Globaal bekeken
Dezer dagen kregen we onder ogen de berijming der Psalmen van de vorige eeuwse predikant-dichter J.J.L ten Kate. In het voorwoord refereert hij aan het volgende woord van Luther:
'Waar toch vindt men teêrder klanken van blijdschap, dan die in de Lof- en Dankpsalmen ruisen? Daar ziet gij alle Heiligen in 't hart, als in een prachtige tuin, ja, als in een hemel, waar fijne, heerlijke bloemen ontluiken van allerlei schone, blijde gedachten aan God en Zijn weldadigheden. En wederom, waar vindt gij dieper, aandoenlijker woorden der treurigheid, dan die in Klaagpsalmen wenen? Zó wordt de Psalter het boeksken van alle gelovigen, waarin een iegelijk, in wat toestand hij ook verkere, woorden vindt voor zijne ziele, die hij zelf niet beter maken of vinden of wensen kan. Daarom laat ons saam ook God danken voor zulke onuitsprekelijke gave en haar getrouw gebruiken Hem tot lof en eer.'
Hier volgt als voorbeeld de berijming van Psalm 32:
ZONDEVERGEVING'S ZALIGE VRUCHT.
Zalig, wiens zonden hem kwijt zijn gescholden,
Wiens overtreding niet meer wordt herdacht.
Zalig, wiens schuld niet door God wordt vergolden,
Die met zijn ziele de waarheid betracht!
Zolang ik trots bleef zwijgen,
Verteerde mijn gebeent:
Ik heb, in angstig hijgen,
Mijn ogen rood geweend.
Bij dagen en bij nachten,
Hoe zwaar woog mij Gods hand!
Hoe dorden al mijn krachten,
Verdroogd door zomerbrand!
Toen, o mijn God! na veel aarzelen en strijden,
Heb ik mijn zonde, al mijn schuld, U bekend.
'k Zei: „'k Zal d'Alziende al mijn euvlen belijden!"
En – Gij vergaaft me! Voorbij was de ellend!
Dies zullen alle vromen
U zoeken in den nood.
De vloed moge overstromen,
Hunne ark ontzwemt de dood!
Mijn schuilplaats in gevaren
Blijft Gij, mijn leven lang!
Zo klinkt steeds van mijn snaren
Een Nieuw Triomfgezang!…
„Nu dan!" zo spreekt daar de Heer aller heeren:
„Ik ben uw Raadsman, uw steun en uw staf!
„'k Zal, nu en immer, uw wegen u leren:
„Nergens of nooit keert Mijn oog van u af!
„Zo Gij maar nooit verweigert
„Te luistren naar Gods woord,
,,Als 't reedloos paard, dat steigert
„Wanneer 't zijn meester hoort,
„Dat eindlijk toch, gedwongen
„Gehoorzaam, naadren moet,
„'t Gebit, hem opgedrongen,
„Beschuimend met zijn bloed!"
Allerlei smarten verwachten den bozen,
Sluipen hem na, tot de aanval gereed!…
Maar die den Heer tot zijn deel heeft gekozen,
Wordt door Gods zegen omringd waar hij treedt!
Zo schept, gij vromen allen,
Uit vreugde's overvloed!
Oprechten van gemoed!
Vrolijk en vrij mag uw jubeltoon schallen:
't Kind zij verblijd, want de Vader is goed!
In Israël Magazine stond een stuk van Dick Houwaart, 'Het woordenboek en de vooroordelen?'
'(…) het verschijnen van het grootste woordenboek ter wereld, het Woordenboek der Nederlandse Taal, in 36 delen, maakte mij bijzonder nieuwsgierig naar het lemma jood en alles wat zou kunnen volgen. In 1926 verscheen het deel, waarin de "j" werd opgenomen.
Ik moet zeggen dat ik met verbazing de vele kolommen heb bekeken en gelezen, die aan het woord jood en afleidingen daarvan gewijd zijn. Bovendien blijkt er uit, dat in vele streken van ons land nog gezegden gebezigd werden, die uitermate beledigend waren en uiteraard nog zijn. Nu past in zoverre enige voorzichtigheid, omdat de verzameling woorden dateert vanaf ongeveer 1500 van de gewone jaartelling en zoals iedereen weet ging men ook in die tijden niet bepaald zachtzinnig met elkaar om.
Maar als men nu enkele woordenboeken vergelijkt, bijvoorbeeld de eerste druk van Van Dale in 1872, dan stel ik vast, dat veel denigrerende woorden er niet in voorkomen. Wel weer "jodenbedrog", "jodenwoeker" (ongeoorloofde winst) en "jodenlijm", al betekent het laatste dan asfalt of kleverige stof.
In Van Dale van vorig jaar, 1992, de twaalfde druk, staat "jodenfooi" nog als eerste woord genoemd en ook "jodenstreek" en "jodenneus" zijn gebleven. "Nu is hij aan de joden overgeleverd", in handen van kwade mensen gevallen is gebleven, al geven de samenstellers ergens anders in dit lemma toe, dat er vooroordelen ten opzichte van joden in het spel zijn. En zo zullen andere woordenboeken ongetwijfeld variaties van aardige en minder aardige samenstellingen weergeven.
Maar nu dat WNT, zevende deel, dat in 1926 de wereld werd ingezonden met als motto: De taal is de ziel der natie, zij is de natie zelve (Halbertsma) en: Bataven! kent uw spraak en heel haar overvloed (Bilderdijk).
Allereerst de omvang waarmee aandacht wordt besteed aan jood en jodendom en afleidingen ervan. Niet minder dan zeventien dichtbedrukte kolommen worden gewijd aan het woord jood en afleidingen. Nu is het WNT ook een geschiedenisboek van de taal en dus wekt het geen verbazing, dat uit een aantal eeuwen alle lelijks bijeengebracht werd.
Het is ondoenlijk over elke uitlating iets te schrijven, maar ik zal proberen een representatieve steekproef te maken. Enkele gezegden: "die dan een boer plagen wilt, en een Jeud bedriegen, moet een boer en een Jeude mede-brengen": "er liggen balken op het ijs, want er lopen Joden over": "de helft zal wel van den Jood geweest zijn" (men gelooft de helft niet): "hij heeft een Jood gekist" (iemand die kwalijk ruikt): "den rijken Jood begraven" (op derde Paasdag gaan Katwijkers de duinen in om vrolijk te zijn): "dat is zo goed alsof je een jood in de hel trapt" ('t is vergeefse moeite): "roode joden" (oude kleerkopers, uit 1638): "ge het nie gelezen (gebeden) veur 't eten, ge zijt ne jood". Er is ook een verbazingwekkend aantal samenstellingen met het woord jood, die niet steeds ongunstig genoemd kunnen worden, maar die toch onaangenaam klinken. Ik zal enkele voorbeelden geven.
"Jodenpost" – slecht, dun papier: "Jodenslaatje" – volksbenaming voor de vrucht van de es: "Jode(n)snit" – naam voor een sluitappel, uitdrukking gevonden bij de dichter G. Gezelle: "jodenloopmeissie" – een joden loopmeissie, hijgend van het rennen, gebezigd door Heijermans.
Nu ik die naam noem, valt het mij op, dat ook veel uitdrukkingen gebruikt zijn door joodse auteurs, die wij nu toch onaangenaam vinden. Met andere woorden: joodse auteurs geneerden zich er niet voor soms samenstellingen te gebruiken, ietwat spottend met de eigenaardigheden van het joodse volksdeel, eigenaardigheden, die honderd of meerjaren wellicht ook duidelijker aanwezig waren.
Nog enkele voorbeelden: "joodsche steelt" – een Hollands geneesmiddel: "jodenwierook" – een plant van het geslacht styrax: "jodenbed" – onbehouwen, slordig geklede vrouw, gebruikt in Leiden enz. enz. enz. Als ik nu antwoord zou moeten geven op de in de eerste regels gestelde vraag: zijn we er op vooruit gegaan, dan moet de conclusie luiden, dat het heel wat minder is met nare, antisemitische of vijandige gezegden en woorden dan vroeger. Daarmee is niet gezegd dat antisemitisme is verdwenen.
Laat ik het zo zeggen: de omgangstaal lijkt op dit terrein ietwat menselijker en beschaafder geworden, althans men uit zich minder op deze manier.
Ter vergelijking zocht ik in deel zeventien het woord Turk op en de daarvan afgeleiden. Elf kolommen vol ongunstige uitdrukkingen. De Turken stonden bekend als barbaren, met wie je maar beter niets te maken kon hebben. In de twaalfde druk van Van Dale zijn er van de talrijke nare uitdrukkingen nog slechts een paar nare gezegden overgebleven. Ook voor de Turkse landgenoten is enige vooruitgang geboekt.
Overzie ik de oogst aan kennis, die ik uit de WNT geput heb, dan mag ik zeggen dat die groot is. Het is een ontdekkingstocht door de taal, die voor een groot deel ook de geschiedenis van het volk beschrijft. Het maant tot enige bescheidenheid als we het hebben over de tolerantie, al moet tegelijk worden gezegd, dat geweld daarbij nauwelijks van pas kan. Schelden doet geen pijn of toch wel een beetje?'
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's