‘Als gij in deze tijd afzijdig blijft’ (2)
Ingezonden
Ik heb het gevoel dat de discussie in de Waarheidsvriend, ingezet door het artikel van ds. C. Blenk, veel heeft losgemaakt — en met name in de gemeenten zelf
Tegelijkertijd met de artikelen van ir. J. van der Graaf en drs. G. van Leijenhorst (resp. 4 maart en 22 april jl.) ontwaar 'V op gemeenteniveau handtekeningenaUies, voorafgegaan door vlammende protestpreken vanaf de kansel.
Los van m.i. ontspor-ade elementen, zoals: niet tekenen = mede schuldig aan de invoering van de wet, juich ik deze ontwikkeling toe, want al te lang heeft de politiek het zonder de kerk moeten stellen. Wat dat betreft sluit ik naadloos aan bij waar drs. G. van Leijenhorst eindigt, als hij de conclusie trekt dat de Kerk in haar prediking, catechese en overige toerusting er toch veel aan kan doen om mensen te motiveren tot het aanvaarden van die verantwoordelijkheden — ook in de politiek — waar die thans nog te gemakkelijk uit de weg worden gegaan. Om het nog boeiender te maken moeten we — in dit ene geval — het woord Kerk veranderen in Gereformeerde Bond.
Is het niet opvallend dat nü pas de protesten echt loskomen, nadat de Tweede Kamer de wet reeds aanvaard heeft? De conclusie is gerechtvaardigd dat al te lang de Gereformeerde Bond zich van de politiek afzijdig heeft gehouden. Al te lang — niet omdat de leiding geen politieke keuze kan maken, maar wel omdat m.i. de leiding al te lang worstelt met het idee dat tóch eigenlijk de G.B. één politiek gezicht naar buiten dient te hebben. En beseffend dat haar leden te vinden zijn bij CDA, SGP en RPF, verzandt het wel willen in een niet kunnen. Doch zou ik de G.B. willen oproepen van dit onmachtig dilemma af te komen, deze politieke verdeeldheid op een positieve wijze te herwaarderen en te stimuleren dat ieder op zijn of haar wijze aktief meedoet in de politiek van zijn of haar christelijke keuze.
In dit verband appelleer ik graag aan het uitnemende artikel van ir. Van der Graaf van 15 april jl., waarin hij de genuanceerdheid van denken ter sprake brengt. Genuanceerd denken over de heilsfeiten voedt de leugen, maar genuanceerd denken en oordelen dient de Waarheid, mits aan dit denken de liefde tot de waarheid in al zijn veelkleurigheid ten grondslag ligt.
Als dit laatste werkelijkheid wordt in de politieke uitgangspunten van de G.B., dan voorzie ik dat grote stappen vooruit gemaakt worden. Aktieve betrokkenheid bij politieke en maatschappelijke organisaties kan de Gereformeerde Bond uit het maatschappelijk isolement halen. Het hervormdgereformeerde deel der Kerk heeft een groot potentieel reservoir van onbenut intellect dat niet ingezet wordt op beleidsbepalende posten in de maatschappij. Vrij vertaald naar de mening van wijlen prof. A. A van Ruler, die dit overigens met name vaststelde op het vlak der Kerk.
Ik denk dat het waar is. Al te vaak neemt de G.B. een defensieve houding aan die niet overeenkomt rhet de doelstelling van de vereniging en met wat nog meer is: de boodschap van het evangelie. In de bijdragen van met name ir. J. van der Graaf wordt graag en vaak verwezen naar Groen van Prinsterer: de ondubbelzinnige en onbekrompen belijder van het evangelie.
Een onbekrompen houding tegenover maatschappij en kerk betekent m.i. dat nagenoeg op elk terrein de vertegenwoordigers van de gereformeerde theocratie te vinden zijn. Dat kan betekenen dat in verenigingen, bijeenkomsten en vergaderingen ineens nieuwe geluiden gehoord worden, omdat de sfeer van gemoedelijkheid en gezapigheid van ons-soort-mensen
doorbroken wordt. Het is de meest gemakkelijke weg — maar dikwijls ook de meest onvruchtbare — om ons vergaderd te houden op onze eigen mannen-en vrouwenbonden, reformatorische scholen en vertrouwde media. Om maar slechts een paar voorbeelden te noemen. Om misverstanden te voorkomen: ik pleit er niet voor om een organisatie als de G.B. op te heffen, maar er wel voor dat de individuele leden, geleerd en getroost vanuit een krachtige gereformeerde theocratische prediking, de maatschappij en de kerk confronteren met de slagkracht van het evangelie en mitsdien verantwoordelijke posten in de samenleving aanvaarden en waarmaken.
Ik kom terug bij de eerdere stelling in dit artikel namelijk: is het niet opvallend dat nu. pas de protesten loskomen, nadat de Tweede Kamer al een besluit genomen heeft. Met het oog op het bovenstaande is dat niet verwonderlijk, want al te lang is de samenleving en dus ook de politiek overgelaten aan 'de wereld'. Met name op het CDA als christelijke partij wordt een beroep gedaan het kwaad nog te keren (en niet ten onrechte), maar ik denk ook dat al te vaak het CDA moest constateren dat de inbreng vanuit hervormd-gereformeerde kringen veel te mager is geweest.
Vooral een grote partij als deze heeft het zo hard nodig dat discussies doortrokken worden vanuit ondubbelzinnige, maar tevens onbekrompen stellingnames, voortkomend uit een appellerend evangelie. Het hoeft geen betoog, dat dit natuurlijk ook geldt voor andere maatschappelijke verbanden. Het zoutende zout wordt zo node gemist. Toenemende secularisatie en verhumanisering van de maatschappij komen dan wel heel dicht op ons af en de vraag dient des te klemmender gesteld te worden: kunnen wij nog wel afzijdig blijven?
A J. den Besten
CDA-wethouder in Sliedrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 mei 1993
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's