De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als onderdanen van de Koning (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als onderdanen van de Koning (1)

7 minuten leestijd

'En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.'(Kolossensen 3 : 17)

Het heeft boven Zijn hoofd gestaan. Een opschrift. Woorden van Pilatus. 'De Koning der Joden'. Zo staat het te lezen als aanduiding voor de Heere Jezus. Soms lees je aan het kruishout iets over een bepaalde misdaad van de kruiseling. Bij Hem wordt een weldaad omschreven. Onze goede God heeft Zijn Zoon op deze wijze willen geven: als Koning der Joden. En daar door heen is Hij nog meer geworden: Koning der wereld. Met Zijn hemelvaart gaat Hij er bovenuit. God de Vader haalt Hem binnen als grote Overwinnaar. Heeft u het al gehoord? Als de Heere Jezus voor het laatst Zijn woorden zegt, dan geeft Hij het duidelijk aan: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.' (Mattheüs 28 : 17) Ondanks het afscheid kunnen de discipelen met blijdschap verder: 'lovende en dankende God.' (Lukas 24 : 35) Hebt u een band met Hem? Beter gevraagd: Heeft de Heere Jezus Zich ook voor u ingezet? Met alle overgave? Dan mag er gezongen worden: 'En onze Koning is van Isrels God gegeven!' (Psalm 89 : 8, berijmd)
Als onderdanen van de Koning. Leeft u zo? Hoe ziet dat er dan uit? Het wordt beschreven in Kolossensen 3. Vers 17 vat het samen: 'En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.' Wat een mooie beschrijving. Om naar te kijken alleen? Nee, tegelijk een dringende opdracht. Om te doen, zoals er staat. Om te zijn, zoals Hij wil. De Koning vraagt het van u. Is Hij uw Verlosser geworden? Echt waar? Bent u door Hem uit-gered? Uit de zonde, uit de macht van satan? Dan hebt u te leven naar de regels van het hemels Koninkrijk. Is het niet een eer, een wondere eer? Om er te zijn voor de Koning? Ja, dat! Onder leiding van Zijn Heilige Geest. Aan Hem toegewijd. 'Van harte willig en bereid.' (Heidelbergse Catechismus, antwoord 1) Als onderdaan! Wie volgt?
Welke mensen hier bedoeld worden, komt helder naar voren. 'Al wat gij doet' – 'gij': dat zijn dezelfde gelovigen als in vers 1. Van hen staat geschreven: 'met Christus opgewekt'. Daar weten ze van! En daarom eveneens: met Hem gestorven (zie vers 3). Dat ook! Dus: door het graf van Christus heengegaan, en zo tot leven gekomen, tot een nieuw leven, anders dan voorheen. Hoofdstuk 2 (:12) vergelijkt het met de doop door onderdompeling: 'met Hem begraven in de doop, in welke gij ook met Hem opgewekt zijt, door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft' Gode zij dank! Er is wat gebeurd. Een verheugende gebeurtenis: 'Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid des vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende' (2 : 13) En wat denkt u dan? Iemand kan de gedachte krijgen: 'Je kunt wel merken. Dit zijn heiden-christenen. Waar zij uit komen, het is gewoon te erg om aan te denken. Hoe ze in openbare zonden geleefd hebben! Ontzettend.' Wacht even, want Paulus (die er over schrijft) heeft andere gedachten. Met heel zijn joodse opvoeding (aan de hand van Gods geboden) voelt hij zich niet verheven boven 'de heidenen'. Geenszins! Ik lees van hem ergens vooraan in de brief (1 : 13), dat Hij God dankt 'Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde; in Dewelke wij der verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden' Ziedaar! Hij heeft niet minder ver van God af geleefd. Paulus noemt zich in één adem met christenen uit het heidendom. Samen geroepen tot onderdaan van Koning Jezus. En daarom, als je dan zo verlost bent: van hel tot hemel, van buiten God tot binnen God. Hoe kun je dan nog vastzitten aan boze zonden, en wil toch óók niet vastlopen in vrome vormen! Vandáár, 'omdat gij met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die bóven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.' (3 : 1)
'Al wat gij doet met woorden of met werken'. Eerst de werken eens zien. Wat moet je doen? Vers 2 zegt: 'Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn'. Maar hoe is dat? Kijk naar vers 5: 'Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn'. Dat wil zeggen: maak een eind aan al uw bezigheden, waarbij u niet in dankbaarheid kunt denken aan de Heere Jezus! Wilt u voorbeelden? Een rij van boze werken wordt opgesomd: 'hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst'. (:5) Heeft dat alles bij u afgedaan? Of…? Het woord hoererij wordt gebruikt om allerlei vormen van ontucht aan te duiden. Een boekje van Andries Knevel ('Doe dat ding dan uit!') over TV-gebruik toont aan dat kerkmensen soms zo graag kijken naar stukjes film die bol staan van losbandigheid, oneerbaarheid en vuiligheid. Zitten daar ook christenen bij? 'Een iegelijk, die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.' (2 Timotheüs 2 : 19) Verder lees ik in vers 5 over onreinigheid. Iemand verontreinigt zich. Hoeveel levens zijn bedorven, tot en met vervuild! Als er geen algehele reiniging komt, wat dan…? De schandelijke beweging heeft te maken met hartstocht. Het wordt enorm opgewekt door sensatie en reclame. We zijn er niet ongevoelig voor! Als er bijgezet is kwade begeerlijkheid (vierde in de reeks van vers 5) raakt dat onze slechte begeerte. Dat kan zo leven, en òpleven met het minste of geringste. Een aanleiding heb je al gauw, verleidelijk afgeleid. En je glijdt af Gaat het zo bij uzelf? En wie zal zichzelf behouden?! Sta sterk in God! De psalm zingt er van: 'De HEER, de God der legerscharen, / Is met ons, hoedt ons in gevaren.' (Psalm 46) Een volgend boos bedrijf, het heet gierigheid, pure hebzucht. In Zuid-Holland hoor je bij zo iets de uitdrukking 'hale, hebbe en houe'. Daar hebt u het precies. Als de slechte begeerte niet meer begrensd wordt, niet meer bestreden wordt, dan heeft het jou te pakken, en je bent bezet gebied, om er bezeten van te zijn. Tot slot het laatste woord: afgodendienst. Het is de slotsom. Als je al het vorige bij elkaar optelt, dan krijg je onder de streep het antwoord. Het ziet er niet zo best uit. Het wordt een dagelijks bestaan van-God-àf, en daarom: afgodendienst. Het mag wel tien keer klinken: 'Niet doen!' Ophouden met zulke boze werken. Dat moeten we. Want wie zo verkeerd onder de mensen leeft, kan onmogelijk als onderdaan van Christus voortbestaan.
Paulus spreekt over 'eertijds' (:7). Eertijds hebben Kolossensen er in 'gewandeld'. Het is hun leefsfeer geweest. Maar voor ons ligt het niet anders. Ook onze wereld vol van zonden. Je hebt er mee te strijden. Het zondige vlees. Op jezelf gericht. Om het eigen ik te bevredigen. De dood in! Jezus Christus is opgestaan en opgevaren. U kunt niet in de zonde blijven liggen. Bent u er in teruggevallen? 'Zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen.' (zinsnede uit het doopformulier) O God, denk aan uw verbond! Meer nog: de Heere Jezus heeft ons een gebed geleerd. Hoe nodig dat Zijn Heilige Geest in ons bidt: 'Leid ons niet in verzoeking (we zijn er te zwak voor!), maar verlos ons van de boze (U kunt het zeker doen!), want Uw is het Koninkrijk!' (Mattheüs 6 : 13) We hebben een Koning! Machtig en genadig. Om Hèm (weer) te dienen, laat dat uw lust en uw leven zijn! Daadwerkelijk.
Trouwens, ook het vroom-doen kan aantrekkelijk lijken. Het vorige hoofdstuk waarschuwt met nadruk. Als sommigen heel de wereld willen mijden (2 : 21) en nergens meer mee omgaan, dan ontstaat er een 'eigenwillige godsdienst' (2 : 23), en dat wordt een en al zelfbevrediging. Netjes aangeklede ik-zucht, zonder dat de Naam van God verheerlijkt wordt. Het is niet gepast om u daarmee in te laten!

W. van den Born, Rijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Als onderdanen van de Koning (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's