ds. Blenk wilde daarmee zeggen, dat ook vandaag de restgemeente in de grote steden zich moet concentreren op het wezenlijke van de bijbelse boodschap. Wanneer ze zich bij het hart van de zaken houdt zal haar uitstraling ook het grootst zijn.

Net of hengel
Het is bepaald aangrijpend als we vandaag zien hoevelen er zijn in de grote steden, die los van de dienst des Heeren leven. Allemaal mensen met een eeuwigheidsbestemming.
Ooit zei dr. J.J. Buskes van een stad als Amsterdam, dat het een stad van God was. Daarover kwam toen nogal veel discussie los. Want zo algeméén mag je dat toch niet zeggen? In ieder geval heeft echter ook vandaag de Heere God steden als Amsterdam en Rotterdam en alle andere grote steden wanneer het gaat om de boodschap van heil. Vorige week namen we in deze kolommen op een uitgebreid citaat van Calvijn – genoemd bij het openingswoord in Rotterdam – bij Jona 3 en 4 (zie Globaal Bekeken). Daarin gaat hij ook in op het woord in Jona 4, dat de inwoners van Ninevé geen onderscheid wisten tussen hun rechter- en hun linkerhand. God spaarde hen daarom. Meer echter dan dit Schriftwoord te benaderen vanuit het gemis aan geestelijke kennis in het algeméén benaderde Calvijn dit woord vanuit de kinderen. De stad Ninevé telde veel kinderen. Juist die weten nog niet van onderscheid. God is in Zijn erbarmen over hén bewogen.


Dat is ook vandaag het meest aangrijpende. Kinderen – zelf nog niet verantwoordelijk voor wat ze doen en laten – groeien op zonder nog de weg gewezen te krijgen, die heilzaam is. En alle mensen hebben nodig persoonlijk gevangen te worden en ingewonnen te worden voor de dienst des Heeren. Daarom is het beeld van de visser met de hengel in feite toch op elke situatie toepasbaar. De vraag is maar of er nog viswater is.
Nu heeft een theoloog te onzent er nogal eens op gewezen, dat er soms sprake kan zijn van een bepaalde visie op de uitverkiezing, waardoor de gedachte wordt gewekt dat uit de grote vijver van de gemeente slechts een enkeling aan de haak wordt geslagen. We realiseren ons zeer wel dat er in dit verband ook scheefgroei is. Maar visnetten vol zijn anderzijds nog geen garantie, dat mensen ook echt gevangen zijn. Hoe zou anders ook de kerkelijke leegloop in de grote steden binnen zo korte tijd te verklaren zijn! Er is daar immers ook niet alléén sprake van verliezen door overlijden of verhuizing. Anderzijds mag het tot bemoediging zijn, dat wie echt gegrépen is blijvend is gevàngen. De afval der heiligen valt met de Schrift in de hand niet te verdedigen.

Hoop?
Is er hoop voor de grote stad? Die vraag is niet juist gesteld. Die vraag moeten we verbreden naar de situatie in heel kerkelijk Nederland. Want wat vandaag in de grote steden realiteit is, kan morgen ook daar zijn, waar het visnet nog rijk gevuld schijnt te zijn.
Maar de problemen van de stad zijn wel acuut. Dhr. Geleijnse zei intussen wel, dat je als kleine gemeente in een grote stad ontdekken mag dicht bij de eerste christengemeenten te mogen staan. Dan krijgt, zei hij, het gebed van Paulus voor de gemeente van Filippi diepe betekenis: 'En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen; opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus.' (Filip. 1 : 9-10).


Tot dat gebed voor de stadssituatie werd ook tijdens de bijeenkomst in Rotterdam opgeroepen. Intussen werd ook gezegd: stuur vijf gelovige, meelevende gezinnen naar de stad, die daar met de gemeente willen delen. Nu valt er door mensen niet te sturen. De praktijk leert zelfs, dat velen juist de stadssituatie hebben verlaten en naar (kerkelijk) aantrekkelijker oorden zijn verhuisd. Wie zoekt immers niet het beste voor zijn gezin?
Maar de Heere geeft het wellicht ook vandaag mensen in het hart om te wonen waar het kerkelijk moeilijk is maar waar nochtans de gemeente er nog zijn mag en als een getuige staan mag onder een van God afgevallen volk.
Amsterdam, Rotterdam: stad van God of stad met veel volk van God? Een stad met kinderen zou Calvijn zeggen. Haal de (rest)gemeente weg uit de grote stad en er is geen opgericht téken van hoop meer naar de toekomst toe, voor de komende generatie.
Er is nochtans ook vandaag in de grote stad viswater en er worden nog mensen gevangen in het net van het Evangelie. Want al die gevangen vissen sámen zijn toch in het net van het Koninkrijk Gods geborgen.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vissen met het net of met de hengel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's