De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Handoplegging en ziekenzalving (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handoplegging en ziekenzalving (1)

7 minuten leestijd

Het is alweer enige tijd geleden dat ik een vraag van een lezer ontving over de handoplegging en de ziekenzalving. Twee zaken die wij in onze kerk weinig of niet kennen. En dat terwijl er over de handoplegging in de Heilige Schrift, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament, vele malen wordt gesproken. Niet over de ziekenzalving. Daar wordt maar een enkele keer over gesproken.
De bekendste tekst is wel in Jakobus 5 : 14-15: 'Is iemand ziek onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen van de gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren, en het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten'. Daar zitten we toch wel tegenaan te kijken. Gelden die woorden voor ons niet meer? We kunnen die woorden toch niet afdoen met: 'dat zijn wij niet gewoon', of: 'dat gold alleen voor de tijd van Jakobus', of 'we zijn niet rooms, of van de pinkstergemeente'.
De ziekenzalving had in de eerste christengemeente een plaats. Ook later in de kerkgeschiedenis kwam ze voor. En in charismatische kringen vindt de ziekenzalving nog steeds, of beter: weer opnieuw, plaats. Wat moet een ouderling doen als hem door een zieke, met verwijzing naar Jakobus 5, gevraagd wordt hem te zalven? Jakobus zegt het zo algemeen mogelijk: 'Is iemand (wie ook maar) ziek onder u, dat hij tot zich roepe de ouderlingen (meervoud) van de gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren'.

Handoplegging
Laten we eerst eens naar de handoplegging zien. Daarvan lezen we op vele plaatsen, zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld bij de offerhandeling: de priester legde de handen op de kop van het offerdier en het dier werd geofferd. We vinden dat o.a. bij het brandoffer (Lev. 1 : 4), het dankoffer (Lev. 3 : 2), het zondoffer (Lev. 4 : 4), en op de Grote Verzoendag (Lev. 16 : 21). Het was er het symbool van dat de zonden van het volk op het offerdier werden gelegd, waarna het de zonden wegdroeg.
We vinden het ook bij de priesterwijding (Ex. 29 : 10) en de wijding van de Levieten (Num. 8 : 12), bij de bestraffing van een Godslasteraar (Lev. 24 : 14; de zonden worden 'op zijn eigen hoofd gelegd') en bij de aanstelling van Jozua als de opvolger van Mozes (Num. 27 : 23; Deut. 34 : 9). Ook als Jakob de zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, zegent gebeurt dat door handoplegging (Gen. 48 : 13-20).

Nieuwe Testament
Ook in het Nieuwe Testament komt de handoplegging vele malen voor. Zoveel keren zelfs dat we onszelf de vraag kunnen stellen waarom wij de handoplegging weinig of niet meer kennen.
De zeven diakenen worden voor de apostelen gesteld en nadat men gebeden heeft, wordt hun de handen opgelegd (Hand. 6 : 6). Barnabas en Saulus worden door de gemeente Antiochië uitgezonden met vasten en bidden en handoplegging (Hand. 13 : 3). In 1 Tim. 5 : 22 doelt Paulus, als hij spreekt van handoplegging, waarschijnlijk op ouderlingen en diakenen. Ook Timotheüs zijn de handen opgelegd (1 Tim. 4 : 14 en 2 Tim. 1 : 6). De woorden 'oplegging der handen van het ouderlingschap' (1 Tim. 4 : 14) kunnen betekenen dat de gezamenlijke ouderlingen Timotheüs de handen hebben opgelegd (zo de N. Vert., die vertaalt: onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten'; ook de Kantt. van de St. Vert, wijzen hierop); het kan ook zijn dat Paulus Timotheüs zelf ouderling noemt. Paulus zijn door Ananias de handen opgelegd 'opdat hij weer ziende en met de Heilige Geest vervuld zou worden (Hand. 9 : 12 en 17). Ananias ontving daartoe de opdracht van de Heere. In Samaria werden de gelovigen de handen opgelegd en zij ontvingen de Heilige Geest (Hand. 8 : 17). Waarschijnlijk gaat het daar om de bijzondere gaven van de Geest. Hetzelfde gebeurt in Efeze, waar de handoplegging (door Paulus) gevolgd wordt door spreken in tongen en profeteren (Hand. 19 : 6). Ook in 1 Tim. 4 : 14 en 2 Tim. 1 : 6 is sprake van bijzondere gaven na de handoplegging.
De handoplegging kwam dus veel voor. Het is niet teveel gezegd als we zeggen, dat het hoorde bij de liturgische gebruiken in de tijd van het Oude en Nieuwe Testament. We lezen dat nog eens onderstreept in Hebreeën 6 : 2, waar de handoplegging wordt genoemd bij het beginsel van de leer van Christus (vers 1) en het fundament, in één adem met de bekering van dode werken en van het geloof in God, de leer der dopen, de opstanding der doden en het eeuwige oordeel. De Hebreeënbriefschrijver zegt dat de handoplegging hoorde bij het beginsel van de leer van Christus en de eerste beginselen van de woorden van God (5 : 12). De handoplegging hoorde er dus volkomen bij en nam een grote plaats in.

Bij genezing van zieken
Er zijn nog meer plaatsen waar van handoplegging wordt gesproken. Namelijk bij genezing van zieken: bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (Markus 5 : 23), de genezing van zieken in Nazareth (Markus 6 : 5), van de doofstomme (Markus 7 : 32), van de blinde in Bethsaïda (Markus 8 : 23 en 25), als Jezus in Kapernaüm is (Lukas 4 : 40; Jezus legde een 'ieder' van hen de handen op en genas hen; iedere zieke wordt dus door persoonlijke handoplegging van Jezus genezen), de vrouw, die 18 jaar verlamd was (Lukas 13 : 13), Paulus geneest de vader van Publius door gebed en handoplegging (Hand. 28 : 8).
In Markus 16 wordt de handoplegging door Jezus genoemd als een opdracht, gevolgd door een belofte: 'Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden'.
Gelden al deze woorden nu niet meer? Zijn de bijzondere gaven van gezondmaking voorbehouden aan de eerste christenheid? Dat laatste was de gedachte van Calvijn. Maar het is duidelijk dat de handoplegging ook bij veel meer gelegenheden plaatsvond.
Kan de handoplegging ook bij ons een plaats hebben in de eredienst? Móet ze niet een plaats hebben, gezien de vele keren dat handoplegging in de Bijbel voorkomt?

Bevestiging tot predikant
In een volgend artikel zullen we nader ingaan op de handoplegging bij zieken. Nu gaat het alleen om handoplegging in de eredienst.
Deze heeft bij ons alleen plaats bij de bevestiging tot predikant, als deze de eerste keer bevestigd wordt. Zo heeft de Dordtse Kerkorde het bepaald en zo spreekt ook de Kerkorde van onze kerk ervan. Daarin klinkt iets door van wat de bevestiging voor het gehele leven is. Bij de ouderlingen en diaken geldt dat niet.
Maar is daar alles, mee gezegd? Kan de handoplegging niet een bredere toepassing hebben? Bijvoorbeeld bij de bevestiging van ouderlingen en diakenen? Of bij de Openbare Belijdenis van het Geloof? In onze tijd zijn er steeds meer stemmen die daarvoor pleiten en daar is ook best iets voor te zeggen. Hoe moet de handoplegging overigens plaatshebben? Moet het met één hand gebeuren, zoals wij het kennen bij de bevestiging van een predikant? Of met twee handen, zoals de Bijbel ervoor het grootste deel van spreekt?

Sober
Aan de ene kant is het goed te bedenken, dat we, in navolging van Calvijn, een sobere eredienst voorstaan. Alle nadruk valt op de prediking van het Woord. Gemakkelijk kunnen liturgische vormen het centrale van de dienst, de prediking van het Evangelie, verdringen. Bovendien: moeten alle liturgische vormen uit de Bijbel ook in onze eredienst een plaats hebben? Bijvoorbeeld: het elkaar groeten met de heilige kus (daarvan wordt drie maal in de brieven van Paulus gesproken), het bidden met opgeheven handen? Het Nieuwe Testament schrijft deze vormen niet voor, hoewel het wel goed is om erover na te denken.
Aan de andere kant is de liturgische vormgeving niet onbelangrijk. We moeten zelfs zoeken naar de beste liturgische vormen. En die vormen kunnen best wel eens veranderen. Als het het wezenlijke maar niet schaadt.
In onze tijd is het woord sterk gedevalueerd. Daarom is het wenselijk goede aandacht te besteden aan de liturgische vormgeving. Op Bijbelse grond kunnen we daarom een ruimere toepassing van de handoplegging niet afwijzen. Calvijn zelf pleit in zijn Institutie voor de handoplegging bij de Openbare Belijdenis (IV, XIX 4). Als we van de vormen maar niet het wezen van de zaak maken. Centraal blijft in de eredienst de opening van het Woord en de verkondiging van het evangelie.

H. Veldhuizen, Zoetermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Handoplegging en ziekenzalving (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's