Hoop
Woorden van leven
'Hoop doet leven' zegt het spreekwoord. Het is echter vaak maar een schrale troost, omdat de toon waarin dit woord klinkt vol onzekerheid is. De hoop is immers even vast als de grond waarin het anker van de ziel zich hecht. En die grond stelt bij velen niet zoveel voor, omdat het niet meer is dan de 'ongestadigheid des rijkdoms' (1 Tim. 6 : 17) van enkel aardse zekerheden. Zonder Christus is er alleen de vervreemding van de hopeloosheid en is de positie van de mens getekend door deze woorden: 'geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld' (Ef. 2 : 12).
De Bijbelse hoop echter heeft een heeriijke vastheid in God en Zijn beloften. Temidden van alles wat zo nameloos teleurstelt en wat de mens in al zijn nood aan zichzelf overlaat, klinkt de belijdenis als een bevrijding. 'En nu, wat veracht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U' (Psalm 39 : 7). De HEERE heeft er in Zijn genadige trouw Zelf grond voor gegeven, door een bodem te leggen onder het hopeloze hart in de beloften van Zijn Woord: 'Ik verwacht den HEERE: mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord' (Psalm 130 : 4). De hoop is ook het koord van Rachab de hoer, dat zij uit het venster hing om van de HEERE de redding in het gericht te verwachten. Dat rode koord (tiqva, hebr. woord dat ook 'hoop' betekent) was voorheen het teken van haar zondige leven, waarmee ze haar 'klandizie' aantrok, een bewijs van een hopeloos verloren bestaan. Nu was het, gehangen aan het venster waardoor ze vol spanning uitzag, teken geworden van de enige hoop, de verwachting van haar hart op Israëls God.
Het leven van de hoop is geen bestaan zonder strijd en aanvechting. Zo heeft Abraham bijvoorbeeld geloofd 'tegen hoop op hoop' (Rom. 4 : 18). Het kernwoord is ook hier, evenals bij het geloof: 'nochtans'. Immers, datgene waarop wij mogen hopen wordt nog niet gezien: 'Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt is geen hoop, want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?' (Rom. 8 : 24) Maar de hoop leeft juist ook op in de verdrukking. Waar de omstandigheden van niet dan treurnis getuigen in deze tegenwoordige wereld, daar roept de apostel ons toe: 'Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking' (Rom. 12 : 12).
Allen die geloven In Christus Jezus mogen met recht 'het beste ervan hopen', 'verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus' (Tit. 2 : 13). In deze hoop is het anker van de ziel, dat veilig en vast is, uitgeworpen in de ankergrond hierboven. Achter het hemelse voorhangsel van de verzoening ligt het vast in Christus' volbrachte werk. Dat geeft een leven hier beneden 'in de hoop des eeuwigen levens'. En in die laatste aanduiding klinkt geen spoor van onzekerheid door.
Van deze hoop worden wij geroepen met woorden en daden getuigenis te geven. Het is een kracht tot heiliging van ons leven. Er wordt rekenschap afgeëist 'van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze' (1 Petr. 3 : 15). Deze hoop betekent ook een bijzondere stimulans in de strijd tegen de zonde. De apostel Johannes zegt: 'En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk hij rein is' (1 Joh. 3 : 3).
M.A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's