De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

En het was in 't begin van de gerste-oogst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

En het was in 't begin van de gerste-oogst

4 minuten leestijd

Met de rammelbus van Jeruzalem naar Bet Sahour voor anderhalve sjekel
Bet Sahour is een overwegend christelijk dorp vlakbij Bethlehem. Daar stopt de bus op het dorpspleintje en is het wachten geblazen op de 'aansluiting'. Maar vervelen is er gelukkig niet bij, want er is genoeg te zien. Na een half uur komt de 'aanfluiting' eraan. Een exemplaar dat reeds zijn derde leven inging. Een 'vooroorlogse' bus zouden wij zeggen, maar die term zegt dáár niets over leeftijd.
De passagiers klemmen zich vast aan de stangen en de bus begint aan zijn rodeo door het Bethlehemse achterland… heuvel op, heuvel af richting de woestijn van Judea. De weg omhoog laat de chauffeur zijn bus briesen van wonder en geweld… maar hij komt steeds weer bovenaan.
De bebouwing wordt schaarser. Daar wordt het klooster van Sint Theodosius gepasseerd. Vervolgens stopt de bus in El Ubeidiye 'Centraal', het laatste dorpje voor de woestijn. De bus hijgt nog een kilometer verder. Daar staat een ezeltje aan een paal, kennelijk het eindstation. De voettocht naar het klooster Mar Saba kan beginnen. Overal nieuwsgierige gezichten, want vreemdelingen wekken verbazing, het gebied ligt zo diep in het intifada-gebied, dat geen westerling zich er ooit waagt.


Links en rechts langs de weg zijn groepjes vrouwen bezig met de gerste-oogst. Het is kort na Pesach en dat feest markeert het begin van de gerste-oogst. Ruth was hier ook bezig. En misschien is het u wel eens opgevallen, dat men in het boekje Ruth voortdurend aan het oogsten is. Bij ons wordt de oogst er zo mogelijk in één keer afgehaald. Maar in de woestijn van Judea zijn er grote hoogteverschillen: het koren in de dalen is eerder rijp dan hoger op de hellingen en dat aan de zonkant van de heuvels weer eerder dan aan de schaduwzijde. Vandaar dat de oogst lang duurt. Is de gersteoogst eindelijk klaar, dan is het alweer Sjavoe'ot/Pinksteren en dan begint de tarweoogst (Ruth. 1 : 22; 2 : 23). Op Pinksteren worden daarom twee tarwebroden als eerstelingen gebracht.


Vanuit de velden van Bethlehem zie je bij helder weer de hoogvlakte van Moab liggen. Valt de regen een keer tegen in Juda, dan heeft Moab door zijn hogere ligging altijd wel water gehad. Die Moabitische god Kamos – zullen ze in het oude Israël wel eens gedacht hebben – is zo gek nog niet. Die zorgt tenminste een beetje goed voor zijn volk. In het boek Ruth brengt de aanhoudende droogte Elimelechs familie dan ook op het idee, haar toevlucht te nemen tot het Moab, dat hen in de verte altijd al gewenkt had. En ze gaan het wagen met Kamos.
Ruth gaat precies de omgekeerde weg: van Moab naar Israël. Ze gaat eerst de weg en pas dan komt de belijdenis. Ze zegt: Uw God is mijn God. Dat klinkt theologisch prachtig, als een belijdenis die Ruth zo maar even uit haar mouw schudt. Maar het is de God die het zijn volk niet gemakkelijk maakt met die hongersnood… als Israël het er weer eens naar gemaakt heeft. Even sterk is de belijdenis Uw volk is mijn volk een uitspraak die in het licht van de geschiedenis dwaas en onbegrijpelijk is. Zo geweldig is het niet om bij dat volk te horen. Anders was Naomi wel thuisgebleven. En na wat we in de twintigste eeuw gezien hebben, zouden we de joodse Naomi helemaal gelijk geven, dat ze het bij een ander volk ging proberen.
Wanneer Ruth dan ook tegen Noami zegt Uw volk is mijn volk en Uw God is mijn God, dan moet Naomi eigenlijk bekennen dat het haar God en haar volk helemaal niet meer zijn! Die heeft ze juist ingeruild bij haar vertrek naar Moab. Maar het leven onder Kamos viel ook tegen. En wanneer Ruth deze belijdenis doet, dan trekt ze Naomi over de streep. Het grootste wonder gebeurt aan Naomi. Dit is wat Mozes zong (Deut. 32) – en het zou een Pinksterlied kunnen zijn: Ik zal hen tot ijver verwekken door degenen die geen volk zijn.
Ook ons Pinksterlied?

Theo van der Louw, Groningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

En het was in 't begin van de gerste-oogst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's