De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedurig vrezen is iets anders dan angst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedurig vrezen is iets anders dan angst

7 minuten leestijd

'Ik behoor ook tot de jongere generatie. Ik heb ook een tijd gehad, in het laatste oorlogsjaar en vlak daarna, dat ik hoopte en bad, dat er wezenlijk iets zou gaan veranderen en dat wij daaraan van harte en voor God zouden kunnen meedoen. Ik heb in de loop der jaren steeds meer ontdekt, dat daar heel belangrijke bezwaren en weerstanden waren; dat het zonder meer toch eigenlijk niet kon. Wanneer ik in dit hachelijk tijdsgewricht de Kerk deze weg zie opgaan, heb ik vrees. De vreesachtige is hier telkenmale veroordeeld; en er is inderdaad een vreesachtigheid, die alleen maar te veroordelen is, maar men moet dit ook niet al te vlot doen, want "welgelukzalig is de mens die gedurig vreest". Dat kan ook van deze aangelegenheid gelden. Het is voor mij niet in die zin een zaak van vrees, alsof ik daardoor gedreven zou worden om neen te zeggen, een vrees voor gevolgen of volgelingen. Nee, dat bepaalt mijn stem niet. Wat mijn stem bepaalt, is de zaak van een goed geweten voor God…'

Deze woorden – we citeerden ze eerder in breder verband – zijn van ds. L. Kievit, uitgesproken bij de stemming in de hervormde synode over de nieuwe kerkorde van 1951. 'De vreesachtige is hier telkenmale veroordeeld', zei hij. Hij bedoelde daarmee te zeggen, dat diegenen in de synode, die gegrepen waren door de idealen van de nieuwe kerk(orde) in die dagen, hen, die hier hun principiële bezwaren uitten, van vreesachtigheid, van angst zelfs beschuldigden. Zij waren zo vastgeklonken aan vertrouwde kaders, dat ze niet op weg durfden naar een nieuwe toekomst, waarin de vernieuwers vast geloofden, nog wel niet wetende waar men uitkomen zou, maar in ieder geval in het perspectief van een belijdende kerk, die apostolair in de wereld zou staan.
'Welgelukzalig is de mens, die gedurig vreest'. Dat woord uit het Spreukenboek (28 vers 14) spreekt weliswaar ook van vrees, maar dan in positieve zin. Het gaat dan om een vrees, die voortkomt uit de vreze des Heeren. In de vreze des Heeren is er zorg om het rechte leven voor Gods Aangezicht, maar dan ook om het rechte belijden der kerk aangaande Christus en de rechte dienst aan God, naar uitwijzen van de Schrift. Die zorg is iets anders dan onnodige bezorgdheid. Die vrees is zeker iets anders dan vreesachtigheid, dan angst om gebaande wegen te gaan. Ze is onlosmakelijk verbonden met de vreze Gods.

Geen nieuws
Er is vandaag in dit opzicht geen nieuws onder de zon. Ook nu wordt telkenmale gezegd, dat diegenen, die daarin moeite hebben met de nieuwe wegen, die de kerk gaat, bijvoorbeeld in het Samen op Weg proces, en die moeite hebben met de aard van het belijdend karakter van de kerk, die wordt beoogd, uit angst of vreesachtigheid handelen.
Met name van gereformeerde zijde wordt momenteel zo gesproken. Hervormd gereformeerden – zeggen zij – verkiezen de status quo, het oude vertrouwde en schuwen, vanwege eigen innerlijke onzékerheid zelfs, nieuwe wegen, die vandaag als wegen van de Geest moeten worden aangemerkt. Daarom zijn zelfs – en nu citeer ik met eigen woorden ds. K. Bisschop, bij zijn aftreden als gereformeerd moderamenlid door Trouw geïnterviewd – hervormd gereformeerde gemeenten hoogdrempelig geworden voor buitenkerkelijken.


Moeten we nu zeggen, dat de nieuwe wegen, die de kerken in de naoorlogse jaren zijn gegaan, wèl aantrekkingskracht hebben uitgeoefend op buitenkerkelijken? Durven we de kwestie van de bereikbaarheid van buitenkerkelijken nog met goed geweten aan te roeren als we zien, dat, met het binnenstebuiten keren van de gemeente, er geen beweging van buiten naar binnen was, maar integendeel de leegloop grote vormen aannam?
Nee, er is óók voor hervormd gereformeerden geen enkele reden om te bogen op wervingskracht naar buitenkerkelijken toe, hoewel ook vandaag mensen uit de wereld gegrepen worden, omdat ze kwamen onder de beademing van het reine Woord Gods. Is er echter dáár, waar moderniteit in theologie troef is, méér werfkracht daar, waar 'de oude palen' (ik bedoel niet ouderwetse palen!) niet worden verzet? Zo moeten we de dingen niet gaan voorstellen. Want dat doet de waarheid geweld aan.

Toch vrees
Er is echter, gegeven de kerkelijke ontwikkelingen, ook vandaag alle reden om het vermaan van de Spreukendichter voluit ter harte te nemen: 'welgelukzalig is de mens die voortdurend vreest'. In vrees, die aan de vreze des Heeren ontspringt, zit juist zorg om het bewaren van de gemeente bij het toevertrouwde pand, om mensen persoonlijk te brengen bij het heil in Christus.

Zeker is het zo, dat we hier zuiver moeten redeneren. Er is vreesachtigheid, die voortkomt uit angst het vertrouwde te verliezen, terwijl de kènmerken van dat vertrouwde niet het hart van het Evangelie raken. Het gaat hier altijd om het rechte onderscheid tussen traditie en Traditie. Wie alleen traditie heeft en daarbij leeft, blijft, als het erop aankomt, niet staande. Maar hoevelen moeten vandaag niet met diepe deernis constateren, dat hun kinderen afhaakten van de dienst des Heeren, omdat ze in feite de gemeentelijke kaders, vanwege een niet meer tot persoonlijk geloof appellerende prediking, zagen afbrokkelen?


Hierover mag men wel gedurig vrezen. Dat vrezen ligt op hetzelfde vlak als de vermaning, die we lezen in de Hebreeënbrief: 'Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn'. 'Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hun geen en nut…'. Dáár ligt de diepe achtergrond van gegronde vrees.
We zien het vandaag gebeuren, dat ook voorgangers zelf afvallen van het geloof, dat ze vroeger zelf verkondigden, en dat ook oudere leden van de kerk van Christus mee afvallen, onder invloed van allerlei moderniteit in theologie en prediking. Aangrijpend is dat. Wie is daar te goed voor? Welgelukzalig is de mens, die gedurig vreest!


Dominee Bisschop zegt bijvoorbeeld in het genoemde stuk in Trouw, dat hij nu anders gelooft dan vroeger. Hoe anders? Gelooft hij anders in God, in Christus, in de Heilige Geest? In zijn kring liet een theoloog zich eens ontvallen, dat hij het geloof in de kaboutergod van zijn vader verloren had, maar dat hij er een veel grotere God voor had teruggekregen. Eerlijk gezegd, wij vrezen bij zulk een uitspraak. De Heere is de Heilige, de Hoge en Verhevene. Intussen mogen we vragen of de buitenkerkelijken van zulke nieuwe geloofsbelijdenissen wèl ophoren, in de positieve zin van het woord althans.

Vrees en liefde
Verder is het ook wel zo, dat volmaakte liefde de vrees buiten drijft. Wie uit liefde tot de dienst des Heeren, vanuit kennis van de vertroosting der Schriften, voortdurend vreest behoeft niet vreesachtig te zijn. Die behoeft niet te vrezen voor de ontmoeting met wie dan ook. Wel moeten we constateren, dat onze moderne cultuur zo vervreemd raakt van God en Zijn geboden, dat het werkelijk ingaan met het Evangelie op de nood van mens en samenleving uiterst moeilijke, harde kanten heeft. Een godvrezend mens kan alleen maar met knikkende knieën de confrontatie met de godloze cultuur van onze dagen aan, als men tenminste met het getuigen op Woordhoogte wenst te blijven. In de kracht des Geestes alleen valt dan niet te vrezen.


Intussen constateren we hier telkens echter tweeërlei grondhouding, ook vandaag. Toen we recent als hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond het gesprek voerden met het moderamen van de synode van de Gereformeerde Kerken, zei iemand onzer: 'gereformeerden zijn andere mensen dan hervormd gereformeerden'. Ten diepste is dat natuurlijk niet zo. Mensen zijn mensen, Adamskinderen, aangewezen op genade. Maar er zijn meer dynamische, zeg ook (cultuur) optimistische en meer bekommerde christenmensen. Feit is, dat gereformeerden altijd een grote openheid hebben gehad naar de cultuur toe, met de bedoeling daar de koningsheerschappij van Christus uit te roepen. Maar die cultuurvriendelijkheid heeft inderdaad ook in de loop der jaren een bepaald menstype òpgeroepen. Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. Mij dunkt, dat die positieve openheid er vandaag ook nog is naar onze godloze cultuur toe. Intussen heeft dit in kerkelijk gereformeerde kring geleid tot een geruisloze maar niet minder aangrijpende assimilatie. Is hun theologie niet goeddeels assimilatietheologie?
Welnu, daartegenover staat het menstype, dat gedurig vreest. Mensen die zo onder de indruk zijn van de mogelijkheid, dat de godloze cultuur hen, en in breder zin de gemeenten en de kerk, bij Christus en Zijn gezegende dienst vandaan haalt, dat er veel meer sprake is van distantie. Dat gedurig vrezen komt bij de liefde tot de Zaligmaker vandaan. Maar het brengt ook een zekere bekommernis met zich mee.


Laten we dan ook ophouden met te zeggen, dat wie vandaag blijven wil bij het belijden, waarbij het voorgeslacht heeft geleefd, door motieven van angst wordt geleid. Ook dan zijn we weer bezig beelden te maken. Gedurig vrezen is iets anders dan angst hebben. Met een variant zeg ik: Zeg me hoe u tegen de cultuur aankijkt en ik zal u zeggen hoe u gelooft. Gedurig vrezen wil zeggen: we houden ons hàrt vast. Omdat de gemeente vandaag toch wel aan grote bedreigingen van binnenuit en van buitenaf wordt blootgesteld.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gedurig vrezen is iets anders dan angst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's