Uit de Pers
Applaus voor gelijke behandeling?
De feiten kunnen bekend zijn: enkele honderden predikanten zijn zo enthousiast over uitlatingen van minister Dales, dat ze het niet laten kunnen luid te applaudisseren. Dit schokkende incident werd veroorzaakt nadat ds. C. Blenk een vraag had gesteld aan de minister. In het dagblad Trouw van 4 mei 1993 komt ds. Blenk hierop terug in een bijdrage aan de Podiumpagina onder het opschrift 'Bestaat er wel een "neutrale" overheid?'. Hij legt eerst uit hoe het tot dit applaus kwam.
De minister pleitte in haar lezing krachtig voor scheiding van kerk en staat en dus tegen overheidsbemoeiing in de kerk. Ik vroeg haar tijdens de discussie waarom zij niet had gesproken over de christelijke school en of zij zelf in de Tweede Kamer niet in strijd had gehandeld met haar eigen opvatting, namelijk bij de uitleg van de Wet gelijke behandeling. Mevrouw Dales antwoordde toen: 'De overheid heeft daar alle recht toe; zij mag een bijbeluitleg, die een groep mensen schaadt, verbieden.' Zij trok daarbij een parallel met… kindermishandeling. Dit mag straks niet meer, zei ze. En toen volgde dat applaus. Wat gebeurde hier nu eigenlijk?
De verslaggever van Trouw legt de lezers uit wat ikzelf zorgvuldig vermeed: dat het toen in de Kamer ging om het weren van homoseksuele leraren. Ik denk daarom dat de predikanten hier hun pastorale hart lieten spreken. Zij zijn wel de laatsten die een groep willen schaden. Zij zullen zich ook bevestigd hebben gevoeld in hun eigen opvatting, en dat nog wel door een minister.
Een sympathieke uitleg van het handengeklap van onze collega's, moet ik zeggen. Maar daarmee is de kous niet af. Ds. Blenk schrijft dan verder:
Ik zou echter de collega's willen vragen: begint er bij een ministerieel verbod van een bepaalde bijbeluitleg bij u geen rood lampje te branden? Als we nu eens – dat ware mij ook liever – een ander thema kozen als voorbeeld. Een socialistisch regime verbood niet lang geleden en niet ver van ons vandaan een bepaalde bijbeluitleg over vredesvraagstukken: 'zwaarden omsmeden tot ploegscharen'. Hoe vond men dat daar in de kerk? Wij in het Westen kennen toch vrijheid van godsdienst? En moet godsdienst binnen de kerkmuren blijven? Hebben wij in ons land geen vrijheid van onderwijs? Mag een christelijke school niet haar eigen levensstijl bepalen? Heeft de Raad van State de voorliggende wet daarom niet ontraden?
Ds. Blenk stelt terecht de vraag: wie de feiten in ons land nagaat, moet die echt vrezen dat een groep mensen wordt geschaad? Openbare scholen zullen niemand weren en de meeste christelijke scholen vragen evenmin naar de levenspraktijk van sollicitanten en leerkrachten. Blijft over een kleine minderheid van orthodoxe scholen. Moeten die dan met het geweld van de wet gedwongen worden zich aan te passen aan de grote meerderheid van ons volk?
De meerderheid van ons land, inclusief blijkbaar de leden van de grotere kerken, hoeft het toch niet eens te zijn met de normen en waarden van een bepaalde minderheid, om deze minderheid toch vrij te laten in eigen kring naar eigen normen te leven? Durft een minister dat te vergelijken met kindermishandeling? Wie schaadt hier eigenlijk minderheden? Zou iemand een vinger durven uitsteken naar de orthodox-joodse school hier?
Of is hier iets anders aan de hand dan pastorale bewogenheid? Is het misschien zo dat de 'verlichte' meerderheid zich stoot aan de nog niet verlichte minderheid? Is het misschien zo, dat die meerderheid de overheidsmacht gaat gebruiken om de minderheid haar normen op te leggen? Is het dan toch waar dat de hooggeroemde 'neutrale' overheid nooit lang bestaat? Is het dan toch waar dat een overheid die de christelijke normen en waarden loslaat, vroeg of laat een andere ideologie gaat aanhangen en doordrukken?
CDA en Hervormde kerk
Ds. Blenk geeft de pijn aan die voor de minderheid onder ons volk in deze wet gelegen is.
Dat socialisten en liberalen zoiets willen, verwacht ik van ze. En dat christenen de dupe zullen worden, hoeft hen niet te verbazen. Maar dat een christelijke minister zoiets doet, is bitter. En dat een christelijke partij als het CDA meegaat, is nòg bitterder. Wie voor de doorbraak koos, zal de christelijke organisatie niet ontzien. Maar wie afstamt van ARP of CHU, moet de geschiedenis kennen: de christelijke partij in Nederland ontstond in de strijd om de christelijke school. Waar is nog het theocratische besef van de CHU? En als dat dan echt niet meer kan, waar is dan de soevereiniteit in eigen kring van de ARP? Slechts één Kamerlid van het CDA stemde tegen. Maar hij stond (weer) alleen. Ik vernam dat sommige collega's hem in de wandelgangen gelijk gaven, maar bij de stemming de gelederen sloten. Met het oog op de komende zetelverdeling?
Terug naar de kerk. Grotere kerken zwijgen in alle talen. Ook de Nederlandse Hervormde Kerk, die zich altijd geroepen voelt te spreken, zwijgt. Een richtingsorganisatie moest het zwijgen doorbreken. Of heeft dan nu de kerk gesproken – middels het applaus van haar dienaren in de Dom? Applaus voor een minister die zich het recht toeeigent een bepaalde Schriftuitleg te verbieden. Weliswaar niet in de kerk. Maar als de minister echt vindt, dat hier zoiets als kindermishandeling plaatsvindt, moest ze in haar eigen visie ook maar in de kerk ingrijpen.
Ds. Blenk sluit zijn stuk af met de vermelding van de activiteiten van het Beraad christelijke vrijheid, dat o.a. met een handtekeningactie nog probeert te redden wat er te redden valt, met een dringend beroep op de leden van de Eerste Kamer. Toets deze wet aan de grondwet.
Het appèl richt zich speciaal op de CDA-senatoren: verloochen uw herrkomst niet. U herdacht eens Groen van Prinsterer, die de moed had op te komen voor vervolgde afgescheidenen, wier standpunt hij overigens niet deelde ('Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het staatsrecht getoetst').
Groen had ook de moed om in de Kamer openlijk te breken met zijn geestverwante minister, die de Bijbel weghaalde op de openbare school(!). Hij koos toen voor de bijzondere school als noodoplossing. Wat daarvan nog over is, dreigt nu opgebroken te worden. Toch niet mede door nazaten van Groen?
Laat men zich niet verkijken op een Dom vol applaudisserende dominees. Er zijn er nog, die er anders over denken. Maar ook dat is niet het belangrijkste. Het gaat om het recht.
Het is onbegrijpelijk dat mensen die willen staan in de hier genoemde traditie van o.a. Groen, aan dergelijke wetgeving hun fiat kunnen geven. Of is het CDA dan toch vervallen in een louter pragmatische partij, die er kennelijk alles voor over heeft om maar te kunnen blijven regeren? En wat het applaus van de predikanten betreft, ik las dezer dagen treffende woorden van Willem Bilderdijk in een gedicht van zijn hand waar hij boven zette het woord 'Godsdienstverval':
Wanneer een Volk in zonden moet vergaan
Vangt in de kerk de zielsmelaatsheid aan…
Applaus voor onrecht
In zijn wekelijkse rubriek 'Marginaal?' in De Wekker van 30 april 1993 reageert prof. dr. W. van 't Spijker eveneens op wat hij noemt 'Het applaus van de predikanten'. Hij stelt: ze applaudisseren zichzelf de kerk uit.
Ik weet niet waarover men zich meer verbazen moet, over de hardnekkigheid waarmee de minister van binnenlandse zaken haar opzienbarende uitspraken doet over Schriftuitleg van de kerken, of over de grote mate van instemming waarvan een aanzienlijk aantal predikanten blijk gaf door haar een stevig applaus te geven. De minister heeft inmiddels bekendheid verworven door haar gave, afstand te scheppen tussen zich en de christenen in dit land, die menen dat men de vrijheid moet hebben om zeker in eigen kring het Woord van God uit te leggen zoals het naar eerlijke opvatting uitgelegd moet worden. Was zij maar de enige die over deze bedenkelijke kwaliteit beschikt. Zij had het er over dat zij haar nek had uitgestoken. In welke richting is maar de vraag. En met welk risico, zo kunnen we er aan toevoegen. Het zou de moeite waard zijn, om het er op aan te laten komen. Een proefproces over de uitleg van de Schrift! Het is dat men met de bijbel geen proeven neemt, of dat men de Heilige Schrift er te hoog voor acht om haar aan het oordeel van welke Hoge Raad dan ook te laten toetsen. Ze heeft haar nek uitgestoken. Dat betekent niet dat ons respect voor haar is toegenomen. De bijbel spreekt over mensen die hun nek verharden. Dat is wat anders.
Het herinnert begrijpelijk prof. Van 't Spijker aan wat er in de 30-er en 40-er jaren van de vorige eeuw gebeurde in ons land. Onder het applaus van de burgerlijke predikanten van die dagen hebben de ministers van de kroon de vervolging geleid tegen de latere afgescheidenen. Zijn conclusie is: 'Ik houd niet van predikanten die zichzelf aan handen en voeten binden door voor ministers te applaudisseren die de rechten van de kerk met voeten treden.'
In het reformatorisch opinieblad Koers van 30 april 1993 reageert ds. J.H. Velema in zijn rubriek Veluwse vonken eveneens op deze zaak.
Er kunnen predikanten, dienaren van het Woord, applaudisseren als dergelijke meningen worden verkondigd en deze vrouw het de dominees eens even durft te zeggen? Zelfs al zouden ze geapplaudisseerd hebben op de bewering dat er meer samenlevingsvormen zijn dan het huwelijk uit de 19e eeuw, dan nog is dit applaus schandelijk en beschamend.
Applaudisseren? Quis non fleret – wie zou niet wenen? Wenen om het verval van de kerk, om de verblindheid van de herders, om de toegejuichte afbraak van het Schriftgezag, om de in-droeve geestelijke situatie, die uit dit dominees-applaus spreekt. Begrijpen deze collega's – broeders kun je hen niet meer noemen – niet dat ze in feite de bodem onder zich wegtrekken, waarop ze zelf staan en dat ze al applaudisserend zelf meewerken aan de ondergang van Christus' kerk, waarin ze nominaal nog een plaats hebben? De prediking van de overheid – laten we hopen dat de regering zich van de woorden van deze minister distantieert – viel in de smaak bij deze 'profeten' en zij doorzien het onbetrouwbare en misleidende van deze redenering niet – daarom, zou Micha zeggen (3 : 6), 'zal het nacht worden voor u'. Mogen er nog vele predikers zijn, die zich aangesproken weten door Joël (2 : 17): Laat de priesters wenen en laat hen zeggen: 'Spaar Uw volk en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid!'
In het blad Opbouw is drs. P.J. van Kampen aan een reeks artikelen bezig onder het opschrift 'Gelijke behandeling?'. In zijn eerste artikel in het nummer van 26 maart 1993 somt hij een aantal incidenten op van het laatste halfjaar die een groep christenen in ons land nogal geschokt hebben. Daaruit zou een toenemende onverdraagzaamheid spreken tegenover hen die vast willen houden aan bijbelse normen en waarden. Drs. Van Kampen vindt dat we moeten oppassen voor een vorm van overreactie als zou er in ons land sprake zijn van een gecoördineerde actie om 'christenen te pesten'. Op een wat ludieke wijze schrijft hij dan het volgende:
Ernstiger wordt het, vind ik, als een overheidsinstantie als de PTT in een (sluimerend) konflikt komt met een toch niet klein deel van haar personeelsleden. We zien in dit alles een illustratie van de onder ons gegroeide hang naar kapitalisme. Het wordt de boeren op de West-Veluwe verboden om hun mest, hun overtollige mest, 'uit te rijden'. Dat is namelijk slecht voor het milieu. Als er echter een stel seksboeren in Hulst, Zeeuws-Vlaanderen hun geestelijke mest kwijt wil raken, moeten de postbodes op de Noordwest-Veluwe met nadruk wel uitrijden, want de klant heeft er immers voor betaald!
De conclusie lijkt gewettigd dat de boeren die hun mestoverschot willen verkleinen, dat voortaan gewoon per post kunnen versturen, bij voorbeeld naar Hulst. Als ze de zending maar goed frankeren, wordt hij met de zegen van de PTT wel over de hoofden van de beroepspornografen uitgestort. Dan weten we dat toch? Als je er maar voor betaalt… De uitspraak van Christus over het reinigen van de buitenkant van de beker en de schotel terwijl 'van binnen zij vol roof en onmatigheid' zijn (Mattheüs 23 : 25, 26), krijgt in onze post-christelijke samenleving nieuwe en onvermoede toepassingsvormen. Ook al ben ik een hoereerder of laat ik anderen voor veel geld vieze plaatjes of video's produceren, die anderen tot elke denkbare vorm van gedegenereerd gedrag moeten aanzetten, het gaat goed met me, als ik m'n lichaam maar fit trim, roos uit mijn haar houd, me in een maatpak hul en in een BMW rijd. Wie alle vormen van verregaand onbetamelijk gedrag op netjes gedrukt papier fotografeert en keurig adresseert met postcode en al, en vooral ook wie de porti keurig betaalt, mag weten: 'Tegen dezulken is de wet niet'. De Wet van het Koninkrijk der Nederlanden, wel te verstaan. We hebben het niet over de Wet van het Koninkrijk der Hemelen! De overheid die krampachtig geen zedenmeester wil spelen, steunt in dat alles feitelijk hen die op gespannen voet met de wet kunnen komen te staan. Waar de apostel Paulus zegt: 'wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op' (1 Thessalonicenzen) doet onze overheid precies het tegendeel: ie is bezig om ongeregelden aan te moedigen en intussen wijst ze kleinmoedigen en ook gezagsgetrouwen, die met hun diensten niet aan dit soort geestelijk milieubederf willen meedoen, om die reden nogal nadrukkelijk terecht.
Drs. Van Kampen sluit zijn eerste artikel dan af met de volgende voorlopige conclusie:
We komen misschien wel terecht in een situatie als die van de edele Groen van Prinsterer, die in de Volksvertegenwoordiging van de vorige eeuw een voortdurende strijd, en niet zelden een (menselijkerwijs bezien) vergeefse strijd, moest voeren tegen 'de geest der eeuw'. Dat Christen-parlementariërs meer in de positie van Groen terecht kunnen komen – mits ze in politicis principieel blijven, uiteraard! – lijkt me zeer te verwachten. Waar dat ons de nodige stof tot nadenken dient op te leveren, is dat anderzijds nog geenszins aanleiding nu te gaan spreken over 'discriminatie van Christenen' in Nederland, laat staan dat het gewettigd zou zijn om over 'vervolging' te spreken. Dat laatste is nog wel wat anders.
In een bijdrage van Arie Verhoef in de al geciteerde aflevering van Koers merkt mr. drs. S.O. Voogt, advocaat in Rotterdam op, dat in Ezechiël 33 staat dat als er iets verkeerd gaat en wij niet de bazuin blazen, we dan medeverantwoordelijk zijn voor wat er verkeerd gaat.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's