Over prediking en predikers (2)
Dr. D. Martyn Lloyd-Jones:
(Lezing predikantenconferentie Gereformeerde Bond op donderdag 7 januari 1993 te Zeist.)
Terecht kan de vraag gesteld worden of de prediking dan geen sociale faktor kent. Staat zij, aldus redenerend, niet geheel los van de konkrete werkelijkheid? Geïsoleerd van het hier-en-nu, van het alledaagse aardse bestaan met zijn vele zorgen, materiële problemen en tastbare vragen? Als de prediking van het Woord zozeer de voorrang en nadruk krijgt, waar blijft dan de christelijke handreiking, de zorg voor en de hulp aan 'hen die geen helper hebben'? 't Lijdt voor Lloyd-Jones geen twijfel dat de gemeente als de handen van Christus daadwerkelijk en konkreet hulp biedt en bijstand verleent. Echter nooit ofte nimmer als vervanging van de verkondiging, maar steeds als voortvloeisel en vrucht van de proklamatie van Gods heilzame en heilbrengende Woord!
Laat ons in dezen ook acht geven op de geschiedenis van de Kerk; Het is meer dan toeval dat juist de christenen, onder het beslag van het Woord, van stonde aan oog, hart en hand hadden voor ellendigen en hulpelozen. De eerste hospitaals vinden hun wortels en oorsprong in de gemeente des Heeren. De apostolische oproep tot herbergzaamheid (hospitality) kreeg konkreet gestalte in de ziekenhuizen (hospitals!). Die aandacht en zorg, voortvloeiend uit de verkondiging, openbaarde zich ook in edukatie en diakonaat. 'Het is mijn stellige overtuiging, dat wanneer de Kerk haar voornaamste taak vervult, al die andere zaken steevast daaruit voort zullen komen'. De onvervangbaarheid van de Woordverkondiging is niet alleen gelegen in haar bijzonderheid en uniciteit. Een ander facet waardoor zij wordt getypeerd en bepaald is de wondere gemeenschap waarbinnen de prediking gehoord wordt en gestalte krijgt. Waar twee of drie inensen samenkomen in de Naam van Christus daar is Hij door Zijn Geest, naar Zijn belofte, aanwezig. Hij presenteert Zich door het Woord des Geestes aan en in de gemeente. Deze geheimvolle gemeenschap wordt gekonstitueerd door de inherente kracht van het Woord.
'Het is niet slechts een samenkomst van een aantal mensen; Christus Zelf is aanwezig… In een gemeente, in een samenkomst van Gods volk voltrekt zich een bijzonder gebeuren dat extra versterkt wordt door de prediker die het Woord vanaf de preekstoel verklaart. Daarom kan en mag de prediking nooit vervangen worden'.
Ambassadeur
Vervolgens stellen we de vraag wat prediking ten diepste is. Daar staat een mens op de preekstoel. Er zitten mensen in de kerkbank. Hij spreekt. Zij horen. Wat is toch dat bijzondere, dat eigen-aardige? Wat gebeurt er eigenlijk? Vindt er iets anders plaats dan wanneer zij een lezing of een voordracht beluisteren? Prediking is te definiëren als 'sprake op last van de hemelse Lastgever'. Het is de boodschap die ambassadeurs, gezanten en gezondenen van Christus doorgeven en proklameren. De gezant is principieel gezondene. De verkondiging omvat wat Petrus de verlamde bij de Schone Poort doorgaf. 'Wat ik heb, dat geef ik u'.
Petrus' bezit is ontvangen gave. Hij brengt niet zijn eigen gedachten of ideeën, immers zelf heeft hij niets voorhanden om de verlamde in handen te geven. Petrus zegt: 'Ik geef u wat ik zelf heb ontvangen'. 'Ik maak de mensen niet slechts bekend wat ik denk en veronderstel; Ik geef hen door wat mij geschonken is. Wat mij gegeven werd, geef ik op mijn beurt aan hen. Ik ben slechts middel, kanaal en instrument. Ik ben slechts gedelegeerde.'
De boodschap van de gezonden gezant heeft een duidelijk bepaalde afzender. 'Hij staat daar om zich als de mond van God en Christus te richten tot het volk'. De eigen aard van de Afzender, nl. de Heere God Zelf, konstitueert de bijzondere aard van de prediking. 'Prediking dient een totale verandering te bewerken bij degene die hoort, zodat hij een ander mens wordt. Prediking, met andere woorden, is een transactie tussen de prediker en de hoorder'.
Het eigen-aardige en eigen-soortige van de prediking is dat de mens totaal en existentieel geraakt en geïnvolveerd wordt; 'Er gebeurt iets in de ziel van de mens. De gehele persoon, de totale mens wordt geraakt. Hij wordt er op een wezenlijke en radicale wijze in betrokken.'
Preaching and teaching
Binnen de totaliteit van de boodschap ('message'), die de prediking omvat, brengt Lloyd-Jones een tweedeling aan die hij omschrijft door de begrippen 'kerygma' en 'didache'. Zij geven het Engelse woordenpaar 'preaching and teaching' weer.
kerygma
Het kerygma bepaalt 'evangelistic preaching'. Het behelst de gehele heilsboodschap. Het volle heil wordt geproklameerd en uitgezegd. Nader uitgewerkt zien wij dit bij Paulus als hij de kerygmatische prediking, zoals hij deze te Thessalonika gebracht heeft, in herinnering roept; 'Want zijzelven verkondigen van ons hoedanige ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om de levende en waarachtige God te dienen; en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, namelijk Jezus, Die ons verlost van de toekomenden toorn'. (1 Thess. 1 : 9, 10). In dit gedeelte beluisteren we waar het ten principale in het kerygma omgaat; het bekeerd zijn tot God, het dienen van God, het verwachten van God, het verlost zijn door God. Het is 'een volkomen samenvatting van de evangelie-boodschap'.
Zo'n samenvatting van het kerygma ontdekken we ook in Handelingen 20; Paulus neemt afscheid van de gemeente van Efeze. Hij herinnert de ouderlingen van deze gemeente aan het karakter van zijn prediking. Hij heeft 'verkondigd en geleerd in het openbaar en bij de huizen' en dat 'met vele tranen'. Dan volgt de inhoud van deze heilsboodschap, nl. 'de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus'.
Het kerygma is verworteld in God Zelf. In Zijn wezen. In Wie Hij is. Daarom ligt het startpunt, het uitgangspunt in God. Bij God. 'Deze vorm van prediking is voor alles een proclamatie van het wezen Gods… Waarachtige evangelieprediking, begint bij God en bij de bekendmaking van Zijn wezen, macht en heerlijkheid'.
De prediking van het wezen Gods, wie Hij is, wat Hij is, hoe Hij is, leidt als een heilige vanzelfsheid tot de prediking van de Wet. Immers daarin heeft de Heere Zich wezenlijk geopenbaard. Daarin vervat Hij wie Hij wezenlijk is. Kerygma-prediking heeft daarom ook alles te maken met de prediking van de Wet als bekendmaking van het wezen Gods. 'Dit alles heeft ten doel dat mensen overtuigd worden van hun zonde en gebracht worden tot berouw en bekering, opdat zij vervolgens geleid worden tot het geloof in de Heere Jezus als de ene en enige Zaligmaker'.
didache
Het tweede aspekt dat Lloyd-Jones binnen de Boodschap van hoge komaf onderscheidt, is de diache. Dat is 'de opbouw, de stichting, de toerusting der heiligen'. Toerustingswerk in de gestalte van de prediking. Ook hierin brengt hij een tweedeling aan. Hij spreekt over:
– 'the experimental aspect'. In onze taal overgezet: het bevindelijke element.
– 'the instructional aspect'. Het lerende, onderwijzende, instruktieve element.
'Elke predikant zou, als het ware, tenminste drie typen prediker in zich moeten hebben'. Konkreet betekende dit gegeven voor Lloyd-Jones dat hij deze verschillende vormen van verkondiging ook daadwerkelijk scheidde. Meestentijds zondagsmorgens hield hij de zgn. 'bevindelijke' preken. Daarin ging hij in op de levensvragen, de noden en zieleraadsels van de gelovigen, de gangen en wegen van Gods Kerk. Daarin openbaarde hij zich als 'the physician of souls', de heelmeester der zielen.
De avonddiensten hadden een meer evangelisatorisch karakter. Ze waren appellerend, oproepend tot geloof en bekering. Zij waren bijzonder gericht op de onbekeerden, de ongelovigen, de nog-niet-gelovigen. Daarin profileerde hij zich als 'de evangelist'.
In de door-de-weekse-diensten hield hij de 'instructional' preken, die vooral een onderwijzend, Schriftverklarend, verbredend en verdiepend karakter hadden. Dan toonde hij zich als 'de leraar'.
Enigszins paradoxaal, waarschuwt hij met regelmaat tegen het al te resoluut en absoluut doorvoeren van deze onderscheidingen. Hoewel hij zelf deze driedeling praktisch gestalte gaf zegt hij dat elke preek evangelisatorisch moet zijn en dat de typisch onderwijzende prediking ook bevindelijk moet zijn.
Deze zaken geeft hij zijn hoorders en lezers dan ook niet zozeer door opdat zij zijn praktisch voorbeeld zouden volgen, maar veelmeer 'opdat wij dit soort onderscheidingen in onze gedachten zouden hebben'.
Joz.A. de Koeijer, Baarn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's