Torenspitsen-Gemeenteflitsen
HERWIJNEN
Stroomop, stroomaf der schepen donkere boeg;
door de bevrijde aarde snijdt de ploeg.
Arbeid en brood. En toch dit smartelijk derven. –
O staf, die water uit de rotsen sloeg!
(Ida Gerhardt)
Wie de Waal opstoomt of afstroomt, ziet vroeg of laat de ranke spits van de dakruiter, die de hervormde kerk van Herwijnen siert. Hij spitst zich hoog boven hetgeen de geschiedenis aan andere bouwsels van steen en aarde voortbracht. Vlak voor – of na? – een haakse bocht in de dijk beziet hij rivier en uiterwaarden en heren- en arbeidershuizen van her. De dijk hoort bij Herwijnen, was (en is deels nog) Herwijnen. Scherp begrensd door de rivier, die komt en gaat, brengt en weg-brengt wat het water (ver)draagt.
En achter de dijk het land. Een land dat het kenmerk van de Betuwe, al is het in het uiterste westen, draagt. Fruit groeit er goed en veel. Een land, dat ook de sporen van akkerbouw en veeteelt in zich heeft. Soms tot in het letterlijke als 'dronken voren' vanachter de snijdende ploeg wachten op 'vruchtbaarheid van Boven'.
Inmiddels is veel van dat land bebouwd met woningen in blokken en straten achter de oude Achterweg met zijn dito oude bebouwing van hoven en huizen. De dijk, met de kerk aan de dijk, schoof daarvoor naar de rand. Zo staat zij ietwat verstild terzijde van waar zich het dagelijkse leven beweegt. Voor velen als teken van wat slechts vorige geslachten bewoog. Tijd en cultuur werden onbedoeld uitgebeeld. De kerk als randverschijnsel.
Toch een beeld dat tegelijk ver-beelding is. Want èn vanaf de rivier èn vanaf het land flitst de spits in ieders oog – voor zover men wil zien – als teken van Hoop en Uitzicht. Zij wijst en verwijst. Waar het menselijk geslacht, nog altijd zwoegend om arbeid en brood, uiteindelijk eeuwige Hoop uit en om zichzelf derft, spreken de stenen en het hout van de kerk van een andere arbeid om Brood dat eeuwig verzadigt.
Om de vaste Hoop van het Eeuwige Leven komt de gemeente daar immers nog altijd samen. ledere zondag tweemaal. Vorige generaties deden dat tot ± 1820 in een gebouw, dat de ingang tot de (nog altijd gebruikte) begraafplaats markeerde. Het bij tijden voor de dijk te machtige water verwoestte tenslotte deze kerk. Oudbouw moest wijken. Nieuwbouw kwam. Het levende Woord zou blijven klinken; wel gevat binnen steen, niet gevangen in steen. Het huidige kerkgebouw verrees een twintig meter zuidelijker aan de inmiddels daar versterkte dijk. Het kwam gereed in 1823.
Uitwendig doorstond de kerk vrijwel onveranderd de tijd tot op heden, wat niet gezegd kan worden van de aangrenzende herberg, vanouds ontmoetingsplaats en wisselplaats van nieuwtjes, die afbrandde in 1907. De kerk werd daardoor een tuin rijker en had een concurrent minder.
Inwendig doorstond het interieur de tand en geest des tijds geenszins. In 1858 werd de gemeentezang versterkt door een orgel dat werd gebouwd door Van Puffelen, een leerling van Naber. In gematigd romantische stijl draagt het tot op de dag van vandaag bij aan de waarde van de zang. Vooral nadat het in oorlogstijd meer 'diepgang' kreeg door een vrij pedaal toe te voegen en in 1990 na een grondige restauratie meer 'opgang' door klank en uiterlijk te herstellen. In 1955/56 verdween het oude eenvoudige houten interieur om plaats te maken voor beton, zwart en grijs in kille stemming. Soberder kon niet. Groter tegenstelling tussen exterieur en interieur creëerde men eerder niet.
Betonrot en een defecte vloerverwarming noopten tot een grondige interieurrestauratie, waar na de restauratie van het orgel mee werd gestart. Op 3 april 1993 werd deze restauratie afgesloten met een dienst ter heringebruikname van de kerk. De restauratie/vernieuwing bracht ons het warme en eerlijke hout terug in banken en preekstoel. Vanonder de nieuwe vloer worden de mensen in koude tijden optimaal verwarmd. Vanuit de verfbus werd het geheel in warme tinten opgefrist. Het accordeert weer. Opgaan tot Gods huis is na het ingaan nu een lust voor het oog en het gevoel.
Toch verwijst de spits naar meer. Het gaat om de trits: Woord, oor en hart. Het Woord, dat wordt verkondigd op deze plaats, vloeit als levend water uit de Rots Jezus Christus. Wat de rivier doorgeeft en het land verlangt in letterlijke zin, ontvangt de gemeente naar Gods belofte in geestelijke zin. Dàt water leeft en doet leven. Oren gaan open, harten worden geraakt en gemaakt tot vruchtbare aarde door en voor het vaste en betrouwbare Woord. Die belòfte geeft Hoop en Uitzicht voor gemeente en volk aan rivier en land. Zo mag de gemeente samenkomen. Herwijnen komt herwaarts. Zij kòmt zondag aan zondag, als teken van Gods trouw. In de bede dat wij allen werkelijk gehoorzamen aan de roep van Hem: (Herwijnen) komt herwaarts tot Mij.
Kerk aan rivier en land; de beelden spreken tot ver-beelding. Opdat wij ootmoedig bedenken:
Door storm ontworpen, in der wateren tucht,
eeuwen beschreven, door der wolken vlucht,
Gij trots domein der levende rivieren, –
bid om de Geest, die u opnieuw bevrucht.
(Ida Gerhardt)
W.P. van der Aa, Herwijnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's