Geen hoofdgerecht?
Van overzee
KERKDIENST IN GUATEMALA 10
Wij Hollanders houden van een stevige maaltijd. Goede Hollandse kost, al die liflafjes die zo van je bord waaien, kunnen ons gestolen worden. Liever een flinke prak stamppot. Uit eten gaan zonder een goed hoofdgerecht te nuttigen, is niet af
Toch kan dat heel goed zijn! Enkele weken geleden gingen we samen een keer uit eten in Guatemala-Stad. Veel honger hadden we niet en dus beperkten we ons tot een voor-en nagerecht en koffie toe. Geen hoofdgerecht dus. En toch was het goed. Al die 'liflafjes' namen voldoende tijd in beslag om eens een paar uur in alle rust met elkaar te kunnen praten. Over thuis, over Samen op Weg, over de kerk in Guatemala en nog veel meer. We hadden het ook over de plaats van de Woordverkondiging in de erediensten, hier en daar. Het stuk over 'de pikkende kip' was al geschreven, maar pratend over de achtergronden moest ik ineens aan ons etentje denken. Zonder hoofdgerecht en toch goed!
In onze Hollandse ogen lijken veel kerkdiensten hier ook op een etentje zonder hoofdgerecht. Immers depreek is maar een onderdeel van de hele dienst; hooguit een kwart van de tijd. En als de dienst eens een keer met vijf kwartier afgelopen is, dan is het ondanks een goede preek toch niet erg 'alegre', vreugdevol. Hier zijn de 'liflafjes' erg belangrijk! Veel en samen zingen, een paar bijdragen van de muziekgroep die zichzelf op gitaren begeleidt. Samen bidden waarbij men vaak ter plekke vraagt of iemand nog iets heeft voor de voorbede. Een getuigenis en niet te vergeten de mededelingen. Over de bijeenkomsten van de gemeente: de gebedsdienst op dinsdag-en de leerdienst op donderdagavond. Over de samenkomsten van de vrouwenvereniging: gebedskring op maandagmiddag en 's woensdags bijbelstudie. Over de jeugdvereniging en vergaderingen en soms ook het gezamenlijk bezoek aan een zieke om voor en met hem of haar te bidden.
Hoe kijken we daar na ruim vijfjaar tegenaan? 'k Denk dat je kunt zeggen dat bij al die aktiviteiten de gemeenschap heel belangrijk is voor de broeders en zusters. Het samenkomen en samen dingen doen. Elkaar ontmoeten, samen voor Gods aangezicht! Het is wellicht goed dat er bij te zeggen, 'anders mocht u de indruk krijgen dat het alleen om gezelligheid gaat. Dan is de Woordverkondiging misschien niet het hoofdgerecht, maar het ontbreekt nooit. Voor elke bijeenkomst staat het op de 'menukaart'. Velen gebruiken hun Bijbel intensief en dat is te zien ook. Het is geen hoofdgerecht voor af en toe, maar dagelijkse kost!
Eerlijkheidshalve moet ik wel opmerken, dat er ook zijn die juist als de preek begint, de kerk uitgaan om buiten een praatje te gaan maken... Niet iedereen is even betrokken, ook hier is kaf onder het koren. Er zijn er die doordeweeks hun Bijbel niet aanraken, maar die zijn er in Nederland toch ook?
Ondertussen betekent het ook dat die 'liflafjes' er voor hen helemaal bij horen. De kollekte, het zingen, het gebed, de voorbede: dat zijn maar geen extraatjes die je eigenlijk wel kunt missen. Geen 'liflafjes' dus, maar wezenlijk onderdeel van de eredienst.
En als we met die ervaring na ruim vijfjaar van overzee eens naar Nederland kijken? Naar onze eigen achtergrond?
Bij ons is de preek ontegenzeggelijk het hoofdgerecht. Is het voor ons gevoel niet zo, dat het eigenlijke pas komt als na de kollekte iedereen iets in de mond gestopt heeft en er 'ns goed voor is gaan zitten? Is de preek vaak niet het enige wat echt telt als er een dominee beroepen moet worden? Hij wordt gehoord door de hoorcommissie, maar wie doet er navraag naar zijn pastoraat en catechese?
Toch zouden we dat hoofdgerecht niet graag missen! Daar klinken immers de woorden van eeuwig leven. Tot wie zouden we anders heengaan dan tot Jezus Christus, die Zich in de verkondiging aan ons presenteert! Daar is de bediening der verzoening, het hart van het Evangelie. Als dat hart eruit is, kan de rest niet anders dan een dooie boel zijn... Dan zijn het inderdaad maar 'liflafjes' en krijgt de gemeente stenen voor brood.
Wat leer ik daar nu van? U zult het met me eens zijn dat de echte gemeenschap onder en door de bediening der verzoening geboren wordt. Alleen in Christus zijn we leden van een lichaam! Maar dan horen die twee wel onlosmakelijk bij elkaar.
Naar de gemeente van San Felipe toe betekent het dat we er van doordrongen moeten zijn dat de verkondiging dan misschien niet in tijd, maar wel in belangrijkheid voorop moet staan. Immers, als we niet luisterend leven vanuit het spreken van God, enkel en aleen steunend op Jezus' volbrachte werk, ligt er zoveel nadruk op mijn aktiviteiten. En dat is toch al een gevaar hier, waar het verbond van God niet zo'n grote rol speelt voor het geloof Mijn aannemen van Jezus veel meer. De broeders en zusters zijn zeer afhankelijk in hun geloof, maar tegelijk hangt er veel van hun volharding af Een wonderlijke kronkel. Maar in Nederland kunnen we er denk ik ook wel wat van leren. Zijn we niet zozeer gericht op de preek dat de rest haast overtollig lijkt? We houden van stevige kost, maar zijn we dan niet heel consumerend ingesteld? Gaat het niet heel nadrukkelijk om wat ik er aan gehad heb? Een vorm van (heils-)egoïsme die haaks staat op de gemeenschap. Natuurlijk, het is van levensbelang dat Christus ook üw Zaligmaker is, maar dan ben je toch niet het enige kind van God?
Wat betekent het dan als er onder de koffie na de dienst gezegd wordt dat 'het niks was vanmorgen'? Is Gods Woord dan niet verkondigd of was het niet naar uw smaak? Ging ik dan alleen maar om te ontvangen? Is het dan 'niks' dat er samen gebeden en gezongen is? Is het dan 'niks' datje samen met zoveel anderen de Heere mocht loven en je Zijn zegen meekreeg? Natuurlijk, we moeten gevoed worden... door het Woord. Maar er zijn meer voedzame elementen in de dienst. Wat een troost kan het zijn te weten niet alleen te staan in de strijd, te weten dat er voor je gebeden wordt.
Natuurlijk doet het er toe hoe er gepreekt wordt, maar als we alleen als consument in de kerkbank zitten... Dan zijn we slechts kind van onze individualistische tijd en maken dat de dominee aan klantenbinding moet doen, zijn mensen naar de mond moet praten. Dan komen we slechts om ons favoriete hoofdgerecht te verorberen. Maar zo kan het niet blijven als de verzoening bediend wordt! Als we bij Hem mogen horen, krijgen we heel wat broeders en zusters cadeau om samen Zijn stem te horen en Hem te loven in ons lied en in onze gaven. Dan is het goed om samen naar de kerk te gaan en gemeente te zijn, omdat we Hem persoonlijk hebben leren kennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's