Global bekeken
Van 2-7 juli as. wordt in Veenendaal een tentoonstelling gehouden, die is gewijd aan het leven van wijlen ds. J. Overduin, o.a bekend van zijn 'Hel en hemel van Dachau'. Uit de stukken, die bij de aankondiging gevoegd waren, volgen hier enkele fragmenten:
• In 1932 had ds. Overduin (hij was toen predikant in Sleen) een gesprek met socialisten. Uit 'een krantenartikel' van die tijd het volgende:
'Tenslotte heeftspr. als dienstknecht van Christus een speciale boodschap aan zijn chr. vrienden, die hij tot schuldbesef en bekeering opwekt en hij wijst er op, dat 't Christendom, de Kerk, die de verrotte werkelijkheid vroom naloopt, ophoudt Christendom en Kerk te zijn, ondanks alle christelijke vlaggetjes.
Christendom is hernieuwend, herscheppend, baanbrekend. De Kerk heeft groote schuld. In het schuldbesef wordt bekeering en reformatie geboren, hernieuwing en opstanding. Maar zijn socialistische vrienden wijst hij in naam van Christus op de onevenwichtige levenshouding aangaande God — wereld — enkeling. Hij waarschuwt voor ontnuchtering. Denk om de keur van den enkeling. Elke steen van het gebouw moet levend zijn. De wereld wordt niet gered door massa-agitatie, maar door de kracht van Christus in den enkeling.
Spr. toont dit aan met feiten (Mozes, Jezus, Paulus, Fransciscus, enz.), omdat spr. de heerlijkheid van Christus heeft gezien in Zijn verlossende kracht, wenscht hij ieder die heerlijkheid en levensvolheid toe, niet het minst zijn socialistische vrienden.'
• Na zijn gevangenschap in Dachau en nadat de bevrijding was aangebroken, is ds. J. Overduin gaan praten met N.S.B.-ers en S.S.-ers, die toen geïnterneerd waren.
Hij is voor hen opgekomen, als zij onrechtmatig bejegend werden, maar is tevens een eerlijke (en dus pijnlijke) confrontatie met hen aangegaan over hun oorlogsverleden.
In 1946 schreef ds. Overduin hierover in Trouw':
'... De meesten zullen ons mijden als de pest. (Overduin voert hier de critici sprekende in, v. d. G.) Als de kerk dan christelijk wil zijn, dan moet zij in alle geval naastenliefde en vergevensgezindheid en zachtmoedigheid tonen. De roeping van de kerk is toch vergeven en nog eens vergeven. Wij horen zoveel ellende van vrijgekomen kameraden, die van die vergeving een bitier schijntje merken. U heeft als predikant dan plicht om dit uit te schreeuwen in de kerk en in de christelijke pers. We horen en lezen daar zo goed als niets van.'
'Tot zover de critiek, de grieven en het dringend beroep op mij om mij ook te wenden tot ons volk en niet het minst tot de Christenen. U zult nu wel benieuwd zijn, hoe ik me onder dit alles gevoelde en wat ik te antwoorden had. Ik, die de gruwelen van Amersfoort en Dachau heb meegemaakt, waarbij vergeleken de Nederlandse kampen sanatoria zijn, behoudens de schandelijke uitwassen uit den eersten tijd. Hoe ik mij gevoelde onder al die verwijten en noodkreten, waarvan een duizendste procent in Amersfoort of Dachau of welk nationaal-socialistisch kamp ook geuit, ons het leven had gekost?
Dat heb ik den volgenden morgen heel duidelijk gezegd. Niet denzelfden avond. Toen heb ik meer gebeden dan gesproken. Den volgenden morgen, toen we weer bijeen waren heb ik gezegd, wat ik voelde. Ik heb gezegd:
Jullie zijn eerlijk geweest, en hebt geen blad voor je mond genomen. Ik zal het ook zijn. Ik zal het zijn uit liefde om te helpen. Ik begin te zeggen, dat ik gisteravond steeds stond te bidden om zelfbeheersing, want naar mijn natuurlijk hart zou ik uitvaren om te vernietigen en zeggen: Jullie kunnen allemaal met elkaar b. , en ik gan terug naar Amsterdam, want jullie blazen allemaal zo hoog van den toren en zijn zo druk bezig met de werkelijke en vermeende schuld van anderen, dat jullie daarmee een rookgordijn trekt om eigen schuld niet meer te zien. Mijn handen jeukten om jullie flink terug te betalen met wat milioenen anderen geleden hebben in onschuld.
Maar dit kan de brug niet zijn. Dit zou alleen de kloof verbreden. En nu sta ik voor u als dienstknecht van Christus, die de schare ziet en met innerlijke ontferming bewogen is, en die de waarheid zegt, maar in de liefde om te behouden. Niet wat ik en milioenen anderen geleden hebben, zal u tot schuldbelijden brengen, maar wat Christus door en voor mij en hopelijk voor u geleden heeft, kan mij en u verbreken.
En toen heb ik niet de hel van Dachau gebracht, maar de hel van Golgotha. Ik ging zelf maar eerst voor om onder het Kruis van Christus te gaan staan en toen bleef er van den held van Dachau en van den goeden Nederlander Overduin en van den zwoegenden Dominee niets over dan een arm zondaar, die om genade roept En toen heb ik allen uitgenodigd uit de duisternis van eigen licht te treden en met mij in het licht van Christus te gaan staan. En toen heb ik gevraagd, nadat ik anderhalf uur mijzelf en de gevangenen onder het Kruis van Christus gebracht had: Wat blijft er nu van u over? '
• Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef ds. Overduin waarschuwen tegen totalitaire systemen. Hij schreef in het blad 'Overloon' over 'vergeten is gevaarlijk':
'Waarom is vergeten van hetgeen er in 1940-1945 onder het nazidom gebeurd is, zo gevaarlijk? Eenvoudig omdat men de lessen der geschiedenis niet ter harte neemt en omdat men daardoor geen steek wijzer geworden is van de bittere ervaringen van de laatste wereldoorlog.
Vergeten is gevaarlijk omdat er geen geestelijke weerbaarheid is tegen een herhaling van die onstellende onmenselijkheid en van de oceanen van smart. Niet vergeten is geen aanblazen van het vuur van de haat.
Het is grote onzin te beweren dat het levendig houden in het bewustzijn van de jonge generatie van wat gebeurd is, een permanent aanblazen van hei vuur van de haat is. De enige zin van het "nooit-vergeten " is om Nederland, Europa en de hele wereld te bewaren voor een nieuwe totalitaire ontluistering van de mens.
Onze jeugd moet goed weten dat elke dictatuur, in welke rechtse of linkse gestalte ook, per definitie onmenselijk is, d. W.Z. moord op het geweten, moord op de mens zelf.
De mens heeft onvervreemdbare rechten Tot de onvervreemdbare rechten van de mens, waar door hij zich pas als mens kan ontplooien, zowel in de sfeer van zijn persoonlijk leven als van het gemeenschapsleven, behoren: vrijheid, waarheid, gerechtig
heid en barmhartigheid.
Eigen ervaring
Elke dictatuur, d.w.z. elk weerloos overgeleverd zijn aan enkele gewetenloze individuen, moet een doodsvijandzijn van De Vrijheid, De Waarheid, De Gerechtigheid en De Barmhartigheid.
Elke dictatuur moet gewetenloos zijn! Een voorbeeld uit mijn eigen ervaringen. Toen ik in februari 1942 door de Gestapo verhoord werd wegens mijn protestpreek tegen de onmenselijkheid, snauwde de Gestapobeul me toe: "Weetje dan niet dat we ongedierte als luizen en ratten niet vertroetelen maar uitroeien, zo is het onze plicht om de Joden — de luizen en ratten in onze samenleving — uit te roeien. En als jij dan aan de kant van dat ongedierte wilt staan, dan mag je mee om uitgeroeid te worden". Dat was 8 februari 1942.
En dan liegen de "hoger geplaatsten" dwars door alles heen: "We hebben het niet geweten ". Dit hoort bij de dictatuur: misdaden begaan en tegelijk die misdaden ontkennen of in het kleed van deugden vermommen. En wee degene, die het kind bij de naam durft noemen, want hij is een kind des doods.
Tussen water en vuur is geen compromis mogelijk! Zoals er geen compromis mogelijk is tussen water en vuur, tussen lichten duisternis, zo is er geen compromis mogelijk tussen dictatuur enerzijds en vrijheid, waarheid, gerechtigheid en barmhartigheid anderzijds. Ze heffen elkaar op.
Dat heeft Hilter indertijd met zijn handlangers begrepen! Ze konden niet menselijk optreden, want dat zou het opheffen van hun optreden zijn.
Ze konden alléén leven bij de gratie van geweld, leugen, ongerechtigheid en onbarmhartigheid.
Zodra er krachten tegenspel leveren om iets van het menswaardige te redden, moeten die krachten neergeslagen worden. Ik heb alleen maar te noemen de pogingen om Hitler ten val te brengen. Ik heb alleen maar te noemen: de stalinistische uitmoording van miljoenen, de schrijversprocessen, de kerkvervolging, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, enz. enz.
De jeugd moet weten wat er aan de hand was en is Gelooft niet dat de gevaren niet dreigend zijn. Zal ons volk, zal onze jeugd geestelijk weerbaar zijn? Wat is het dan noodzakelijk als een dienst aan ons vaderland, een dienst aan de menselijkheid, dat onze jeugd hoort en ziet wat er aan de hand was in 1940-1945, wat er nog steeds aan de hand is, opdat niemand inslape.
Het Oorlogs-en Verzetsmuseum in Overloon staat niet in dienst van het militarisme of van de haat, maar in dienst van de humaniteit: de vrijheid, de waarheid, de gerechtigheid en de barmhartigheid. Daarom behoren alle onderwijsinstellingen met hun jeugd dit indrukwekkend museum te bezoeken. Zien en doorpraten! Niet vergeten!'
Op de vooravond van Koninginnedag werd ook Maarten Seijbel te EIburg — hij verzorgt de orgelrubriek in ons blad — Koninklijk geridderd. Hij werd Ridder in de orde van Oranje Nassau (proficiat!). De burgemeester van EIburg typeerde hem als 'mister orgel'. Uit een artikel 'Bezige bij in orgelwereld' het volgende:
'(...) orgels vullen een groot deel van zijn leven. Seijbel lacht hartelijk en kan niet anders dan het beamen. Maar als we hem vragen waarom hij zo van orgelmuziek houdt moet hij toch even nadenken. Na een tijdje: "Het is het geluid. Vooral in een kerk is het prachtig. Dat imposante geluid. En als je zelf achter het orgel zit merk je telkens weer dat er 1001 dingen mogelijk zijn. Je raakt nooit uitgeleerd. Telkens kom je er weer achter dat er nieuwe dingen mogelijk zijn. Dat maakt het zo boeiend".
Toen Seijbel als klein jongetje in de kerk zat, imponeerde de orgelmuziek hem enorm. Hoewel Seijbel uit een wat hij noemde "a-muzikale familie" kwam, besloot hij zijn toekomst in de muziek te zoeken. Hij nam orgelles bij onder meer Wim Sevinga en Jan J. van den Berg. Seijbel volgde in de Oude Kerk in Amsterdam een kerkmuziekcursus en behaalde het Testamonium.
Op 23-jarige leeftijd kwam Seijbel als tweede organist bijde Grote Kerk in EIburg. Seijbel weet nog goed dat hij voor het eerst tijdens een kerkdienst moest spelen. "Ik moest plotseling invallen. Onvoorbereid zat ik daar achter het orgel. Gelukkig ging het goed. En ik was er een stuk zelfverzekerder door geworden".
Seijbels vrouw en vijf kinderen weten niet beter dat "vader" een groot deel van zijn vrije tijd in de orgelmuziek steekt Van hun zijde is er begrip voor, hoewel geen van de kinderen aanstalten schijnt te maken hem op te volgen. "Dat hoeft ook niet", zegt Seijbel. "Ik ga niemand dwingen in de orgelmuziek te gaan. De een houdt hiervan, de ander daarvan." Seijbel moet nog lachen als hij een voorval in Haarlem beschrijft. "We zouden er in een kerk speten, waar 's middags een boekenbeurs werd gehouden. Toen we begonnen met de repetitie merkte een van die standhouders geïrriteerd op '"begint dat gezeik op het orgel ook nog'". Hij kén er om lachen. "Dat maak ik wel vaker mee. Niet iedereen houdt natuurlijk van orgelmuziek", redeneert hij.
Er blijven nog genoeg mensen in Nederland en buitenland die van orgelmuziek houden en zijn activiteiten zeer waarderen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een nog steeds groeiend aantal leden van de Stichting tot Behoud van het Nederlandse orgel, waarbij zich nu al meer dan 2200 mensen hebben aangesloten. En de boeken die Seijbel over de orgelcultuur heeft geschreven — vijf in getal — zijn allemaal uitverkocht En voor de orgelexcursies bestaat enorme belangstelling.
Maarten Seijbel is nog lang niet van plan met zijn hobby te stoppen. Het geeft hem "meer en meer voldoening". Sterker nog: een nieuw boek is al weer in de maak. Het komt waarschijnlijk volgend jaar uit onder de titel "Orgelgeschiedenis van de Gelderse vestingsteden".'
V. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's