De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Orde in beleid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Orde in beleid

11 minuten leestijd

Inleiding
Mij is gevraagd om ervaringen bij het maken van een beleidsplan op papier te zetten. Ik heb geprobeerd los te komen van de situatie van de Hervormde Gemeente te Rijssen en de dingen zo algemeen mogelijk te schrijven. Soms lukte dat, maar soms moest duidelijk de concrete ervaring verwoord worden. Het onderstaande is geen bijbels-theologisch verhaal, maar praktisch, althans ik hoop dat het dat is.

1. Directe aanleiding
Van de kant van de Generale Synode ligt bij elke gemeente het verzoek om te komen tot een beleidsplan. Gevolg hiervan is dat men in alle (wijk)gemeenten, ook in buitengewone wijkgemeenten en deelgemeenten, zich op het beleid zal moeten bezinnen. In het onderstaande maken wij enkele kanttekeningen bij deze bezinning en beleidsvorming.

2. Wordt de Kerk een bedrijf?
In het zakenleven spreekt men over management. Waar de resultaten van het bedrijfsleven tegenvallen ontbreekt het soms aan goed management. Waar het bedrijf rendabel en winstgevend is, krijgt het management een pluim. Ontbreekt het in de Kerk aan goed management? Helaas is het zo, dat wij ons in de Kerk veel dingen nog veroorloven, die in het bedrijfsleven allang afgestraft zijn. Een gebrekkige administratie en een gebrekkig scribaat (om maar enkele dingen te noemen) werken niet mee aan het zoeken naar het ene verloren schaap. Toch klinkt management wat zakelijk en spreek ik liever over geestelijke leiding van de gemeente. Het leiding geven aan de gemeenten en de Kerk is niet anders dan de roeping om het Lam te volgen, waar Het heengaat. Hij is de overste Leidsman en voleinder van het geloof. Die Zijn Kerk door Woord en Geest leidt en daarbij gebruik maakt van mensen, in het bijzonder ambtsdragers. Geen bedrijf, maar gemeente van Christus (1 Cor. 1 : 2). Geen zakelijk management, maar geestelijk orde in beleid (1 Cor. 14 : 40).

3. Redenen om tot bezinning te komen
a. Regeren is vooruitzien. Geldt dit spreekwoord in andere verbanden, dan geldt het met name in de gemeente van Christus. Er is zoveel in beweging buiten de gemeenten en in de kerk, zodat wij, om geloofwaardig te blijven, ons wel bezinnen moeten. Zelfs een blinde kan dit tasten. Ik denk aan de geest van emancipatie, individualisme, subjectivisme, materialisme, syncretisme, discriminatie, van devaluering van het ambt enerzijds en de roep om democratisering binnen de kerk anderzijds. Steeds meer stemmen gaan op, waarin kritiek geuit wordt op de gereformeerde traditie, de belijdenis(geschriften) en de Schrift. Dit alles vraagt om doordenking. De wind van de secularisatie gaat niet aan onze gemeenten voorbij, maar waait er stevig door heen.
b. Binnen de gemeenten kunnen ook specifieke vragen en problemen zijn. Ik denk aan de plaats van de jeugd en het jeugdwerk. Zichtbare en verborgen kerkverlating. In de ene gemeente kan het aantal predikantsplaatsen worden uitgebreid, maar in de andere moet het aantal kleiner worden. De problemen kunnen verschillen van kerkbouw enerzijds tot kerkafbraak anderzijds en soms gaat het zelfs om beide. Binnen vele gemeenten in onze kerk kennen wij modaliteiten, waaruit blijkt dat het geloof verschillend wordt beleefd en uitgedragen, maar met die verscheidenheid aan geloofsbelevingen moet wel geleefd worden. Dit vraagt om orde en wijs beleid. Hoe gaan wij om met de perforatie van de (wijk)gemeentegrenzen, naar binnen en naar buiten.
c. Hoe wij het proces van Samen-op-Weg ook waarderen, wij zijn geroepen om ook plaatselijk, en daar in de eerste plaats, een standpunt in te nemen en onze positie te bepalen. Wie zijn wij in relatie tot anderen.
d. In veel gemeenten is er nog geen aangepaste kerkvoogdij. Over een aantal jaren zullen ouderling-kerkvoogden bevestigd moeten worden. Of men daar nu wel of niet blij mee is, zeker is dat dit een punt van bezinning moet vormen binnen de (wijk)kerkeraad en de colleges van kerkvoogden en notabelen.

4. Verantwoording
Bovengenoemde redenen zijn oorzaken waardoor tot beleidsvorming gekomen moet worden. Er dient in ieder geval orde in beleid te komen. Ik denk dat er nog iets te noemen valt. Wij zijn binnen de gemeente eerst en vooral verantwoording schuldig aan Hem, de Heere der Kerk, Die ons geroepen heeft tot het ambt of gesteld heeft op een vooruitgeschoven post. Juist daarom is er ook alle reden om ons ook tegenover de gemeente te verantwoorden, dat is: antwoord geven op haar vragen, opdat de gemeente ook mee kan leven en mee kan bidden. Antwoord geven betekent, dat je geluisterd hebt naar de gemeente en gehoord hebt welke vragen en zorgen er leven. Het is onverantwoord om geen zicht te hebben en te houden op de gemeente.

5. Algemene zaken en bijzondere zaken
Het lijkt overbodig om te zeggen dat er enerzijds beleidszaken zijn die voor alle gemeenten gelden, terwijl anderzijds voor elke gemeente afzonderlijk bijzondere zaken kunnen spelen. Dit heeft te maken met het eigene van elke gemeente.
Algemene onderwerpen zijn bijv.: prediking, sacramenten, pastoraat, catechese, jeugdwerk, enz.
Bijzondere aandachtspunten zijn bijv.: de grootte van wijkgemeenten, roulatiesysteem in de prediking in de situatie dat er meerdere kerkgebouwen zijn, het wel of niet aanwezig zijn van een kerkelijk bureau, de aanstelling van een evangelist, een jeugdwerkleider, enz.
Lettend op het bovenstaande zal elk beleidsplan misschien wel eenzelfde algemene structuur kunnen hebben, maar zal inhoudelijk iets of veel eigens hebben.

6. Eigen karakter
Elke gemeente heeft een eigen karakter, of men dat zichzelf bewust is of niet. Een Veluwse gemeente is anders dan een gemeente in de Alblasserwaard. De grote steden kennen een nog weer andere problematik. De leeftijdsopbouw geeft een eigen beeld aan de gemeente. Het eigen karakter van de gemeente heeft te maken met de plaatselijke (kerk)geschiedenis, met de aard van de bevolking, met maatschappelijke ontwikkelingen en ook met de tijd waarin wij leven. Bij het denken over en het formuleren van beleidszaken zal men daar terdege rekening mee moeten houden.

7. Roeping
Van doorslaggevende betekenis bij alle overwegingen is te beseffen waartoe men als gerneente van Godswege geroepen is. Ik verwijs wat dit betreft naar een groot aantal publicaties over gemeenteopbouwen spiritualiteit dat momenteel verschijnt van de hand van diverse schrijvers. Vragen waarop een antwoord moét komen: Hoe wil de Heere dat er hier en nu gepreekt wordt, de sacramenten bediend worden, de herderlijke zorg in concreto ter hand genomen wordt; de jeugd onderwezen wordt in het koninkrijk der hemelen; hoe wil de Heere door Zijn Geest de gemeente vormen en gemeenschap schenken.

8. Uw credo
Onze Nederlandse Hervormde Kerk heeft een belijdenisgrondslag. Zij is aan te spreken op haar zes belijdenisgeschriften. Wij houden ons in kerk en gemeente ook aan de kerkorde en regelingen die door (meerdere) ambtelijke vergaderingen zijn vastgesteld. Deze zaken behoeven in een beleidsplan niet opnieuw verwoord te worden, daar kan eenvoudig naar verwezen worden. Maar lettend op eigen karakter en roeping dient wel een specifieke visie gevormd te worden. Wat is onze scopus, ons doel, ons wachtwoord, wat willen wij en wat belangrijker is; hoe ziet de Heere Zijn gemeente. In een handreiking van de kant van de kerkvoogdijraad wordt, de term 'credo' gehanteerd.

9. Een voorbeeld
In onze gemeente is na brede bezinning het credo als volgt verwoord en toegelicht. De gemeente Gods te… is naar haar wezen gemeente onder het Woord en zij heeft als zodanig de roeping moeder te zijn voor al haar leden en een taak in de wereld.
Het is goed deze formulering wat te verduidelijken.
a. Bij gemeente Gods denken wij er vooral aan, dat de gemeente in meerderheid een gedoopte gemeente is en dat haar de beloften van het Evangelie gelden.
b. Gemeente onder het Woord wil aangeven, dat in de prediking alle beloften Gods aan haar worden voorgesteld. Daarnaast denken wij tevens aan de bediening van het zichtbare Woord in de sacramenten. De belijdenis ligt binnen het Woord besloten. In alle onderdelen van het gemeentewerk staat het 'Gemeente-onder-het-Woord' zijn centraal.
c. In het moeder-zijn van de Kerk, dus ook van de plaatselijke gemeente, komt de herderlijke zorg tot uiting. Dit is een algemene taak voor de gehele gemeente, die geroepen is tot het ambt der gelovigen. Het is vanuit hun ambt een bijzondere taak voor predikanten, ouderlingen en diakenen, (zie: C. Graafland, Kinderen van één moeder, Calvijns visie op de kerk volgens zijn Institutie; de artikelenserie in 'de Waarheidsvriend' jrg. 1989 nummer 38-40: ds. J. Maasland 'De Kerk als moeder'),
d. De kerk heeft een taak in de wereld. Daarbij valt te denken aan het apostolaat en het diakonaat.

10. Bezinning
In bovenstaande viel de opmerking: Brede bezinning. Geleid door de ambten moet in overleg met met alle raden, commissies en besturen bezinning op gang komen. In onze gemeente is door de Centrale Kerkeraad een beleidsplancommissie benoemd. Naast een vertegenwoordiger uit elke wijkkerkeraad hadden ook een kerkvoogd en een notabel hierin zitting. Zo breed mogelijk en het geheel van de gemeente vertegenwoordigend. Door deze commissie is veelvuldig vergaderd en wanneer de tijd daarvoor rijp was zijn rapporten aan de wijkkerkeraden en colleges (over prediking en predikantschap; over pastoraat en ouderlingschap; over diakonaat en diakenschap; over de liturgie: enz.) voorgelegd. Een weerslag van de besprekingen werd aan de beleidsplancommissie voorgelegd.

11. Drie aandaclitspunten
Hoe pakje dit alles concreet aan? Wij kwamen tot drie vragen, kernzaken. Bij elk onderdeel van beleid stelden wij drie vragen om orde te scheppen.

a. Wat doen we op dit moment? Deze vraag leidt tot inventarisering. Het is heel goed om een overzicht te maken van hetgeen allemaal plaatsvindt in de gemeente. Wat gebeurt er wel en hoe? Wat gebeurt er niet?
b. Welke knelpunten doen zich hierbij voor? Ook deze vraag leidde tot een opsomming van allerlei zaken die korter of langer de aandacht hadden en waarvoor nodig een oplossing moest komen.
c. Hoe kunnen wij deze problemen oplossen? Door deze vraag te stellen, werden wij gedwongen om uitgangspunten te formuleren. Met name op dit punt was bezinning nodig. Wat willen wij eigenlijk? Wat leert ons de bijbel?

12. Uitwerking
Op alle onderdelen van het gemeentewerk heeft bezinning plaatsgevonden: Prediking, liturgie, pastoraat, diakonaat, catechese, jeugdwerk, zending en evangelisatie, kringwerk.
Door de beleidsplancommissie is alle informatie en zijn alle bezwaren, vragen, oplossingen gewogen. Daarna is het beleidsplan geschreven. Een eerste concept is door de commissie vastgesteld. Vervolgens is het voorgelegd aan wijkkerkeraden, die hun op- en aanmerkingen konden maken. Tenslotte is het als beleidsstuk aan de Centrale Kerkeraad voorgelegd. Zij heeft dit na een laatste discussie aanvaard. Voorlopig zijn dit onze uitgangspunten voor het beleid.

13. Kerkvoogdij
Tot dat moment was de kerkvoogdij steeds informeel op de hoogte gehouden van belangrijke zaken, die met dit college en haar taak te maken hadden. Nu was het hun opdracht om de beleidsvoornemens van de Centrale Kerkeraad verder kerkvoogdelijk uit te werken. In goed overleg met hen is daarna gekomen tot een plan dat door Centrale Kerkeraad en kerkvoogdij is aanvaard. Beleid en beheer, in onze situatie nog in handen van twee colleges, zijn volledig op elkaar afgestemd.

14. Wat zie je gebeuren?
De tijd die nodig was om tot een eerste beleidsplan te komen, duurde twee tot drie jaar. Het gaf heel wat randverschijnselen te zien. In opdracht van de Centrale Kerkeraad baan je met elkaar een weg door een enorme papierwinkel, maar ondertussen komen allerlei vragen op en worden ook andere zaken geregeld. Organisten en predikanten komen met elkaar in gesprek. Ambtsdragers en kerkvoogden zien elkaar meer dan anders. Binnen het college van diakenen wordt flink nagedacht over het collecterooster. Bij allen die betrokken zijn bij het jeugdwerk blijkt de behoefte aan externe hulp concreter geformuleerd te worden. Al met al een vruchtbare en zinvolle zaak. Nu begint het eigenlijk pas. De commissie heeft nog heel wat taken in haar portefeuille.

15. We zijn er nog niet
Nu in onze gemeente het eerste beleidsplan is vastgesteld en ook aan de gemeente is gepresenteerd, gaan we verder. De beleidsplancommissie is door de Centrale Kerkeraad ingesteld als een permanent adviserende commissie. Waar knelpunten opgelost worden, moet het plan worden aangepast. Nieuwe knelpunten dienen zich aan. De gemeente Gods in de negentigerjaren kan zich aan de opdracht om zich te bezinnen niet onttrekken, wat meer is: Zij weet zich daar heel sterk toe geroepen.

16. Geheimzinnig of geheim
De gemeente Gods heeft een geheim. Kort gezegd: het geheim van het Evangelie. Om dat Evangelie draait het in de breedte van de gemeente. Om dat geheim te kennen is geloof, vrucht van de Heilige Geest, nodig. Maar dat mag nooit het gemeentewerk tot een geheimzinnig gebeuren maken. Jezus is het Licht der wereld. Wij zijn allen geroepen om het Licht der wereld te zijn. Wat past dan meer om binnen de gemeente open en eerlijk met dat geheim bezig te zijn en voor zover het van ons afhangt aan dat geheim vorm te geven.

F. van Roest, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Orde in beleid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's