De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Seksualiteit en kommunikatie (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Seksualiteit en kommunikatie (2)

9 minuten leestijd

In het vorige artikel heb ik gesproken over de relatie tussen seksualiteit en het denken van mensen.

In dit artikel werk ik dit verder uit.

B. Een zestal denkmodellen

Er bestaan nogal wat uiteenlopende ideeën over waarom we seksueel zijn en of seksueel verlangen sociaal gekontroleerd zou moeten worden en zo ja, hoe dan en waarom die kontrole zou moeten worden uitgeoefend.

In de literatuur is een zestal denkmodellen genoemd en wel de volgende:

1. Het traditioneel christelijke kontrole-en repressiemodel; (repressie: onderdrukking, beteugeling).

2. Het freudiaans kontrole-en repressiemodel;

3. Het sociologisch kontrole-en repressiemodel;

4. Het radikaal politiek model;

5. Een eenvoudig leermodel: op zoek naar lust;

6. Een kultureel leermodel. Elk model heeft verschillende visies over:

a. de zelfbeleving van de persoon als seksueel wezen;

b. de ideeën die de persoon heeft over hoe bij hem of haar seksueel gedrag en beleving tot stand komt;

c. ons denken over de maatschappelijke kontrole op onze feitelijke seksuele handelingen, op onze partner-voorkeur en op het seksuele verlangen van kinderen, volwassen mannen en volwassen vrouwen; d. de seksuele hulpverlening.

Deze denkmodellen geven een stukje geschiedenis aan in de visie op seksualiteit. Er is een zekere chronologische volgorde. Het eerste model dateert namelijk van ver vóór 1900 en het zesde model is heden ten dage de gangbare visie. Alle modellen zijn echter ook nu nog aktueel, omdat zowel leken, artsen, patiënten, predikanten, gemeenteleden, politici en hulpverleners in hun denken en handelen zich hierdoor laten leiden.

Tevens dienen we ons te realiseren dat maatschappelijke ontwikkelingen invloeden hebben op het denken over seksualiteit en zal in de toekomst wellicht een ander model worden beschreven. Hieronder zal ik kort de inhoud van deze modellen toelichten.

1. Het traditioneel christelijke kontrole-en repressiemodel.

Vooraf: In dit verband moet onder het tra ditioneel christelijk denken zowel het protestantisme en het rooms katholicisme worden verstaan.

Gesteld wordt dat de traditioneel westerse kerkelijke overtuiging is dat seksualiteit een impuls is van het vlees.

Het vleselijke is dierlijk en staat tegenover het spirituele. De seksuele impuls is de uitdrukking van de zondige aard van het vlees.

Wanneer er geen kontrole hierop zou zijn, zullen mensen verleid worden allerlei zondige seksuele dingen te doen.

Deze theorie leidt tot een zuiver kontrolemodel, waarin mensen zo mogelijk:

a. onwetend moeten worden gehouden met betrekking tot kennis over seksualiteit;

b. geleerd moeten worden dat seksuele impulsen veelal zondig zijn teneinde hun geweten te versterken;

c. gestraft moeten worden bij ongehoorzaamheid.

De seksuele impuls wordt geacht zeer krachtig te zijn en wanneer er geen sprake is van kontrole, leidt dit tot sociale verstoring.

Personen die deze moraal hebben, staan zeer bedenkelijk tegenover seksuele lustop-zich.

Lust wordt aanvaardbaar vanwege de opdracht tot voortplanting, maar alleen wanneer dit verband wordt gelegd.

Lust en schuld liggen dan dicht bij elkaar, omdat men zich niet reserveloos aan de lust mag overgeven.

Dit denken heeft in onze westerse samenleving lange tijd gedomineerd. De invloed hiervan neemt echter de laatste jaren in toenemende mate af. Toch komt deze visie nog voor en kampen verschillende mensen met seksuele lustangst en seksschuld. Gedacht kan worden aan schuldgevoelens met betrekking tot seksuele lustgevoelens op zich en nog specifieker wanneer hieraan uitdrukking wordt gegeven door bijv. ^ zelfbevrediging.

2. Het Freudiaanse kontroleen repressiemodel I

Dit model neemt veel trekjes over van het christelijke denken. Seksualiteit is ook hier een krachtige biologische bepaalde drift. Seksueel verlangen wordt voorgesteld — en door de persoon beleefd — als een zich in het lichaam geleidelijk aan ophopende driftenergie, zoals een stoomketel onder vuur langzaam op druk komt. De seksuele spanningen zoeken een uitweg in seksueel gedrag. Zo wordt seksuele bevrediging het opheffen van onaangename storende prikkels. Het organisme (lichaam) bereikt weer een spanningsloze toestand. Seksuele impulsen moeten gekontroleerd worden, omdat volgens de psycho-analyse seksualiteit 'primair een a-sociaal en destruktief motief is, dat gericht is op het saboteren van de menselijke samenleving'. M.a.w. seksueel gedrag is in deze visie zeer verdacht, is niet medemenselijk en beschadigt menselijk samenleven. Daarom is begrenzing en remming van seksualiteit dus noodzakelijk.

­ Maar... niet uitgeleefde energie werkt schadelijk en geeft dus psychische problemen. Vandaar werd het begrip 'sublimatie' (het veredelen en op een hoger peil brengen van driften) uitgevonden om de seksuele energie om te zetten in andere energieën, zoals werken aan de wetenschap, kunst of religie. Afzien van een deel van de seksuele bevrediging is dus voorwaarde voor kultuurvorming.

Deze drifttheorie is nog tamelijk populair

bij sommige wetenschappers en hulpverleners. Ook bij leken vinden we deze 'stoomketeltheorie' vaak terug.

Seksueel verlangen wordt beleefd als een drift die buiten hen omgaat, waartegen niets te doen is, waarvoor men dus ook geen verantwoordelijkheid kan dragen.

3. Het sociologisch kontroleen repressiemodel

De gedachte dat remming en begrenzing van de seksualiteit noodzakelijk is om mensen aan te kunnen passen naar de eisen van de maatschappij vinden we ook terug in de wat oudere sociologie.

Seksueel verlangen is op zich instabiel en leidt tot anarchie (maatschappelijke wanorde). Erotische relaties zijn konstant in gevaar door allerlei gebeurtenissen, zoals:

— verandering van smaak, van voorkeur;

— verlies aan interesse in de pfartner;

7-een derde partij, enz.

Er vindt strijd plaats om een bepaalde seksuele partner te krijgen.

Deze kompetities doen passies ontvlammen en roepen konflikten op. Wie verliest, beschadigt zijn zelfwaardering. De verstrengeling van seks en maatschappij is een vruchtbare grond voor waandenkbeelden, moord en zelfmoord.

De sociale en seksuele orde kunnen volgens dit model alleen maar bewaard blijven door aanpassing van het individu aan de eisen van de maatschappij en door institutionele kontrole (d.i. propageren en beschermen van het huwelijk) en door het strafrechtsysteem.

Dit model was tot voor 20 jaar nog populair bij zedelijkheidswetgevers, rechters en politie en bij kwesties zoals naaktstranden, filmcensuur en pornografie.

4. Het radikaal politiek model.

Uit de Freudiaanse traditie kwamen enkele seksuele radikale denkers naar voren die door de politieke waarden van het Marxisme waren beïnvloed. Zij wilden het denken van Freud en Marx tot een eenheid brengen. Repressie (beteugeling) van seksualiteit zien zij als helemaal niet nodig. Seksualiteit is wel een natuurlijke en krachtige drift. Mensen moeten echter in de gelegenheid worden gesteld aan deze drift uitdrukking te geven. De seksuele drift is goed en door onderdrukking leiden we het af van zijn natuurlijk verloop.

Seksuele problemen komen niet voort uit een gebrek aan socialisatie, maar juist als gevolg van de pogingen tot socialisatie en kanalisatie.

Het vrijlaten van seksualiteit levert een nieuwe mens op. De konsekwenties van dit denken zijn vérgaand. De samenleving moet namelijk in overeenstemming worden gebracht met de menselijke natuur.

Na de 2e wereldoorlog is mede als gevolg van deze visie de seksualiteit geliberaliseerd.

5. Een eenvoudig leermodel: op zoek naar lust

In tegenstelling tot het Freudiaanse den ken dat seksuele bevrediging moet worden opgevat als een ontlading van opgebouwde energie, werd in de zestiger jaren het idee opgevat dat seksualiteit juist een prikkelzoekgedrag en lust-zoekgedrag is. We hebben zin in seks omdat we het fijn vinden opwinding en lust te ervaren.

We vertonen geen seksueel gedrag omdat we opgewonden of geprikkeld zijn, maar we maken aktief seksuele opwinding of zoeken prikkels op om seksualiteit te kunnen beleven. Stimulering van seksuele gevoelens leiden tot plezierige 'natuurlijke' respons.

Ervaring kan echter negatieve waarden aan prikkels verbinden, zodat die prikkels eerder de opwinding remmen dan verhogen. Fouten in seksuele ontwikkeling zijn het gevolg van onjuiste voorlichting uit de omgeving.

Dit model gaat ervan uit dat wanneer je seksualiteit wilt kontroleren, je mensen dan leermogelijkheden moet onthouden; ze missen dan ook niets. Kontrole is echter, niet noodzakelijk, omdat seksualiteit op zich goed is.

Getracht moet dus worden mensen zoveel mogelijk positieve leermogelijkheden te bieden met als doel het positief be-leven van de seksuele lust.

6. Een kultureel leermodel.

Dit model heeft als vooronderstelling dat er geen seksuele drift bestaat. Mensen zijn zelf zeer aktief in het vormgeven aan hun seksuele verlangen. Mensen worden geboren in een kuituur of samenleving. Elk mens begint vanaf zijn geboorte aan een heel proces van leren betekenis te verlenen aan zijn direkte omgeving. We leren wie we zijn, ontwikkelen een eigen identiteit enz. Mensen nemen hieraan aktief deel, zijn doelgericht in gedrag, hetgeen wil zeggen dat mensen zelf hun eigen betekenissen kiezen. We zijn als mensen dus aktief betrokken bij de vormgeving van onze omgeving. De omgeving kreëert seks en roept die op. Er is geen aangeboren seksualiteit binnenin het kind: we kreëren onze eigen seksuele 'natuur' door de betekenissen die we geven aan een heleboel gedragingen en situaties: seksualiteit zoals we die kennen in onze leefvormen, gedragingen, normen en waarden is een 'kulturele uitvinding'.

Dit denken beweert dus dat de soort seksualiteit waarin we geloven bijdraagt tot de soort seksualiteit die we krijgen. De betekenisgeving aan seksualiteit is dus een centrale gedachte in dit model. Dit betekent dat jongeren een goede leeromgeving moet worden geboden die bijdraagt tot het zelf keuzen maken.

Wanneer aan jongeren wordt geleerd dat seksualiteit alles te maken heeft met het beleven van intimiteit en er tevens een goede leeromgeving wordt aangeboden, dan zullen jongeren inderdaad gaan ervaren dat in seks intimiteit beleefd kan worden. Seksueel verlangen wordt in dit model geleerd als een sociaal motief.

De menselijke relatie staat centraal, waarbinnen kommunikatie plaatsvindt.

Dit wil zeggen dat we ons in ons seksueel verlangen niet alleen richten op één specifiek doel, bijv. de genitale lust, maar ook op doelen als nabijheid, geborgenheid, erkenning, affektie en macht.

Seksueel verlangen kan dus ontstaan als we verwachten dat een bepaald seksueel kontakt bepaalde behoeften/doelen zal bevredigen.

Vrijwel elke fundamentele sociale behoefte kan door seksueel gedrag bevredigd worden: aandacht krijgen, bevestigd worden en affekties ontvangen, maar ook macht en agressie uitoefenen. Wanneer iemand geen zin heeft in seksueel kontakt, verwacht hij blijkbaar niet dat dit gedrag zal leiden tot Je bevredigmg van die behoeften die je er in zoekt.

Verschillen in behoeften/doelen kan daarom aanleiding geven tot misverstanden en konflikten. Bijvoorbeeld wanneer de man gericht is op de bevrediging van zijn lustgevoelens en de vrouw meer gericht is op bevrediging van haar behoefte aan emotionele nabijheid. Wanneer de een van de ander verlangt met dezelfde intentie het seksueel kontakt aan te gaan, ontstaat de voedingsbodem voor relatieproblemen.

Dit model wordt heden ten dagen door velen aangehangen. Dit blijkt o.a. doordat incestueuze handelingen en andere vormen van seksueel misbruik door mannen veelal in verband met machtswellust worden gebracht. De man uit zijn behoefte aan macht in de vorm van bepaald seksueel gedrag.

In het volgende artikel zal ik een korte reaktie geven op deze modellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Seksualiteit en kommunikatie (2)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's