De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

’Staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

’Staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld’

Kerk in Oekraine

11 minuten leestijd

Er zijn tal van plekken in de wereld waar, vanwege vroegere emigratiegolven, Nederlands wordt gesproken. Er zijn eveneens meerdere landen, met name in Oost-Europa, waar Hongaars wordt gesproken. Dat heeft te maken met telkens wisselende politieke tonelen en daaraan verbonden grenswijzigingen of herverkavelingen. Zo is er in landen als het voormalig Joegoslavië, Roemenië en Tsjechoslowakije een Hongaarssprekend deel van de bevolking. Datzelfde geldt voor het aan Hongarije grenzende deel van de voormalige Sovjet Unie, namelijk de Oekraine met daarin de zogeheten Unterkarpaten. Van de Hongaarse kant bezien wordt gesproken over Unterkarpaten (onder de Karpaten). Van Moskou uit gezien heet het Transkarpatie (aan de andere zijde van de Karpaten). Dat in zulke gebieden overigens de Hongaarse taal is en wordt bewaard, tekent hoe de betreffende mensen hun historische wortels niet prijsgeven. Hongarije is toch hun land van herkomst, hun thuisbasis of bakermat. Ook daar klinkt in de kerk regelmatig het Hongaarse volkslied.

Hoewel we al gedurende een reeks van jaren bezoeken brengen aan Hongarije — vroeger vanuit de Stichting Hulp Oost Europa, de laatste jaren vanwege een kerkelijke relatie tussen de Hongaarse Gereformeerde (of Hervormde) Kerk en de Gereformeerde Bond alhier — was er nog nooit een mogelijkheid geweest om de Unterkarpaten te bezoeken. Dat gebied was voor buitenlandse bezoekers hermetisch gesloten. Maar na de grote Wende in de communistische wereld aan het eind van de tachtiger jaren zijn de deuren opengegaan. Samen met mensen uit de kerkleiding van de Hongaarse Hervormde Kerk bezochten we nu enkele dagen lang dit gebied. Het was een bezoek, dat ons lang heugen zal. Hier volgt een korte impressie.

Kerk in armoede

Zodra men de grens tussen Hongarije en de Oekraine is gepasseerd komt men in een andere wereld. De armoede komt men aan alle kanten tegen. Er is vrijwel geen verkeer. De wegen zijn doorgaans slecht. De huizen ogen grauw en sober. De mensen gaan pover gekleed.

Maar in alle dorpen staan kerktorens, die omhoog wijzen. In de meeste gemeenten is er wel een Hongaarstalige gereformeerde kerk. In totaal zijn er 96 gemeenten, waarvoor in totaal 24 predikanten — in grote meerderheid oudere — verantwoordelijkheid dragen. Opvallend is wel, dat de kerken in het algemeen, ondanks de armoede, goed onderhouden zijn. Dat heeft te maken met het feit, dat, hoe arm de bevolking ook was en is, de kerk de enige mogelijkheid bood om het hart te laten spreken en dus offerbereidheid te tonen.

Overigens waren in diverse gemeenten ook de kerkgebouwen door de staat afgepakt. Dan werd vervolgens bijvoorbeeld het gebouw gebruikt als opslagplaats voor rijst of aardappelen. Maar na de Wende zijn de kerken teruggegeven of is anderzijds de wederopbouw ter hand genomen.

We bezochten zo een gemeente, waar het jaartal 1989 op de voorgevel van de kerk prijkt. Daar hebben in dat jaar vrijwilligers uit de gemeente in vier maanden tijds een nieuw kerkgebouw neergezet. Ze deden dat tussen tien uur en drie uur 's nachts, buiten de normale werktijden, vertelde ons de voorzitter van het kerkelijke district met tranen in de ogen. De gemeente mocht weer uit haar schuilhoeken — de huisgodsdienstoefeningen — tevoorschijn komen. De kerk zit 's zondags weer vol.

Op andere plaatsen, waar de gemeente de kerk of ook bepaalde kerkelijke gebouwen weer heeft teruggekregen, moet men overigens niet vragen hoe

deze er dan soms uitzien. Maar men toont met grote dankbaarheid weer het eigen kerkelijk bezit.

Zoals gezegd is de armoede van de kerkelijke gemeenten groot. De leden hebben nauwelijks een inkomen. Voor het gemiddelde maandinkomen van een werknemer kan ongeveer drie kilo vlees worden gekocht, of, om een ander voorbeeld te noemen, twintig liter benzine.

. We verbleven in het stadje Beregszasz. Daar is in het centrum zegge en schrijve één winkel, waar levensmiddelen te koop zijn. Slechts enkele produkten — het hoognodige, en dan nog... — liggen in de schappen. Mensen staan in lange rijen voor de toonbank voor brood. Brood gaat soms zwart óver die toonbank. Wie dit soort toestanden een keer van nabij ziet, schaamt zich voor de volle supermarkten te onzent, met zo mogelijk van alle produkten alle merken, zodat er keuze in overvloed is. Tegen de achtergrond van de armoede daar steekt dan echter temeer af de grote liefde, die wordt geïnvesteerd in het onderhoud van de kerkelijke gebouwen. Datzelfde geldt voor de gastvrijheid, die wordt getoond — we ondervonden het zelf van heel nabij — naar bezoekers van elders. Vanuit hun armoedig bestaan deelt men nog mede aan de ander.

Maar bovendien: men heeft daar nog tijd tijd, ook voor elkaar. Buitenlandse bezoekers in Nederland klagen er nog wel eens over, dat wij hier geen tijd hebben voor goede ontvangsten. Iemand uit één van de landen uit de Derde Wereld zei in dit verband eens: 'jullie hebben horloges, wij niet, wij hebben tijd, jullie niet'. Scherp maar waar. Men moet in dergelijke landen zijn om te ervaren, dat er méér is dan geld en efficiency. Dat er ook nog tijd is, die samen gedeeld kan worden. Die is zijn geld meer dan waard.

Systeem

Het is goed te bedenken hoe in een gebied als de Oekraine, en in alle andere gebieden, van de voormalige Sovjet Unie, armoede een gevolg is van de onderdrukkende systemen, die de bevolking sinds jaar en dag hebben geteisterd. Eerst hadden ze de tsaren, daarna de communisten. Wie een Derde Wereldland bezoekt weet en ervaart, dat armoede daar wortelt in een ontwikkelingsachterstand. In situaties in oostelijke landen echter is armoede vooral een schrijnend teken van een systeem, dat niet deugde. De Oekraine ligt in feite in de 'ontwikkelde' wereld. Daarom is het armoedebeeld in de straten en op de pleinen des te frustrerender voor wie er voor het eerst kennis mee maakt.

Op de zondagmorgen van ons verblijf (8 mei) werden we overigens nog eens duidelijk herinnerd aan de door wapens beheerste machtssystemen aldaar de jaren door. Het leger gaf namelijk acte de presence vanwege het feit, dat 8 mei de dag van herdenking van de bevrijding in de Tweede Wereldoorlog is. Er voltrok zich op het plein voor ons dagverblijf een militaire parade. Aan het eind van de mars stelden de paraderende troepen zich in slagorde op voor het kerkgebouw. Vermakelijk was

toen eigenlijk hoe de bevolking op dit machtsvertoon reageerde. Niemand keurde de keurtroep een blik waardig. Op een bepaald moment liep een oude vrouw, in gans zwarte kledij, rechtlijnig langs de meute, zonder ook maar één keer de blik af te wenden naar het soldatenvolk. Groter minachting voor het leger en het daarachter liggende systeem van weleer kan men zich nauwelijks indenken.

Bewaard

Nochtans is ook onder de onderdrukkende systemen de kerk blijven voortbestaan. De kerk is staande gehouden. Daarvoor heeft de Koning der Kerk zelf gezorgd. Er is een handvol predikanten overgebleven, de meeste zijn, we zeiden het al, oud. Verschillenden van hen zaten in de strafkampen in Siberië louter om het feit, dat ze dominee waren. We ontmoetten één van hen, die ons vertelde zo zeveneneen halfjaar, vierduizend kilometer van huis, opgeborgen te zijn geweest. Het waren, zei hij, de beste jaren van zijn leven geweest. Zijn kracht, zelfs zijn humor, bleek ongebroken.

Midden in een dorp is een monument opgericht, waarop de namen zijn geschreven van degenen, die in al die moeilijke jaren zijn omgekomen. Zoals Urk degenen, die op zee omkwamen, in herinnering houdt met een monument bij het kerkje aan de zee, zo blijven ook hier de namen in herinnering.

De bewarende kracht van de Heilige Geest ervaart men vooral bij het bezoeken van de gemeenten. De Heilige Geest vergadert niet alleen de kerk maar bewaart haar ook. Het is geen uitzondering, dat daar (een deel van) de gemeente dagelijks, in alle vroegte, bijeenkomt. In een gemeente bezochten we de zaterdagavonddienst — want de zondag begint daar al op zaterdag. Een massaal gevulde kerk. In de kerk was geen orgel. Vanaf de galerij werd de gemeentezang begeleid door twee mannenbroeders, die elke psalmregel eerst voorzeiden (zongen), waarna de gemeente per regel zong. Aangezien het hier ging om een dienst in de traditie van de Hongaarse gereformeerde kerk is de herkenbaarheid voor ons groot. De Hollandse gereformeerden en de Hongaarse gereformeerden hebben grote historische verwantschap. De psalmen worden er gezongen op de voor ons bekende melodieën.

De gemeente bood een eenvoudige, sobere aanblik. Mannen en vrouwen zaten gescheiden. Alle vrouwen van middelbare leeftijd en ouder droegen een hoofddoek (in de stad overigens in het algemeen niet meer). Als de gemeente staat, staan de vrouwen en bloc voorovergeleund over de banken. Per rij verlaten eerst de vrouwen het kerkgebouw. Daarna per rij de mannen, die overigens het laatst de kerk inkomen, net voor de aanvang van de dienst, als alle vrouwen al zitten.

De bisschop van Boedapest — zelf verkeerde hij vóór de Wende dertig jaar in ballingschap in een diasporagemeente in het zuiden van Hongarije — zei, dat hij gaarne in de Unterkarpaten was, omdat hij daar het 'oer' van het christelijk geloof aantrof In de contacten (na toespraken) beleefden We de diepe verbondenheid in het 'sola gra­ tia' (alléén genade) van de Reformatie. Hier zijn nog gemeenten, die staan in de levende traditie van het gereformeerde voorgeslacht. Die gemeenten zijn staande gehouden.

We beseffen overigens wel, dat middellijkerwijs deze bewaring mede gegeven is met het isolement en ook met de druk, waaronder men verkeerde. En op zich behoeft armoede — de soberheid met-name, die daardoor de gemeente kenmerkt — niet een teken van echtheid te zijn. Men vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het zijn zal als de verlokkingen van vrijheid en welvaart, zoals we die in het Westen kennen, ook het deel van die gemeenten zullen worden.

Maar inmiddels kwamen we diep onder de indruk van autenthiek geloof, van echt reformatorisch geloofsleven, bewaard en ge-. louterd in de smeltkroes van het lijden, en ook nog niet bedorven door allerlei verbizonderingen van gereformeerdheid, die ons in ons verdeelde kerkelijke leven zo vaak parten spelen.

Men is daar ook blij met de eenvoudig uitgevoerde bijbels, die men nu heeft. Onder andere via Nederland zijn bijbeltransporten op gang gekomen. Men heeft óf een boekje met de psalmen alleen óf een bijbel in wat grotere uitvoering. Na de kerkdienst werden we als bezoekers belaagd door mensen, die graag naam en/of handtekening vóór in hun bijbeltje wilden hebben. We hebben het ervaren als een uiting van dankbaarheid voor ontmoetingen met geestverwanten na tijden van isolement. Vaak waren in de diensten en daarna mensen in tranen.

Vacuüm

Er blijven ook dingen ter overdenking voor onszelf over na een dergelijk bezoek. Nu gebieden als de Unterkarpaten openliggen voor bezoeken, is van allerlei zijden humanitaire hulp op gang gekomen, dat wil dus ook zeggen: hulp vanuit kerken en christelijke groeperingen in Nederland. Er is aldaar een zeker vacuüm en ieder stort zich daarin. Men loopt er dan ook her en der tegen hulpverlenende instanties van uiteenlopende signatuur aan. Men is voor die hulp uitermate dankbaar. De namen van personen of instanties, die hulp bieden, zal men dan ook met dankbaarheid noemen. Maar het gevaar is aanwezig, dat ieder, mét het brengen van goederen, ook eigen kerkelijke of geestelijke habitus mee indraagt. Dat betekent, dat in de kerkelijke situatie aldaar, die gekenmerkt is dóór institutaire eenheid — kerkscheuringen, zoals wij die kennen, kende men bepaaldelijk niet — tegenstellingen, die hier in Nederland gelden, zouden kunnen worden overgeplant. We hebben het verder als minder positief ervaren, dat soms zo nadrukkelijk 'visitekaartjes' worden achtergelaten. Het doet hier en daar denken aan instituten in Jeruzalem, waarvoor de gebouwen mogelijk werden gemaakt door milde giften — zoals de gevelsteen dan vermeldt — van 'mister Goodman' of 'Frau Liebherr'.

Hulpverlening dient te geschieden zonder aanzien des persoons, samen delend wat we samen hebben ontvangen. Dat betekent niet dat namen van gevers niet bekend mogen zijn. Men is bekend met elkaar en dat geeft communicatie. Het gaat me echter om al te nadrukkelijke naamplaatjes, waardoor het lijkt alsof het om de gevende instantie gaat. En, eerlijk gezegd, wie meent daar alleen iets te kunnen brengen vergist zich. Men ontvangt (geestelijk) meer dan men (materieel) geeft. En onze geestelijke bagage — verdeeld en welvarend als we zijn — mag niet zóveel naam hebben in de ontmoeting met mensen, wier christen-zijn bepaald is door een contexst van lijden en armoede.

Zoals Urker vissers in Ethiopië de mensen geen vis brachten maar hen leerden vissen, zo mogen wij daar ook op bescheiden wijze instrumenten aandragen, waarmee men daar geholpen is om in de nieuwe situatie, in hun contexst kerk te zijn.

Moge de kerk daar bewaard blijven voor de armoede van onze rijkdom en de gebondenheid van onze vrijheid. We hebben samen slechts te delen. Als zodanig is het bezoek, dat we mochten brengen, onvergetelijk geweest.

Er bleef slechts één overweging over: Houdt Christus Zijne Kerk in stand, laat dan de hel vrij woeden. Want 'de heilige kerk aldaar is van God bewaard en staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld in' (art. 27 N.G.B.). Soli Deo Gloria!

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

’Staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld’

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's