De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huwelijk en samenwonen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huwelijk en samenwonen

15 minuten leestijd

Samenwonen is een veelvoorkomend verschijnsel geworden. Een verschijnsel dat ook meer en meer maatschappelijk geaccepteerd wordt.

En niet alleen maatschappelijk, we moeten er bij zeggen: ook kerkelijk. In de Gereformeerde Kerken wordt het huwelijk in het formulier voor de bevestiging van het huwelijk niet meer dan 'een door God geschonken mogelijkheid' genoemd. Daarmee geeft de leiding van de kerk aan dat er naast het huwelijk nog meer aanvaardbare relatiepatronen zijn. Het is zo'n setting dat veel predikanten ook uit andere kerken één en andermaal geconfronteerd worden met het verzoek van samenwonenden om na een tijd samengewoond te hebben, in de kerk te mogen trouwen. Zulke verzoeken vormen soms een aanleiding een diepgaand gesprek in kerkeraden.

Het is al weer enige tijd geleden dat ds. W. Dekker uit Wezep vertelde van de uitkomst van zo'n bezinning binnen een kerkeraad. Hij deed dat in het kaderblad voor evangelisatie 'Transmissie' en wel in het nummer dat september 1992 verscheen. In december vorig jaar hield ds. Dekker een lezing voor de Windroosconferentie. In die lezing legde hij zijn visie op huwelijk en samenwonen uiteen.

Zijn schrijven en spreken over deze materie heeft zo hier en daar bevreemding gewekt en vragen opgeroepen. De hieronder volgende reactie op zijn uitspraken is ds. Dekker al maanden geleden toegestuurd. Veel is over deze reactie binnenskamers te doen geweest. Na een en andermaal hierover contact met ds. Dekker gehad te hebben, is in nauw overleg met de redactie van 'de Waarheidsvriend' besloten, dat er alle reden is om deze reactie alsnog te publiceren.

Alvorens tot een antwoord op ds. Dekker te komen, wil ik eerst zijn standpunt met betrekking tot samenwonen weergeven. Dit om hem recht te doen.

Ds. Dekker schrijft dat de kerkeraad van zijn wijkgemeente heeft besloten om 'voortaan niet meer alle samenwonenden over één kam te scheren, maar in een zorgvuldig pastoraal gesprek te zoeken naar motieven tot samenwonen en de motieven om een kerkelijke huwelijksinzegening te begeren'.

Dit om 'zoveel mogelijk mensen vast te houden of opnieuw te winnen voor het evangelie van Jezus Christus'.

Het gaat ons nu niet zozeer om de uitkomst van dit beraad maar veel meer om de overwegingen die tot deze conclusie geleid hebben.

Ds. Dekker somt ze in 'Transmissie' op. We kunnen ze als volgt samenvatten:

1. In een tijd waarin allerlei normen en waarden ter discussie staan en links en rechts verschillende normen in het centrum van de discussie stellen, is concentratie op de kern van het Evangelie — Jezus Christus — de aangewezen weg.

2. Men moet voorkomen dat het Evangelie in bovengenoemde discussie verduisterd wordt, door de volgorde van Evangelie en Wet te veranderen in de volgorde van Wet en Evangelie. De Tien Geboden beginnen met de proclamatie van het Evangelie van de bevrijding. En Christus begint Zijn prediking met de proclamatie van Gods Koninkrijk.

Concreet betekent dit dat in een pastoraal gesprek eerst over Jezus Christus gesproken moet worden en in een derde of vierde gesprek over de implicaties van het navolgen van Jezus voor de relatie van man en vrouw.

Als men het over de navolging' heeft, zo stelt de auteur voorzichtig 'zou echter kunnen blijken dat het deze samenwonenden nog niet eens zo gemakkelijk is duidelijk te maken, dat het bij de navolging hoort zo snel mogelijk naar het stadhuis te gaan om een burgerlijk huwelijk te sluiten'.

3. We maken in onze tijd een cliltuuromslag mee, waardoor veel waarden en normen die vroeger vanzelfsprekend waren, niet meer gelden.

Dit kan maar hoeft geen verarming te betekenen. We houden het Woord van God over en het christendom van West Europa met zijn overgeleverde normen en waarden is nog niet hetzelfde als Gods Woord. Het moet niet zozeer vanuit (de betrekkelijk gestelde) traditie blijken dat samenwonen verkeerd is, maar uit het Woord van God. Dat valt echter moeilijk te bewijzen. Het valt niet mee om duidelijk te maken dat man en vrouw die 'in eerlijke liefde en trouw' monogaam samenwonen er helemaal naast zitten.

4. De kerk is al zo vaak achter ontwikkelingen aan komen lopen, die ze eerst afkeurde. Wat eens een afwijking van Gods Woord lijkt, kan slechts een verschuiving van de cultuur zijn en een verandering van vormgeving van het leven.

Op 29 december 1992 hield ds. Dekker zijn boven aangehaalde lezing voor jongeren. Daarin opperde hij, na een pleidooi voor iet huwelijk gehouden te hebben, dat er veel jongeren zijn die oprecht van elkaar houden en samenwonen met de intentie altijd bij elkaar te blijven terwijl ze het gaan naar het stadhuis en de kerk niet zien zitten. Ds. Dekker heeft er dan méér moeite mee dat men niet naar de kerk wil gaan dan dat men niet naar het stadhuis gaat: 'Zou er niet veel opgelost zijn wanneer de kerk een relatie van liefde en trouw zou mogen inzegenen zonder briefje van het stadhuis'. Want de individualisering van de samenleving (een kwalijke tendens waar samenwonen mee te maken heeft, volgens ds. Dekker) 'kan toch niet betekenen dat we ook de gemeenschap van de gemeente voor het aangezicht van God verwaarlozen'. Het moet de Kerk een zorg zijn als door haar afwijzende opstelling samenwonenden van de Kerk'zouden vervreemden. Een gebedsdienst voor hen die gaan samenwonen zou wellicht op zijn plaats zijn.

Tot zover ds. Dekker.

Consequenties

Het is nogal wat wat er in het artikel en in de lezing aangedragen wordt. Ds. Dekker doet, bij alle voorzichtigheid die hij in wil bouwen, nogal krasse uitspraken, die grote consequenties hebben. Bovendien zit er achter die uitspraken een gedachtenleven, waarvan de theologische achtergrond zich soms verraadt. Een theologie die het ds. Dekker kennelijk moeilijk maakt om de historie en de traditie op zijn waarde te schatten. Misschien is het daarom dat ds. Dekker kennelijk moeilijk maakt om de historie en de traditie op zijn waarde te schatten. Misschien is het daarom dat ds. Dekker ook slecht geïnformeerd blijkt te zijn en hij historisch gezien volstrekt verkeerde uitspraken doet. Zo bijvoorbeeld als hij stelt dat 'tot aan de Franse revolutie de huwelijkssluiting vooral een zaak was van de kerk' en dat het pas na die Revolutie vooral een zaak van de overheid was. Iedereen, die zich enigermate interesseert voor geschiedenis en kerkgeschiedenis, weet dat in de Reformatie met een beroep op de bijbel en op de traditie juist gesteld is, dat het huwelijk in eerste instantie een publiekrechtelijke aangelegenheid is en niet een kerkelijke aangelegenheid en dat de huwelijken o.a. in de calvinistische Nederlanden van vóór en ook nog van na de Revolutie op het stadhuis gesloten en in de kerk bevestigd werden.

Graag wil ik ingaan op ds. Dekkers motieven, die hem ertoe brengen een bepaalde manier van samenwonen meer accepté te maken in de Kerk. Ik wil eerst ingaan op de visie van ds. Dekker op het Evangelie. Vervolgens wil ik nagaan welke consequenties daaraan verbonden zijn voor de Wet, voor de traditie en voor het huwelijk.

Wet en Evangelie

Allereerst noemt hij het van belang om zich te concentreren op Christus, op het Evangelie, dat volgens ds. Dekker in volgorde vóór de Wet komt.

Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is, hoort in deze stellingname bekende klanken. Ds. Dekker stelt dat de volgorde Evangelie — Wet niet omgedraaid moet worden. Maar... het is toch zonneklaar dat die volgorde allang is omgedraaid! Immers tot voor de opkomst van het Barthianisme was het de gewoonste zaak van de wereld om te

spreken van Wet en Evangelie. Let wel: in die volgorde. Zo was het bij Augustinus, zo was het bij Luther, zo was het bij Calvijn, zo was het bij Kohlbrugge, zo was het in het Reveil!

Zo was het totdat... Karl Barth deze volgorde radicaal omdraaide en het verbond, het Evangelie maakte tot grond van de schepping en van de Wet. Volgens Barth gaat het Evangelie vóór de Wet. Volgens ds. Dekker ook. Zo zou God zich allereerst als Bevrijder proclameren, alvorens Hij de Wet geeft. Zo zou Christus eerst het Koninkrijk prediken en op grond daarvan tot bekering oproepen.

De consequenties van die ommekeer zijn niet gering. Voor de theologie niet en als uitvloeisel daarvan, voor de ethiek, de zedenleer niet.

Het verleidelijke van die opvatting wordt prachtig geïllustreerd in het stuk van ds. Dekker uit 'Transmissie'. Door zich in eerste instantie te richten, niet op de Wet, maar op het 'Evangelie', hoeft men aan de vragen omtrent de Wet (in dit g.eval m.b.t. het samenwonen) voorlopig niet toe te komen. Eerst komt de verhouding tot Christus ter sprake. En... pas als er sprake is van liefde tot Christus, komt de Wet, die dan niet meer Wet heet, maar navolging, aan bod. Het is dus geraden om zich vooral op het Evangelie, los van de Wet, te concentreren.

De vraag is dan: op welk Evangelie men zich concentreert? Paulus zegt ergens dat er maar één Evangelie is. Kennelijk waren er mensen in zijn dagen, die een andere boodschap voor Evangelie uitgaven.

Is het Evangelie, in deze nieuwe ethische oriëntatie nog wel het ware Evangelie? Is de Christus die in dit verband gepredikt wordt nog wel de Christus van de Schriften? Hij van wie we weten dat Hij zei: 'Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de profeten te ontbinden. Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar om die te vervullen'.

Dat is dus het Evangelie: de vervulling van... de Wet. Nu, als de Wet door Hem vervuld wordt, dan moet de Wet toch gelding hebben, ook al alvorens het Evangelie in zijn volle omvang aan het licht komt. Sterker, dan kan het Evangelie alleen maar tot zijn recht komen, binnen het kader van de Wet. Als men dan Wet en Evangelie op voorhand zo willekeurig losmaakt van elkaar, dan amputeert men het één van het ander en loopt men het risico dat men beide voorgoed verminkt. Met alle schade van dien. Als men het Evangelie los van de Wet benadert, verminkt men het Evangelie en vervolgens verminkt en ontkracht men met dit verminkte 'Evangelie' de geldigheid van de Wet.

Het 'Evangelie', dat zo gepredikt wordt door Barth c.s., is een anarchistisch evangelie. Een vrijheid die misbruikt wordt voor het vlees.

In plaats dat het van de dit zogenaamde 'Evangelie' van de zonde verlost en terugbrengt tot de orde en de glorie van de Wet, ondermijnt het de Wet. Dit zogenaamde 'Evangelie' verdringt de Wet van de plaats, die de Wet als vervulde Wet en door het Evangelie bekrachtigde Wet, blijvend toekomt. Luther was in zijn dagen al bang dat men het Evangelie, dat hij predikte, zo zou misbruiken en heeft daar keer op keer voor gewaarschuwd. En men moet zich eens voorstellen wat Calvijn hiervan gezegd zou hebben! En ook Groen van Prinsterer heeft dit schriftgebruik aangewezen als een schriftgebruik dat past binnen het kader van de door hem als christen bestreden Revolutie. .

De traditie

Is deze benadering van het Evangelie ondermijnend voor de Wet, dan is ze het daarmee ook voor de traditie. Ds. Dekker stelt zomaar, dat 'het overgeleverde christendom van West-Europa met zijn overgeleverde normen en waarden nog niet hetzelfde is als Gods Woord'.

Dat sommige gebruiken en tradities mede door tijd en plaats ontstaan zijn, is een feit dat door weinigen bestreden zal worden. Noordmans maakte al onderscheid tussen de grote traditie en de kleine traditie. Maar het gaat volstrekt niet aan om het huwelijk'' dat altijd en overal een publiekrechtelijke zaak geweest is, en dat in bijzijn van getuigen gesloten werd, met officiële rechten en plichten daaraan verbonden, onder te brengen bij de kleine traditie. Zelfs onder de heidenen huwde men officieel voor de wet. En zeker was dit het geval in Israël. En zal nu de indruk gewekt worden, dat zo'n traditie, die in de volkerenwereld in ere werd gehouden en die zijn zuiverste bedding in het Oude en Nieuwe Testament vond, tijdgebonden is? Het huwelijk, zoals men dat in West-Europa kende, is door het Woord van God in het leven geroepen. En het moet toch zonneklaar zijn dat juist aan de Verlichting en de Revolutie, waarin men afrekende met het Woord van God, de opkomst van andere samenlevingsvormen te wijten is. Zou nu God niet zegenen degenen die als in Psalm 1 blijven bij de wateren van het Woord van God, die in de christelijke traditie, juist ook in West-Europa, hun bedding hebben gekregen?

Het huwelijk als scheppingsordening

Ten derde: als door het Evangelie de Wet terzijde geschoven wordt en alleen de navolging van belang is, dan moeten ook grootheden die hun grond in de Wet vinden het ontgelden. In dit geval het huwelijk. De verhouding van man en vrouw wordt dan gegrond in de navolging, in plaats van in de Wet. En een ieder lijkt uit te mogen maken met zijn bijbel in zijn hand of nu het huwelijk als publiekrechtelijke aangelegenheid in de navolging past of niet. Van belang voor de verhouding van man en vrouw is dan niet meer het publieke ja-woord, waaraan men door het huwelijk krachtens de Wet gehouden is, maar de oprechte liefde, die men voor elkaar voelt, en de trouw, die men elkaar onderling belooft, los van het stadhuis!

Terwijl iemand als Luther stelde dat de goede verhouding van man en vrouw niet gegrond en gewaarborgd is in een onderling ja-woord en in de oprechte liefde van man en vrouw. Luther stelde het juist andersom: de oprechte liefde van man en vrouw is gewaarborgd in de Wet van God, in het publiekrechtelijke huwelijk, waarin de plicht opgenomen is om elkaar lief te hebben.

De reden waarom onze vaderen dit altijd zo gezien hebben, is dat zij een goed onderscheid wisten te maken, tussen Wet en Evangelie. Het Evangelie ging niet op in de Wet en de Wet niet in het Evangelie! Het zijn twee grootheden die zeker met elkaar in verband staan, maar die ieder, op hun eigen gebied recht van spreken hebben! Een goed onderscheid tussen beide waarborgt ook dat men zuiver weet te onderscheiden tussen navolging en de gehoorzaamheid aan de scheppingsordeningen van God, tussen Kerk en Staat.

Het Woord en de moderne mens

Het verleidelijke van de boven geschetste benadering van het Evangelie is, dat het lijkt alsof men op deze wijze de moderne mens beter benaderen kan. Als de Kerk niet meedoet, dreigt ze de aansluiting met de moderne mens te verliezen. Om de moderne mens bij de Kerk te betrekken, moeten volgens ds. Dekker misschien posities, die eeuwenlang zijn ingenomen, worden verlaten. Terwille van de moderne mens, die niet meer in de schepping gelooft en die veel van de Wet niet meer ziet zitten:

Door zich, zoals ds. Dekker wil, te concentreren op Christus en op het Evangelie, heeft men kennelijk het voordeel om niet te veel te hoeven te zeggen over de als knellend en uit de tijd ervaren Wet van God. Veel onnodige ergernis zou zo voorkomen worden, er zou geen frictie optreden tussen de moderne mens en de Kerk.

De vraag is nu of dit inderdaad de weg is. Vanzelfsprekend is het zo dat aan de moderne mens het Evangelie gebracht moet worden.

Maar vormt niet om zo te zeggen de kern van de vreugde, die het Evangelie biedt, dit: dat het Evangelie ons verlost van de zonde en ons terugbrengt tot de Wet van God? Wat deed Christus anders met de hoeren en de tollenaren? Hij vereenzelvigde zich niet met hen, nee. Hij riep hen uit de zonde. 'Ga heen, zondig niet meer', zei Hij.

Welnu, als samenwonende mensen een predikant vragen om hun huwelijk in te zegenen, is een pastorale benadering op zijn plaats. Maar zou een predikant dan niet blij zijn dat men juist gaat trouwen? Blij terwille van de publieke orde, waarin wij ons leven hebben en waarin eventuele kinderen op kunnen groeien? En biedt die gelegenheid niet alle ruimte om het belang van het huwelijk juist tegenover het samenwonen te onderstrepen en hen onder ogen te brengen? Zijn er niet mogelijkheden te over voor ons dienaren van het Woord om dat in prediking en catechese te doen? ! En ook voor gemeenteleden in hun contact met buitenkerkelijken. Welnu, waar buitenkerkelijken iets gaan begrijpen van het Evangelie, ontstaat ongetwijfeld parallel daarmee, de mogelijkheid om hen duidelijk te maken dat het christelijk is om te trouwen en dat samenwonen christelijk gezien niet kan.

Tot slot: Juist in onze tijd is een standpuntbepaling, die de exclusiviteit van het huwelijk heel duidelijk stelt, brood-en broodnodig.

'Maar wat dan', zal iemand vragen, 'als de meerderheid van het Nederlandse volk in de toekomst het anders wil en allerlei relatiepatronen politiek gezien gelijk gesteld worden met het huwelijk? '

Dan dient de Kerk het als haar opgave te beschouwen om de wacht te betrekken bij en hoedster te zijn van de Wet, zoals het Evangelie dat altijd is. En... als het om evangelisatie gaat: is dat aspect het juist niet geweest dat ooit de heidense samenleving tot het christendom deed bekeren? (Ook wat dat betreft is een herlezen van de

oud-chnstelijke bronnen zeer op zijn plaats.)

Als wij overtuigd zijn van het uniek-zijn van het huwelijk als scheppingsordening, is het onze plicht, als gemeenteleden maar zeker als predikanten en kerkeraden, om op te komen voor de zegen die de Wet van God biedt aan Kerk en Staat. De Wet, die daar, waar het Evangelie zijn beslag krijgt, geëerbiedigd wordt, en zo tot zegen is!

P.S. Ouders en jongelui die over deze kwesties iets goeds en betrouwbaars willen lezen, verwijs ik naar dr. W. Aalders: 'De Tijdgeest Weerstaan', Amsterdam 1984, uitgegeven bij Ton Bolland. Verder ook naar het prachtige boekje van dezelfde auteur 'Het Huwelijk grootheid en verval', uitgegeven bij Echo Amersfoort in 1979, waarvan een herdruk zeker op zijn plaats is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Huwelijk en samenwonen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's